Archive for the ‘Flora & Fauna’ Category

Alarm

5 star hotels in Bali

Om 6:23 hoorde ik de telefoon rinkelen in mijn kantoortje.
‘Als het echt belangrijk is bellen ze wel terug op mijn gsm’  dacht ik en draaide me nog even om. Opnieuw inslapen lukte echter niet en om 7:10 zat ik alweer achter mijn computer.
Made, die normaal om 10 uur zou beginnen stond  om kwart over zeven in mijn kantoor met een doktersattest van Budhi. Die had net zijn vrije dag gehad en zou nu twee dagen thuis zijn wegens ziekte. Dat kan natuurlijk iedereen overkomen.  Hij had haar gebeld met de vraag het attest op te halen bij hem thuis en vroeger te beginnen. Het probleem was dat hij normaal de 2 Australische gasten die om 14:15 zouden landen in Denpasar zou ophalen bij aankomst in de luchthaven.  De andere chauffeur, Dewa,  zou volgens het schema pas starten om 14:00. Ik stuurde hem snel een SMS met de vraag om 13:00 te beginnen. Prompt antwoord dat dat geen probleem was. Flexibiliteit is hier geen loos begrip zoals u merkt.

Als hapjes voor bij de welcome drink had de kok toastjes met kipsalade, uitgeholde komkommer met scampi en cocktailsaus en gevulde paddenstoelen gemaakt.
Dat laatste was een attentie voor een van de gasten die vooraf had gemeld dat hij vegetariër was. De porties waren wat groot uitgevallen voor onze Australische vrienden en er was nog flink wat over toen ze naar hun kamer gingen om zich op te frissen.
Ik belde daarom Ayu in de keuken op en vroeg haar, in het Engels, want dat proberen we hen bij te brengen, om de rest van de snacks naar onze privé living te brengen.
Even later zagen we Nyoman en Dewa komen aangesneld, gewapend met bezems en stokken.
Geen snacks evenwel.
Ze bleven voor de geopende schuifdeuren staan. Dewa een metertje of zo achter Nyoman, en keken verrast naar Saar, die rustig aan haar computer zat.
‘Waar?’ vroeg Nyoman.(In het Bahasa Indonesia natuurlijk).
‘Waar wat?’ vroeg ik.
De slang‘ antwoordde hij.
‘Slang, slang? Welke slang’ vroeg ik.  Dewa begon al een beetje half opgelucht, half geamuseerd te lachen.
Nyoman keek even wat verward naar Dewa en begreep er duidelijk niets meer van.
‘U hebt toch gebeld naar de keuken om te zeggen dat er een slang was in de living?’ zei hij.
Ayu, die ‘snake’ gehoord had in plaats van ‘snack’ had onmiddellijk slangenalarm geslagen.

Dewa lachte het hardst van iedereen. Hij is namelijk niet zo’n held als het op slangen vangen aankomt en was duidelijk opgelucht dat het vals alarm was geweest.

Made vroeg met later hoe je dan precies ‘een klein gerechtje‘ moest uitspreken in het Engels.
Ik legde haar uit dat je ‘snack’ met een korte ‘é’ klank uitsprak, het was tenslotte ook maar een klein gerechtje. Een ‘snake’ daarentegen was lang dus:  ‘snééééék’.

Die vergeet dat gegarandeerd nooit meer.

Villa Sabandari: Luxury Resort Ubud

Terug naar Afrika

Flamboyant tree in Africa

foto: Flamboyant

Een combinatie van factoren deed mij de afgelopen weken vaak, in gedachten, teruggaan naar 1977. Dat is 33 jaar geleden maar zo voelt het niet. Het lijkt nog niet zo lang geleden. Niet abnormaal wanneer je een dagje ouder wordt schijnt het, maar het verrast me toch steeds opnieuw.

Nu we een jaar in Bali zijn, vond ik het tijd worden om ons sociale zekerheidsstatuut aan te passen aan de nieuwe situatie.

