Archive for the ‘Taal’ Category

Avro

showerredVilla Sabandari: An Ubud Boutique Resort

Ik ga altijd belachelijk vroeg slapen maar sta dan ook vaak belachelijk vroeg op.  Het is prettig om ‘s morgens, wanneer het nog niet helemaal licht is, uitgebreid te douchen en dan de dag fris en monter in te zetten terwijl de gasten nog lekker liggen te pitten.
Je kan dan ongestoord mail checken en krantje lezen terwijl de wereld rondom langzaam ontwaakt. Het is nog lekker koel, kopje koffie erbij en je voelt je de koning te rijk.
Tegen een uur of één heb je er dan al bijna de dagtaak van een gemiddelde nine-to-fiver opzitten en is een kleine siësta dubbel en dik verdiend. Dat spreek ik tenminste telkens weer met mezelf af. Ik slaap ook echt tijdens dat uurtje siësta.
Brutaal werd ik gewekt door het gerinkel van mijn GSM. Mijn ringtone is inderdaad nog echt een ringtone. Letterlijk. Een vrouwenstem die me, met een sterk Australisch accent uitlegde dat de afspraak met haar vriendin, die bij ons logeert, moest verzet worden van 19:15 naar 18:45. Of ik dat kon doorgeven. Natuurlijk kon ik dat. Daar ben ik voor. Toen ik vroeg met wie ik sprak antwoordde de vrouw dat ze ‘Avro’ heette.  Nog wat verdwaasd noteerde ik een en ander en zette mijn welverdiende siësta verder.
Het papiertje met de uren en de naam was ik natuurlijk vergeten in de slaapkamer toen, na mijn schoonheidsslaapje, de dame waarvoor de boodschap bestemd was mijn kantoortje binnenkwam.
Ik vertelde haar dat haar afspraak was verplaatst naar kwart voor zeven. Terwijl ik dat zei groef ik koortsachtig in mijn geheugen naar de naam van de vrouw die had opgebeld. Het was een rare naam, iets met T.V., een Nederlandse omroep! Dat was het!
‘Your friend Veronica asked to text her to confirm the change’, zei ik triomfantelijk.
Ze reageerde anders dan ik had verwacht.
‘Veronica?’ vroeg ze. ‘I don’t have a friend called Veronica. Could it have been Avril maybe? That’s my friend staying in Ubud now.’
Het was nu mijn beurt om beduusd te staren.
‘As in Avril Lavigne, you know, the singer?’
‘Yes, the singer, yes that’s the one, Avro, yeah, that’s the lady that left the message’, stotterde ik.
‘O.K. then, thanks Dirk’ zei ze.
Haar hele houding verried de gedachte: ‘What did he smoke?’
‘Avril’ uitgesproken met een Australisch accent klinkt als ‘Avro’.
‘Avro’ en ‘Veronica’ zijn Nederlandse omroepen.
‘Veronica’ is een meisjesnaam.
Ik was nog wat slaperig en mijn hersenen maakten een foute connectie.
Niks aan de hand verzekerde ik mezelf. Dat overkomt iedereen wel eens.
Hopelijk is dat inderdaad zo.

One of the Newest Bali Resort Hotels in Ubud

Das Ende ist mein Anfang

dasende

Dit boek kreeg ik van een Zwitserse vrouw die met haar man 3 nachten in Villa Sabandari  logeerde.
‘Het is een heel mooi boek’ zei ze, ‘… en ook op u van toepassing’ voegde ze er, wat cryptisch, aan toe.
Ook op mij van toepassing? In de betekenis van ‘zoals op iedereen van toepassing’ of specifiek op mij van toepassing vroeg ik me af toen ze al weg waren en ik de achterflap had gelezen.
Moet ik nu in paniek raken? Knipogende emoticon
Hoe dan ook, ons bibliotheekje is een boek rijker.
Waarvoor dank.
dasendetxt

Rustig hotel in Ubud Bali

Oom P.

Jean-Marie, een achterneef van Saar, belde op uit Jakarta. Hij zou de volgende dag aankomen op Bali samen met oom P.
Ik schrijf niet ‘P.’ om de anonimiteit van die oom te beschermen. Hij werd me voorgesteld als dusdanig: spreek uit [pé] dus.
Afhalen van de luchthaven was niet nodig, ze namen wel een taxi tot in Ubud.
Van oom P. had ik nog nooit gehoord. Het feit dat Jean-Marie hem ‘oom’ noemde was geen enkele garantie op welke familieband dan ook.
Zoals ik al eerder schreef vervangen de aansprekingen ‘oom’ en ‘tante’ in Indonesië gemakkelijk ‘mijnheer’ en ‘mevrouw’.
Het klinkt wat minder afstandelijk vermoed ik.

