Archive for the ‘Politics etc.’ Category

The Toll of Waiting

President Yudhoyono to ‘Soon’ Inaugurate Bali’s First Toll Road

Following reports that the inauguration of Bali’s new toll way connecting Benoa to Nusa Dua would be delayed due to Presidential scheduling conflicts, the Minister of Public Works Djoko Kirmanto has confirmed that the President would open Bali’s new toll road sometime in the coming few weeks.

Bali News: The Toll of Waiting

Quoted by the State News Agency Antara, Kirmanto said, “The toll way over the bay that has cost Rp. 2.4 trillion will inaugurated the coming few weeks by President SBY.”
Kirmanto confirmed that the toll way’s construction is now completed and its traffic worthiness certified. Adding, “In other words, the toll road connecting Benoa-Ngurah Rai-Nusa Dua is now ready for operation.”
Commenting on the name for the Bali’s first toll road, Kirmanto said: “In the problem of naming the toll way, the Central Government has completely surrendered that decision to the provincial government. The province knows best on what’s appropriate for Bali.”
Meanwhile, the Governor said the choice of a final name for the toll way must be discussed with various components of the public before a decision is taken. The governor said: “The problem of naming the road can wait until after the inauguration. We need further discussion with the public (on the naming).”

© Bali Discovery Tours

Koninklijke Crematie Peliatan 02/11/2010

Cremation Tower

Ik schrijf dit terwijl de Koninklijke Crematie Ceremonie van the IXde koning van Peliatan, Ida Dwagung Peliatan, volop aan de gang is.
Hij overleed op 20 Augustus, 71 jaar oud.bull
De kist ligt in een 25 meter hoge toren, gemaakt van bamboe, hout en papier, die door honderden mannen van het paleis in Peliatan naar de crematiegrond in Ubud wordt gedragen. Samen met de toren gaan ook een grote witte stier en een 3 meter grote draak mee in de stoet. De koning zal van de toren overgebracht worden in de stier voor de eigenlijke crematie. De draak, bedekt met bladgoud, transporteert de ziel van de koning naar het hiernamaals.
Het werk aan de toren is gestart op 13 september en ik hoorde van onze medewerkers dat dit de grootste crematie wordt van de afgelopen 50 jaar.
Het Hof van Peliatan is gesticht in de 17de eeuw als een tak van het paleis van Ubud en er bestaat een zekere rivaliteit tussen de twee koningshuizen. Men tracht elkaar te overtreffen in grootsheid. De crematie van de koning van Ubud, een paar jaar geleden, zou 9 miljard Rupiah hebben gekost. De crematie van vandaag moet dan ook duurder worden. Noblesse oblige.
Op een halve dag zal vandaag het gemiddelde jaarloon van 1000 mensen in rook opgaan tot meerdere eer en glorie van het koningshuis van Peliatan. Voor Belgen in het buitenland moeilijk te vatten.
Hallucinant en onverantwoord maar niets vergeleken met de 1.3 miljard dollar die zijn uitgegeven aan laag-bij-de-grondse T.V. spotjes voor de ‘Mid Term Election’ die toevallig ook vandaag plaatsvindt in de V.S.
Wat voor nuttige dingen zouden er niet kunnen gebeuren met die gigantische bedragen?
Ik ben ongetwijfeld naïef.

Villa Sabandari: Een luxueuse Bed and Breakfast in Ubud

Nog eens Tripadvisor

Boutique Hotel in Ubud Bali

Het is de laatste tijd, de laatste maanden zelfs, erg stil geweest op deze blog. Writer’s block zal u ongetwijfeld denken maar dat is niet zo. Het was hoogseizoen en zelfs met onze 6 kamers betekende dat toch heel wat werk. De komende twee weken hebben we geen gasten dus wie weet wordt er dan weer wat gepost.