Spiritual Retreats in Bali

De ‘Dienst Overzeese Sociale Zekerheid’ (DOSZ) stuurde me allerhande formulieren via e-mail die ik dan kon inscannen en terugmailen, na ze behoorlijk te hebben ingevuld welteverstaan.
Hierbij bleef het niet; dat zou te mooi en te efficiënt geweest zijn. Neen, de originelen moesten ook nog per post worden opgestuurd naar Brussel.
Een aantal weken later kreeg ik een bericht van DOSZ met de vraag of ik vroeger nog bij hen bijdragen had betaald.
Ik antwoordde ontkennend.
‘Of ik dat wel zeker wist’, vroeg een vriendelijke mevrouw per kerende mail.
‘Of ik niet ooit, misschien lang geleden, had gewerkt in het buitenland voor een NGO?’
Toen ging er een belletje rinkelen en liet ik weten dat ik, in een grijs verleden, tussen 1977 en 1979 mijn burgerdienst had gedaan in Opper-Volta, het huidige Burkina Faso in West-Afrika.
De mevrouw zei dat ik dan toch degene was die bij hen een dossier had.
Het ‘Algemeen Bestuur Ontwikkelingssamenwerking’ (ABOS) had twee jaar voor mij premies gestort bij DOSZ. Het zal wel geen vetpot zijn maar het deed toch plezier. Het verzoende me ook weer even met het functioneren van de administratie.

Yoga Holidays

En dan was er dat meisje van 15 uit Gistel die begin mei overleed aan hersenvliesontsteking.
Opnieuw een flashback.
Ditmaal naar een klein kamertje in een gebouw in de brousse van Burkina Faso. Achter een paar rieten matten, een groen ijzeren bed met een dunne metalen stang op iedere hoek en daaraan een muskietennet. Het was warm in die kamer, zelfs wanneer je geen koorts had. De zon scheen onbarmhartig op het golfplaten dak en het zuchtje wind kwam linea recta uit de Sahara en bracht geen verkoeling.
‘C’est le palud’, zei pater Boinot, die naast Professeur de Français et Latin, ook infirmier was. Palud is kort voor ‘paludisme’, malaria dus. Daar hadden wel meer van de die oude knarren (mijn collegae in de school waar ik les gaf) af en toe last van. Die woonden dan ook al tientallen jaren in Afrika.
Ik voelde me al een aantal dagen niet lekker, moe, overal pijn en wat koortsig. Nivaquinepillen nemen, veel water drinken en rusten was het advies.
Dagen heb ik daar gelegen met steeds hoger oplopende koorts, barstende hoofdpijn en pijn in spieren en gewrichten. De nonnetjes brachten me soms wat soep of rijst met saus en wat water.
De pilletjes werden op een bepaald moment vervangen door inspuitingen met Flavoquine, een ander middel tegen malaria. ‘Stilstaan!’, zei Boinot, ‘dan voel je er niks van’. Maar ik kon niet stilstaan. Ik daverde verdomme van de koorts!  En elke avond kwamen ze me roepen voor het eten. Zonder twijfel het adagium indachtig ‘Il faut manger l’Afrique, sinon l’Afrique te mange’. Ik mocht niet aan eten denken. Kon geen hap door de keel krijgen. Afrika was bezig me een kopje kleiner te maken, daar was ik zeker van.
In mijn koortsdromen zag ik mijn plaatsje, op het kerkhof van Tionkuy, naast de Franse ontwikkelingswerker, waarvan de naam me nu ontsnapt, maar die werkte in het ‘Centre Agricole Rurale’ en die jammer genoeg de windrichting verkeerd had ingeschat bij het besproeien van de gewassen met een uiterst giftig insecticide. Een houten bordje met zijn naam, geboorte- en sterfdatum erop. Dat was het.
Op een bepaald moment voelde ik me zo slecht dat het me ook helemaal niets meer kon schelen. Er was geen emotie, geen angst, alleen apathie.
Toen mijn nek begon te verkrampen en mijn hoofd wat naar achter trok en ik ook kramp in mijn onderkaak kreeg, begon Boinot toch stilaan zijn diagnose in vraag te stellen. Ik moest me dan maar aankleden en wat toiletspullen bij elkaar zoeken want ze zouden me naar de dichtstbijzijnde stad met een ziekenhuis brengen.
In een ambulance zal u denken?
Neen, in een Citroën 2pk van net na de oorlog, eigendom van de directeur van de school waar ik les gaf, le Père Nouaille-Degorce, het prototype van de missionaris compleet met witte baard, gekleed in gandoura en op sandalen.
De afstand tussen Tionkuy en Nouna was misschien 50 km maar we deden daar uren over. De weg was dan ook niet geasfalteerd maar bestond uit aangestampte, rode aarde met om de haverklap diepe putten en uitgesleten ribbels, net golfplaten, die het onmogelijk maakten om sneller dan tegen een slakkengangetje te rijden.
Nouaille was bekend om zijn herstellingen aan motoren allerhande. De meest gebruikte materialen bij die herstellingen waren elastiekjes en ijzerdraad. In mijn koortsnevels was ik steeds weer op zoek naar de volgende baobabboom (zie foto), in de verte, langs de kant van de weg. Daar zou ik naartoe moeten zien te komen als die duivelse 2pk het eindelijk zou begeven. Naar de schaduw, gewoon liggen en wachten.

