Archive for the ‘Administration’ Category

Terug naar Afrika

Flamboyant tree in Africa

foto: Flamboyant

Een combinatie van factoren deed mij de afgelopen weken vaak, in gedachten, teruggaan naar 1977. Dat is 33 jaar geleden maar zo voelt het niet. Het lijkt nog niet zo lang geleden. Niet abnormaal wanneer je een dagje ouder wordt schijnt het, maar het verrast me toch steeds opnieuw.

Nu we een jaar in Bali zijn, vond ik het tijd worden om ons sociale zekerheidsstatuut aan te passen aan de nieuwe situatie.

Spiritual Retreats in Bali

De ‘Dienst Overzeese Sociale Zekerheid’ (DOSZ) stuurde me allerhande formulieren via e-mail die ik dan kon inscannen en terugmailen, na ze behoorlijk te hebben ingevuld welteverstaan.
Hierbij bleef het niet; dat zou te mooi en te efficiënt geweest zijn. Neen, de originelen moesten ook nog per post worden opgestuurd naar Brussel.
Een aantal weken later kreeg ik een bericht van DOSZ met de vraag of ik vroeger nog bij hen bijdragen had betaald.
Ik antwoordde ontkennend.
‘Of ik dat wel zeker wist’, vroeg een vriendelijke mevrouw per kerende mail.
‘Of ik niet ooit, misschien lang geleden, had gewerkt in het buitenland voor een NGO?’
Toen ging er een belletje rinkelen en liet ik weten dat ik, in een grijs verleden, tussen 1977 en 1979 mijn burgerdienst had gedaan in Opper-Volta, het huidige Burkina Faso in West-Afrika.
De mevrouw zei dat ik dan toch degene was die bij hen een dossier had.
Het ‘Algemeen Bestuur Ontwikkelingssamenwerking’ (ABOS) had twee jaar voor mij premies gestort bij DOSZ. Het zal wel geen vetpot zijn maar het deed toch plezier. Het verzoende me ook weer even met het functioneren van de administratie.

Yoga Holidays

En dan was er dat meisje van 15 uit Gistel die begin mei overleed aan hersenvliesontsteking.
Opnieuw een flashback.
Ditmaal naar een klein kamertje in een gebouw in de brousse van Burkina Faso. Achter een paar rieten matten, een groen ijzeren bed met een dunne metalen stang op iedere hoek en daaraan een muskietennet. Het was warm in die kamer, zelfs wanneer je geen koorts had. De zon scheen onbarmhartig op het golfplaten dak en het zuchtje wind kwam linea recta uit de Sahara en bracht geen verkoeling.
‘C’est le palud’, zei pater Boinot, die naast Professeur de Français et Latin, ook infirmier was. Palud is kort voor ‘paludisme’, malaria dus. Daar hadden wel meer van de die oude knarren (mijn collegae in de school waar ik les gaf) af en toe last van. Die woonden dan ook al tientallen jaren in Afrika.
Ik voelde me al een aantal dagen niet lekker, moe, overal pijn en wat koortsig. Nivaquinepillen nemen, veel water drinken en rusten was het advies.
Dagen heb ik daar gelegen met steeds hoger oplopende koorts, barstende hoofdpijn en pijn in spieren en gewrichten. De nonnetjes brachten me soms wat soep of rijst met saus en wat water.
De pilletjes werden op een bepaald moment vervangen door inspuitingen met Flavoquine, een ander middel tegen malaria. ‘Stilstaan!’, zei Boinot, ‘dan voel je er niks van’. Maar ik kon niet stilstaan. Ik daverde verdomme van de koorts!  En elke avond kwamen ze me roepen voor het eten. Zonder twijfel het adagium indachtig ‘Il faut manger l’Afrique, sinon l’Afrique te mange’. Ik mocht niet aan eten denken. Kon geen hap door de keel krijgen. Afrika was bezig me een kopje kleiner te maken, daar was ik zeker van.
In mijn koortsdromen zag ik mijn plaatsje, op het kerkhof van Tionkuy, naast de Franse ontwikkelingswerker, waarvan de naam me nu ontsnapt, maar die werkte in het ‘Centre Agricole Rurale’ en die jammer genoeg de windrichting verkeerd had ingeschat bij het besproeien van de gewassen met een uiterst giftig insecticide. Een houten bordje met zijn naam, geboorte- en sterfdatum erop. Dat was het.
Op een bepaald moment voelde ik me zo slecht dat het me ook helemaal niets meer kon schelen. Er was geen emotie, geen angst, alleen apathie.
Toen mijn nek begon te verkrampen en mijn hoofd wat naar achter trok en ik ook kramp in mijn onderkaak kreeg, begon Boinot toch stilaan zijn diagnose in vraag te stellen. Ik moest me dan maar aankleden en wat toiletspullen bij elkaar zoeken want ze zouden me naar de dichtstbijzijnde stad met een ziekenhuis brengen.
In een ambulance zal u denken?
Neen, in een Citroën 2pk van net na de oorlog, eigendom van de directeur van de school waar ik les gaf, le Père Nouaille-Degorce, het prototype van de missionaris compleet met witte baard, gekleed in gandoura en op sandalen.
De afstand tussen Tionkuy en Nouna was misschien 50 km maar we deden daar uren over. De weg was dan ook niet geasfalteerd maar bestond uit aangestampte, rode aarde met om de haverklap diepe putten en uitgesleten ribbels, net golfplaten, die het onmogelijk maakten om sneller dan tegen een slakkengangetje te rijden.
Nouaille was bekend om zijn herstellingen aan motoren allerhande. De meest gebruikte materialen bij die herstellingen waren elastiekjes en ijzerdraad. In mijn koortsnevels was ik steeds weer op zoek naar de volgende baobabboom (zie foto), in de verte, langs de kant van de weg. Daar zou ik naartoe moeten zien te komen als die duivelse 2pk het eindelijk zou begeven. Naar de schaduw, gewoon liggen en wachten.

