Archive for the ‘Flora & Fauna’ Category

De Javaanse ijsvogel

javanese kingfisher as spotted from a room in Villa Sabandari a luxury hotel with spa in the rice fields near Ubud, Bali

of ‘Halcyon cyanoventris’ werd door Tina gespot in het rijstveld waarop ze, vanuit haar kamer, uitkijkt. Veel ijs is er niet te vinden op Bali, daarom vind ik de Engelse benaming ‘Javanese Kingfisher’ iets duidelijker. Barry Wobbes beschrijft dit diertje in zijn blog met de, voor Vlamingen, wat misleidende titel Vogelen op Bali (1997) als volgt:

“ … Ook de spectaculaire 25 cm grote Javaanse ijsvogel (Halcyon cyanoventris) met rode snavel, hemelsblauwe staart en handpennen, paarse rug en roodbruine kop en borst kon nog een plekje vinden in de rijstvelden.”

Hotel Spa in Ubud, Bali

Joy en Chanel N°5

Bali Spa UbudEen van de aangenaamste aspecten van het leven in de tropen zijn de warme avonden en nachten.

De temperatuur op Bali daalt zelden onder de 20°C.

Wanneer de avondlucht daarenboven geparfumeerd is met heerlijke aroma’s, dan is gewoon buiten zitten al een belevenis.

Hotel Villas & Spa – Ubud, Bali

Na enig opzoekingswerk kwam ik te weten dat de belangrijkste ingrediënten van de twee best verkopende parfums ter wereld, gemaakt worden van  bloemen uit de Indo-Maleisische regio. De temperatuur, bodem, hoogte en regenval in Ubud blijken dan ook nog eens ideaal te zijn voor de optimale groei en bloemvorming van de twee bomen die deze bloemen voortbrengen.

Chanel N°5, het best verkopende parfum ter wereld, is gecomponeerd in 1921. Elke 30 seconden zou er ergens ter wereld een flesje van worden verkocht. Een van de basisingrediënten is een olie,  gedistilleerd uit de bloemen van de Cananga Odorata of ylang ylang boom.Bali Spa Ubud Die boom groeit tot 5 meter per jaar en kan een hoogte van 20 meter bereiken. Per jaar geeft een volwassen boom een opbrengst van circa 100 kg aan heerlijk ruikende, geelgroene bloemen. Om de oogst te vergemakkelijken wordt de hoogte door snoeien beperkt tot 3 meter. Ik heb twee kleine exemplaren van net geen meter geplant. Een bij het pad naar de kamers en een andere naast het zwembad.

Nummer twee op de ranglijst is het parfum ‘Joy’ van het huis Jean Patou.

Het werd gecreëerd door Henri Alméras in 1935. De bloem van de Michelia Champaca zou aan de basis liggen van de heerlijke geur. De bloemen zijn oranje van kleur. Er bestaat ook een witte variante. De bloemen worden gebruikt in tempelceremoniën of gedragen in het haar door de vrouwen. Vaak worden ze ook, drijvend in een platte schaal met water, gebruikt om een kamer te parfumeren. De bladeren zijn voedsel voor de zijdeworm. De boom wordt in Java gebruikt voor herbebossing van sterk geërodeerde gronden. Wij kunnen de bloemen gebruiken in de kamers en de spa.

Onze tuin is twee exemplaren rijk, elk circa twee meter hoog. De boom kan tot 50 meter hoog worden en groeit ongeveer 2 meter per jaar. Vanzelfsprekend zullen we ook deze exemplaren door snoei in toom trachten te houden.

Bij een avondlijke wandeling door de tuin of tijdens het zwemmen onder de sterrenhemel gratis genieten van de twee meest verkochte parfums ter wereld: alleen in Villa Sabandari.

Vertel het verder.

Een tropische regenbui.

