Archive for the ‘Cultuur en Religie’ Category

Geen Avatar in de badkamer!

(O.K., geplaatst door Dirk maar geschreven door Tina)
Langs de weg tussen Ubud en de Makro in Denpasar stikt het van de handelaars in stenen beelden. Stone carving geldt hier als een gerespecteerd lokaal ambacht.
Mijn Opdracht 12 – Koop twee stenen beelden voor de piëdestallen in de badkamers – lijkt dan ook een makkie. De planning is om met Dewa de chauffeur, op terugweg van mijn trip naar de Makro (kleerhangers, sticker remover, koksmutsen, vijftig stoffen servetten…) even te stoppen bij een openlucht beeldenshop in de Stone Carving Street. Daar twee esthetisch verantwoorde beelden aan te wijzen, en hopla, taak 12 volbracht.
Dichtbij de Makro passeren we een rondpunt met in het midden een fonteinachtig iets. Op de rand van de waterpartij staan een tiental beelden. Omdat de parallel tussen fontein en badkamer voor de hand ligt, vraag ik aan Dewa of hij Hindoegoden kent die gerelateerd zijn aan water, aan reiniging of aan zuiverheid. Want het is toch een goed idee om beelden te kopen die qua symboliek iets te maken hebben met een badkamer, denk ik. In Griekenland zou ik kiezen voor een marmeren Poseidon en in Rome voor een granieten Neptunus.
Dewa geeft mij een ingewikkelde uitleg over een Hindoe god – Varaha - die de aarde terugvond nadat die in de zee was gevallen. Voor de rest heeft hij geen andere suggestie voor Hindoe Watergoden. Wat magertjes maar ja, een chauffeur heeft geen proef afgelegd over de symboliek van de plaatselijke goden.
Als ik hem uitleg dat we beelden gaan zoeken voor de twee badkamers die morgen door de eerste gasten zullen ingewijd worden, stelt hij voor dat ik in de shop beelden kies die ik mooi vind en dat hij dan zal zeggen of ze wel “suitable for the bathroom” zijn.

Ubud, Bali : Romantic hotels or Accommodation

Tussen de massa’s beelden duid ik eerst een elegante danser aan.
“Wat denk je, Dewa, kan dit?”
Aziaten krijgen geen “neen” over hun lippen, dus met een verlegen glimlach en een heleboel verontschuldigende woorden legt hij me uit dat dit beeld van een danser een afbeelding is van god en “not suitable for bathroom”.
Ik wil niet te veel tijd verliezen aan getwijfel en wijs hem een soortement elegante zeemeerman aan – half man half vis – elk fijn schubje van zijn staart is prachtig uitgewerkt, de hoogte is perfect, de lichte zandsteen helemaal geassorteerd bij de okerkleurige achtergrond van de open badkamers. Kortweg ideaal.
“Is deze oké Dewa?”, vraag ik voor alle veiligheid.
Ongemakkelijk prutst hij aan de kraag van zijn kraakwitte hemd, “ This is also a god, madam, I think this is not suitable for bathroom.”
Na wat aandringen kom ik erachter dat geen enkele afbeelding van een god “suitable is for bathroom”. Hindoes zouden dat respectloos vinden. Als er iets is dat ik niet wil doen is de Balinezen met een badkamerbeeld tegen het hoofd stoten. Figuurlijk noch letterlijk.
Dewa’s info maakt Opdracht 12 ineens wel knap lastig.
Buiten de mij bekende Hindoe goden Shiva, Brahma, Krishna en Vishnu bestaat er nog een rist voor mij totaal onbekende godheden. Op de koop toe heeft Vishnu negen Avatars.
Of minder trendy : Avatara’s. Ook goden hebben blijkbaar een Second Life.
Vishnu verscheen in negen verschillende gedaanten op aarde. Als verlosser van de wereld.
Dat verhaal klinkt mij bekend in de oren.
Vishnu nam ook dikwijls de gedaante aan van een dier : een schildpad, een leeuw of een vis.
Als ik Dewa vraag om de beelden aan te wijzen die géén goden zijn, slinkt mijn keuze tot een fractie van het tentoongestelde aanbod.
Small statue in one of the romantic luxury hotels in Ubud BaliMogelijk blijven : wat abstracte torentjes en gestileerde bloemen, een angstaanjagend koppel besnorde muzikanten en gelukkig – de goden zijn mij gunstig gestemd – wat kunstige danseressen.
Alle kamers in Villa Sabandari hebben namen van dansen gekregen. Vijf Balinese dansen en een Ambonese (de roots van Saar zijn Ambonees.)
Beelden van danseressen zijn dus perfect. Ik kies twee crèmekleurige rustende danseressen die wat mij betreft schitterend tot hun recht komen in de badkamers van de Barong-kamer en de Legong-kamer.
Wat de definitieve plekken zullen worden van al die andere godsbeelden en hun Avatars weet ik niet maar als het van onze Dewa afhangt niet in Balinese badkamers.
En ik sluit mij daar respectvol bij aan.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Inzegening