Baobab tree
Na, wat een eeuwigheid leek, arriveerden we in de missiepost van Nouna. Weer een snikheet kamertje met een zelfde soort bed en een even muf ruikend muskietennet.
Boven de 40° koorts, 2 weken bijna niets gegeten en zo verward als een junk, werd me uitgelegd waar het ziekenhuis was en kreeg ik een mobylette om er naar toe te rijden.
‘L’Afrique c’est pour les costauds’.
De vriendelijke Zwitserse dokter herinner ik me, die heel snel de diagnose ‘méningite’, hersenvliesontsteking stelde, en een jonge, blanke non in het wit die me een pijnlijke injectie in de bil gaf, en dat het pijn deed wanneer ik daarna met mijn mobylette door al die verdomde putten terug reed naar de missiepost en dan liggen en proberen te slapen en die verdomde ezels met hun keihard gebalk en de metalen velg waarop de paters constant sloegen omdat ze geen kerkklok hadden en de vruchten van de flamboyant die klepperden en klepperden tot je er gek van werd en de cicaden die allemaal tegelijk begonnen te zoemen en dan weer gelijk stopten en de gecko’s die naar elkaar ‘gecko, gecko, geckooooo!’  riepen soms 5 – soms 7 – soms 10 keer en mijn hart dat met zijn koortsig gebons het dak van het muskietennet boven me ritmisch deed bewegen, en nog zoveel meer.
Airco?  Vergeet het. Een roestige ventilator, hoog aan het plafond maar die deed het niet.
Lakens die lichtrood zagen van het fijne laterietstof dat door alle hoeken en gaten de kamer binnenkwam.
En dan het langzame genezen.
De eerste nacht weer doorslapen, die eerste douche, opnieuw ‘s avonds buiten eten met de anderen, weer normaal kunnen denken en lopen. Ik was er weer.

En dan was er Vangheluwe en pater M.
Pas jaren later, tijdens een reünie met een aantal van mijn, in Europa en Canada wonende ex-leerlingen, hoorde ik dat M. zich vergreep aan de jongens van de school.
M. waarmee we haast elke avond, bij het licht van een petroleumlamp Bravolta bier dronken uit halve liter flessen en kaart speelden tot we omvielen van de slaap.
M. die 2 jaar mijn haar (dat had ik toen nog ja) knipte. Ik zat op een ijzeren stoel, met een handdoek over mijn schouders in de mangoplantage, achter onze kamers.
M. die ik wel eens hand in hand zag lopen met sommige jongens maar dat is in Afrika de gewoonste zaak van de wereld, dus daar stond ik maar niet bij stil. M. die, naar ik later hoorde, door de zijn orde naar Frankrijk werd gestuurd, toen het allemaal wat te erg werd.
M. die het, zoals Vangheluwe, blijkbaar aankon om een dubbelleven te leiden. Hij was nota bene biechtvader en raadsman van een aantal jongens op die school. Ik begrijp niet dat ik tijdens die 2 jaar niets gezien of gemerkt heb terwijl we met z’n tienen, geïsoleerd van de buitenwereld, samenleefden.
En Jef Geeraerts in Congo en de sabel van Boudewijn.

Ik droomde weer van Afrika, in het Frans, zoals toen.

Nu op Bali hoor ik weer de geluiden van de tropen en voel de warmte van de evenaarszon.
Maar we zijn 33 jaar verder en de omstandigheden zijn wat anders.
En dat is een gigantisch understatement.

Hotel Reservation

Politiek

Orchid in bathroom of Villa Sabandari, a luxury Bali hotel in Ubud Op 15 januari 2010 zou de wekelijkse stroomuitval op maandag afgelopen zijn.

Rond 18:15 viel op maandag steeds de elektriciteit uit voor een uurtje of 3. Er werd gewerkt aan de infrastructuur volgens de PLN (PT Perusahaan Listrik Negara), de nationale elektriciteitsmaatschappij. Je zou denken dat er op 6 maanden tijd toch wel een en ander kon gerenoveerd worden.

Afgelopen maandag gebeurde het ongelooflijke: de hele avond stroom! Ik was bereid mijn visie over de efficiëntie van de Indonesische openbare diensten bij te stellen. Als het goed is mag dat ook gezegd worden.