Baobab tree
Na, wat een eeuwigheid leek, arriveerden we in de missiepost van Nouna. Weer een snikheet kamertje met een zelfde soort bed en een even muf ruikend muskietennet.
Boven de 40° koorts, 2 weken bijna niets gegeten en zo verward als een junk, werd me uitgelegd waar het ziekenhuis was en kreeg ik een mobylette om er naar toe te rijden.
‘L’Afrique c’est pour les costauds’.
De vriendelijke Zwitserse dokter herinner ik me, die heel snel de diagnose ‘méningite’, hersenvliesontsteking stelde, en een jonge, blanke non in het wit die me een pijnlijke injectie in de bil gaf, en dat het pijn deed wanneer ik daarna met mijn mobylette door al die verdomde putten terug reed naar de missiepost en dan liggen en proberen te slapen en die verdomde ezels met hun keihard gebalk en de metalen velg waarop de paters constant sloegen omdat ze geen kerkklok hadden en de vruchten van de flamboyant die klepperden en klepperden tot je er gek van werd en de cicaden die allemaal tegelijk begonnen te zoemen en dan weer gelijk stopten en de gecko’s die naar elkaar ‘gecko, gecko, geckooooo!’  riepen soms 5 – soms 7 – soms 10 keer en mijn hart dat met zijn koortsig gebons het dak van het muskietennet boven me ritmisch deed bewegen, en nog zoveel meer.
Airco?  Vergeet het. Een roestige ventilator, hoog aan het plafond maar die deed het niet.
Lakens die lichtrood zagen van het fijne laterietstof dat door alle hoeken en gaten de kamer binnenkwam.
En dan het langzame genezen.
De eerste nacht weer doorslapen, die eerste douche, opnieuw ‘s avonds buiten eten met de anderen, weer normaal kunnen denken en lopen. Ik was er weer.

En dan was er Vangheluwe en pater M.
Pas jaren later, tijdens een reünie met een aantal van mijn, in Europa en Canada wonende ex-leerlingen, hoorde ik dat M. zich vergreep aan de jongens van de school.
M. waarmee we haast elke avond, bij het licht van een petroleumlamp Bravolta bier dronken uit halve liter flessen en kaart speelden tot we omvielen van de slaap.
M. die 2 jaar mijn haar (dat had ik toen nog ja) knipte. Ik zat op een ijzeren stoel, met een handdoek over mijn schouders in de mangoplantage, achter onze kamers.
M. die ik wel eens hand in hand zag lopen met sommige jongens maar dat is in Afrika de gewoonste zaak van de wereld, dus daar stond ik maar niet bij stil. M. die, naar ik later hoorde, door de zijn orde naar Frankrijk werd gestuurd, toen het allemaal wat te erg werd.
M. die het, zoals Vangheluwe, blijkbaar aankon om een dubbelleven te leiden. Hij was nota bene biechtvader en raadsman van een aantal jongens op die school. Ik begrijp niet dat ik tijdens die 2 jaar niets gezien of gemerkt heb terwijl we met z’n tienen, geïsoleerd van de buitenwereld, samenleefden.
En Jef Geeraerts in Congo en de sabel van Boudewijn.

