Archive for the ‘Flora & Fauna’ Category

We are Family

Snails on a Fish Tail Palm

 

What looks like a family of snails, immobile  on a Fish Tail Palm in the garden behind the KECAK room.

The palm is bearing berry like fruits, lots of them, which might be the reason of the gathering.

That or the frequent rain showers we have had recently, mainly in late afternoon or during the night.

Rather unusual since this is supposed to be the start of the dry season.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Hoe lang was je poot zei je?

oh, O.K.
langpoot

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Eenden

ducks2

Na de oogst worden grote groepen eenden naar het rijstveld gebracht. Ze eten er de overgebleven korrels en de insecten en bemesten en passant ongetwijfeld ook de rijstvelden. Ze kunnen je met hun gesnater best wel eens vervelen maar over het algemeen zijn ze alleen maar grappig in de weer. Ze lopen achter elkaar aan zonder dat het echt duidelijk is wie de leiding heeft. Ze blijven een week en dan worden ze naar een ander veld gebracht. De gastarbeidereenden die bij ons hebben gewerkt moesten blijkbaar flink wat verderop aan de slag want ze werden met de eendentaxi opgehaald. Wel wat krap maar dat zijn ze blijkbaar gewend. Ze gaven geen kik meer zodra ze in hun hokjes zaten. Binnen een week wordt er weer geploegd en kan de cyclus opnieuw beginnen.

Alle eenden verzamelen!

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Hertshoornvaren bis

Small Boutique Hotels

De foto in de vorige post over deze varen was wel mooi maar het was niet zo duidelijk waar die varen zich eigenlijk bevond.
Daarom hierbij een opname van wat grotere afstand. De stam is van de frangipani waarover ik het had. De rode bloemen zijn  van een hibiscusstruik; de iets minder zichtbare (paarse) bloemen zijn orchideeën.
Eén van onze tuinmannen, Nyoman, is gisteren gevallen en  verwondde zich met zijn sikkel. Hij hield er een flinke wonde aan over aan de pols. Ik hem hem vandaag dan maar een vrije dag gegeven en de instructie om naar de verpleegpost (PUSKESMAS) in zijn dorp te gaan.
De drukte van de Kerst- en Nieuwjaars periode is voorbij. Gisteren checkten 4 kamers uit en lieten Villa Sabandari verlaten achter. Vandaag komen gelukkig weer nieuwe gasten aan; woensdag verwelkomen we mijn neef Thomas en zijn vriendin Liesje die de afgelopen maanden door Australië en Nieuw Zeeland hebben gereisd en hun belevenissen bijhielden in een mooie blog. Prachtige foto’s ook.
Onze allereerste factuur van 2010 maakten we op 31 januari. We sloten af op 31 december met factuur nummer 96. Nog bijna een maand en we kunnen een balans opmaken van het eerste jaar exploitatie. Kijken wat we goed hebben gedaan, wat we kunnen verbeteren, wat we moeten veranderen.Ik ben in elk geval tevreden en dat gebeurt niet zo gauw.       Knipogende emoticon

Bali Design Villa Hotel

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

I ♥ U

Boutique Hotel in de rijstvelden

 damselflyred

Twee waterjuffers kwamen me in mijn kantoortje een nieuw jaar vol liefde toewensen. Ik kies ervoor om dat te geloven in ieder geval.

Two damselflies came to my office to wish me a new year filled with love.
That is what I choose to believe anyway.

Guesthouse in Ubud Bali

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Hertshoornvaren

treefernVilla Sabandari:

 Boutique Hotel in Ubud

De hertshoornvaren (Platycerium bifurcatum) groeiend op een een Frangipaniboom van 150 jaar oud.
Mijn kantoortje is klein maar het uitzicht maakt veel goed.

Droom vakantie in Guesthouse

Ubud – Bali

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Inspiratie

bisschopsvarens

Bij het zien van deze nieuwe scheuten moest ik onwillekeurig denken aan een bisschopsstaf.
Letterlijk welteverstaan.
Het zal wel te maken hebben met mijn katholieke opvoeding. Of met Sinterklaas, dat kan ook.
Nieuwe varens zien er ook zo uit meen ik me te herinneren.
Inspiratie uit eigen tuin in Ubud, Bali.