Vrijdag 18:30 Listrik mati! (elektriciteitspanne)

Volgens de PLN was er een probleem op Java. Visie bijstellen? Ik dacht het niet.
Hoe komt het eigenlijk dat bij het bezoek van de president aan Ambon er geen enkele stroompanne is geweest? En dat terwijl Ambon de officieuze wereldrecordhouder is op het gebied van onregelmatige stroomvoorziening?

Zou het kunnen dat de centrale overheid de deelgebieden in het gareel houdt via de stroomvoorziening die in handen is van een staatsbedrijf?

Ubud Bali Luxury Hotels

De Belgische eigenaar van een hotel in Sanur op Bali had het idee om het overal aanwezige afval te gebruiken als grondstof voor een verbrandingsoven die elektriciteit zou opwekken. Een win-win scenario: minder vervuiling en meer elektriciteit. Je zou denken dat die man een standbeeld zou krijgen in het centrum van Denpasar. Niets is minder waar. Er werd geen bouwvergunning verleend door de centrale overheid. Terug naar af.

Zou het kunnen dat de overheid stroomtoevoer gebruikt als de ring door de neus van de melkkoe Bali?

Ik ben bang van wel.

Mocht Bali inderdaad een eigen energiebevoorrading hebben dan bood de staat Indonesië geen enkele toegevoegde waarde meer. Cultureel en religieus is Bali sowieso al de vreemde eend in de bijt.

Ik schrijf dit bij het licht van een olielamp. Petromax lampen zijn al maanden uitverkocht. Alle Balinese hotels en restaurants van enige omvang hebben een generator (Genset) zodat de gasten haast niets merken van de elektriciteitsproblemen.

En waarop draait die generator? Juist op diesel. En wie levert die diesel? Juist, de staatsoliemaatschappij.

De cirkel is rond.

Vaak moet je het allemaal niet zo ver zoeken.

Politiek is soms erg eenvoudig.

foto: orchidee in een gastenkamer van Villa Sabandari in Ubud, Bali

Een blad in de rivier

Maya Ubud Hotel Bali. Boutique Resorts Accommodation.

Een boogscheut van ons verwijderd ligt het hotel Maya Ubud Resort & Spa. Ik stuurde een mailtje naar de manager met de vraag om een kennismakingsmeeting. We zijn tenslotte bijna buren.

Ubud, Bali Hotels Resorts Accommodation

Er volgde prompt een lunchinvitatie.
Zichzelf uitnodigen is normaal de specialiteit van onze zoon Stephan maar hij heeft het niet van een vreemde zoals u merkt.
Het resort heeft 106 kamers, drie restaurants en het domein is 10 hectare groot. Een tikkeltje intimiderend was het wel toen we de oprijlaan opreden.
De general manager stelde voor te lunchen in het restaurant van de Spa. Na een gezonde wandeling kwamen we bij een lift die ons 30 meter lager voerde , door de rotsen heen, tot vlakbij de Petanu rivier. In de Spa werken 23 vrouwen en er worden tot 50 behandelingen per dag gegeven.
Het totale personeelsbestand: 297 medewerkers.
De overigens uiterst beminnelijke manager, heeft 36 jaar Indonesië ervaring, waarvan een groot gedeelte op Bali. Hij schetste een weinig hoopgevend beeld van de problemen waarmee hij sinds de start van het hotel, 11 jaar geleden werd geconfronteerd.
Het hotel wordt omringd door een aantal dorpsgemeenschappen, banjars. Die stelden allemaal, van tijdens de constructiefase van het hotel, onmogelijke eisen.
Twee chefs van omliggende banjars presteerden het 2000 sollicitatiebrieven te laten afgeven, met de vermelding dat al deze mensen in dienst moesten worden genomen. De vorige eigenaars van de percelen waarop het hotel werd gebouwd, eisten dat hun familie werd tewerkgesteld omdat het hotel op hun (weliswaar intussen verkochte…) grond stond. Om hun eisen kracht bij te zetten, posteerden zich honderden mensen op de hellingen rond het hotel, voorzien van spiegels waarmee ze de gasten voortdurend probeerden te verblinden. Met de regelmaat van een klok werden, voor zonsopgang, bamboekanonnen afgeschoten om de gasten te irriteren. Intimidatie door grote groepen dorpelingen bij de poort van het hotel was ook geen uitzondering. ‘Belligerent’ noemde de manager de Balinezen, en dat betekent toch zoveel als ‘oorlogszuchtig’…
Bij de opening had Maya Ubud 10.000 sollicitatiebrieven ontvangen…
Getalenteerde mensen uit andere dorpen konden niet in dienst komen door de exorbitante eisen die werden gesteld in verband met het percentage ‘eigen volk’ dat in dienst moest komen. De manager gaf ook het voorbeeld van zijn eigen huispersoneel; 2 mensen komen niet uit het dorp waar hij woont. Maandelijks moet hij daarom een belasting betalen aan de lokale ordedienst, de Pecalang omdat hij ‘vreemdelingen’ in dienst heeft. Vreemdelingen weliswaar uit een naburig dorp, maar het blijven voor de inwoners van de banjar vreemdelingen.
Uiteindelijk draait het allemaal om geld. Op weg naar het restaurant zagen we op een helling een grote oppervlakte bedekt met wasgoed en midden daartussen een grote spiegel. Het is de manier van de vrouw, van wie het grondstuk is, om haar eis om in dienst te worden genomen kracht bij te zetten. ‘Geef me werk of ik verpest je uitzicht’, dat is wat het wasgoed zegt.
De politie verleent geen enkele assistentie bij dit soort conflicten. Het zijn sociale problemen en die moet je zelf met de banjar oplossen.
Ubud Hanging Gardens Hotel. Bali Boutique Resorts Accommodation