Mijn grootvader leerde me, intussen alweer een halve eeuw geleden, dat het gaat regenen wanneer de zwaluwen laag vliegen. Het heeft iets te maken met insecten die omhooggestuwd worden door opstijgende warme lucht. Hoe het wetenschappelijk allemaal precies in elkaar zit weet ik niet, maar het klopt wel.

Gisteravond tijdens mijn dagelijkse 500 meter schoolslag scheerden ze weer vrolijk vlak over het water en leken ze elegant, over de rand van het zwembad, het rijstveld in te tollen.

Bali impression: after the rain in Villa Sabandari, a quiet luxury boutique hotel in Ubud, BaliVannacht, rond de klok van drie begon dan het concert.
Wat gedonder in de verte als prelude.
Daarna het tingeltangel van afzonderlijke druppels die anders klinken afhankelijk van hun landingsplaats.
Doffe bassen voor dikke druppels op de grote bladeren van  heliconea’s en pisangbomen.
Hogere tonen bij uiteenspatten op hout of steen.
Staccato gekletter op het water van het zwembad.
Je hoort de eigenlijke bui uit de verte naderen als een bewegende massa geruis die komt aangesneld.

Quiet Luxury Boutique Hotel in Bali

Dan zit je er plots middenin.
Nu geen individuele druppels meer die hun ritmisch asynchrone composities spelen maar een golf die je met een ontzettend geraas overspoelt.
Het lijkt of iemand op de snelweg plots alle raampjes van de auto opendraait.
Op het moment dat je denkt dat het deze keer toch wel erg hard gaat, en net begint te piekeren over het feit of de rieten rolgordijnen in de open zitkamer naar beneden zijn of niet, komt de apotheose.
Geen open raampjes op de snelweg meer.
Het dak en de voorruit worden eraf geblazen en je moet roepen om elkaar te verstaan en zelfs dat lukt maar half. Net op het moment dat je lichte paniek begint te voelen stopt de tropische regenbui abrupt.
Letterlijk van het ene moment op het andere hoor je opnieuw de individuele druppels en even later is het stil.
De eerste moedige cicade begint weer te zoemen en hier en daar hoor je opnieuw ‘gecko, gecko, geckoooo!’
Het is koel, het ruikt petrichor en de bui is alweer ver weg.

Een dooie mus

Op zondag gaat Willy naar de kerk. De dienst begint om 10 uur maar ze vertrekt gewoonlijk pas een paar minuten voor tien. Je kan de kerkgangers immers horen zingen tot bij ons thuis. Ver kan die kerk dan ook niet zijn.
Ik ging dan maar even naar de vorderingen kijken op de werf. Aan de overkant van de sawah, bij de familietempel, zag ik Cokorda Gde Oka, de pater familias. Hij hield een oogje in het zeil bij de verfraaiingswerken van zijn tempel. Zoals kan afgeleid worden uit zijn naam is het een man van adel. We hadden eerder al een praatje gemaakt dus ik ging hem even een goeiedag zeggen, ik had toch mijn wandelstok bij en het is maar een klein eindje. Het was wat bewolkt en niet echt warm dus ik dacht bij mezelf ‘… waarom maak ik geen wandelingetje door de rijstvelden tot de pijn opkomt, dan maak ik rechtsomkeer en heb ik toch wat beweging gehad.’
De rijstvelden liggen er nu mooi bij. Op sommige plaatsen pas omgeploegd en volgelopen met water. Door de iets hoger gelegen grasrandjes eromheen net reuzengrote spiegels die de hemel weerkaatsen. Op andere plaatsen is de jonge rijst net geplant en hebben de sawah’s allerlei nuances van groen, afhankelijk van de hoek waaronder je kijkt en de tijd die verstreken is sinds het planten. Het water klatert door de bevloeiingskanaaltjes. Verder alleen het zingen van de vogels en af en toe het gekletter van een windmolen die als vogelverschrikker dienst doet. Op sommige velden wordt zelfs nog geploegd. Dat gebeurt door loonwerkers met een gemotoriseerde handploeg, tot aan hun dijen in de modder. De eigenaar van het veld zit vaak op een afstandje toe te kijken. Ik nam dus de tijd voor een praatje hier en een selamat pagi (goeiemorgen) daar.

