Ik zie wellicht spoken

Drie weken geleden kregen we een aanvraag voor 5 nachten van Helen Rubins, een Amerikaanse mevrouw. Ze zou alleen reizen en we correspondeerden heen en weer over de beschikbaarheid van een kamer voor één persoon en wat dat dan wel zou kosten. Uiteindelijk werd de boeking geconfirmeerd. Er volgde nog een hele correspondentie over allerhande praktische dingen zoals wisselen van geld, bescherming tegen de muggen, taxi van de luchthaven naar Ubud en zo meer. Saar begon me al een beetje te plagen met de uitstekende relatie die ik intussen met Helen had opgebouwd. Dat plagerige kreeg een wat scherper kantje toen Helen schreef dat ze ‘…was considering spending at least one more night with you.’

Die ‘you’ was natuurlijk ‘Villa Sabandari’, dat spreekt vanzelf en Helen boekte inderdaad een bijkomende nacht.

Kortom, ik feliciteerde mezelf met mijn professionele aanpak en het mooie resultaat.

Voor de laatste dag dat Helen bij ons zou verblijven kregen we dan een boeking van een Amerikaanse man, met de niet zo Amerikaans klinkende naam Hamzah Ahmedyan en zijn vrouw Samiryah. Hamzah zou in de namiddag zelf met de bus uit Kuta naar Ubud reizen. Zijn vrouw moest om 18:30 op de luchthaven worden afgehaald.

Een beetje raar vond ik dat want Kuta ligt vlakbij de luchthaven en het zou toch leuk geweest zijn voor Samiryah wanneer Hamzah haar had opgewacht bij het verlaten van het luchthavengebouw. Dat was natuurlijk weer de eeuwige romanticus in mij die sprak.

Toen kwam er weer een mailtje van Helen. We moesten het niet raar vinden maar op haar paspoort stond ‘Jelena Rubinstein’ en niet ‘Helen Rubins’. Ze gebruikte de laatste naam in het dagelijks leven. O.K., een joodse vrouw die niet als dusdanig wil bekend staan. Moet kunnen.

Dan een mailtje van Mr. Ahmedyan. ‘For security reasons’ moest de taxichauffeur een bordje bij zich hebben met de naam van zijn vrouw erop.  Zijn vrouw zou dan aan de taxichauffeur vragen naar de voornaam van haar man.

Dat wordt een explosieve cocktail in Villa Sabandari; een joodse vrouw die reist onder een valse naam en een man met een Arabische naam die beroep doet op een wachtwoord om veiligheidsredenen.

Ik zie wellicht spoken.

Julia Roberts is hindoe

We zijn nu een jaar en drie maanden op Bali. Het eiland laat weinig mensen onverschillig. Julia Roberts was hier voor de opnames van de film ‘Eat, Pray, Love’ een tijdje geleden. De film draait nu in de bioscoop in de V.S. Of dat ook zo is in België weet ik niet. Haar verblijf op ‘The Island of the Gods’ heeft blijkbaar een diepe indruk op haar gemaakt, getuige het volgende artikel dat ik net las op de website van de Standaard Online.
En neen, ik overweeg niet hetzelfde.
________________________________________________________________
Julia Roberts is hindoe
Bron: Daily Mail

De Amerikaanse actrice Julia Roberts (42) heeft zich tot het hindoeïsme bekeerd. Dat heeft ze naar eigen zeggen gedaan tijdens de opnames van de film ‘Eat, Pray, Love’.

Julia is nochtans opgegroeid in de Bible Belt, een heel conservatieve regio in de Verenigde Staten. Maar nu, tijdens opnames van de film ‘Eat, Pray, Love’ in Bali en India heeft de actrice zich dus bekeerd.