A ceremony for a new car in Ubud, Bali

Op terugweg van Denpasar, na een zoektocht naar professioneel keukenmateriaal in een van de weinige professionele zaken op Bali, vroeg Wayan of ons huis al ingezegend was.
Wayan helpt ons met het inrichten van de keuken, het opstellen van menu’s, het zoeken naar betrouwbare leveranciers en andere voeding gerelateerde zaken.
Ik moest  ontkennend antwoorden.
Zelfs onze auto, die we toch al een aantal maanden hebben, is nog niet gezegend. De foto hiernaast toont de upacara voor de auto van onze buurman. De man in het wit is de priester en voor de auto liggen offers allerhande.
Veel heeft de ceremonie niet mogen baten vermits de auto door de chauffeur flink in de kreukels werd gereden en een week of 6 in de garage is geweest voor reparatie.
Het personeel verwacht van de huiseigenaar dat er een inwijdingsceremonie gebeurt. Zo niet zullen ze zich niet op hun gemak voelen in het huis en bang zijn om er te overnachten.
Het zal wel toeval zijn, maar Willy vertelde dat ze al een paar nachten voetstappen hoort in het gangetje voor haar kamer. Ze hoort ook geklop, alsof er mensen aan het werk zijn.
Het wordt tijd dat we orde op zaken stellen.  Ik heb een afspraak om de hogepriester te spreken samen met Pak Mis, de vorige kepala banjar en natuurlijk Dewa als tolk. De priester zal een goede dag bepalen voor de ‘Grand Opening’, rekening houdend met de Balinese kalender en tevens een raming maken van de kosten. We overwegen een kleine upacara zo snel mogelijk en de grote in September wanneer de kinderen op bezoek komen.

Bali Hotels & Accommodation at Ubud

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Een blad in de rivier

Maya Ubud Hotel Bali. Boutique Resorts Accommodation.

Een boogscheut van ons verwijderd ligt het hotel Maya Ubud Resort & Spa. Ik stuurde een mailtje naar de manager met de vraag om een kennismakingsmeeting. We zijn tenslotte bijna buren.

Ubud, Bali Hotels Resorts Accommodation

Er volgde prompt een lunchinvitatie.
Zichzelf uitnodigen is normaal de specialiteit van onze zoon Stephan maar hij heeft het niet van een vreemde zoals u merkt.
Het resort heeft 106 kamers, drie restaurants en het domein is 10 hectare groot. Een tikkeltje intimiderend was het wel toen we de oprijlaan opreden.
De general manager stelde voor te lunchen in het restaurant van de Spa. Na een gezonde wandeling kwamen we bij een lift die ons 30 meter lager voerde , door de rotsen heen, tot vlakbij de Petanu rivier. In de Spa werken 23 vrouwen en er worden tot 50 behandelingen per dag gegeven.
Het totale personeelsbestand: 297 medewerkers.
De overigens uiterst beminnelijke manager, heeft 36 jaar Indonesië ervaring, waarvan een groot gedeelte op Bali. Hij schetste een weinig hoopgevend beeld van de problemen waarmee hij sinds de start van het hotel, 11 jaar geleden werd geconfronteerd.
Het hotel wordt omringd door een aantal dorpsgemeenschappen, banjars. Die stelden allemaal, van tijdens de constructiefase van het hotel, onmogelijke eisen.
Twee chefs van omliggende banjars presteerden het 2000 sollicitatiebrieven te laten afgeven, met de vermelding dat al deze mensen in dienst moesten worden genomen. De vorige eigenaars van de percelen waarop het hotel werd gebouwd, eisten dat hun familie werd tewerkgesteld omdat het hotel op hun (weliswaar intussen verkochte…) grond stond. Om hun eisen kracht bij te zetten, posteerden zich honderden mensen op de hellingen rond het hotel, voorzien van spiegels waarmee ze de gasten voortdurend probeerden te verblinden. Met de regelmaat van een klok werden, voor zonsopgang, bamboekanonnen afgeschoten om de gasten te irriteren. Intimidatie door grote groepen dorpelingen bij de poort van het hotel was ook geen uitzondering. ‘Belligerent’ noemde de manager de Balinezen, en dat betekent toch zoveel als ‘oorlogszuchtig’…
Bij de opening had Maya Ubud 10.000 sollicitatiebrieven ontvangen…
Getalenteerde mensen uit andere dorpen konden niet in dienst komen door de exorbitante eisen die werden gesteld in verband met het percentage ‘eigen volk’ dat in dienst moest komen. De manager gaf ook het voorbeeld van zijn eigen huispersoneel; 2 mensen komen niet uit het dorp waar hij woont. Maandelijks moet hij daarom een belasting betalen aan de lokale ordedienst, de Pecalang omdat hij ‘vreemdelingen’ in dienst heeft. Vreemdelingen weliswaar uit een naburig dorp, maar het blijven voor de inwoners van de banjar vreemdelingen.
Uiteindelijk draait het allemaal om geld. Op weg naar het restaurant zagen we op een helling een grote oppervlakte bedekt met wasgoed en midden daartussen een grote spiegel. Het is de manier van de vrouw, van wie het grondstuk is, om haar eis om in dienst te worden genomen kracht bij te zetten. ‘Geef me werk of ik verpest je uitzicht’, dat is wat het wasgoed zegt.
De politie verleent geen enkele assistentie bij dit soort conflicten. Het zijn sociale problemen en die moet je zelf met de banjar oplossen.
Ubud Hanging Gardens Hotel. Bali Boutique Resorts Accommodation

We moeten vooral oppassen voor de eigenaars van de rijstvelden waarop we uitkijken. Die zullen geld komen vragen voor het uitzicht dat de gasten hebben. Het zijn namelijk hun rijstvelden die zorgen voor het panorama en daar moet voor betaald worden.