We moeten tijdens die twee weken wel naar Surabaya om Saar’s paspoort te laten verlengen bij het Belgisch consulaat. Dat is een voorwaarde van de dienst Imigrasi  om Saar’s verblijfsvergunning (KITAS) te verlengen. Naast problemen met de drie B’s (de Banjar, de Belastingsdienst, de Bank) hebben we nl. ook problemen met de Immigratiedienst. Het zal wel bij de ‘Bali lifestyle’ horen zeker?  Stof genoeg voor een aantal blogposts in elk geval.

Dat het niet allemaal kommer en kwel is kan worden opgemaakt uit het onderstaande. We ontvingen voor ons hotel een ‘Certificate of Excellence’  van Tripadvisor, toch een autoriteit op reisgebied, voor het jaar 2010. De Bali rice fields schijnen in de smaak te vallen. We zijn daar natuurlijk erg trots op, vooral omdat we de eerste gasten pas eind januari 2010 hebben mogen ontvangen.

Veel dank aan allen die een review hebben geschreven!

Certificate of Excellence for Villa Sabandari

Tripadvisor Certificate

Bali Lifestyle in the Rice Fields

Vleervlinder

Butterfly in Villa Sabandari, one of the newest 4 star hotels in Ubud, BaliHet lijkt toch op een kruising tussen een vleermuis en een vlinder? Biologisch zou dat wat problematisch zijn, dat weet ik wel.
De ‘batterfly’ (wink, wink) kleefde op een raam van de airconditioned living in Luma Ité. Ik gebruik die voorlopig als bureau omdat in mijn nieuw kantoor(tje) nog wat TL- lampen moeten geplaatst worden in de kast. Zoals aan een select publiek bekend is ‘schoonmaken’ het meest gebruikte woord in ‘Villa Sabandari’ en daarom wacht ik met verhuizen tot alle werkzaamheden klaar zijn.
De vleervlinder is intussen in ‘batterfly heaven’ want, terwijl ik dit schreef, werd hij/zij opgepeuzeld door een hongerige tjitjak.
Tot zover weer een spannende episode uit een gewone dag in Ubud, Bali.
In België is donderdag 22 april 2010 geen gewone dag.
Het is BHV-stemmingsdag in het parlement.
Het ultimatum loopt af om 14:15 Belgische tijd. Of dan toch weer niet?
Zo vanop een afstand krijgt die hele discussie iets ridicuuls. België zou een modelstaat zijn indien onze politici zich zouden kunnen bezig houden met dingen die echt belangrijk zijn.
Wat een  tijd, energie en geld gaan er nu op in communautair getouwtrek?
Voor de niet Belgische lezers: U hebt geen flauw idee waar dit over gaat.
Wees daar blij om.

Bali 4 Star Hotels

Politiek

Orchid in bathroom of Villa Sabandari, a luxury Bali hotel in Ubud Op 15 januari 2010 zou de wekelijkse stroomuitval op maandag afgelopen zijn.

Rond 18:15 viel op maandag steeds de elektriciteit uit voor een uurtje of 3. Er werd gewerkt aan de infrastructuur volgens de PLN (PT Perusahaan Listrik Negara), de nationale elektriciteitsmaatschappij. Je zou denken dat er op 6 maanden tijd toch wel een en ander kon gerenoveerd worden.

Afgelopen maandag gebeurde het ongelooflijke: de hele avond stroom! Ik was bereid mijn visie over de efficiëntie van de Indonesische openbare diensten bij te stellen. Als het goed is mag dat ook gezegd worden.

Vrijdag 18:30 Listrik mati! (elektriciteitspanne)

Volgens de PLN was er een probleem op Java. Visie bijstellen? Ik dacht het niet.
Hoe komt het eigenlijk dat bij het bezoek van de president aan Ambon er geen enkele stroompanne is geweest? En dat terwijl Ambon de officieuze wereldrecordhouder is op het gebied van onregelmatige stroomvoorziening?

Zou het kunnen dat de centrale overheid de deelgebieden in het gareel houdt via de stroomvoorziening die in handen is van een staatsbedrijf?