5 star hotels in Bali

Bij aankomst in Villa Sabandari bleek ‘P.’ te staan voor Petrus en was de achternaam Sabandar.
Oom P. was een zoon van Saar’s oom, Otto Nang. Hij was met andere woorden  een volle neef en geen oom.
Voor Saar dan.
Hij was geboren in Allang maar werkte nu in Sorong, Irian-Jaya.
Op zijn linkerhand een duidelijk zelf aangebrachte tatoeage met de tekst ‘ETUS’, de letters een beetje schots en scheef.

De Ambonezen hebben namelijk iets met voornamen.
Oom P. heet dus eigenlijk Petrus maar niemand noemt hem zo.
Behalve dan waarschijnlijk zijn moeder. Toen hij nog klein was en ze boos was op hem.
Dan gebruiken ze graag de volledige doopnaam, met de tweede naam er bij als het even kan.
En uitgesproken met een een lange uithaal.

’Pettroes Johanniiiiiiisssss!’

Bijvoorbeeld.

In het dagelijks leven wordt die doopnaam niet gebruikt maar afgekort of vervormd tot iets anders. In het geval van de volle neef dus ‘Etus’ of ‘Pé’.

Zo wordt Stefanus: Fanny, Louis: Ois, Javeth: Apeth, Estherlina: Etè, Juliana: Oelie enz.

En dan heb ik het nog niet over Eva die Poppy werd genoemd omdat ze als baby op een pop leek,  Saartje Naomi die Amma wordt genoemd naar haar peetmoeder en al helemaal niet over Engelien die zich Nancy laat noemen naar Nancy Sinatra omdat ze een fan is van vader Frank.

Achternamen zijn ook veelzeggend. Je kan er vaak uit opmaken van welk eiland of dorp de drager afkomstig is, met wie hij volgens de adat (gewoonterecht) wel en niet mag trouwen en hoeveel bruidsschat je dient te betalen.

Oom P. opperde dat kinderen die werden geboren aan boord van een schip op weg naar Nederland, soms werden genoemd naar dat schip.

Zo was er een Albatros op Allang zei hij.

Ik grapte ‘Albatros Sipahelut zeker?’ Omdat naast Sabandar, Huwae en Sijaranamual dit één van de weinige Ambonese achternamen is die ik ken.

Bleek het nog te kloppen ook!

Etus keek me een beetje ongelovig aan. Zo : ‘Hoe weet hij dat nou weer!?’

‘Rare jongens die Belgen…’ zag je hem denken.

Villa Sabandari: Resort and Spa in Ubud, Indonesia

Alles Paling

De Indonesische taal (ofte Bahasa Indonesia) zit eenvoudig in elkaar. Geen vervoegingen, geen meervouden, geen werkwoordstijden en ook geen trappen van vergelijking. Dus geen onbegrijpelijke, van alle logica ontdane bouwsels als Goed-Beter-Best. Nee, het Indonesisch voegt een woordje toe om een gradatie aan te geven. Voor de overtreffende trap is dat woordje Paling. Als je wil zeggen dat je supergrote honger hebt zeg dan : Saya (=ik) paling lapar! Als je daarna vindt dat je superlekker gegeten hebt zeg dan : Paling enak!

Alles is hier Paling.

De beesten, de bomen, de bloemen en de aanhoudende geluiden. Stil is het nooit. Niet overdag, niet ‘s nachts. Krekelsonates wisselen af met kikkerconcerten. Het hanengekraai overstemt het eendengekwek. En de kevers brommen, de gekko’s lachen en de tokehs tokken. Daarenboven fluit elke vogel zijn eigenzinnig frivool deuntje. (Voor de ouderen onder ons : De Polifinario van Toon Hermans voelt zich hier prima.)

Stil blijft alleen de vlinder. De vuistgrote zwarte vlinder die mij sinds gisteren overal achtervolgt. Eerst dacht ik dat het een zwaluw was. Of een vleermuis met een slaapstoornis. Maar het is wel degelijk een vlinder. Hij vliegt, traag klapwiekend, in gerichte rechte banen alsof hij ergens naar op weg is. Fladderen past niet bij zijn imposante duistere verschijning. Vreemd is dat hij nergens landt, hij zweeft hoog boven de bloemen. Het is geen honing wat hij zoekt.

Ik loop permanent met mijn fototoestel in aanslag maar krijg hem niet te pakken. Zelfs Google laat me in de steek; verder dan de angstaanjagende symboliek van zwarte vlinders kom ik niet.