Boutique Bed and Breakfast, Ubud – Bali

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Meneer De Pad

Hidden Bali Boutique Hotel

 Toad

Ik zat in mijn kantoortje wat peinzend voor me uit te staren. Wachtend op een lumineuze inval die er maar niet kwam waarschijnlijk.
Toen zag ik plots Meneer De Pad die me vanop de muur zat aan te kijken met zo’n houding van ‘Wordt er hier ook nog gewerkt of hoe zit dat?’
Ik voelde me onwillekeurig een beetje schuldig.
Meneer De Pad lijkt een beetje op Meneer de Uil vind ik.
Trouwens, waar bemoeit hij zich mee!
Wijsneus!

Hidden Gems auf Bali

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Alarm

5 star hotels in Bali

Om 6:23 hoorde ik de telefoon rinkelen in mijn kantoortje.
‘Als het echt belangrijk is bellen ze wel terug op mijn gsm’  dacht ik en draaide me nog even om. Opnieuw inslapen lukte echter niet en om 7:10 zat ik alweer achter mijn computer.
Made, die normaal om 10 uur zou beginnen stond  om kwart over zeven in mijn kantoor met een doktersattest van Budhi. Die had net zijn vrije dag gehad en zou nu twee dagen thuis zijn wegens ziekte. Dat kan natuurlijk iedereen overkomen.  Hij had haar gebeld met de vraag het attest op te halen bij hem thuis en vroeger te beginnen. Het probleem was dat hij normaal de 2 Australische gasten die om 14:15 zouden landen in Denpasar zou ophalen bij aankomst in de luchthaven.  De andere chauffeur, Dewa,  zou volgens het schema pas starten om 14:00. Ik stuurde hem snel een SMS met de vraag om 13:00 te beginnen. Prompt antwoord dat dat geen probleem was. Flexibiliteit is hier geen loos begrip zoals u merkt.

Als hapjes voor bij de welcome drink had de kok toastjes met kipsalade, uitgeholde komkommer met scampi en cocktailsaus en gevulde paddenstoelen gemaakt.
Dat laatste was een attentie voor een van de gasten die vooraf had gemeld dat hij vegetariër was. De porties waren wat groot uitgevallen voor onze Australische vrienden en er was nog flink wat over toen ze naar hun kamer gingen om zich op te frissen.
Ik belde daarom Ayu in de keuken op en vroeg haar, in het Engels, want dat proberen we hen bij te brengen, om de rest van de snacks naar onze privé living te brengen.
Even later zagen we Nyoman en Dewa komen aangesneld, gewapend met bezems en stokken.
Geen snacks evenwel.
Ze bleven voor de geopende schuifdeuren staan. Dewa een metertje of zo achter Nyoman, en keken verrast naar Saar, die rustig aan haar computer zat.
‘Waar?’ vroeg Nyoman.(In het Bahasa Indonesia natuurlijk).
‘Waar wat?’ vroeg ik.
De slang‘ antwoordde hij.
‘Slang, slang? Welke slang’ vroeg ik.  Dewa begon al een beetje half opgelucht, half geamuseerd te lachen.
Nyoman keek even wat verward naar Dewa en begreep er duidelijk niets meer van.
‘U hebt toch gebeld naar de keuken om te zeggen dat er een slang was in de living?’ zei hij.
Ayu, die ‘snake’ gehoord had in plaats van ‘snack’ had onmiddellijk slangenalarm geslagen.

Dewa lachte het hardst van iedereen. Hij is namelijk niet zo’n held als het op slangen vangen aankomt en was duidelijk opgelucht dat het vals alarm was geweest.

Made vroeg met later hoe je dan precies ‘een klein gerechtje‘ moest uitspreken in het Engels.
Ik legde haar uit dat je ‘snack’ met een korte ‘é’ klank uitsprak, het was tenslotte ook maar een klein gerechtje. Een ‘snake’ daarentegen was lang dus:  ‘snééééék’.

Die vergeet dat gegarandeerd nooit meer.

Villa Sabandari: Luxury Resort Ubud

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Terug naar Afrika

Flamboyant tree in Africa

foto: Flamboyant

Een combinatie van factoren deed mij de afgelopen weken vaak, in gedachten, teruggaan naar 1977. Dat is 33 jaar geleden maar zo voelt het niet. Het lijkt nog niet zo lang geleden. Niet abnormaal wanneer je een dagje ouder wordt schijnt het, maar het verrast me toch steeds opnieuw.

Nu we een jaar in Bali zijn, vond ik het tijd worden om ons sociale zekerheidsstatuut aan te passen aan de nieuwe situatie.