Vakantie in een Ubud rice field hotel op Bali

Na een kwartier op m’n gemakje wandelen realiseerde ik me dat ik geen pijn voelde. Dan maar verder lopen tot een volgend veld en daarna tot gindse palmboom. Het kwartier werd een halfuur, en dan een uur en nog was die pijn er niet. Mijn lijfspreuk indachtig (‘Alles wat te mooi is om waar te zijn is niet waar’), besloot ik de sawah over te steken en via een alternatieve route terug te keren. Na enig zoeken vond ik een bruggetje over de rivier. Aan de overkant leidde een stijl weggetje, hier en daar voorzien van ruw uitgehakte treden, naar boven. Daar opnieuw rijstvelden met zicht op huizen in lintbebouwing.
Een oude man met kokosnoten aan een stok op de schouder vertelde me welke kant ik uit moest om bij de jalan besar (grote weg) te komen. Kinderen die aan het vliegeren waren op het veld, gingen voor die rare witte man op de loop.
Ik kwam uiteindelijk uit op Jalan Andong, een aaneenschakeling van winkeltjes met houtsnijwerk, namaakzilver, schilderijtjes, stenen beelden en dergelijke.
Rice field view vlakbij het hotel in ubud bali tijdens de vakantie 2009

Iedereen prees zijn waar natuurlijk aan en met zachte dwang probeerden ze de vreemdeling de winkel in te praten. Met ‘Lupa dompet’ (portefeuille vergeten) maakte ik aan die pogingen abrupt een einde. Tweeëneenhalf uur later was ik terug thuis wat moe, maar zonder een centje pijn in de rug. Ik kon het nauwelijks geloven. Bij de deur kwam Nyoman naar me toe. Willy was om twaalf uur uit de kerk gekomen en had me niet thuis getroffen. Ze had geprobeerd me te bellen maar ik was mijn telefoon vergeten mee te nemen. Paniek in de rangen: oom was verdwenen! Ze stuurde Dewa erop uit om te gaan informeren of iemand me gezien had. Cokarda Gde Oka zei dat ik naar het noorden was gegaan. Willy en Dewa zetten de achtervolging in. Oom lag vast ergens in een ravijn of was weer door zijn benen gezakt en kon niet meer opstaan. Mensen op het land bevestigden dat een mannetje met een stok naar utara (noord) was gewandeld, maar dat was al een tijd geleden. Willy, die mijn sandalen al ettelijke malen heeft schoongemaakt vond het patroon van mijn zolen in de modderige paadjes tussen de rijstvelden en spoorde Dewa aan tot looppas.
Thuis aangekomen zag ik 5 gemiste oproepen van Willy en een SMS van Dewa.
Ik heb naar aanleiding van dit avontuur de volgende dwingende instructies gekregen:
- nooit meer gaan wandelen zonder mijn GSM;
- altijd mijn hoed opzetten;
- me insmeren voor ik de deur uit ga;
- bij voorkeur niet alleen gaan want stel dat er wat gebeurt;
- drinken meenemen.
Ik was zo opgetogen dat van een siësta niets in huis kwam.
Saar bleef er nuchter onder en raadde me aan te wachten met victorie kraaien tot de volgende dag. ‘Dan kom je vast je bed niet meer uit’, zei ze.
U zal denken: ‘Een paar uurtjes wandelen en hij is zo blij als een kind. Die kan je ook blij maken met een dooie mus!’
Wanneer je na jaren weer pijnvrij kan wandelen zonder de hulp van pijnstillers  dan is 2 en een half uur wandelen geen dooie mus.
Dan is dat een grote gebraden kerstkalkoen, inclusief groentenkrans en zelfgemaakte kroketjes. Neem dat maar van mij aan!