We moeten vooral oppassen voor de eigenaars van de rijstvelden waarop we uitkijken. Die zullen geld komen vragen voor het uitzicht dat de gasten hebben. Het zijn namelijk hun rijstvelden die zorgen voor het panorama en daar moet voor betaald worden.

We mogen ons ook verwachten aan het bezoek van een afvaardiging van de tempel en de vraag naar een substantiële bijdrage.
Tegenover een bekend hotel ‘Ubud Hanging Gardens’, staat, aan de andere kant van de vallei een grote tempel. De verantwoordelijken van die tempel hebben grof geld geëist omdat de hotelgasten in zwempak een storende  aanblik boden aan de gelovigen in de tempel. Enkel al gezien de afstand tussen tempel en zwembad is het duidelijk dat dit een vals argument is. Overigens kijk ik vanuit mijn bureau uit op een afwateringskanaal aan de overkant van de sawah, en word ik daar dagelijks vergast op badende Balinezen in meer of mindere staat van ontkleding. Diezelfde goot wordt ook zonder enige gêne gebruikt als openbaar toilet. Maar waag het niet de overflow van je zwembad te lozen in een afwateringskanaaltje! Dan krijg je problemen met ‘de subak’, de traditionele verantwoordelijken voor de irrigatie van de rijstvelden. De verklaring is dan dat er geen water in de rijstvelden mag komen waarmee mensen zich hebben gewassen (zwemmen = wassen). Bij de blote konten waarop ik dagelijks uitkijk zal het dan waarschijnlijk niet gaan om ‘wassen’ maar om ‘ritueel reinigen’ zeker?
De manager citeerde een westerse auteur die in de vorige eeuw schreef dat wij westerlingen voor de Balinezen zijn als ‘bladeren die voorbij drijven in de rivier’, eventjes vervelend, maar ook snel weer weg.
Eén ding is zeker, ons talent voor het zoeken naar compromissen en het diplomatisch oplossen van confrontaties zal danig op de proef worden gesteld.

Dorpspolitiek

A Quiet and Romantic Bali Hotel Accommodation

De euforie na de geslaagde socialisatie bleek wat voorbarig.
De Kelihan, het hoofd van de banjar of dorpsgemeenschap, vroeg dag na de bijeenkomst of Dewa, onze chauffeur en intussen ook bemiddelaar in Balinese aangelegenheden, bij hem kon komen om een bericht voor mij op te halen. Ik had op dat moment al moeten beseffen dat er wederom stront aan de knikker was.

Dat bericht was geen schriftelijke nota maar een mondeling overgebrachte eisenbundel.

Viewof the rice field from the open air shower at Villa Sabandari, a romantic luxury hotel in Ubud, Bali.Waarom die dingen niet tijdens de socialisatiemeeting op tafel waren gekomen is me een raadsel. Zoals wel meer dingen in dit land.
Vooraleer de banjar zijn formeel akkoord verleent met onze exploitatie moet er eerst een MoU (Memorandum of Understanding) worden opgemaakt waarin onze verplichtingen zullen worden neergeschreven. We worden met andere woorden op een diplomatisch verantwoorde manier gechanteerd. Zonder de vijftien handtekeningen van de banjar kunnen we niet verder naar de volgende fase.
Voor zover ik het begrijp gaat het om de volgende dingen:
  1. We moeten de overlast accepteren die onvermijdelijk het gevolg zal zijn van onze ligging vlak bij de tempel. We horen verder onze gasten duidelijk te maken dat de tempel een heilige plek is. Er zijn nl. gevallen bekend van hotels op Bali die hebben geëist dat de luidsprekers met de gezangen werden uitgeschakeld tijdens de tempelrituelen. Ook werden de gamelanrecitals stilgelegd. Verder presteren bepaalde toeristen het om, ongegeneerd en met minimale kledij dwars door plechtigheden heen te lopen, net of dat de normaalste zaak van de wereld is. Op zich lijken me dat legitieme bekommernissen en heb ik daar geen moeite mee. Ik denk trouwens dat de meeste toeristen die Bali hebben gekozen als vakantiebestemming, een tempelceremonie naast de deur helemaal niet erg zullen vinden. We stellen trouwens ceremoniële kleding ter beschikking, zodat de gasten, onder begeleiding van onze medewerkers, de tempel kunnen bezoeken om getuige zijn van de rituelen.
  2. Omdat we aan het rijstveld grenzen moeten we rekening houden met de eisen van de subak, de instantie die de irrigatie regelt.
  3. We moeten een eenmalige bijdrage betalen aan de banjar omdat we het hotel op hun grondgebied hebben gevestigd.
  4. We moeten elke 6 maanden 100 kg rijst of de tegenwaarde ervan in geld schenken aan de banjar.
  5. Minimaal 25% en maximaal 40% van ons personeelsbestand moet bestaan uit mensen van de banjar. Hier heb ik het wel moeilijk mee omdat het de bedoeling is met een minimale bezetting de hele operatie te runnen. Dat moeten dan wel allemaal goed gekwalificeerde mensen zijn. Het zal een dosis diplomatie vragen om hier een mouw aan te passen. Maar dat zal wel lukken. België is niet voor niets het land van de compromissen, dus voor een stukje ben ik door geboorte een ervaringsdeskundige.
Gisteren zou de Kelihan met een delegatie bij ons langskomen om dit alles door te spreken. Dat plan werd echter doorkruist door de Kepala desa van Peliatan, de burgemeester dus. Die staat in de hiërarchie een trapje hoger dan de Kelihan en heeft duidelijk gemaakt dat hij, om de zaken te vereenvoudigen, een MoU zou opmaken waarin de eisen van het dorp, de banjar, de tempel en de subak zouden worden gebundeld.
Het worden weer spannende dagen.