We mogen ons ook verwachten aan het bezoek van een afvaardiging van de tempel en de vraag naar een substantiële bijdrage.
Tegenover een bekend hotel ‘Ubud Hanging Gardens’, staat, aan de andere kant van de vallei een grote tempel. De verantwoordelijken van die tempel hebben grof geld geëist omdat de hotelgasten in zwempak een storende  aanblik boden aan de gelovigen in de tempel. Enkel al gezien de afstand tussen tempel en zwembad is het duidelijk dat dit een vals argument is. Overigens kijk ik vanuit mijn bureau uit op een afwateringskanaal aan de overkant van de sawah, en word ik daar dagelijks vergast op badende Balinezen in meer of mindere staat van ontkleding. Diezelfde goot wordt ook zonder enige gêne gebruikt als openbaar toilet. Maar waag het niet de overflow van je zwembad te lozen in een afwateringskanaaltje! Dan krijg je problemen met ‘de subak’, de traditionele verantwoordelijken voor de irrigatie van de rijstvelden. De verklaring is dan dat er geen water in de rijstvelden mag komen waarmee mensen zich hebben gewassen (zwemmen = wassen). Bij de blote konten waarop ik dagelijks uitkijk zal het dan waarschijnlijk niet gaan om ‘wassen’ maar om ‘ritueel reinigen’ zeker?
De manager citeerde een westerse auteur die in de vorige eeuw schreef dat wij westerlingen voor de Balinezen zijn als ‘bladeren die voorbij drijven in de rivier’, eventjes vervelend, maar ook snel weer weg.
Eén ding is zeker, ons talent voor het zoeken naar compromissen en het diplomatisch oplossen van confrontaties zal danig op de proef worden gesteld.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Dorpspolitiek

A Quiet and Romantic Bali Hotel Accommodation

De euforie na de geslaagde socialisatie bleek wat voorbarig.
De Kelihan, het hoofd van de banjar of dorpsgemeenschap, vroeg dag na de bijeenkomst of Dewa, onze chauffeur en intussen ook bemiddelaar in Balinese aangelegenheden, bij hem kon komen om een bericht voor mij op te halen. Ik had op dat moment al moeten beseffen dat er wederom stront aan de knikker was.

Dat bericht was geen schriftelijke nota maar een mondeling overgebrachte eisenbundel.

Viewof the rice field from the open air shower at Villa Sabandari, a romantic luxury hotel in Ubud, Bali.Waarom die dingen niet tijdens de socialisatiemeeting op tafel waren gekomen is me een raadsel. Zoals wel meer dingen in dit land.
Vooraleer de banjar zijn formeel akkoord verleent met onze exploitatie moet er eerst een MoU (Memorandum of Understanding) worden opgemaakt waarin onze verplichtingen zullen worden neergeschreven. We worden met andere woorden op een diplomatisch verantwoorde manier gechanteerd. Zonder de vijftien handtekeningen van de banjar kunnen we niet verder naar de volgende fase.
Voor zover ik het begrijp gaat het om de volgende dingen:
  1. We moeten de overlast accepteren die onvermijdelijk het gevolg zal zijn van onze ligging vlak bij de tempel. We horen verder onze gasten duidelijk te maken dat de tempel een heilige plek is. Er zijn nl. gevallen bekend van hotels op Bali die hebben geëist dat de luidsprekers met de gezangen werden uitgeschakeld tijdens de tempelrituelen. Ook werden de gamelanrecitals stilgelegd. Verder presteren bepaalde toeristen het om, ongegeneerd en met minimale kledij dwars door plechtigheden heen te lopen, net of dat de normaalste zaak van de wereld is. Op zich lijken me dat legitieme bekommernissen en heb ik daar geen moeite mee. Ik denk trouwens dat de meeste toeristen die Bali hebben gekozen als vakantiebestemming, een tempelceremonie naast de deur helemaal niet erg zullen vinden. We stellen trouwens ceremoniële kleding ter beschikking, zodat de gasten, onder begeleiding van onze medewerkers, de tempel kunnen bezoeken om getuige zijn van de rituelen.
  2. Omdat we aan het rijstveld grenzen moeten we rekening houden met de eisen van de subak, de instantie die de irrigatie regelt.
  3. We moeten een eenmalige bijdrage betalen aan de banjar omdat we het hotel op hun grondgebied hebben gevestigd.
  4. We moeten elke 6 maanden 100 kg rijst of de tegenwaarde ervan in geld schenken aan de banjar.
  5. Minimaal 25% en maximaal 40% van ons personeelsbestand moet bestaan uit mensen van de banjar. Hier heb ik het wel moeilijk mee omdat het de bedoeling is met een minimale bezetting de hele operatie te runnen. Dat moeten dan wel allemaal goed gekwalificeerde mensen zijn. Het zal een dosis diplomatie vragen om hier een mouw aan te passen. Maar dat zal wel lukken. België is niet voor niets het land van de compromissen, dus voor een stukje ben ik door geboorte een ervaringsdeskundige.
Gisteren zou de Kelihan met een delegatie bij ons langskomen om dit alles door te spreken. Dat plan werd echter doorkruist door de Kepala desa van Peliatan, de burgemeester dus. Die staat in de hiërarchie een trapje hoger dan de Kelihan en heeft duidelijk gemaakt dat hij, om de zaken te vereenvoudigen, een MoU zou opmaken waarin de eisen van het dorp, de banjar, de tempel en de subak zouden worden gebundeld.
Het worden weer spannende dagen.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Veilig Verkeer Bali