Udang Diabolik.

We hadden een pak van 1 liter room in de koelkast (zie ‘De roomhistorie’) en dat stond er al een tijdje. Omdat ik Willy’s dagelijkse ‘Oom mau makan apa malam ini (Wat wil oom vanavond eten)?’ verwachtte, zocht ik daarvoor een oplossing. Stephan zou zeggen ‘Wat kan het leven toch simpel zijn’!, en dat is ook zo.
De laatste fishing trip naar Jimbaran had onder andere een halve kilo scampi’s (udang) opgeleverd. En er was bunga kol (van bunga = bloem en kol = kool). Willy zou rijst koken en ‘cap cay bunga kol’ maken. Gewokte bloemkool dus. Ik zou ‘udang diabolik’ doen, de Balinese versie van ‘scampi’s diabolique’. Dat had u goed opgemerkt.
Het resultaat van onze gecombineerde kookprestatie was lekker.
Zelfs A. was lovend en dan weet je dat je goed bent bezig geweest.
Tijdens het eten kreeg ik het flink op de heupen toen Willy, ondanks mijn vele uitspraaklessen, vroeg of we in België ook ‘seapood’ eten.
‘Hoe vaak heb ik nu al gezegd dat je een “F” in het Engels ook echt als “F” uitspreekt Willy!’ zei ik. ‘Het is “seafood”, niet “seapood”, en ja, dat eten we ook in België; we eten nu toch ook seafood? En door een Belg gemaakt volgens een Belgisch recept?’
Neen, het was ‘seapood’ wat ze bedoelde en wat we nu aten was geen ‘seapood’.
Saar legde met handen en voeten uit dat alles wat in de zee leefde ‘seafood’ was. Vis, garnalen, mosselen, kreeft, udang,… allemaal seafood.

Droom villa voor Ubud vakantie

Willy bleef herhalen dat ze dat allemaal wel wist maar dat je ook seapood kon vinden in de tuin en dat je het kon eten. Erg lekker volgens haar. Het was trouwens Bahasa Indonesia zei ze, geen Engels.
De grote stelligheid waarmee ze bij haar standpunt bleef deed me enigszins twijfelen.
Nu is Willy, zoals de meerderheid van de Ambonese vrouwen, wel een ‘kepala batu’ van het hardste soort (kepala= hoofd, batu = steen, koppigaard dus). Ze kan trouwens ook met grote stelligheid iets verdedigen wat totaal niet klopt. Maar toch, deze keer leek het anders.
‘En hoe schrijf je dat dan?’ vroeg ik.
S-I-P-U-T‘, spelde ze nadrukkelijk, al een beetje triomfantelijk.
Het woordenboek bracht raad.
‘Siput’ was ‘slak’.
Zowel zeeslak als landslak. Het was dus wel en niet ‘seafood’.
Kepala batu had dus gelijk, over de hele lijn.
Ik kroop maar weer in mijn schelp.
Siput = Snail (Blog Villa Sabandari rice field villa near Ubud)

Het papaja incident.

Saar en Willy keken al weken uit naar het moment waarop ze de grote papaja zouden kunnen plukken die daar parmantig hing te pronken. De boom staat op de grens tussen onze tuin en het rijstveld en helt over naar de kant van de sawah.

Vandaar het sterke vermoeden dat de vorige rijpe vrucht, die plots was verdwenen, gestolen was door mensen die het veld bewerkten, achter ons huis. De steel van de zwembadborstel lag toen, slordig weggegooid, in de beplanting, net alsof de dieven gestoord waren in hun werk en haastig de aftocht hadden moeten blazen.