Elektriciteitsperikelen

Gisteravond, rond halfzeven was het weer eens raak. De hele buurt zonder elektriciteit.
Gelukkig hebben we een gasfornuis, zodat er tenminste gewoon kon verder gekookt worden.
Ons eerste ‘broodbakexperiment’ was ook net aan de gang en het zou jammer geweest zijn moest het bakproces abrupt gestopt zijn.
View of the entrance gate of the market in Gianyar, Central Bali, IndonesieOm zeven uur was het donker en moesten we ons behelpen met een LED lantaarntje dat oplaadt wanneer er elektriciteit is en bij uitval werkt dankzij de opgeladen batterij. Verder nog wat waxine lichtjes, onze zaklampen en dat was het.
Voor een keertje is dat allemaal leuk en spannend en avontuurlijk maar na een tijdje heb je dat ook wel gehad en wil je de balletjes zien drijven in je verse tomatensoep. Voor je het weet ben je immers aan het kauwen op één of ander insect of op de drol van een gecko die boven je hoofd op de zoldering rondzwerft. En dat kan niet de bedoeling zijn.
Om acht uur lag deze jongen onder de (spreekwoordelijke) wol.
Om halfzes was ik klaarwakker. De zon moest nog opkomen en ik kon horen dat de hanen ook al wakker waren.
Het heeft wel wat, vroeg opstaan in de tropen.
Lekker koel nog, de geluiden van de ontwakende natuur, dampslierten boven het zwembad en de geuren van een nieuwe dag.
'Babi guling' shop in Gianyar, Bali Indonesie

Ubud Bali vakantie hotel

Ik nam me voor olielampen te gaan kopen om niet opnieuw verrast te worden door een stroomonderbreking.
Bij aankomst om 8 uur liet Dewa me weten dat we niet op de markt in Ubud terecht konden. Die was namelijk gesloten voor het publiek in verband met de opnames van de film ‘Eat, pray, love’ met Julia Roberts.
Dan maar naar de markt van Gianyar, een minuutje of 20 met de auto.
Na wat gezoek en het nodige afdingen scoorden we twee lampen. Twee lege waterflesjes voor het kopen van de olie kregen we er gratis bij.  Weer 25.000 rupiah armer. Voor licht in het donker is €1.79 geen geld vind ik.
Bij het verlaten van de markt kwamen we voorbij een winkeltje waar ze geroosterd speenvarken (babi guling) verkochten. Buiten stond een man saté te roosteren op een houtvuurtje. Je kon er eten maar er stonden ook een pak klanten voor een portie afhaalsaté of take-away-varken.
Op de terugweg nog even langs bij de supermarkt voor reservebatterijen en een broodmes.
Het versgebakken brood smaakte heerlijk.
Market Gianyar, Bali. Crops fresh from the field for hotels or for the locals
markt in Gianyar