Ik droomde weer van Afrika, in het Frans, zoals toen.

Nu op Bali hoor ik weer de geluiden van de tropen en voel de warmte van de evenaarszon.
Maar we zijn 33 jaar verder en de omstandigheden zijn wat anders.
En dat is een gigantisch understatement.

Hotel Reservation

Bloemen in de tuin

Klikken op een foto geeft een grotere versie
Climber (Nona makan siring) in Villa Sabandari, a star resort in Ubud, Bali Frangipani tree in Villa Sabandari, a star hotel for yoga training in Ubud, Bali
Flowers in one of the yoga hotels in Bali Hibiscus in Villa Sabandari, one of the newest hotels with yoga teacher training in Bali
Iris in Villa Sabandari, one of the newest hotels with yoga teacher training in Bali Orchid in Villa Sabandari, one of the newest hotels with yoga teacher training in Bali
Flowers in Villa Sabandari, one of the newest hotels with yoga teacher training in Bali Flowers in Villa Sabandari, one of the newest star hotels with yoga teacher training in Bali
Flosers in Villa Sabandari, one of the newest hotels with yoga teacher training in Bali Chanel #5 flowers in Villa Sabandari, one of the newest hotels with yoga teacher training in Bali

5 star Resort Hotels in Bali

De wet van Mendel

Dining room in Villa Sabandari, one of the newest boutique hotels in Ubud, Bali

Ubud, Bali Hotels and Resorts

Wie heeft er een verklaring voor dit hoogst eigenaardige fenomeen?
Gele, rode en roze bloemen aan dezelfde plant?
Het zijn bovendien geen zijden- of plastic kunstbloemen. Het is puur natuur.
De bloemen op de tafel zijn van de frangipaniboom en hebben hier verder niets mee te maken. Die liggen daar enkel als decoratie.
Ik ben benieuwd.

foto: dining room van Villa Sabandari in Ubud, Bali

Find Yoga Classes

Vleervlinder

Butterfly in Villa Sabandari, one of the newest 4 star hotels in Ubud, BaliHet lijkt toch op een kruising tussen een vleermuis en een vlinder? Biologisch zou dat wat problematisch zijn, dat weet ik wel.
De ‘batterfly’ (wink, wink) kleefde op een raam van de airconditioned living in Luma Ité. Ik gebruik die voorlopig als bureau omdat in mijn nieuw kantoor(tje) nog wat TL- lampen moeten geplaatst worden in de kast. Zoals aan een select publiek bekend is ‘schoonmaken’ het meest gebruikte woord in ‘Villa Sabandari’ en daarom wacht ik met verhuizen tot alle werkzaamheden klaar zijn.
De vleervlinder is intussen in ‘batterfly heaven’ want, terwijl ik dit schreef, werd hij/zij opgepeuzeld door een hongerige tjitjak.
Tot zover weer een spannende episode uit een gewone dag in Ubud, Bali.
In België is donderdag 22 april 2010 geen gewone dag.
Het is BHV-stemmingsdag in het parlement.
Het ultimatum loopt af om 14:15 Belgische tijd. Of dan toch weer niet?
Zo vanop een afstand krijgt die hele discussie iets ridicuuls. België zou een modelstaat zijn indien onze politici zich zouden kunnen bezig houden met dingen die echt belangrijk zijn.
Wat een  tijd, energie en geld gaan er nu op in communautair getouwtrek?
Voor de niet Belgische lezers: U hebt geen flauw idee waar dit over gaat.
Wees daar blij om.