Ubud Bali Luxury Hotels

De Belgische eigenaar van een hotel in Sanur op Bali had het idee om het overal aanwezige afval te gebruiken als grondstof voor een verbrandingsoven die elektriciteit zou opwekken. Een win-win scenario: minder vervuiling en meer elektriciteit. Je zou denken dat die man een standbeeld zou krijgen in het centrum van Denpasar. Niets is minder waar. Er werd geen bouwvergunning verleend door de centrale overheid. Terug naar af.

Zou het kunnen dat de overheid stroomtoevoer gebruikt als de ring door de neus van de melkkoe Bali?

Ik ben bang van wel.

Mocht Bali inderdaad een eigen energiebevoorrading hebben dan bood de staat Indonesië geen enkele toegevoegde waarde meer. Cultureel en religieus is Bali sowieso al de vreemde eend in de bijt.

Ik schrijf dit bij het licht van een olielamp. Petromax lampen zijn al maanden uitverkocht. Alle Balinese hotels en restaurants van enige omvang hebben een generator (Genset) zodat de gasten haast niets merken van de elektriciteitsproblemen.

En waarop draait die generator? Juist op diesel. En wie levert die diesel? Juist, de staatsoliemaatschappij.

De cirkel is rond.

Vaak moet je het allemaal niet zo ver zoeken.

Politiek is soms erg eenvoudig.

foto: orchidee in een gastenkamer van Villa Sabandari in Ubud, Bali

Een blad in de rivier

Maya Ubud Hotel Bali. Boutique Resorts Accommodation.

Een boogscheut van ons verwijderd ligt het hotel Maya Ubud Resort & Spa. Ik stuurde een mailtje naar de manager met de vraag om een kennismakingsmeeting. We zijn tenslotte bijna buren.

Ubud, Bali Hotels Resorts Accommodation

Er volgde prompt een lunchinvitatie.
Zichzelf uitnodigen is normaal de specialiteit van onze zoon Stephan maar hij heeft het niet van een vreemde zoals u merkt.
Het resort heeft 106 kamers, drie restaurants en het domein is 10 hectare groot. Een tikkeltje intimiderend was het wel toen we de oprijlaan opreden.
De general manager stelde voor te lunchen in het restaurant van de Spa. Na een gezonde wandeling kwamen we bij een lift die ons 30 meter lager voerde , door de rotsen heen, tot vlakbij de Petanu rivier. In de Spa werken 23 vrouwen en er worden tot 50 behandelingen per dag gegeven.
Het totale personeelsbestand: 297 medewerkers.
De overigens uiterst beminnelijke manager, heeft 36 jaar Indonesië ervaring, waarvan een groot gedeelte op Bali. Hij schetste een weinig hoopgevend beeld van de problemen waarmee hij sinds de start van het hotel, 11 jaar geleden werd geconfronteerd.
Het hotel wordt omringd door een aantal dorpsgemeenschappen, banjars. Die stelden allemaal, van tijdens de constructiefase van het hotel, onmogelijke eisen.
Twee chefs van omliggende banjars presteerden het 2000 sollicitatiebrieven te laten afgeven, met de vermelding dat al deze mensen in dienst moesten worden genomen. De vorige eigenaars van de percelen waarop het hotel werd gebouwd, eisten dat hun familie werd tewerkgesteld omdat het hotel op hun (weliswaar intussen verkochte…) grond stond. Om hun eisen kracht bij te zetten, posteerden zich honderden mensen op de hellingen rond het hotel, voorzien van spiegels waarmee ze de gasten voortdurend probeerden te verblinden. Met de regelmaat van een klok werden, voor zonsopgang, bamboekanonnen afgeschoten om de gasten te irriteren. Intimidatie door grote groepen dorpelingen bij de poort van het hotel was ook geen uitzondering. ‘Belligerent’ noemde de manager de Balinezen, en dat betekent toch zoveel als ‘oorlogszuchtig’…
Bij de opening had Maya Ubud 10.000 sollicitatiebrieven ontvangen…
Getalenteerde mensen uit andere dorpen konden niet in dienst komen door de exorbitante eisen die werden gesteld in verband met het percentage ‘eigen volk’ dat in dienst moest komen. De manager gaf ook het voorbeeld van zijn eigen huispersoneel; 2 mensen komen niet uit het dorp waar hij woont. Maandelijks moet hij daarom een belasting betalen aan de lokale ordedienst, de Pecalang omdat hij ‘vreemdelingen’ in dienst heeft. Vreemdelingen weliswaar uit een naburig dorp, maar het blijven voor de inwoners van de banjar vreemdelingen.
Uiteindelijk draait het allemaal om geld. Op weg naar het restaurant zagen we op een helling een grote oppervlakte bedekt met wasgoed en midden daartussen een grote spiegel. Het is de manier van de vrouw, van wie het grondstuk is, om haar eis om in dienst te worden genomen kracht bij te zetten. ‘Geef me werk of ik verpest je uitzicht’, dat is wat het wasgoed zegt.
De politie verleent geen enkele assistentie bij dit soort conflicten. Het zijn sociale problemen en die moet je zelf met de banjar oplossen.
Ubud Hanging Gardens Hotel. Bali Boutique Resorts Accommodation