Kuala Lumpur

Wil je als ‘orang asing’ (vreemdeling, buitenlander) in Indonesië wonen en werken, dan heb je een verblijfs- en een werkvergunning nodig. Omdat elk contact met de administratie een bron is van ergernis, onmacht en frustratie schakel je beter een firma in die het klappen van de zweep kent. Na vijf maanden en 3 verlengingen van ons oorspronkelijk visum, hadden we dan eindelijk ons ‘cable visum’ voor 1 jaar te pakken.
Om redenen die alleen gekend zijn door de regelgevers, moet je dan Indonesië verlaten en je aanbieden bij een Indonesische ambassade in het buitenland met je paspoort en een afdruk van dat visumtelegram. Waarom dat per se in het buitenland moet gebeuren is me een raadsel, zoals wel meer dingen in dit mooie land.
We hadden gekozen voor Kuala Lumpur, de hoofdstad van Maleisië, drie uurtjes vliegen met Malaysia Airlines.
Petronas Towers gezien vanuit het Maya Hotel in Kuala Lumpur
In het Maya Hotel werden we spontaan geupgradet naar een Deluxe suite op de 18de verdieping met uitzicht op de Petronas Twin Towers. Het zicht op de stad was, vooral ‘s avonds zonder meer spectaculair. Vanuit de skylounge op de 13de verdieping zie je dan ook nog een keer de KL tower en de koffie, thee en cake zijn er gratis voor gasten van het hotel.
Bij aankomst in de ambassade bleken we een bijkomend formulier te moeten invullen, dienden we fotokopies te laten maken van ons paspoort, geld te gaan wisselen om dan mooi op onze beurt wachten tot ons volgnummer werd omgeroepen. Tussen 16:00 en 17:00 mochten we dan terugkomen om ons paspoort met visum op te halen. Tijd om wat te gaan eten in de stad en Chinatown te bezoeken. Kuala Lumpur of KL zoals de locals het noemen, is een moderne en propere stad met erg druk autoverkeer. Veel minder bromfietsen dan op Bali en verkeersregels die worden gerespecteerd; het was weer even wennen.
In de hotellimo die ons afhaalde van de luchthaven, reden we voor het eerst in 5 maanden weer sneller dan 70km per uur. Op Bali kan je door de drukte en de staat van de wegen simpelweg niet harder rijden. In Maleisië gleden we plots tegen 140km per uur in een glimmende Merc over de snelweg. Zalig!
We zagen beelden van de tsunami bij Samoa en ik dacht de volgende ochtend dan ook dat mijn verbeelding op hol sloeg toen het leek of het hotel heen en weer wiebelde. Pas later hoorden we over de verwoestende aardbeving op Sumatra die aan meer dan 1000 mensen het leven heeft gekost. Het bleek geen verbeelding te zijn geweest. Natuurlijk wordt op de 18de verdieping het effect van het wiebelen versterkt en voel je de bewegingen van het gebouw sterker dan op de begane grond.
Het diner op het terras bij Nerovivo was memorabel. Geroosterd konijn met zongedroogde tomaatjes, olijfolie geparfumeerd met truffel en smeuïge polenta voor mij. Saar had ‘de lekkerste confit de canard die ze ooit heeft gegeten’. Een heerlijk glas Chianti erbij en een machtig chocoladedessert toe. Met dank aan Joost die ons het adres doorgaf.
Intussen zijn we terug in Ubud waar de werkzaamheden stilaan terug op kruissnelheid komen na 2 weken vakantie voor Idul Fitri, het suikerfeest bij het einde van de Ramadan.
De streefdatum van 1 oktober voor de beëindiging van de werken ligt intussen achter ons. Zonder te veel upacara’s, natuurrampen of andere hinderpalen stel ik me mentaal in op 1 december als nieuwe afwerkingsdatum.

Rustig vakantie hotel resort in Ubud, Bali

Website

Ladies with offerings on their way to a temple in Ubud or Petulu
Eindelijk is er een (voorlopige) versie van de website online.
U vindt ons hier – http://www.sabandari.com -
Geef gerust opmerkingen, signaleer fouten of suggereer verbeteringen. Ik heb de afgelopen weken mezelf namelijk een stoomcursus Dreamweaver, Adobe Flash, WS-FTP, Sothink SWF Decompiler en PSP opgelegd zodat ik de website vanaf nu zelf kan beheren. Via de firma die het tot nu toe deed ging alles hallucinant traag en verliep de communicatie, eufemistisch uitgedrukt, niet vlekkeloos.
Het was een beetje zoeken naar foto’s die, ook na de verbouwingen, een correct beeld zullen geven van de realiteit.

Rice Field Villa Ubud

We werken nog steeds toe naar de deadline van 1 oktober 2009 hoewel dat moeilijk te geloven is wanneer je dag in dag uit in de herrie en het stof zit, en het lijkt of er weinig vorderingen worden geboekt.
Naast het lawaai van de bouw mochten we ons de afgelopen 3 dagen ook verheugen in de feestelijkheden rond de verjaardag van de Masceti tempel in de straat.
Brommers en auto’s overal, kraampjes met souvenirs en eetstalletjes, gezang en gamelan muziek en (te) luide aankondigingen door de microfoon die me sterk deden denken aan de blikken stemmen van de omroepers op een Belgische kermis. Een kruising tussen de Sinksenfoor en Scherpenheuvel op 1 mei, maar dan op een iets kleinere schaal natuurlijk.
Op de foto: dames in traditionele klederdracht, met offers op weg naar de tempel voor het Odalan (verjaardags)feest. De tempel is alle 210 dagen jarig. Ambiance verzekerd.
foto (c) Bimo Wiratnanto

Inpakstrategie

“Do you know a nice place to stay around Ubud?”