Autorijden op Bali is een speciale discipline. Niet alleen staat het stuurwiel, voor ons Europeanen van het vasteland tenminste, aan de verkeerde kant, dat geldt evenzo voor de pook en de richtingaanwijzers. En wat dat alles voor gevolgen kan hebben mocht ik al een aantal maal ervaren.
Blijkbaar stonden de richtingaanwijzers van mijn tweede autootje, een rode Datsun, niet aan dezelfde kant van het stuur dan de auto waarin Saar in Nederland had gelest.
Ik woonde nog bij mijn ouders, toen ze bij ons logeerde en toch ook wel eens in die auto wilde demonstreren waarom ze haar rijbewijs in één keer had gehaald. De Bloemenlei in Brasschaat is een mooie, rustige straat met lindebomen aan beide zijden en enkel lokaal verkeer; er staat namelijk een slagboom ergens halverwege zodat sluipverkeer niet mogelijk is. De oprijlaan van het huis is eerder smal en vlakbij de straat staat moet je gevaarlijk dicht bij een flinke beukenboom langs. Ze deed het heel goed en mijn greep aan de rand van de stoel begon al wat te verslappen toen we links de straat op moesten draaien.
In plaats van te draaien hoorde ik haar nog zeggen ‘Nou, waar zitten die richtingaanwijzers eigenlijk!?’ Tot mijn afgrijzen zag ik haar links en rechts van de stuurkolom op zoek gaan naar het hendeltje, intussen gewoon de voet op het gas. We gingen rechtdoor, de straat over en kwamen tegen een lindeboom tot stilstand.  Een dikke deuk in mijn mooie wagentje. En het was natuurlijk de schuld van de auto. De richtingaanwijzers stonden immers ‘aan de verkeerde kant’.
Stephan heeft tijdens zijn korte bezoek aan Bali ook kunnen vaststellen dat het toch weer even wat anders is wanneer je als bestuurder rechts in de auto zit. Je voelt de grootte van de auto minder goed aan en schat de zaken daarom soms verkeerd in. Op weg naar een restaurant in Ubud ratelden we dan ook met de linkerspiegel van de huurauto langs een aantal geparkeerde bromfietsen die alle kanten op stuiterden. Ik liet Stephan stoppen en keerde te voet terug om de schade te gaan opmeten. De bromfietsen waren als bij wonder allemaal verdwenen. Ik vermoed dat ze toch wat te dicht bij de rijbaan hadden gestaan, zodat de eigenaars geen schuldbewuste, maar een boze vreemdeling hebben verwacht, op zoek naar compensatie voor de geleden schade.
Een lange inleiding om duidelijk te maken dat je best een paar keer nadenkt voor je als bestuurder aan het Balinese verkeer gaat deelnemen.

Ubud Bali Holiday Hotel

Member of the Pecalang at a temple near Villa Sabandari, a holiday hotel in Ubud BaliEr zijn de upacara’s, de tempelceremoniën, die ervoor zorgen dat de helft van de weg is afgesloten. Rustig blijven, je beurt afwachten en de instructies volgen van de lokale ordedienst, te herkennen aan hun wit- zwart-grijs geblokte sarongs met een  rode bies en hun jacks of T-shirts met opschrift ‘Pecalang’.  Neem een paar foto’s van het kleurrijke spektakel, stap even uit om de benen te strekken. Vooral niet nerveus worden. Je bent in Bali en deze gang van zaken is hier normaal. Jij bent de allochtoon weet je wel.
Pas goed op voor straathonden die, zeker in de kleinere dorpen, gewoon vrij rondlopen en de straat zonder waarschuwing oversteken. Hetzelfde geldt voor kippen, katten en soms ook koeien.
Er wordt constant aan de weg gewerkt, of aan de goten aan de kant van de weg. Dat geeft overdag flink wat hinder. ’s Nachts is het ronduit gevaarlijk. De hopen zand, grind en rotsblokken liggen gewoon op de weg. Geen fluorescerende borden of lantarens om je voor de obstakels te waarschuwen. Je ziet die obstructies plots in het licht van je koplampen opduiken. Niet te hard rijden is daarom de boodschap.
Ben je de weg kwijt, stap dan eerst uit voor je aan een voorbijganger de weg vraagt. Het wordt als onbeleefd beschouwd wanneer je dat doet, zittend in de auto. Bereid je er ook op voor dat een Balinees je nooit zal zeggen dat je een weg links of rechts moet nemen. Men gebruikt de windrichtingen. Ze leggen het dus als volgt uit: ‘U rijdt verder door naar het noorden, ongeveer 500 meter, dan de weg naar het oosten, rechtdoor blijven gaan en bij de bocht weer naar het noorden.’ Of iets van die strekking. Je bedankt dan met en beleefde ‘terima kasih’ en stapt een beetje verweesd je auto weer in, nog meer gedesoriënteerd dan voor je uitstapte.
Het was me al een aantal keer opgevallen dat Dewa, onze chauffeur, soms op de meest onmogelijke momenten claxonneerde. Bij het verlaten van een dorp, met geen ander verkeer in velden of wegen te bespeuren of net voor we, na een scherpe bocht een brug oprijden laat hij van zich horen. Ik heb geleerd dat het er niet om gaat andere auto’s te waarschuwen van je komst. Neen, je  toont respect voor de geesten en vraagt toestemming om weg of brug te gebruiken. Het kerkhof ligt immers vaak aan de rand van het dorp en de rivier wordt ook bewoond door allerhande onzichtbare wezens.
Pas verder goed op voor kinderen, lopend, rennend, spelend, fietsend. Ze rekenen erop dat jij hen hebt gezien.
Parkeermeters zijn er niet. Wel parkeerwachters. Voor 1000-2000 rupiah (0.15-0.30 euro) wijzen ze je een plaatsje waar je de auto kan achterlaten, houden een oogje in het zeil tijdens je afwezigheid en loodsen je weer veilig het verkeer in wanneer je vertrekt.
Tot zover deze aflevering van ‘Veilig Verkeer Bali’.
Ik groet u.
Van op de passagiersstoel, dat spreekt vanzelf.
Dirk