We moeten vooral oppassen voor de eigenaars van de rijstvelden waarop we uitkijken. Die zullen geld komen vragen voor het uitzicht dat de gasten hebben. Het zijn namelijk hun rijstvelden die zorgen voor het panorama en daar moet voor betaald worden.

We mogen ons ook verwachten aan het bezoek van een afvaardiging van de tempel en de vraag naar een substantiële bijdrage.
Tegenover een bekend hotel ‘Ubud Hanging Gardens’, staat, aan de andere kant van de vallei een grote tempel. De verantwoordelijken van die tempel hebben grof geld geëist omdat de hotelgasten in zwempak een storende  aanblik boden aan de gelovigen in de tempel. Enkel al gezien de afstand tussen tempel en zwembad is het duidelijk dat dit een vals argument is. Overigens kijk ik vanuit mijn bureau uit op een afwateringskanaal aan de overkant van de sawah, en word ik daar dagelijks vergast op badende Balinezen in meer of mindere staat van ontkleding. Diezelfde goot wordt ook zonder enige gêne gebruikt als openbaar toilet. Maar waag het niet de overflow van je zwembad te lozen in een afwateringskanaaltje! Dan krijg je problemen met ‘de subak’, de traditionele verantwoordelijken voor de irrigatie van de rijstvelden. De verklaring is dan dat er geen water in de rijstvelden mag komen waarmee mensen zich hebben gewassen (zwemmen = wassen). Bij de blote konten waarop ik dagelijks uitkijk zal het dan waarschijnlijk niet gaan om ‘wassen’ maar om ‘ritueel reinigen’ zeker?
De manager citeerde een westerse auteur die in de vorige eeuw schreef dat wij westerlingen voor de Balinezen zijn als ‘bladeren die voorbij drijven in de rivier’, eventjes vervelend, maar ook snel weer weg.
Eén ding is zeker, ons talent voor het zoeken naar compromissen en het diplomatisch oplossen van confrontaties zal danig op de proef worden gesteld.

Dorpspolitiek

A Quiet and Romantic Bali Hotel Accommodation

De euforie na de geslaagde socialisatie bleek wat voorbarig.
De Kelihan, het hoofd van de banjar of dorpsgemeenschap, vroeg dag na de bijeenkomst of Dewa, onze chauffeur en intussen ook bemiddelaar in Balinese aangelegenheden, bij hem kon komen om een bericht voor mij op te halen. Ik had op dat moment al moeten beseffen dat er wederom stront aan de knikker was.