Rejuvenating Spa Treatments in Lifestyle B&B Ubud, Bali

Nachtvlinders

Moths at the spa of Villa Sabandari, one of the newest vacation resorts in Ubud, BaliNachtvlinders, de insecten, hangen overdag als dorre bladeren aan de tuinverlichting, immobiel, als in een diepe slaap.

Dodelijk vermoeid, lijkt het van hun nachtelijke escapades.

Pas als het donker wordt en de lampen aangaan, komen ze weer tot leven en fladderen in groepjes rond de lichtpunten in de tuin.

Fraai getekende, fluwelige vleugels in vele tinten bruin die aanzetten tot nader onderzoek.

De analogie met de nachtvlinders in de red light districts van onze grootsteden is niet ver weg.

Spa Resorts in Ubud, Bali

Udang Diabolik.

We hadden een pak van 1 liter room in de koelkast (zie ‘De roomhistorie’) en dat stond er al een tijdje. Omdat ik Willy’s dagelijkse ‘Oom mau makan apa malam ini (Wat wil oom vanavond eten)?’ verwachtte, zocht ik daarvoor een oplossing. Stephan zou zeggen ‘Wat kan het leven toch simpel zijn’!, en dat is ook zo.
De laatste fishing trip naar Jimbaran had onder andere een halve kilo scampi’s (udang) opgeleverd. En er was bunga kol (van bunga = bloem en kol = kool). Willy zou rijst koken en ‘cap cay bunga kol’ maken. Gewokte bloemkool dus. Ik zou ‘udang diabolik’ doen, de Balinese versie van ‘scampi’s diabolique’. Dat had u goed opgemerkt.
Het resultaat van onze gecombineerde kookprestatie was lekker.
Zelfs A. was lovend en dan weet je dat je goed bent bezig geweest.
Tijdens het eten kreeg ik het flink op de heupen toen Willy, ondanks mijn vele uitspraaklessen, vroeg of we in België ook ‘seapood’ eten.
‘Hoe vaak heb ik nu al gezegd dat je een “F” in het Engels ook echt als “F” uitspreekt Willy!’ zei ik. ‘Het is “seafood”, niet “seapood”, en ja, dat eten we ook in België; we eten nu toch ook seafood? En door een Belg gemaakt volgens een Belgisch recept?’
Neen, het was ‘seapood’ wat ze bedoelde en wat we nu aten was geen ‘seapood’.
Saar legde met handen en voeten uit dat alles wat in de zee leefde ‘seafood’ was. Vis, garnalen, mosselen, kreeft, udang,… allemaal seafood.

Droom villa voor Ubud vakantie

Willy bleef herhalen dat ze dat allemaal wel wist maar dat je ook seapood kon vinden in de tuin en dat je het kon eten. Erg lekker volgens haar. Het was trouwens Bahasa Indonesia zei ze, geen Engels.
De grote stelligheid waarmee ze bij haar standpunt bleef deed me enigszins twijfelen.
Nu is Willy, zoals de meerderheid van de Ambonese vrouwen, wel een ‘kepala batu’ van het hardste soort (kepala= hoofd, batu = steen, koppigaard dus). Ze kan trouwens ook met grote stelligheid iets verdedigen wat totaal niet klopt. Maar toch, deze keer leek het anders.
‘En hoe schrijf je dat dan?’ vroeg ik.
S-I-P-U-T‘, spelde ze nadrukkelijk, al een beetje triomfantelijk.
Het woordenboek bracht raad.
‘Siput’ was ‘slak’.
Zowel zeeslak als landslak. Het was dus wel en niet ‘seafood’.
Kepala batu had dus gelijk, over de hele lijn.
Ik kroop maar weer in mijn schelp.
Siput = Snail (Blog Villa Sabandari rice field villa near Ubud)

De room historie.

We waren er eindelijk in geslaagd het bovenste deel van de gasoven te laten branden. Saar zou dan ook quiche maken voor het avondeten. Hoera!
Willy was iets minder enthousiast. Ze wist namelijk niet wat quiche was en wat ze niet kent wantrouwt ze. Nadat we haar hadden uitgelegd dat het een soort taart was met een hartige vulling draaide ze al wat bij.
Saar gaf aan Willy door wat ze allemaal nodig had zodat ze, samen met Made, op de brommer naar de Bintang supermarkt kon.
Groenten, gehakt en room moesten gekocht worden, de rest hadden we in huis.
Saar vroeg nog of Willy wist wat ‘room’ was. Ja, dat wist ze. Dat gebruikte je in taarten.
Quiche Lorraine in Villa Sabandari, Ubud Bali‘s Avonds tijdens het eten van de, tussen haakjes erg lekkere quiche, hoorde ik het verhaal over de Babylonische spraakverwarring.
Willy was van haar boodschappentocht teruggekomen met de groenten, het gehakt en een klein flesje rum.
Toen Saar vroeg wat de bedoeling was van die rum antwoordde ze dat tante toch rum had besteld voor in de taart.
‘Room!”, zei Saar ‘niet Rum!’.