Bali 4 Star Hotels

No-nonsense

‘Argiope keyserlingii’ web in the garden of Villa Sabandari, a yoga retreat in Ubud, Bali Ik hou van no-nonsense mensen.
Geen rond-de-pot-gedraai.
Gewoon zeggen waar het op staat.
En dan ook weer niet teveel zeggen.
Niet doordrammen en over iets doorzeuren om een punt te scoren.
Daarom is de ‘Argiope keyserlingii’ dan ook een diertje naar mijn hart.
Ze geeft geen kik maar maakt aan de andere kant wel heel duidelijk waar het op staat.
’Hier ben ik, ik speel geen verstoppertje. Je kan precies zien waar ik zit.’
’En ik heb honger! Honger ja!!’
’Dus gewoon vliegen naar het punt gemarkeerd met die grote “X”.’
‘Dan zien we elkaar daar voor de lunch. O.K.?’
Hoeveel duidelijker kan je zijn?
Voor de mannetjes ‘A. keyserlingii’ is het ook makkelijk. Geen gezoek tussen al die planten, geen gesnuffel naar feromonen. Gewoon op zoek naar een kruis en dan bingo!
Wat die mannetjes zich iets te laat realiseren, gek als ze worden wanneer ze die uitnodigende X daar zien zweven, is dat Madame Keyserlingii vele malen groter is dan zij. En dat ze honger heeft, zo’n grote honger.
Come to mama baby, come to mama…

St Andrew's Cross Spider in de bloemen achter het zwembad van Villa Sabandari, yoga class retreat near Ubud in Bali
St Andrew’s Cross Spider in de bloemen achter het zwembad.
Dirk in Villa Sabandari

Quiet location for yoga program, meditation or yoga class

Alles Paling

De Indonesische taal (ofte Bahasa Indonesia) zit eenvoudig in elkaar. Geen vervoegingen, geen meervouden, geen werkwoordstijden en ook geen trappen van vergelijking. Dus geen onbegrijpelijke, van alle logica ontdane bouwsels als Goed-Beter-Best. Nee, het Indonesisch voegt een woordje toe om een gradatie aan te geven. Voor de overtreffende trap is dat woordje Paling. Als je wil zeggen dat je supergrote honger hebt zeg dan : Saya (=ik) paling lapar! Als je daarna vindt dat je superlekker gegeten hebt zeg dan : Paling enak!

Alles is hier Paling.

De beesten, de bomen, de bloemen en de aanhoudende geluiden. Stil is het nooit. Niet overdag, niet ‘s nachts. Krekelsonates wisselen af met kikkerconcerten. Het hanengekraai overstemt het eendengekwek. En de kevers brommen, de gekko’s lachen en de tokehs tokken. Daarenboven fluit elke vogel zijn eigenzinnig frivool deuntje. (Voor de ouderen onder ons : De Polifinario van Toon Hermans voelt zich hier prima.)

Stil blijft alleen de vlinder. De vuistgrote zwarte vlinder die mij sinds gisteren overal achtervolgt. Eerst dacht ik dat het een zwaluw was. Of een vleermuis met een slaapstoornis. Maar het is wel degelijk een vlinder. Hij vliegt, traag klapwiekend, in gerichte rechte banen alsof hij ergens naar op weg is. Fladderen past niet bij zijn imposante duistere verschijning. Vreemd is dat hij nergens landt, hij zweeft hoog boven de bloemen. Het is geen honing wat hij zoekt.

Ik loop permanent met mijn fototoestel in aanslag maar krijg hem niet te pakken. Zelfs Google laat me in de steek; verder dan de angstaanjagende symboliek van zwarte vlinders kom ik niet.

Ter compensatie een foto van een Paling Besar (=grote) Libelle vanmorgen om halfzeven op het terras van de Barongsuite. Dragonfly in Villa Sabandari, a lifestyle B&B in Ubud Bali

Rejuvenating Spa Treatments in Lifestyle B&B Ubud, Bali

Een wandeling

clip_image002Wandeling 03 – Vanuit Bunutan terug naar Ubud

Lengte: ongeveer 5 km
Duur: ongeveer 2 uur
Moeilijkheidsgraad : overwegend zeer makkelijk met in het begin een korte steile afdaling
Horeca: verschillende drank- en eetgelegenheden
Zon en schaduw: eerste deel schaduwrijk, tweede deel weinig schaduwrijk
Rij met een chauffeur van Villa Sabandari of met een bemo (standplaats hoek bij paleis/ Monkey Forrest Road. 5000 Rp.) naar Bunutan.