Dat bericht was geen schriftelijke nota maar een mondeling overgebrachte eisenbundel.

Viewof the rice field from the open air shower at Villa Sabandari, a romantic luxury hotel in Ubud, Bali.Waarom die dingen niet tijdens de socialisatiemeeting op tafel waren gekomen is me een raadsel. Zoals wel meer dingen in dit land.
Vooraleer de banjar zijn formeel akkoord verleent met onze exploitatie moet er eerst een MoU (Memorandum of Understanding) worden opgemaakt waarin onze verplichtingen zullen worden neergeschreven. We worden met andere woorden op een diplomatisch verantwoorde manier gechanteerd. Zonder de vijftien handtekeningen van de banjar kunnen we niet verder naar de volgende fase.
Voor zover ik het begrijp gaat het om de volgende dingen:
  1. We moeten de overlast accepteren die onvermijdelijk het gevolg zal zijn van onze ligging vlak bij de tempel. We horen verder onze gasten duidelijk te maken dat de tempel een heilige plek is. Er zijn nl. gevallen bekend van hotels op Bali die hebben geëist dat de luidsprekers met de gezangen werden uitgeschakeld tijdens de tempelrituelen. Ook werden de gamelanrecitals stilgelegd. Verder presteren bepaalde toeristen het om, ongegeneerd en met minimale kledij dwars door plechtigheden heen te lopen, net of dat de normaalste zaak van de wereld is. Op zich lijken me dat legitieme bekommernissen en heb ik daar geen moeite mee. Ik denk trouwens dat de meeste toeristen die Bali hebben gekozen als vakantiebestemming, een tempelceremonie naast de deur helemaal niet erg zullen vinden. We stellen trouwens ceremoniële kleding ter beschikking, zodat de gasten, onder begeleiding van onze medewerkers, de tempel kunnen bezoeken om getuige zijn van de rituelen.
  2. Omdat we aan het rijstveld grenzen moeten we rekening houden met de eisen van de subak, de instantie die de irrigatie regelt.
  3. We moeten een eenmalige bijdrage betalen aan de banjar omdat we het hotel op hun grondgebied hebben gevestigd.
  4. We moeten elke 6 maanden 100 kg rijst of de tegenwaarde ervan in geld schenken aan de banjar.
  5. Minimaal 25% en maximaal 40% van ons personeelsbestand moet bestaan uit mensen van de banjar. Hier heb ik het wel moeilijk mee omdat het de bedoeling is met een minimale bezetting de hele operatie te runnen. Dat moeten dan wel allemaal goed gekwalificeerde mensen zijn. Het zal een dosis diplomatie vragen om hier een mouw aan te passen. Maar dat zal wel lukken. België is niet voor niets het land van de compromissen, dus voor een stukje ben ik door geboorte een ervaringsdeskundige.
Gisteren zou de Kelihan met een delegatie bij ons langskomen om dit alles door te spreken. Dat plan werd echter doorkruist door de Kepala desa van Peliatan, de burgemeester dus. Die staat in de hiërarchie een trapje hoger dan de Kelihan en heeft duidelijk gemaakt dat hij, om de zaken te vereenvoudigen, een MoU zou opmaken waarin de eisen van het dorp, de banjar, de tempel en de subak zouden worden gebundeld.
Het worden weer spannende dagen.