Bali Villa in Ubud

Na enige verduidelijking en raadpleging van het engels-indonesisch woordenboek, had Willy gezegd ‘Oh, krim!’. ‘Waarom zei tante dan niet gelijk krim (= cream)!’
Ik zat me te verkneukelen bij dit alles,  en niet alleen om de spraakverwarring en de nog steeds verontwaardigde gezichten van beide partijen, stellig overtuigd van hun eigen gelijk.
Na het eten zei ik dan ook: ‘En nu tijd voor een kopje koffie met een lekker glaasje rum!’
Willy keek me een beetje zielig aan en zei toen ‘Tidak bisa (dat kan niet) oom.’
‘Hoezo, dat kan niet!?’ vroeg ik.
Bleek dat ze bij haar tweede shoppingronde het flesje rum van Saar had moeten omruilen voor een familiepak toiletpapier.
Saar keek me aan met een sardonisch lachje om de mond.
‘Je wil toch vermageren’, zei ze, ‘dan is rum heel slecht: veel suiker en veel alcohol. Het was voor je bestwil, geloof me’.
Ja potverdorie nog eens aan toe zeg!

Daar wordt aan de deur geklopt.

‘Ini siapa?’, ‘Wie is daar?’ riep Saar, midden van de nacht.
Na nog een laatste, kloppend geluid begon dan het ‘gekko, gekko, gekko,…’ en wist ze dat er helemaal niemand had aangeklopt.
Er zit een mannetjesgekko met last van zijn hormonen precies naast ons slaapkamerraam.
Wanneer hij van zich laat horen lijkt het of er helemaal geen raam is en hij ergens binnen op het plafond zit.
Zijn paringsroep begint met drie kloppende geluiden.
Flink luide geluiden bovendien. Of er iemand hard op een houten deur klopt.
Daarna roept hij een aantal keer zijn eigen naam.
Wanneer hij meer dan zeven keer roept brengt dat geluk schijnt het.
Gekkos zijn nachtelijke insecteneters en volstrekt ongevaarlijk.Voor alles wat er niet als een insect uitziet tenminste.
Overdag zitten ergens zeer rustig te wachten op de schemering.
Ze hebben de reputatie giftig te zijn, maar dat is dus niet zo.
Alle huizen en hotels op Bali hebben er.

Op Bali logeren bij Belgen in een Ubud hotel

De Gekkonidae bestaan uit een 65-tal hagedisachtigen die vooral in tropische streken voorkomen.Gekko in een hotel in Ubud Bali waar we logeren bij Belgen
Ze hebben zuignappen aan hun tenen en kunnen daarom, ondersteboven, op het plafond lopen.
Doordat ze de zuignapjes telkens moeten lostrekken, lijkt het net of ze met wiegende heupjes lopen.
‘Panta bengko’ voor de Ambonese lezers.
Grappig.
Saar heeft een hekel aan die aardige beestjes omdat ze wel eens wat durven laten vallen op een tafel of een stoel.
Dat is natuurlijk niet leuk maar hé, dit is wel Indonesië, dit zijn wel de tropen, en als tegenprestatie eten ze allerhande insecten waarover ‘Tante tché’ anders toch ook maar zou klagen.
‘You can’t have the cake and eat it.’
‘Tché’ is mijn vrije schrijfwijze voor de bijnaam die een vriendin voor Saar heeft bedacht.
Willy had aan tafel een keer opgemerkt dat: ‘… Tante always complains’.
Complain => ‘C’ => uitgesproken als ‘tché’ in Bahasa Indonesia.
Zo wordt een bijnaam geboren.
De echtgenoot van de vriendin merkte op dat zijn vrouw toch ook op tijd en stond flink kon klagen.
Waarop Willy de vriendin ‘Tante tché kwadrat’ en Saar ‘Tante tché kubik’ doopte.
Naast psychologe ook nog wiskundige.
Elke dag weer een verrassing.