In de verfilming van het boek van Elizabeth Gilbert speelt Roberts een pas gescheiden vrouw die de wereld rondreist op zoek naar zichzelf.
In Elle Magazine vertelt Roberts dat ze nu naar tempels gaat om te ‘zingen, bidden en te vieren’. En ze neemt ook haar man en drie kinderen mee.
Tot slot voegde de actrice er nog aan toe dat ze gereïncarneerd wil worden als ‘iets stils’, na de stress van het bestaan als celebrity.

What they did this afternoon…

photography & artwork by Janita Himawati

Esther’s Verjaardag

Een ontroerend weerzien met de kinderen van de Yayasan (weeshuis) in Bedulu die kwamen zingen op Esther’s 24ste verjaardag. Op de voorgrond v.l.n.r. Saar, Rachelle en Ashtin Sahertian.

Wat is mooier 1/54 of 7/216?

Na die mooie verrassing van gisteren: #1 van 54 B&B/Inns in Ubud op TripAdvisor, was ik een beetje uitgeblust.
We zijn een half jaar bezig en we staan op nummer 1.
Dat is heel leuk natuurlijk maar gelijk was de challenge een beetje weg.
Tot ik het idee had om eens te gaan kijken hoe we dan wel scoren voor heel Bali…

En daar is de nieuwe uitdaging al! We staan op #7 van 216

Ruimte voor verbetering!

Gelukkig. het leven zou saai zijn zonder challenges.

Villa Sabandari, boutique hotel in Ubud Bali scoring 7/216 on TripAdvisor

Nu #1 van 54 B&Bs in Ubud!

1TripadvisorMet dank aan degenen die een Review hebben geplaatst!

Klik hier voor de TripAdvisor pagina.

Ik wil niet alleen doodgaan

‘… het is een Turk Sjaak, geloof me nou maar.’

‘ Dat kan best wezen Mop, maar daarom hoef toch nog niet zo luid te praten. Trouwens, er zijn een boel Turkse Nederlanders en die begrijpen heus wel wat je zegt.’

Deze Turk nipte nog een keer aan zijn Bintang en las, hoogst geïnteresseerd, verder zijn krantje.

‘… en toen ze dan zei dat Moppie helemaal scheef liep en de hele tijd voor de keukendeur lag te miauwen kreeg ik een krop in mijn keel Sjakie…’

‘Die kat is ook al oud meid. Hoe lang hebben we haar al wel niet? Jaartje of 10? Nou, doe dat maar maal zeven hoor.’

‘Dat is voor honden Sjaak, maal zeven. Afijn, ik zei dus tegen haar, ik zei: ‘Ga jij nou met haar naar de dokter meissie. Straks gaat ze nog in haar uppie dood terwijl wij hier gezellig op Bali in het zonnetje zitten.’ Ik mag er niet aan denken Sjaak, dat Moppie zo ellendig in haar eentje zou liggen te creperen. Dat is toch het ergste wat er is, alleen doodgaan?’

‘Dat is zo meid. Zal ik nog een Bintankje doen?’

‘Doe mij maar een zoet wit wijntje dan.’

Sjaak sommeerde een Balinees geklede kelner.

‘Have you also a sweet white wine Jan?’ vroeg hij.

Dat bleek niet zo te zijn dus werden het, na enig overleg, toch maar twee kleine Bintangs, het lokale Heineken.

‘Now, doewa bintangs kecil then Jan’ bestelde Sjaak.

‘Waarom noem je hem nou de hele tijd Jan. Ken je hem misschien van thuis in de kroeg?’ vroeg Mop, met een vleugje ironie in haar stem.

‘Nee, zo heet ie gewoon. Vond ik ook al een rare naam voor een Balinees maar iedereen noemt hem zo, hierzo.’   

Ik moest toch even glimlachen achter mijn krantje. Sjaak had dat heel goed gehoord. Zijn collega’s noemen Wayan inderdaad Yan.

Ze nam een slokje bier en keek Sjaak een tijdje zwijgend aan.

‘Ik hoop maar dat ik als eerste ga Sjaak’, zei ze.