Papaja in Villa Sabandari, een boutique hotel voor vakantie in Ubud Bali Willy waakte dan ook over deze papaja als een moederkloek over haar lievelingskuiken. Haast elke dag inspecteerde ze de rijpheid en besliste telkens weer nog een dagje te wachten voor de oogst. ‘Rijpen aan de boom is beter’, dixit Willy.
Dan stond ze plots in mijn bureau. De papaja was weg! Terwijl ze nota bene had zitten wieden op een meter of vijftien van de boom. Het moesten de mannen van de bouw geweest zijn volgens haar, dat kon niet anders.
Ik heb, vanuit mijn bureau zicht op de boom in kwestie. Hoe kon dat dan?
Zoals mijn landgenoot Hercule Poirot, de detective uit de boeken van Agatha Christie, probeerde ik het afgelopen uur te reconstrueren.
En ja, het was me inderdaad opgevallen dat er 4 of 5 jongens op het dak van onze nieuwbouw zaten toen ik voor een kleine boodschap mijn bureau verliet. Ze waren druk aan het praten en keken in de richting van Willy die onkruid aan het wieden was. ‘Zo zo, Willy heeft succes!’ had ik nog gedacht zonder er verder  bij stil te staan.
Terugblikkend moeten die gasten op wacht hebben gezeten tot ik weg was uit mijn bureau en Willy met haar rug naar de boom zat ,om hun kompaan, vanop de uitkijkpost het groen licht te geven. Die moet achter het zwembad verstopt hebben gezeten. Van daar tot de boom is een metertje of zeven.
Trip, trip trip, hak, trip, trip, trip en bingo, binnen is de buit !
Zo moet het gegaan zijn.

Bali boutique hotel vakantie in Ubud

Boze gezichten en geweeklaag was mijn deel voor de rest van de dag.
Ik werd gedwongen het papaja-incident bovenaan op het agenda te zetten voor de volgende werfvergadering met de architect en de aannemer. Op dat moment was het voorwerp van mijn klacht natuurlijk al lang in de magen van de daders verdwenen en was de misdaad niet meer te bewijzen.
Er hangen nog een aantal papaja’s in verschillende staten van rijpheid aan de boom.
De volgende moet en zal voor ons zijn, so help me God!

Jimbaran

Ffrom rice field villa in Ubud to the fish market in the south of Bali
Willy eet graag vis. Gelukkig maar want in Ambon stond er haast nooit vlees op het menu. Ze zorgde er voor haar broers die naar school gingen en stond dus ook in voor de aankopen en het koken van de maaltijden.
In de praktijk kwam dat erop neer dat ze naar de vismarkt ging en daar kocht wat goedkoop was. Samen met wat rice & vegetables was dat de dagelijkse hoofdmaaltijd.
Willy weet dus waarop je moet letten wanneer je verse vis koopt.
In Ubud is er wel een paar keer per week vis te koop in de Bintang supermarkt, maar die wordt op ijs aangevoerd uit het zuiden, en bij de versheid ervan kan je vragen stellen. Bovendien is de vis er duur.
Toen we voorstelden naar Jimbaran, in het zuiden van Bali te rijden en daar verse vis te gaan kopen op de vismarkt van Jimbaran, was Willy vanzelfsprekend erg opgetogen.
Dewa, onze vaste chauffeur vanaf 1 augustus, reed ons er naartoe.
Via een tijdrovende stop in Kuta (de stad van de bomaanslagen in Bali), op zoek naar gereedschappen allerhande in Ace’s Hardware store, kwamen we rond een uur of vier aan in Jimbaran.