Veilig Verkeer Bali

Autorijden op Bali is een speciale discipline. Niet alleen staat het stuurwiel, voor ons Europeanen van het vasteland tenminste, aan de verkeerde kant, dat geldt evenzo voor de pook en de richtingaanwijzers. En wat dat alles voor gevolgen kan hebben mocht ik al een aantal maal ervaren.
Blijkbaar stonden de richtingaanwijzers van mijn tweede autootje, een rode Datsun, niet aan dezelfde kant van het stuur dan de auto waarin Saar in Nederland had gelest.
Ik woonde nog bij mijn ouders, toen ze bij ons logeerde en toch ook wel eens in die auto wilde demonstreren waarom ze haar rijbewijs in één keer had gehaald. De Bloemenlei in Brasschaat is een mooie, rustige straat met lindebomen aan beide zijden en enkel lokaal verkeer; er staat namelijk een slagboom ergens halverwege zodat sluipverkeer niet mogelijk is. De oprijlaan van het huis is eerder smal en vlakbij de straat staat moet je gevaarlijk dicht bij een flinke beukenboom langs. Ze deed het heel goed en mijn greep aan de rand van de stoel begon al wat te verslappen toen we links de straat op moesten draaien.
In plaats van te draaien hoorde ik haar nog zeggen ‘Nou, waar zitten die richtingaanwijzers eigenlijk!?’ Tot mijn afgrijzen zag ik haar links en rechts van de stuurkolom op zoek gaan naar het hendeltje, intussen gewoon de voet op het gas. We gingen rechtdoor, de straat over en kwamen tegen een lindeboom tot stilstand.  Een dikke deuk in mijn mooie wagentje. En het was natuurlijk de schuld van de auto. De richtingaanwijzers stonden immers ‘aan de verkeerde kant’.
Stephan heeft tijdens zijn korte bezoek aan Bali ook kunnen vaststellen dat het toch weer even wat anders is wanneer je als bestuurder rechts in de auto zit. Je voelt de grootte van de auto minder goed aan en schat de zaken daarom soms verkeerd in. Op weg naar een restaurant in Ubud ratelden we dan ook met de linkerspiegel van de huurauto langs een aantal geparkeerde bromfietsen die alle kanten op stuiterden. Ik liet Stephan stoppen en keerde te voet terug om de schade te gaan opmeten. De bromfietsen waren als bij wonder allemaal verdwenen. Ik vermoed dat ze toch wat te dicht bij de rijbaan hadden gestaan, zodat de eigenaars geen schuldbewuste, maar een boze vreemdeling hebben verwacht, op zoek naar compensatie voor de geleden schade.
Een lange inleiding om duidelijk te maken dat je best een paar keer nadenkt voor je als bestuurder aan het Balinese verkeer gaat deelnemen.

Ubud Bali Holiday Hotel

Member of the Pecalang at a temple near Villa Sabandari, a holiday hotel in Ubud BaliEr zijn de upacara’s, de tempelceremoniën, die ervoor zorgen dat de helft van de weg is afgesloten. Rustig blijven, je beurt afwachten en de instructies volgen van de lokale ordedienst, te herkennen aan hun wit- zwart-grijs geblokte sarongs met een  rode bies en hun jacks of T-shirts met opschrift ‘Pecalang’.  Neem een paar foto’s van het kleurrijke spektakel, stap even uit om de benen te strekken. Vooral niet nerveus worden. Je bent in Bali en deze gang van zaken is hier normaal. Jij bent de allochtoon weet je wel.
Pas goed op voor straathonden die, zeker in de kleinere dorpen, gewoon vrij rondlopen en de straat zonder waarschuwing oversteken. Hetzelfde geldt voor kippen, katten en soms ook koeien.
Er wordt constant aan de weg gewerkt, of aan de goten aan de kant van de weg. Dat geeft overdag flink wat hinder. ’s Nachts is het ronduit gevaarlijk. De hopen zand, grind en rotsblokken liggen gewoon op de weg. Geen fluorescerende borden of lantarens om je voor de obstakels te waarschuwen. Je ziet die obstructies plots in het licht van je koplampen opduiken. Niet te hard rijden is daarom de boodschap.
Ben je de weg kwijt, stap dan eerst uit voor je aan een voorbijganger de weg vraagt. Het wordt als onbeleefd beschouwd wanneer je dat doet, zittend in de auto. Bereid je er ook op voor dat een Balinees je nooit zal zeggen dat je een weg links of rechts moet nemen. Men gebruikt de windrichtingen. Ze leggen het dus als volgt uit: ‘U rijdt verder door naar het noorden, ongeveer 500 meter, dan de weg naar het oosten, rechtdoor blijven gaan en bij de bocht weer naar het noorden.’ Of iets van die strekking. Je bedankt dan met en beleefde ‘terima kasih’ en stapt een beetje verweesd je auto weer in, nog meer gedesoriënteerd dan voor je uitstapte.
Het was me al een aantal keer opgevallen dat Dewa, onze chauffeur, soms op de meest onmogelijke momenten claxonneerde. Bij het verlaten van een dorp, met geen ander verkeer in velden of wegen te bespeuren of net voor we, na een scherpe bocht een brug oprijden laat hij van zich horen. Ik heb geleerd dat het er niet om gaat andere auto’s te waarschuwen van je komst. Neen, je  toont respect voor de geesten en vraagt toestemming om weg of brug te gebruiken. Het kerkhof ligt immers vaak aan de rand van het dorp en de rivier wordt ook bewoond door allerhande onzichtbare wezens.
Pas verder goed op voor kinderen, lopend, rennend, spelend, fietsend. Ze rekenen erop dat jij hen hebt gezien.
Parkeermeters zijn er niet. Wel parkeerwachters. Voor 1000-2000 rupiah (0.15-0.30 euro) wijzen ze je een plaatsje waar je de auto kan achterlaten, houden een oogje in het zeil tijdens je afwezigheid en loodsen je weer veilig het verkeer in wanneer je vertrekt.
Tot zover deze aflevering van ‘Veilig Verkeer Bali’.
Ik groet u.
Van op de passagiersstoel, dat spreekt vanzelf.
Dirk