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Socialisatie

Villa Sabandari in Ubud, Bali: a luxury holiday accommodation. A view of the pool and 4 rooms
We hebben ons van bij het begin van ons bouwproject voorgenomen alles volgens de regels van de kunst te doen.
Netjes een bouwvergunning aangevraagd, verblijfs- en werkvergunningen in orde gebracht, een Indonesische firma gesticht, ons op gezette tijden gemeld bij de politie en ga zo maar door.
De Indonesische vlag is rood en wit en ik begin hoe langer hoe meer te denken dat het rood moet staan voor ‘red tape’.
Al in april had ik een meeting gevraagd met Pak Mis, het hoofd van de banjar, de lokale gemeenschap. Toen de uitnodiging zonder gevolg bleef ben ik de kepala banjar zelf gaan opzoeken in zijn winkeltje. Hij stemde toe thee te komen drinken. Wanneer dat dan zou zijn, had ik gevraagd. ‘Besok’ had hij geantwoord. Besok betekent ‘morgen’. De hele dag heb ik gewacht op Pak Mis; en de volgende dag en de hele week erna.
Pak Mis kwam niet.

Luxury Holiday Hotel Ubud, Bali

Dewa, onze chauffeur en inmiddels zowat onze ombudsman voor Balinese aangelegenheden, moest een beetje lachen toen ik hem vertelde dat Pak Mis had beloofd ‘morgen’ langs te komen.
Morgen’ is in Bali, en eigenlijk in heel Indonesië, een flexibel begrip. Het betekent niet letterlijk ‘de volgende dag’ zoals wij westerlingen in al onze naïviteit veronderstellen. Neen, ‘morgen’ is een onbepaald moment in de toekomst. Net zoals ‘kemarin’ (gisteren) een onbepaald moment in het verleden is.
Enfin, ik stuurde Dewa opnieuw naar Pak Mis in de veronderstelling dat de communicatie dan iets duidelijker zou verlopen. En jawel hoor. Diezelfde namiddag zat hij, met Dewa erbij als vertaler, bij ons thuis thee te drinken. Ik legde hem uit waar we mee bezig waren en dat we de bedoeling hadden ons in de lokale gemeenschap te integreren en respect wilden opbrengen voor de lokale gebruiken en tradities. Het bezoek duurde anderhalf uur en we gingen uit elkaar met de belofte dat hij een keertje zou terugkomen met zijn vrouw; die was namelijk al in Europa geweest en sprak veel beter Engels dan hij.
Ik veronderstel dat ‘een keertje’ nog verder in de toekomst ligt dan ‘morgen’, maar dat zien we dan wel weer.
Socialisatie is een stap in het proces om de exploitatievergunning voor het hotelletje in orde te krijgen. Het betekent concreet dat er een meeting plaats moet vinden met de dorpsraad om het project toe te lichten en te laten goedkeuren. Je hebt immers 15 handtekeningen nodig van leden van de banjar om je vergunning te kunnen krijgen. De lokale gemeenschap heeft op Bali erg veel macht, vandaar waarschijnlijk deze volksraadpleging.
Na maanden van uitstel had dan eindelijk gisteravond de socialisatie plaats in het gemeenschapsgebouw van de banjar. Eigenlijk een grote, halfopen ruimte waar de mannen van het dorp regelmatig samenkomen. Vrouwen worden niet toegelaten.
De samenkomst was gepland om 19u en om kwart voor zeven kreeg ik al telefoon. Iedereen was aanwezig en ze wachtten op mij. Normaal is er dus absoluut nooit iemand op tijd voor een afspraak, jam karet weet u wel, en nu was ik de laatste op het appel!
Zo’n 50 mannen, allemaal in traditionele dubbele sarong, selendang en hoofddeksel stonden buiten te wachten. Bijna evenveel bromfietsen kris kras voor het gebouw geparkeerd. Gelukkig had ik op aanwijzing van Dewa ook een sarong aangetrokken. De sandalen bleven op een hoopje voor de poort achter, net zoals bij het binnengaan van een moskee. In het midden van de ruimte stond een laag rechthoekig tafeltje. De pas verkozen voorzitter nam daar achter plaats en mij werd de plek naast hem aangewezen. Door de drukte had ik niet gezien dat er nergens stoelen stonden. Iedereen ging soepel in kleermakerszit. Iedereen behalve ik natuurlijk. Zo goed en zo kwaad mogelijk nam ik een zithouding aan die niet al te veel uit de toon viel, veilig verstopt achter het tafeltje en onder mijn breed uitwaaierende sarong. Dat werd dus geen rugvriendelijk onderonsje.