 

Villa Sabandari: Design Resort in Ubud, Bali

 

De vismarkt is een overdekte verzameling stalletjes allerhande, waar de aangevoerde vis op houten schragen wordt tentoongesteld. Het is er vrij donker en de geuren die komen aangewaaid, nog voor je de markt zelf bent binnengegaan, laten er geen twijfel over bestaan dat je bij een vismarkt staat.
Fish Market Jimbaran. A lot of hotels and villas buy their fish here.Saar stelde voor om buiten te wachten met de coolbox. Wat attent van haar. Toch? Ik haalde een paar keer diep adem en volgde Willy en Dewa naar binnen.
Willy voelde zich onmiddellijk in haar natuurlijke habitat, dat kon je zo zien. Van stalletje naar stalletje flanerend, kieuwen optillend, naar de vissenoogjes kijkend en op de vissenbuikjes duwend, een professional aan het werk. Ze leek zich meer thuis te voelen dan in Villa Sabandari leek het wel.
We kregen ook nog wat goede raad van de man die onze ‘nasi bungkus’ had gemaakt (zie vorige bijdrage) en die we daar toevallig tegen het lijf liepen. Willy kocht eerst een kilootje ‘ikan momar’, een vis uit de makreelfamilie. De vis werd door de verkoopster vakkundig schoongemaakt. Aan een ander kraampje kochten we een grote ‘red snapper’ en een iets kleinere ‘white snapper’; vissen van rond de 1.5 kg per stuk. Ze werden voor ons in stukken gehakt en in plastic verpakt.
De vrouw bood dan nog een wat kleinere ‘red snapper’ aan.
Iedereen moest lachen toen ik zei: ‘…kalau gratis saya mau ambil’ (wanneer het gratis is dan wil ik hem wel meenemen). Toen de vrouw daar met radde tong iets op antwoordde dat ik niet verstond ,moesten de anderen nog harder lachen. Ik heb dan maar wat schaapachtig mee gegrinnikt en veiligheidshalve niet gevraagd wat ze dan wel gezegd had.
Na nog een halve kilo gamba’s was de coolbox bijna vol. Voor bovenop de vis werd extra ijs gekocht en de coolbox ging dicht. Mission accomplished. In het kader van onze studie van de toeristische attracties, moesten we natuurlijk vis eten op het strand van Jimbaran bij zonsondergang. Het is noodzakelijk dit zelf te hebben ervaren om later onze gasten hieromtrent met kennis van zaken te kunnen informeren. Dat is de officiële reden. Het was gewoon leuk met de voeten in het zand, bij valavond geroosterde vis te eten op het strand van Jimbaran en te kijken naar de bootjes in de verte en naar de lichtjes van de villas op de berghelling.

Boats seen from Jimabaran beach Bali.

zonsondergang bij Jimbaran

Daar wordt aan de deur geklopt.

‘Ini siapa?’, ‘Wie is daar?’ riep Saar, midden van de nacht.
Na nog een laatste, kloppend geluid begon dan het ‘gekko, gekko, gekko,…’ en wist ze dat er helemaal niemand had aangeklopt.
Er zit een mannetjesgekko met last van zijn hormonen precies naast ons slaapkamerraam.
Wanneer hij van zich laat horen lijkt het of er helemaal geen raam is en hij ergens binnen op het plafond zit.
Zijn paringsroep begint met drie kloppende geluiden.
Flink luide geluiden bovendien. Of er iemand hard op een houten deur klopt.
Daarna roept hij een aantal keer zijn eigen naam.
Wanneer hij meer dan zeven keer roept brengt dat geluk schijnt het.
Gekkos zijn nachtelijke insecteneters en volstrekt ongevaarlijk.Voor alles wat er niet als een insect uitziet tenminste.
Overdag zitten ergens zeer rustig te wachten op de schemering.
Ze hebben de reputatie giftig te zijn, maar dat is dus niet zo.
Alle huizen en hotels op Bali hebben er.