Na een lange reis ben je blij dat je koffers allemaal op de lopende band liggen in de luchthaven van bestemming.
Je denkt dat je alle hindernissen met verve hebt genomen en dat alleen nog het vinden van een taxi naar je rustige hotel in de rijstvelden als uitdaging overblijft. Think again!
Je hobbelt met het volgeladen karretje richting ‘Exit’ en dan denk je ‘Shit, ik moet nog voorbij de douane!’.
Vaak hangen er dan groen of rood oplichtende bordjes met respectievelijk ‘Nothing to declare’ en ‘Goods to declare’ en kies je als brave toerist voor het groene bordje. Heb je niet te veel koffers en zie je er een beetje betrouwbaar uit dan kan je zo richting taxi’s.
In de luchthaven van Bali zijn de rode en groene bordjes nergens te bespeuren. In de plaats daarvan een legertje geüniformeerde en streng kijkende ambtenaren die jou en je karretje bekijken met dollartekens in de hebzuchtige ogen.
Of je niets hebt aan te geven: voedingsprodukten, alcohol, sigaretten, …?
‘Neen hoor, alleen personal stuff’ zeg je dan, toch een beetje onzeker want je weet maar nooit wat in dit land allemaal mag en niet mag.
Toch willen ze dan dat je een koffer openmaakt om er dan naar hartenlust en met merkbaar genoegen in te kunnen graaien.
Alles wat er schoon uitziet beschouwen ze automatisch als nieuw en dus in aanmerking komend voor gepeperde invoerrechten.
Je mag dan weer palaveren en zoeken naar krasjes of tekenen van gebruik om de douanier ervan te overtuigen dat je die haardroger echt al jaren hebt.
Om in Indonesië, en waarschijnlijk in heel wat van de omliggende landen, dit stresserend intermezzo zo snel mogelijk achter de rug te hebben volstaat een eenvoudige strategie. Ten minste als er een vrouwelijke medereiziger aanwezig is.
Primo: Laat haar het woord voeren bij de inspectie van de koffers.
Secundo: Zorg er bij het inpakken van de koffers voor dat er bovenaan steeds een heleboel lingerie ligt.
Gooi daarom nooit oude slipjes en bh’s weg. Bewaar die, speciaal voor dit soort gelegenheden.
Tertio: Zodra de koffer opengaat zorg je er, als woordvoerster voor niet te dicht in de buurt van de koffer te staan en negeer je straal elke hint om de inhoud van de koffer te beroeren. Je kijkt de beambte ook zo direct mogelijk aan. Je zal merken dat zijn enthousiasme om in de koffer te graaien tot dichtbij het nulpunt daalt op het moment dat hij de bh’s en slipjes in het oog krijgt. Die werken als zovele stopborden en gevarendriehoeken op ‘s mans schaamtegevoel dat hij de koffer nog nauwelijks een blik waardig keurt, zeker niet wanneer de vermoedelijke eigenares van die niemendalletjes hem diep in de ogen blijft kijken.
Schakel dan, schijnbaar nonchalant en onbekommerd  over op een heel ander onderwerp en geef de arme man zo de kans om zonder teveel gezichtsverlies aan deze ongemakkelijke situatie te ontsnappen.
Goeie zinnetjes zijn:
Do you know a nice place to stay around Ubud, Phuket, Manado of waar je op dat moment ook in de buurt bent”
“I’m looking forward to relax in the padi fields/chill on the beach/climb a volcano/…”
Je zal merken dat het werkt.
p.s. Reis je als man alleen, vervang dan in de boven beschreven strategie enkele details:
- ga juist heel dicht bij de beambte staan.
- vervang de niemendalletjes door een laag, schijnbaar ongewassen, want verkreukte, onderbroeken.

Een Balinees rijbewijs

Je hebt dan eindelijk je verblijfsvergunning (KITAS)! Je bent gepokt en gemazeld door de Indonesische bureaucratie en je hebt het gehaald! Dan is de voor de hand liggende volgende stap: het afhalen van een Balinees rijbewijs (SIM).
Je bent zo vooruitziend geweest om in je vaderland een internationaal rijbewijs aan te vragen dus dat wordt een akkefietje van niks.
Even binnenspringen bij ‘Kepolisian Kota Besar’ (Poltabes) in Denpasar wanneer je toch in de stad bent voor boodschappen lijkt dan een goed plan.
Daarmee toon je dus aan er nog niets van begrepen te hebben.
Ondanks je KITAS en je mondje Bahasa Indonesia.
In Indonesië is iets administratiefs per definitie NOOIT eenvoudig.
Dat kan eenvoudigweg niet.
Administratie is iets duisters, geheimzinnigs, ondoorgrondelijks.
Ambtenaren zijn moderne alchemisten die in hun kantoortjes, achter hun loketten en met hun pc’s allerlei mysterieuze dingen uitspoken waar wij, de buitenstaanders geen enkel besef van hebben.
En: er zijn altijd veel mensen bij betrokken.
Die alles door elkaar moeten laten nalezen, paraferen, afstempelen, aanvullen, ondertekenen, corrigeren, kopiëren enz.
Zelden is een handeling op Bali, hoe triviaal ook, gratis.
De molen blijft alleen draaien als je er op tijd en stond een paar tienduizend Rupiah insteekt. Gelukkig lijkt dat meer dan het is, maar toch blijft het frustrerend. Voor een groentje.
Het is niet haalbaar in Indonesië te wonen en je over dit soort praktijken te blijven opwinden.
Je moet meebuigen, als bamboe in de wind of je breekt vroeg of laat.
Dit systeem zorgt natuurlijk voor een boel jobs. Iets wat je in Europa zelf zou afhandelen, via het internet bijvoorbeeld, wordt in Indonesië ‘afgehandeld’, en dat mag je bijna letterlijk nemen, door een batterij ambtenaren.
Het kost tijd maar dat is geen argument.
“Jam karet” zeggen de Indonesiërs. Vrij vertaald: “De tijd is rekbaar, elastisch”.
Karet betekent rubber.
Wie maalt er in godsnaam om een uurtje vertraging?