In U-vorm voor ons tafeltje zaten 50 Balinezen de bleke snoeshaan aan een nauwgezet onderzoek te onderwerpen. De voorzitter kwam eerst aan het woord, daarna volgde een vragenronde uit het publiek. De toon was niet vriendelijk maar ik begreep er bitter weinig van. Bepaalde sprekers verhieven hun stemmen en keken me boos aan. Als laatste kwam Pak Mis aan het woord. Hij sprak lang en ook soms op luide toon, maar niet tegen mij, wel gericht tot de anderen. Later vertelde Dewa dat iedereen boos was omdat we al ver stonden met het project en niemand hen erover had ingelicht. Pak Mis legde uit dat ik al een half jaar geleden had aangedrongen op een meeting maar dat er telkens wat was tussengekomen. Een ceremonie, een crematie, de verkiezing van de nieuwe voorzitter enz. Ze moesten dus de hand in eigen boezem steken. Dat kalmeerde de gemoederen en er werd verder nog enkel gepraat over de overlast die de tempel zou kunnen geven bij drukke ceremoniën, het belang van de subak (waterhuishouding) in de rijstvelden waarop we uitkijken en mogelijke tewerkstelling van lokale mensen. Ik werd uitgenodigd om elke zes maanden een vergadering bij te wonen. De uitbating werd met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

Rice field view from Villa Sabandari, one of the luxury holiday hotels in Ubud, BaliOngetwijfeld erg houterig kon ik eindelijk opstaan.
Tetelestai!
Dewa pikte feilloos mijn sandalen uit de stapel en we konden naar huis.
Even bijpraten en verslag uitbrengen bij een kopje koffie. Thee in Dewa’s geval.
Het was weer een spannende dag.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Kuningan

Design of Bali Boutique Resort

Het is de tiende dag na Galungan.
Weer een reden om te feesten. Het feest heet ditmaal Kuningan.
De Galungan periode is een symbolische afspiegeling van de strijd tussen goed en kwaad en de belangrijkste functie van Kuningan is het vieren van de overwinning van het goede en  het herstel van  evenwicht en harmonie in de wereld.
De geesten van de voorouders keren vandaag terug naar de hemel.
‘Kuning’ betekent ‘geel’ en dat is voor inwoners van Bali de kleur die grootsheid en uitmuntendheid symboliseert.

Offerings at Villa Sabandari, a Bali boutique resort in the vicinity of Ubud. ‘Nasi kuning’, rijst die geel gekleurd wordt met kunyit (geelwortel of kurkuma) is één van de verplichte offergaven en daaraan ontleent het feest zijn naam.

Hotels and Accommodation in Ubud

De ceremonies vinden meestal plaats in familiekring, in de huistempel (sanggah of merajan).
Families die nog niet gecremeerde verwanten hebben, die in afwachting begraven zijn op het kerkhof, brengen ook offers bij het graf.
De gebeden worden uitgesproken voor 12 uur want op het middaguur vertrekken de geesten weer naar hogere sferen.
En morgen?
Dan ga je natuurlijk familie en vrienden bezoeken om hun een zalig en gelukkig Kuningan te wensen.
Alweer een vrije dag.
Het merendeel van onze bouwvakkers zijn mensen uit Java en Lombok en dat zijn meestal moslims en geen hindoes zoals de Balinezen.
Voor hen is Kuningan bijna zo vreemd als voor mij vermoed ik.
Het geluid van de zaag- en polijstmachines en het getik van de hamers overstemt dan ook zonder enig probleem het geluid van de gamelan en het getinkel van de belletjes in het woudtempeltje aan de overkant van de sawah.
De moslims zijn tenslotte pas terug van hun twee weken durende Idul Fitri (Suikerfeest) vakantie.
Ja jongens, hoe gaat dat hier in godsnaam ooit gedaan zijn met bouwen!

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Galungan en Kuningan

Galungan is het belangrijkste feest voor Balinese hindoes.
De schepper van het universum (Ida Sang Hyang Widhi) en de geesten van de voorouders worden in deze periode geëerd.
Het feest symboliseert de overwinning van het goede (Dharma) over het kwade (Adharma), en de Balinezen horen dankbaarheid te tonen aan de schepper en aan hun voorvaderen.
Galungan wordt één keer in de 210-dagen gevierd en markeert de tijd van het jaar waarin de geesten van de voorouders worden verondersteld een bezoek te brengen aan de aarde. Balinese hindoes voeren tijdens dit feest rituelen uit die bedoeld zijn om de geesten welkom te heten en hen te vermaken.
Families offeren voedsel en bloemen aan de voorouderlijke geesten, uiten dankbaarheid en smeken bescherming af.
Penjors can be seen all over Bali at GalunganOveral op het eiland vindt u bij de ingangspoort van de huizen lange bamboe stokken genaamd ‘penjor’ – meestal versierd met vruchten, kokosbladeren en bloemen. Bij elke poort, zult u ook kleine bamboe altaartjes aantreffen, speciaal gemaakt voor het feest. Er worden offertjes gebracht, verpakt in geweven palmbladeren.
De voorbereidingen voor Galungan beginnen enkele dagen voor de eigenlijke feestdag.
Drie dagen voor Galungan is er ‘Penyekeban’ en begint men met de  voorbereidingen. ‘Penyekeban’ is afgeleid van het Balinese woord ‘nyekeb’ wat ‘het rijpen (van fruit)’ betekent. Groene bananen worden in grote potten van gebakken klei gestopt die worden afgedekt om het rijpingsproces te versnellen.
Twee dagen voor Galungan  volgt ‘Penyajahan’, een tijd van introspectie voor Balinezen, en minder prozaïsch, een tijd om Balinese taarten te maken bekend als ‘jaja’. Deze gekleurde taarten gemaakt van gebakken rijstdeeg worden gebruikt als offergave maar net zo goed met veel plezier geconsumeerd door de gewone stervelingen.
De dag voor Galungan is ‘Penampahan’ of ‘slachtdag’. De offerdieren moeten er op die dag aan geloven. Galungan wordt dan ook gekenmerkt door het plotse overvloedige aanbod van traditionele Balinese gerechten zoals lawar (varkensvlees in een pittige kokossaus) en saté.