Op Bali logeren bij Belgen in een Ubud hotel

De Gekkonidae bestaan uit een 65-tal hagedisachtigen die vooral in tropische streken voorkomen.Gekko in een hotel in Ubud Bali waar we logeren bij Belgen
Ze hebben zuignappen aan hun tenen en kunnen daarom, ondersteboven, op het plafond lopen.
Doordat ze de zuignapjes telkens moeten lostrekken, lijkt het net of ze met wiegende heupjes lopen.
‘Panta bengko’ voor de Ambonese lezers.
Grappig.
Saar heeft een hekel aan die aardige beestjes omdat ze wel eens wat durven laten vallen op een tafel of een stoel.
Dat is natuurlijk niet leuk maar hé, dit is wel Indonesië, dit zijn wel de tropen, en als tegenprestatie eten ze allerhande insecten waarover ‘Tante tché’ anders toch ook maar zou klagen.
‘You can’t have the cake and eat it.’
‘Tché’ is mijn vrije schrijfwijze voor de bijnaam die een vriendin voor Saar heeft bedacht.
Willy had aan tafel een keer opgemerkt dat: ‘… Tante always complains’.
Complain => ‘C’ => uitgesproken als ‘tché’ in Bahasa Indonesia.
Zo wordt een bijnaam geboren.
De echtgenoot van de vriendin merkte op dat zijn vrouw toch ook op tijd en stond flink kon klagen.
Waarop Willy de vriendin ‘Tante tché kwadrat’ en Saar ‘Tante tché kubik’ doopte.
Naast psychologe ook nog wiskundige.
Elke dag weer een verrassing.

Pura Taman Ayun

Willy is in Ambon gebeten door een hond voor ze naar Bali kwam. Ze had daar voor alle zekerheid een eerste injectie tegen hondsdolheid gekregen. De dader was namelijk onmiddellijk na zijn misdrijf afgemaakt en opgegeten zodat niet meer kon achterhaald worden of hij al dan niet besmet was met rabiës. Gisteren, voor ons verkennend uitstapje naar midden Bali, gingen we daarom langs bij de Puskesmas (Pusat Kesehatan Masyarakat), het medisch centrum, in Ubud. Willy kreeg er een vervolginjectie. Het duurde erg lang maar Willy maakte ons, middels wegwuifgebaren, duidelijk dat we niet mochten komen informeren. Later bleek dat te zijn uit voorzorg tegen het toepassen van ‘toeristenprijzen’. Mocht de verpleger hebben gezien dat Willy bij ons hoorde , dan zou de prijs ongetwijfeld een paar 100% gestegen zijn. De vreemdeling is loslopend wild waarop je vrijelijk alle pluimtechnieken mag toepassen.  ‘Ze logeren toch allemaal in van die dure luxe  hotels, dus dat kan geen probleem wezen’ zal wel de redenering zijn. Toen Esther en Saar tijdens het wachten even een doosje crackers wilden kopen, werd daarvoor Rp 8000 gevraagd. Esther zag op een gelijkaardig pakje een stickertje met Rp 7000 en antwoordde daarom assertief met ‘Tujuh ribu saja!’, waarop de verkoper onmiddellijk akkoord ging.

Logeren in Villa Sabandari, Ubud

Tempel in Mengwi, goed te bezoeken vanuit Villa Sabandari in Ubud.