Laat je in Bunutan afzetten bij de zijweg (zie kaart punt 1) met wegwijzers naar Hotel The Payogan. The Payogan, hotel near Ubud, Bali

Wandel naar de tempel Pura Dalem op het einde van deze zijweg. Volg de weg die links naast de tempel loopt. Die buigt onmiddellijk naar rechts en 100 m verder naar links. Daarna neem je bij het eerste vrijstaand huis aan je rechterhand het smal pad dat langs de muur loopt. Volg dit pad dat honderd meter verder afdaalt naar de rivier, let op want het is een steil pad dat glibberig kan zijn.
Daal verder af naar de rivier. In een scherpe bocht naar rechts zie je op je linkerhand in de diepte de daken en het tempeltje van een privé eigendom. Het bospad blijft steil dalen. Bij de mandi- en wasplaats voor de lokale bevolking neem je rechts en volg je de rivier. Laundry in the river near Ubud, Bali
Loop 100 m over het betonnen muurtje of door de varens. De jonge scheuten van deze varens worden gebruikt in de traditionele Balinese schotel lawar.
Steek het eerste bruggetje (zie kaart punt 2) over en neem het licht stijgend pad dat evenwijdig loopt met de rivier. Na een haakse bocht naar links kom je 50 meter verder op een asfaltweg. Hier ga je linksaf. Blijf deze heuvelachtige weg ongeveer 800 meter volgen tot aan een tempel. Je passeert een winkeltje en een paar kunstateliers.
Bij de Pura Pucak Payogan (zie kaart punt 3) ga je rechtsaf.
De weg loopt hier naar beneden tot aan een stenen brug over een klein diep ravijn.

Villas in Ubud, Bali

Na de brug gaat de weg naar rechts en omhoog. Je loopt langs enkele winkeltjes die vooral schilderijen verkopen. Aan de linkerkant zie je de ingang van de luxe villa Prana Shanti. De weg met mooie panorama’s blijven volgen.
Voorbij een atelier van houtsnijwerk beginnen de sawah’s.

Rice field view from Villa Sabandari, one of the luxury holiday hotels in Ubud, Bali

De weg loopt iets omhoog tot aan een T-splitsing (zie kaart punt 4). Je slaat hier rechtsaf richting Sunset Hill. Langs de weg een aaneenschakeling van cafeetjes en kunstateliers. De ambachtelijke specialiteit hier is het beschilderen van eieren.
Bij een V-splitsing neem je rechts richting Sunset Hill. Wat verder kom je op een hoger gelegen plateau tussen de rijstvelden. In een eenvoudig restaurant met aan beide kanten een uitzicht over de sawah’s kan je iets drinken of eten. Een andere sjiekere rustgelegenheid is de Kokos Klub wat verder aan je rechterhand. Hier worden vaak exposities gehouden. Voorbij dit restaurant wordt de weg smaller. Je komt langs de Sunset Hill Spa en een privé domein waar de fotogenieke daken van tempeltjes boven de ommuring uitsteken.