Ubud Bali Rice Fields Resort

Op Galungan dag zelf bidden de gelovigen in de tempels en brengen ze hun offers aan de geesten. U kan overal prachtig geklede vrouwen zien met hoge torens offergaven op het hoofd die sierlijk, vaak in ganzenpas, voorbij schrijden.
De dag na Galungan bezoekt men familie en vrienden.
De tiende dag na Galungan – ‘Kuningan’ – markeert het einde van de Galunganperiode, en wordt beschouwd als de dag waarop de geesten terug opstijgen naar de hemel. Op deze dag worden offertjes gebracht met gele rijst.

Tijdens Galungan wordt een ceremonie bekend als ‘Ngelawang’ uitgevoerd in de dorpen. ‘Ngelawang’ is een exorcismeceremonie uitgevoerd door een ‘Barong’ - een goddelijke beschermer in de vorm van een griezelig uitziende, mythische draak.

De Barong wordt uitgenodigd in de huizen op zijn rondgang door het dorp. Zijn aanwezigheid is bedoeld om het evenwicht te herstellen tussen goed en kwaad in een huis. De bewoners voor de dansende Barong en krijgen na afloop een stukje van diens vacht als souvenir.
Tijdens Galungan staat het openbare leven op een laag pitje omdat de Balinese werknemers naar hun respectievelijke dorpen gaan om daar het feest te vieren.
De Balinese kalender volgt een 210-daagse cyclus zodat Galungan tweemaal per jaar wordt gevierd, ongeveer elke zes maanden. Voor wie Galungan wil meemaken op Bali volgen hierna de data van de volgende feestperiodes:
  • 14-24 oktober 2009
  • 12-22 mei 2010
  • 8-10 december 2010
  • 6-16 juli 2011
  • 1-11 februari 2012
Villa Sabandari zal gewoon geopend zijn.
We bedenken wel een eigen manier om het evenwicht tussen goed en kwaad te herstellen.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Fietsen naar Tegalalang

We willen onze gasten alternatieve routes aanbieden, zowel wandelingen, fietsroutes als autotochten. Dewa, die afkomstig is uit Tegalantang, heeft zijn eerste mountainbiketocht uitgestippeld. Vanzelfsprekend is hij begonnen met een route in de buurt van zijn dorp, hoe zou u zelf zijn.
Hij heeft de trip opgeslagen in de GPS, die hebben we dan opgeladen in Google Earth zodat we de gasten een kaartje mee kunnen geven.
We hebben de route met de auto uitgetest en het ziet er mooi uit. Veel rijstvelden, rijstterrassen, kleine traditionele dorpjes waar bijna geen toeristen komen, een lunch in Kampung Café met een prachtig panorama.
Op de terugweg de reigertjes die toekomen voor de nacht in Petulu, de botanische tuinen ingeval van interesse en natuurlijk de onverwachte verrassingen die Bali haast altijd te bieden heeft.
procession in kutuh a small village in the rice fields near our villa hotel in UbudOp onze tocht kwamen we bijvoorbeeld door een dorp waar een massacrematie werd voorbereid. Naast het kerkhof zaten veel mensen, per familie gegroepeerd rond een bamboeverhoging waarop het stoffelijk overschot van hun familielid lag, dat ze net hadden opgegraven. De overblijfselen werden aan het zicht onttrokken door witte, stoffen schermen. Dat opgraven is natuurlijk geen leuke klus, zeker niet wanneer het overlijden nog van recente datum is. Dewa vertelde van een geval waar de familie bij de begrafenis vergeten was het plastic uit de kist te halen. Bij het ontgraven waren enkel de ogen volledig verdwenen zei hij. Het was de volgende minuten een beetje stil in de auto.

A grand child of the king of Ubud during a ceremony near our villa hotel in Ubud

We leerden dat om de vier jaar een massacrematie kan plaatshebben, ingeval er tijdens die periode in het dorp voldoende mensen zijn overleden. Zo niet dan volgt er een nieuwe wachttijd van 4 jaar. De reden voor het houden van dit soort gezamenlijke crematies is financieel. Op die manier worden de kosten gedeeld. Dat betekent echter niet dat het geen aderlating blijft voor de meeste  families.

Luxe vakantie villa in Ubud

‘Het is één van de voornaamste verplichtingen van de zonen  in een gezin’, zei Dewa. Eenvoudig en oprecht, zonder het principe op zich ook maar een ogenblik in vraag te stellen.
Al dicht bij huis, in het dorpje Kutuh, werden we door de ordehandhavers van de plaatselijke banjar aan de kant gezet. Er bleek een grote ceremonie te zijn iets verderop en de optocht was op komst. He bleek te gaan om de odalan (verjaardag) van de plaatselijke tempel. Zoals gebruikelijk zagen we weer veel mensen in hun mooiste kledij, veel offergaven en gamelanmuziek. er werden ook twee kleinkinderen van de koning van Ubud meegedragen in de processie, gezeten hoog boven de massa in draagstoelen. De koning wordt beschouwd als een soort halfgod.
Ik vermoed dat wat van die heiligheid afstraalt op het nageslacht.
Een mooie rit dus met twee onverwachte bonussen.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Nyoman’s baby

Onze tuinman Nyoman, die overigens door iedereen Komang wordt genoemd, is 13 dagen geleden voor de tweede keer vader geworden. Hij had al een zoontje van anderhalf. Daar kwam een broertje bij.
Nyoman's baby in zijn huis in Payangan, ten noorden van Ubud in centraal Bali. Nyoman is tuinman in Villa Sabandari in Ubud.