Spiritual Retreats in Bali

De ‘Dienst Overzeese Sociale Zekerheid’ (DOSZ) stuurde me allerhande formulieren via e-mail die ik dan kon inscannen en terugmailen, na ze behoorlijk te hebben ingevuld welteverstaan.
Hierbij bleef het niet; dat zou te mooi en te efficiënt geweest zijn. Neen, de originelen moesten ook nog per post worden opgestuurd naar Brussel.
Een aantal weken later kreeg ik een bericht van DOSZ met de vraag of ik vroeger nog bij hen bijdragen had betaald.
Ik antwoordde ontkennend.
‘Of ik dat wel zeker wist’, vroeg een vriendelijke mevrouw per kerende mail.
‘Of ik niet ooit, misschien lang geleden, had gewerkt in het buitenland voor een NGO?’
Toen ging er een belletje rinkelen en liet ik weten dat ik, in een grijs verleden, tussen 1977 en 1979 mijn burgerdienst had gedaan in Opper-Volta, het huidige Burkina Faso in West-Afrika.
De mevrouw zei dat ik dan toch degene was die bij hen een dossier had.
Het ‘Algemeen Bestuur Ontwikkelingssamenwerking’ (ABOS) had twee jaar voor mij premies gestort bij DOSZ. Het zal wel geen vetpot zijn maar het deed toch plezier. Het verzoende me ook weer even met het functioneren van de administratie.

Yoga Holidays

En dan was er dat meisje van 15 uit Gistel die begin mei overleed aan hersenvliesontsteking.
Opnieuw een flashback.
Ditmaal naar een klein kamertje in een gebouw in de brousse van Burkina Faso. Achter een paar rieten matten, een groen ijzeren bed met een dunne metalen stang op iedere hoek en daaraan een muskietennet. Het was warm in die kamer, zelfs wanneer je geen koorts had. De zon scheen onbarmhartig op het golfplaten dak en het zuchtje wind kwam linea recta uit de Sahara en bracht geen verkoeling.
‘C’est le palud’, zei pater Boinot, die naast Professeur de Français et Latin, ook infirmier was. Palud is kort voor ‘paludisme’, malaria dus. Daar hadden wel meer van de die oude knarren (mijn collegae in de school waar ik les gaf) af en toe last van. Die woonden dan ook al tientallen jaren in Afrika.
Ik voelde me al een aantal dagen niet lekker, moe, overal pijn en wat koortsig. Nivaquinepillen nemen, veel water drinken en rusten was het advies.
Dagen heb ik daar gelegen met steeds hoger oplopende koorts, barstende hoofdpijn en pijn in spieren en gewrichten. De nonnetjes brachten me soms wat soep of rijst met saus en wat water.
De pilletjes werden op een bepaald moment vervangen door inspuitingen met Flavoquine, een ander middel tegen malaria. ‘Stilstaan!’, zei Boinot, ‘dan voel je er niks van’. Maar ik kon niet stilstaan. Ik daverde verdomme van de koorts!  En elke avond kwamen ze me roepen voor het eten. Zonder twijfel het adagium indachtig ‘Il faut manger l’Afrique, sinon l’Afrique te mange’. Ik mocht niet aan eten denken. Kon geen hap door de keel krijgen. Afrika was bezig me een kopje kleiner te maken, daar was ik zeker van.
In mijn koortsdromen zag ik mijn plaatsje, op het kerkhof van Tionkuy, naast de Franse ontwikkelingswerker, waarvan de naam me nu ontsnapt, maar die werkte in het ‘Centre Agricole Rurale’ en die jammer genoeg de windrichting verkeerd had ingeschat bij het besproeien van de gewassen met een uiterst giftig insecticide. Een houten bordje met zijn naam, geboorte- en sterfdatum erop. Dat was het.
Op een bepaald moment voelde ik me zo slecht dat het me ook helemaal niets meer kon schelen. Er was geen emotie, geen angst, alleen apathie.
Toen mijn nek begon te verkrampen en mijn hoofd wat naar achter trok en ik ook kramp in mijn onderkaak kreeg, begon Boinot toch stilaan zijn diagnose in vraag te stellen. Ik moest me dan maar aankleden en wat toiletspullen bij elkaar zoeken want ze zouden me naar de dichtstbijzijnde stad met een ziekenhuis brengen.
In een ambulance zal u denken?
Neen, in een Citroën 2pk van net na de oorlog, eigendom van de directeur van de school waar ik les gaf, le Père Nouaille-Degorce, het prototype van de missionaris compleet met witte baard, gekleed in gandoura en op sandalen.
De afstand tussen Tionkuy en Nouna was misschien 50 km maar we deden daar uren over. De weg was dan ook niet geasfalteerd maar bestond uit aangestampte, rode aarde met om de haverklap diepe putten en uitgesleten ribbels, net golfplaten, die het onmogelijk maakten om sneller dan tegen een slakkengangetje te rijden.
Nouaille was bekend om zijn herstellingen aan motoren allerhande. De meest gebruikte materialen bij die herstellingen waren elastiekjes en ijzerdraad. In mijn koortsnevels was ik steeds weer op zoek naar de volgende baobabboom (zie foto), in de verte, langs de kant van de weg. Daar zou ik naartoe moeten zien te komen als die duivelse 2pk het eindelijk zou begeven. Naar de schaduw, gewoon liggen en wachten.