Temple roofs near Villa Sabandari in Ubud, Bali

Rice field view close to Ubud, BaliVanaf hier daalt de weg naar een aangelegd wandelpad met vierkant plaveisel. De rest van de wandeling blijf je op een groene heuvelrug lopen tussen twee riviertjes met vooral alang-alang gras.
Dit zogenaamd woekerend onkruid gebruiken de Balinezen als dakbedekking. De afgesneden halmen worden in bundels te drogen gelegd. Ook Villa Sabandari heeft een paar traditionele daken van alang-alang gras.
alang-alang grass used as roof covering in BaliWaarschijnlijk ontmoet je op dit hooggelegen pad de blinde Ketut Kerta. Deze vriendelijke man, die langs de kant van de weg zit onder een zelfgemaakt afdak, spreekt een beetje Engels en probeert aan voorbijgangers jonge kokosnoot te verkopen. Hij hakt de vruchten doormidden zodat je ter plekke de kokosmelk kan drinken.
Na een korte afdaling kom je uit bij de Campuhanbrug, waar eeuwenoude bomen weer schaduw geven (zie kaart punt 5). Je kan vanaf het lagergelegen gedeelte van de brug de samenvloeiing zien van de Sungai Wos en de Sungai Cerik. De naam Campuhan betekent zoveel als Mix. Het resultaat van de vermenging van de twee rivieren geeft heilig water dat gebruikt wordt bij crematies. Soms komen mensen baden in de samenvloeiing, want het water zou ook genezend zijn. ‘Obat’ betekent geneesmiddel en het zou kunnen dat Ubud een verbastering is van dit woord.
Na een trap kom je uit in de hoofdstraat van Ubud. Om terug te keren naar het centrum ga je linksaf door de tunnel.

Nachtvlinders

Moths at the spa of Villa Sabandari, one of the newest vacation resorts in Ubud, BaliNachtvlinders, de insecten, hangen overdag als dorre bladeren aan de tuinverlichting, immobiel, als in een diepe slaap.

Dodelijk vermoeid, lijkt het van hun nachtelijke escapades.

Pas als het donker wordt en de lampen aangaan, komen ze weer tot leven en fladderen in groepjes rond de lichtpunten in de tuin.

Fraai getekende, fluwelige vleugels in vele tinten bruin die aanzetten tot nader onderzoek.

De analogie met de nachtvlinders in de red light districts van onze grootsteden is niet ver weg.

Spa Resorts in Ubud, Bali

Ochtendgezelschap

Vanmorgen – bij het gloren van de dageraad (een minder bombastische omschrijving zou de sfeer onrecht aandoen) – werd ik gewekt door het rammelen van de houten stores tegen de zijramen van mijn kamer. Met mijn slaapkop zie ik dat de middelste store heftig bewoog. Een aardbeving? Onmogelijk want de twee andere houten blinden hangen doodstil. Achter de middelste zie ik een kronkelende schaduw. Vannacht was ik wakker geworden door de grappige roep van een oude gekko. Hoe ouder de gekko hoe dieper zijn stem. Dat arme beest zat nu klem achter het luikje. Een reddingspoging is onvermijdelijk : kamerjas aan, schuifdeuren naar het terras open en met wat aandringen werk ik het aangeslagen beest naar buiten. Op weg naar zijn vrijheid probeert het in paniek via de gordijnen naar de hoge zoldering te vluchten maar met een resolute mep kan ik dat vermijden.Gecko in the spa of one of the luxury hotels in Ubud Bali
Gekko’s zijn nuttige beesten. Ze vangen insecten. Hier zo dicht bij de natte rijstvelden is het een zegen dat er zoveel gekko’s zitten. Het zijn ecologisch verantwoorde anti-muggenmachientjes.

Ubud Spa Resort Bali

Om zes uur stond ik dus op het terras van de Bruidssuite, de grandioze kamer die ik nu uittest. Helemaal tot in de details zal dat niet lukken, zo zonder bruidegom maar ja.
In het melkwitte water van de rijstvelden (de sawah) reflecteren melancholisch wuivende palmkruinen. Geen mens te zien. Wel een overvliegende vogel. Een frisblauwe met een rode bek. Hij landt op een paadje tussen de velden en blijft daar doodstil wachten tot ik mijn fototoestel heb genomen. 150 meter is ook voor mijn toestel te ver om uit de hand een scherpe close-up te maken. Waarvoor mijn excuses. Foto: zie post Dirk hieronder.

Dit prachtexemplaar is een Javaanse Kingfisher. In het grote Indonesische Vogelboek vind ik dat hij frequent voorkomt op Bali en dat hij – in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden – geen vis maar wel insecten eet.

Alle insecten zijn gewaarschuwd: blijf weg van Villa Sabandari. Jullie maken geen schijn van kans tegen onze superefficiënt getrainde personeelsleden : de gekko en de Javaanse koningsvisser.