‘Waar naartoe meid?’ antwoordde Sjaak terwijl hij, zo onopvallend mogelijk, een schaars geklede toeriste nastaarde.

‘Dood, Sjakie, dood. dat ik als eerste doodga. ik wil niet alleen doodgaan. Dat jij als eerste zou komen te gaan. En ik zou alleen achterblijven en dan wegkwijnen in zo’n rusthuis, op zo’n klein kamertje… Ik mag er niet aan denken of ik ga janken Sjaak.’

Sjaak was weer heel snel bij de les.

‘Schei uit Mop! We zijn met vakantie, het zonnetje schijnt. Hou nou toch eens op met die rare praatjes.’

‘En als ik dan als eerste zou gaan, wat zou jij dan doen Sjakie?’

Sjaak besefte, ondanks zijn rijtje Bintangs, dat dit een gevaarlijke vraag was.

Na een bedachtzame slok antwoordde hij:

‘Ik zou hier op Bali een huisje kopen denk ik, en vaak terugdenken aan de mooie momenten die we hier hebben gehad’.

‘Ach Sjakie..’, fluisterde ze, en keek mijmerend uit over de rijstvelden.

Sjaak glimlachte en keek over haar schouder heen naar wiegende heupen in een wel erg klein uitgevallen bikinibroekje.

Oom P.

Jean-Marie, een achterneef van Saar, belde op uit Jakarta. Hij zou de volgende dag aankomen op Bali samen met oom P.
Ik schrijf niet ‘P.’ om de anonimiteit van die oom te beschermen. Hij werd me voorgesteld als dusdanig: spreek uit [pé] dus.
Afhalen van de luchthaven was niet nodig, ze namen wel een taxi tot in Ubud.
Van oom P. had ik nog nooit gehoord. Het feit dat Jean-Marie hem ‘oom’ noemde was ook geen enkele garantie op welke familieband dan ook.
Zoals ik al eerder schreef vervangen de aansprekingen ‘oom’ en ‘tante’ in Indonesië gemakkelijk ‘mijnheer’ en ‘mevrouw’.
Het klinkt wat minder afstandelijk vermoed ik.

Bij aankomst in Villa Sabandari bleek ‘P.’ te staan voor Petrus en was de achternaam Sabandar.
Oom P. was een zoon van Saar’s oom, Otto Nang. Hij was met andere woorden  een volle neef en geen oom.
Voor Saar dan.
Hij was geboren in Allang maar werkte nu in Sorong, Irian-Jaya.
Op zijn linkerhand een duidelijk zelf aangebrachte tatoeage met de tekst ‘ETUS’, de letters een beetje schots en scheef.

De Ambonezen hebben namelijk iets met voornamen.
Oom P. heet dus eigenlijk Petrus maar niemand noemt hem zo.
Behalve dan waarschijnlijk zijn moeder. Toen hij nog klein was en ze boos was op hem.
Dan gebruiken ze graag de volledige doopnaam, met de tweede naam er bij als het even kan.
En uitgesproken met een een lange uithaal.

’Pettroes Johanniiiiiiisssss!’

Bijvoorbeeld.  

In het dagelijks leven wordt die doopnaam niet gebruikt maar afgekort of vervormd tot iets anders. In het geval van de volle neef dus ‘Etus’ of ‘Pé’.

Zo wordt Stefanus: Fanny, Louis: Ois, Javeth: Apeth, Estherlina: Etè, Juliana: Oelie enz.   

En dan heb ik het nog niet over Eva die Poppy werd genoemd omdat ze als baby op een pop leek,  Saartje Naomi die Amma wordt genoemd naar haar peetmoeder en al helemaal niet over Engelien die zich Nancy laat noemen naar Nancy Sinatra omdat ze een fan is van vader Frank.

Achternamen zijn ook veelzeggend. Je kan er vaak uit opmaken van welk eiland of dorp de drager afkomstig is, met wie hij volgens de adat (gewoonterecht) wel en niet mag trouwen en hoeveel bruidsschat je dient te betalen.