Terug naar het Balinees rijbewijs.

De 15 stappen naar een rijbewijs op Bali

Wat heb je nodig om het aan te vragen?

1. KITAS; je verblijfsvergunning;
2. Je internationaal paspooort;
3. Het rijbewijs uit je vaderland;
4. Een registratiecertificaat uitgereikt door de politiediensten van je woonplaats.

En dan kan de molen beginnen draaien.

Stap 1
Ga naar het politiekantoor in Denpasar, Loket II, boven de garages en toon je documentatie. Je krijgt een stempel op je registratiecertificaat die bewijst dat het certificaat geldig is;

Stap 2
Ga naar de dokter – aan de overkant van de parkeerplaats. Betaal 25.000 Rp om je bloeddruk te laten meten en je ogen te laten checken. Je krijgt een dokterscertificaat;

Stap 3
Ga het kantoortje van Anisa Private Management binnen, naast het dokterskabinet, en betaal 85.000 Rp voor een ‘Indonesian Drivers Certificate;

Stap 4
Ga opnieuw naar Loket II en toon je, inmiddels aangegroeide documentatie. Je krijgt een aanvraagformulier waarmee je voorlopig niets doet;

Stap 5
Ga naar Loket I (Loket Bank) in het hoofdgebouw, overhandig je papieren en betaal 75.000 Rp. Je krijgt een ontvangstbewijs en je documenten worden in een blauw mapje geniet;

Stap 6
Ga (vrolijk fluitend) terug naar Loket II waar je een testformulier krijgt, in het Engels opgesteld;

Stap 7
Beantwoord de vragen in het kamertje naast Loket II.
De leukste vraag is nummer 15:

“If you are involved in a accident where there is a fatal what do you do?”

a. Leave the scene and change your number plate and your identity so the police cannot find you
b. Take the body to your house and hide it
c. Report the accident to the police

Stap 8
Breng je ingevulde test naar één van de politiemannen die vooraan in het lokaaltje zitten;

Stap 9
Ga met je blauwe mapje en je test opnieuw naar Loket II. Men zal je vragen het aanvraagformulier uit Stap 4 in te vullen. Het is in het Indonesisch opgesteld maar je krijgt hulp bij het invullen. Je krijgt een stempel op de test en een betalingsbewijs;

Stap 10
Ga naar buiten, over de parkeerplaats, voorbij het kantoortje van de dokter en Anisa en loop 500 meter door tot bij het testterrein. Geef je folder af, ga zitten en wacht tot je geroepen wordt;

Stap 11
Je wordt geroepen voor een praktische rijtest op een circuitje, uitgezet op het terrein van het politiekantoor. Je hoeft dus niet op de openbare weg. De test duurt 5 minuten maar pas op dat je de afgeleefde koppeling niet laat knarsen tijdens je testrit. Het resultaat van de test wordt genoteerd in je blauwe mapje;

Stap 12
Ga terug naar het hoofdgebouw en zoek ‘Loket Koreksi SIM’. Geef je mapje af en wacht. Vergeet niet dat jam karet is;

Stap 13
Zodra je naam genoemd wordt, ga je naar het loket en je krijgt je mapje terug samen met een nummer. Ga daarmee het aangrenzende kamertje binnen waar 6 politiemannen achter computers zitten. Zodra je geroepen wordt ga je naar de politieman toe en bevestig je alle gegevens die hij in zijn database invult. Deze gegevens komen op je rijbewijs dus controleer alles nauwkeurig om later misverstanden te vermijden;

Stap 14
Je krijgt je mapje terug en gaat ermee naar een klein, aangrenzend kamertje. Daar staan 3 computers, uitgerust voor het nemen van vingerafdrukken en foto’s. Doe gewoon zoals je hebt gezien in Amerikaanse films en ga daarna naar buiten, neem plaats en wacht;

Stap 15
De politieman achter Loket ‘Produksi SIM’ zal je naam omroepen. Je loopt naar het loket, geeft je blauwe mapje af en hij overhandigt je Balinees rijbewijs.

Zo eenvoudig is dat.

Zorg wel dat je er ‘s morgens op tijd bent.