Baobab tree
Na, wat een eeuwigheid leek, arriveerden we in de missiepost van Nouna. Weer een snikheet kamertje met een zelfde soort bed en een even muf ruikend muskietennet.
Boven de 40° koorts, 2 weken bijna niets gegeten en zo verward als een junk, werd me uitgelegd waar het ziekenhuis was en kreeg ik een mobylette om er naar toe te rijden.
‘L’Afrique c’est pour les costauds’.
De vriendelijke Zwitserse dokter herinner ik me, die heel snel de diagnose ‘méningite’, hersenvliesontsteking stelde, en een jonge, blanke non in het wit die me een pijnlijke injectie in de bil gaf, en dat het pijn deed wanneer ik daarna met mijn mobylette door al die verdomde putten terug reed naar de missiepost en dan liggen en proberen te slapen en die verdomde ezels met hun keihard gebalk en de metalen velg waarop de paters constant sloegen omdat ze geen kerkklok hadden en de vruchten van de flamboyant die klepperden en klepperden tot je er gek van werd en de cicaden die allemaal tegelijk begonnen te zoemen en dan weer gelijk stopten en de gecko’s die naar elkaar ‘gecko, gecko, geckooooo!’  riepen soms 5 – soms 7 – soms 10 keer en mijn hart dat met zijn koortsig gebons het dak van het muskietennet boven me ritmisch deed bewegen, en nog zoveel meer.
Airco?  Vergeet het. Een roestige ventilator, hoog aan het plafond maar die deed het niet.
Lakens die lichtrood zagen van het fijne laterietstof dat door alle hoeken en gaten de kamer binnenkwam.
En dan het langzame genezen.
De eerste nacht weer doorslapen, die eerste douche, opnieuw ‘s avonds buiten eten met de anderen, weer normaal kunnen denken en lopen. Ik was er weer.

En dan was er Vangheluwe en pater M.
Pas jaren later, tijdens een reünie met een aantal van mijn, in Europa en Canada wonende ex-leerlingen, hoorde ik dat M. zich vergreep aan de jongens van de school.
M. waarmee we haast elke avond, bij het licht van een petroleumlamp Bravolta bier dronken uit halve liter flessen en kaart speelden tot we omvielen van de slaap.
M. die 2 jaar mijn haar (dat had ik toen nog ja) knipte. Ik zat op een ijzeren stoel, met een handdoek over mijn schouders in de mangoplantage, achter onze kamers.
M. die ik wel eens hand in hand zag lopen met sommige jongens maar dat is in Afrika de gewoonste zaak van de wereld, dus daar stond ik maar niet bij stil. M. die, naar ik later hoorde, door de zijn orde naar Frankrijk werd gestuurd, toen het allemaal wat te erg werd.
M. die het, zoals Vangheluwe, blijkbaar aankon om een dubbelleven te leiden. Hij was nota bene biechtvader en raadsman van een aantal jongens op die school. Ik begrijp niet dat ik tijdens die 2 jaar niets gezien of gemerkt heb terwijl we met z’n tienen, geïsoleerd van de buitenwereld, samenleefden.
En Jef Geeraerts in Congo en de sabel van Boudewijn.

Ik droomde weer van Afrika, in het Frans, zoals toen.

Nu op Bali hoor ik weer de geluiden van de tropen en voel de warmte van de evenaarszon.
Maar we zijn 33 jaar verder en de omstandigheden zijn wat anders.
En dat is een gigantisch understatement.

Hotel Reservation

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+