De Parang Hysterie

Parangofwel hakmes in hotel in Ubud, Bali waar veel Vlamingen logerenWilly was in october 2008 een maand in Ubud en had toen gemerkt dat je op Bali geen parang (hakmes) kan kopen waarmee je makkelijk kokosnoten kunt openen. Ze kocht er daarom eentje op Ambon, haar vader paste die eigenhandig aan en ze bracht het kleinood mee naar Bali.
‘En alleen gebruiken voor kokosnoten!‘, had Saar nog zo gezegd.
Op de dag dat twee werknemers van de tuinaannemer de bomen kwamen snoeien, had Willy onze tuinman Komang gezien met haar parang zo bleek later.
‘s Avonds was die parang zoek.
Drama in het Sabandari hotel. Het leek verdorie wel of de kroonjuwelen gestolen waren! De twee externe tuinmannen waren ongetwijfeld de schuldigen. Of toch zeker één van hen. Er was immers niemand anders in de tuin geweest.
Oom moest praten tegen de boss van de tuinmannen, en tegen de architect! Haar geliefde parang was weg! Gestolen! Ontvoerd!
Ik zag haar denken ‘My baby…!’
Dat laatste is misschien een ietsje overdreven.
In ieder geval werd de druk op schrijver dezes flink opgevoerd.
Tijdens de werfvergadering op dinsdag was de parang agendapunt nummer één. Joost, de architect, zou er werk van maken.
De volgende ochtend nog geen nieuws.
Dan arriveerden de tuinmannen…
Willy had de twee schuldigen onmiddellijk in de smiezen en haar ogen werden nog donkerder dan gewoonlijk. Ze keek in mijn richting en verwachtte actie. Dat kon ik zo zien.
Na een paar keer diep ademhalen en een korte pauze om de testosteron- en adrenalineniveaus te laten stijgen ging ik er resoluut op af.

Villa Sabandari: Hotel in Ubud, Bali

Ze waren met z’n zevenen of achten, allemaal potige jonge kerels.
Na een speech in lagere school Indonesisch, doorspekt met Engelse woorden, was de probleemstelling duidelijk: ‘Die parang moest en zou gevonden worden of er was tai* aan de keneker**!’
Na een korte pauze lieten ze me weten dat het de bouwvakkers geweest  waren. Ze wisten van niks.
Des te bozer ik werd, des te vloeiender werd mijn Bahasa Indonesia en des te verder trokken Willy en Saar zich terug in de keuken.
Misschien speelde mijn gelaatsuitdrukking ook wel een beetje mee.
In ieder geval was de boodschap ‘loud and clear’:
‘Parang tegen het muurtje achter de keuken voor 17u of ik zocht een andere tuinaannemer.’
Er volgde een vergadering op luide toon en toen stormden alle tuinmannen tegelijk naar beneden, naar de grens  tussen tuin en sawah.
Na nog geen minuut voltrok het mirakel zich: de parang werd gevonden, tussen de struiken, het lemmet in de grond! Halleluja!
De zwarte piet ging naar Komang, onze eigen tuinman.
Die had het mes daar zeker verloren!
Maar ik mocht niet boos op hem zijn.
Was een verstrooide Komang de oorzaak van de hysterie?
Werd in de algemene commotie de parang ‘gevonden’ tussen de struiken?
Gaat het om een miraculeuze materialisatie?
Het kan me niet schelen.
Ik heb wel een aantal dingen geleerd:
  • er kan een emotionele band ontstaan tussen een mens en een parang;
  • boos worden helpt (soms);
  • boos zijn verhoogt tevens je vaardigheid in een vreemde taal of wekt althans die indruk;
  • mijn hart kan minder goed tegen stress dan vroeger;
  • de vrouwen in mijn huis hebben een grote mond, behalve als het erop aankomt.
Eind goed, al goed tôh?
__________________________
* tai: str*nt

** keneker: knikker

dirk weemaes – ubud bali

Bahasa Indonesia, the easy way.

you can run a guesthouse or boutique accommodation in Ubud Bali without knowing Bahasa Indonesia but it helps

Eend is ‘bebek’ in het Bahasa Indonesia. En in het Engels is het ‘duck’. Logisch dus dat ‘Donald Duck’ in Indonesië ‘Donal Bebek’ heet. Het klinkt alleen wat raar.

‘En Mickey Mouse dan?’ hoor ik u denken. Wel, ‘mouse’ = ‘muis’ en dat is ‘tikus’ (spreek uit ‘tikoes’) in het Bahasa Indonesia. ‘Miki Tikus’ dus.

Vindt u dit allemaal zo interessant dat u stante pede wil beginnen met een cursus ‘Indonesisch voor beginners’?
Dit online boekje met avonturen van Donal Bebek en Miki Tikus geeft u alvast een voorsprong.
Veel plezier ermee!

Ubud Boutique Rice Field Accommodation Bali