Oom P. opperde dat kinderen die werden geboren aan boord van een schip op weg naar Nederland, soms werden genoemd naar dat schip.

Zo was er een Albatros op Allang zei hij.

Ik grapte ‘Albatros Sipahelut zeker?’ Omdat naast Sabandar, Huwae en Sijaranamual dit één van de weinige Ambonese achternamen is die ik ken.

Bleek het nog te kloppen ook!

Etus keek me een beetje ongelovig aan. Zo : ‘Hoe weet hij dat nou weer!?’

‘Rare jongens die Belgen…’ zag je hem denken.

Alarm

Om 6:23 hoorde ik de telefoon rinkelen in mijn kantoortje.
‘Als het echt belangrijk is bellen ze wel terug op mijn gsm’  dacht ik en draaide me nog even om. Opnieuw inslapen lukte echter niet en om 7:10 zat ik alweer achter mijn computer.
Made, die normaal om 10 uur zou beginnen stond  om kwart over zeven in mijn kantoor met een doktersattest van Budhi. Die had net zijn vrije dag gehad en zou nu twee dagen thuis zijn wegens ziekte. Dat kan natuurlijk iedereen overkomen.  Hij had haar gebeld met de vraag het attest op te halen bij hem thuis en vroeger te beginnen. Het probleem was dat hij normaal de 2 Australische gasten die om 14:15 zouden landen in Denpasar zou ophalen bij aankomst in de luchthaven.  De andere chauffeur, Dewa,  zou volgens het schema pas starten om 14:00. Ik stuurde hem snel een SMS met de vraag om 13:00 te beginnen. Prompt antwoord dat dat geen probleem was. Flexibiliteit is hier geen loos begrip zoals u merkt.

Als hapjes voor bij de welcome drink had de kok toastjes met kipsalade, uitgeholde komkommer met scampi en cocktailsaus en gevulde paddenstoelen gemaakt.
Dat laatste was een attentie voor een van de gasten die vooraf had gemeld dat hij vegetariër was. De porties waren wat groot uitgevallen voor onze Australische vrienden en er was nog flink wat over toen ze naar hun kamer gingen om zich op te frissen.
Ik belde daarom Ayu in de keuken op en vroeg haar, in het Engels, want dat proberen we hen bij te brengen, om de rest van de snacks naar onze privé living te brengen.
Even later zagen we Nyoman en Dewa komen aangesneld, gewapend met bezems en stokken.
Geen snacks evenwel.
Ze bleven voor de geopende schuifdeuren staan. Dewa een metertje of zo achter Nyoman, en keken verrast naar Saar, die rustig aan haar computer zat.
‘Waar?’ vroeg Nyoman.(In het Bahasa Indonesia natuurlijk).
‘Waar wat?’ vroeg ik.
‘De slang’ antwoordde hij.
‘Slang, slang? Welke slang’ vroeg ik.  Dewa begon al een beetje half opgelucht, half geamuseerd te lachen.
Nyoman keek even wat verward naar Dewa en begreep er duidelijk niets meer van.
‘U hebt toch gebeld naar de keuken om te zeggen dat er een slang was in de living?’ zei hij. 
Ayu, die ‘snake’ gehoord had in plaats van ‘snack’ had onmiddellijk slangenalarm geslagen.   

Dewa lachte het hardst van iedereen. Hij is namelijk niet zo’n held als het op slangen vangen aankomt en was duidelijk opgelucht dat het vals alarm was geweest.  

Made vroeg met later hoe je dan precies ‘een klein gerechtje’ moest uitspreken in het Engels.
Ik legde haar uit dat je ‘snack’ met een korte ‘é’ klank uitsprak, het was tenslotte ook maar een klein gerechtje. Een ‘snake’ daarentegen was lang dus:  ‘snééééék’.

Die vergeet dat gegarandeerd nooit meer.         

Wrong Place, Wrong Time

wrongplace