We waren van plan er een nuttige dag van te maken. Een verkenningstocht voor een van de alternatieve trips die we onze toekomstige gasten willen aanbieden. Ik wilde zo veel mogelijk via landelijke weggetjes van Ubud naar Pacung ; het laatste stukje over de weg Denpasar-Bedugul, om dan de mooie rijstterrassen bij Jati Luwih te bezoeken. Net voorbij Petang was er op een eerder steile helling plots geen asfalt meer. Alleen diepe putten, keien, grind en rotsachtige grond. Dewa probeerde er nog door te komen maar de motor brulde en de wielen slipten door. Saar begon te roepen dat hij moest stoppen en ze stapte samen met Willy in paniek uit. Ik maande Dewa aan voorzichtig achteruit te rijden tot op het asfalt. We keerden terug naar het dichtstbijzijnde dorp en de GPS herberekende het traject. Pas later ontdekte ik dat het ding was ingesteld om de kortste weg te zoeken; niet de snelste. We bereikten de hoofdweg dan ook enkel na een tocht over enorm steile en smalle weggetjes, langs diepe ravijnen en ettelijke haarspeldbochten. Esther vertelde me dat Willy op een bepaald moment razendsnel haar geliefde gembersnoepjes uit hun plasticzak begon te schudden, vermoedelijk als laatste alternatief voor de reisziekte die ze voelde opkomen. Zodra we op de grote weg waren vroeg ze dan ook om een noodstop. We stopten voor lunch bij het Pacung Indah restaurant in Batu Riti zodat iedereen de kans kreeg om op zijn positieven te komen na onze ‘alternatieve route’. Ik kreeg natuurlijk de collectieve woede van mijn reisgezellen te verduren en beloofde dan ook plechtig dat we de rest van de dag enkel nog provinciale wegen zouden volgen. Geen rijstterrassen of warmwaterbronnen en geen Batu Karu tempel. In plaats daarvan reden we naar de Pura Taman Ayun in Mengwi, een mooie watertempel. Hadden we tenminste nog iets gezien.

Ribbetjes eten in Ubud, Bali wat een luxe!

Bij de vlindertuin van Wana Sari kwamen we om 10 voor vijf aan. Sluitingsuur: 5 uur. De vlinders blijken actief te zijn in de voormiddag.  Dit is Indonesie en ook de vlinders hebben recht op ‘jam karet’. Om vijf uur was er niks meer te zien. Dan kon er ook nog wel bij. Naar huis dan maar. De codewoorden villa+Ubud deden onze chauffeur Dewa breed glimlachen. Hij had er duidelijk ook genoeg van.  Nog even gestopt bij Naughty Nuri’s warung voor margarita’s en ribbetjes van de barbecue.
Thuis in Villa Sabandari: douchen om de rook van Nuri’s weg te spoelen en dan slapen. Het was me het dagje weer.

Een oude boom verplant men niet.

En toch is dat exact wat er vandaag in Villa Sabandari gebeurde. Eén van onze 150 jaar oude frangipanibomen, die voorlopig was ingekuild, werd uitgegraven en met inzet van mankracht op zijn definitieve plek gezet. De boom stond ooit in Noord Bali en moest  de plaats ruimen voor alweer een nieuwe design villa of boutique resort. Hij (de boom) werd samen met zijn broer naar Ubud verhuisd door Rudy, de vorige eigenaar van ons huis.

Ubud boutique hotel voor vakantie reis Bali

De -satu, dua, tiga!!!’s- waren niet van de lucht. Dat betekent trouwens -van-a-één, van-a-twee, van-a-drie!- maar dat had u natuurlijk allang begrepen.

De frangipaniboom wordt in Indonesië ‘kemboja’ genoemd en heeft witte, roze of gele bloemen. Je ziet vaak mensen lopen met een bloem achter het oor. Ook de beelden van de goden worden op die manier versierd. In Polynesië draag je een bloem achter je rechteroor wanneer je een partner hebt. Ben je op zoek, dan draag je de bloem achter je linkeroor. Volgens Dewa, die vanaf 1 augustus bij ons in dienst komt als chauffeur, dragen de Balinezen bloemen achter het oor alleen maar om er mooier uit te zien. Wanneer de bloem in kwestie vers is heeft het inderdaad wel wat. Later op de dag, wanneer ze rondlopen met een in elkaar geschrompeld stukje vegetatie achter het oor, lijkt het of ze een kwaadaardig gezwel hebben, verschillend van kleur naar gelang de gebruikte bloem. Creepy, vooral bij taxichauffeurs. Toen ik nog niets afwist van deze rare gewoonte heb ik een aantal keer, hele taxiritten lang, gebiologeerd zitten kijken naar de oren van taxichauffeurs. Je zit tenslotte achter zo’n man en dan valt dat ding achter het oor extra op.