Gisteren, op de 12de dag na de geboorte, werd er een upacara (ceremonie) gehouden. Het leek ons een goed moment voor het kraambezoek.

We maakten er dan maar gelijk onze eerste Villa Sabandari bedrijfsuitstap van. Met ons voltallig hotel personeel, minus de gelukkige vader want die had z’n vrije dag, met z’n vijven dus ;-), ging het richting Payangan, het dorp van Nyoman, ten noorden van Ubud in Centraal Bali.
Na ‘The Mall’, moesten we linksaf had hij gezegd, eerste straat rechts en dan het vierde huis op de linkerkant. ‘The Mall’ bleek trouwens gewoon de pasar (traditionele markt) te zijn.
De trotse vader stond ons al in traditionele kledij op te wachten met baby in de armen.
Grootmoeder wilde trots poseren met haar nakomeling en probeerde een conversatie op gang te brengen. Wanneer je geen tanden meer hebt en naast Balinees alleen maar een paar woorden Bahasa Indonesia spreekt, is dat vanzelfsprekend niet evident. Het enige wat ik begreep was ‘cantik (mooi)’ toen ze Saar’s benen aanraakte. Tegen mij deed ze later, bij het afscheid nemen, ook een hele uitleg. Mijn benen liet ze met rust. ‘Cantik’ heb ik jammer genoeg niet gehoord maar ze lachte wel vriendelijk en ik ben nogal gauw tevreden.

Bali vakantie in een Ubud villa met hotel service

Nyoman, de tuinman van Villa Sabandari in Ubud, met zijn oudste kind in zijn huis in Payangan, ten noorden van Ubud, Bali.

Er was koffie, thee en koek terwijl in een hoek van het binnenpleintje de ceremonie verder ging. Een oude man, in het wit gekleed zat bij een tafel die volstond met allerhande offergaven. Het bleek een onderpriester te zijn. Zoiets als een onderpastoor in de katholieke kerk zeker? Er vonden een aantal, voor ons onbegrijpelijke rituelen plaats. Ook Dewa, onze chauffeur begreep er niets van. Deze rituelen zijn namelijk van dorp tot dorp verschillend.

Op een bepaald moment stonden moeder met kind, vader en oma in een kring. Twee hadden een kleine kip in de hand die eerst werd gewassen. De derde droeg het vruchtbeginsel van een bananenboom, gewikkeld in een reep stof. Ze gaven elkaar dan een aantal keer die dingen door terwijl er gebeden werden uitgesproken.
Balinezen geloven in reïncarnatie. De nieuwgeborene wordt daarom gezien als een wedergeboren voorvader en tot 42 dagen na de geboorte als een kleine god vereerd. De vader wast na de bevalling de placenta tot alle bloed verdwenen is en stopt ze dan in een kokosnoot, samen met kruiden en wat kleine werktuigen. Dat alles wordt voor de inkompoort begraven en afgedekt met een gevlochten mand. Een kaars of lamp erin als bescherming tegen dieren en kwade geesten. Zo weet meteen ook de hele de buurt dat er een baby geboren is in dat bepaalde huis.
De moeder en de baby mogen tot 35 dagen na de bevalling de tempel niet betreden. Na 105 dagen, 3 maanden volgens de Balinese kalender, is er ‘Mekakulan’ een ceremonie tijdens dewelke een priester het haar van de baby afknipt om zo mooie haren tijdens de rest van het leven te garanderen. Ik vrees dat ze bij mij dat stapje hebben overgeslagen. De eerste 105 dagen mag de baby ook nooit de grond raken; tijdens de ceremonie worden de beentjes gezegend opdat het kind snel zou leren lopen. Het kind krijgt dan ook officieel een naam. Elke 210 dagen daarna wordt de verjaardag (otonan) gevierd.
Willy ingsprek met de zus van Nyoman in hun compound in Payangan, ten noorden van Ubud in Centraal Bali.Tijdens één van de pauzes glipte Willy weg. Ze ging op verkenningstocht zei ze. Balinese families leven namelijk niet gewoon in een huisje met tuintje. Verschillende generaties blijven bij elkaar wonen. De zonen blijven met hun gezin thuis wonen; de dochters verhuizen na hun huwelijk naar de compound van hun man. Het stuk land van Nyoman’s familie is 3500 vierkante meter groot en volgebouwd met huisjes, schuurtjes, open paviljoenen en tempeltjes. Hier en daar een boom of een tuintje. Willy vond ik terug, in druk gesprek met een oudere zus van Nyoman. Die bracht haar later ‘daun pandan’, bladeren die je gebruikt om bijvoorbeeld pannenkoekjes een karakteristieke groene kleur en een typische smaak te geven. Later volgden een aantal bewortelde scheuten van die plant en stukken suikerriet.
Voor we terug waren in Ubud had ze ongetwijfeld al uitgekiend waar ze die schatten ging planten.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+