Socialisatie

Villa Sabandari in Ubud, Bali: a luxury holiday accommodation. A view of the pool and 4 rooms
We hebben ons van bij het begin van ons bouwproject voorgenomen alles volgens de regels van de kunst te doen.
Netjes een bouwvergunning aangevraagd, verblijfs- en werkvergunningen in orde gebracht, een Indonesische firma gesticht, ons op gezette tijden gemeld bij de politie en ga zo maar door.
De Indonesische vlag is rood en wit en ik begin hoe langer hoe meer te denken dat het rood moet staan voor ‘red tape’.
Al in april had ik een meeting gevraagd met Pak Mis, het hoofd van de banjar, de lokale gemeenschap. Toen de uitnodiging zonder gevolg bleef ben ik de kepala banjar zelf gaan opzoeken in zijn winkeltje. Hij stemde toe thee te komen drinken. Wanneer dat dan zou zijn, had ik gevraagd. ‘Besok’ had hij geantwoord. Besok betekent ‘morgen’. De hele dag heb ik gewacht op Pak Mis; en de volgende dag en de hele week erna.
Pak Mis kwam niet.

Luxury Holiday Hotel Ubud, Bali

Dewa, onze chauffeur en inmiddels zowat onze ombudsman voor Balinese aangelegenheden, moest een beetje lachen toen ik hem vertelde dat Pak Mis had beloofd ‘morgen’ langs te komen.
Morgen’ is in Bali, en eigenlijk in heel Indonesië, een flexibel begrip. Het betekent niet letterlijk ‘de volgende dag’ zoals wij westerlingen in al onze naïviteit veronderstellen. Neen, ‘morgen’ is een onbepaald moment in de toekomst. Net zoals ‘kemarin’ (gisteren) een onbepaald moment in het verleden is.
Enfin, ik stuurde Dewa opnieuw naar Pak Mis in de veronderstelling dat de communicatie dan iets duidelijker zou verlopen. En jawel hoor. Diezelfde namiddag zat hij, met Dewa erbij als vertaler, bij ons thuis thee te drinken. Ik legde hem uit waar we mee bezig waren en dat we de bedoeling hadden ons in de lokale gemeenschap te integreren en respect wilden opbrengen voor de lokale gebruiken en tradities. Het bezoek duurde anderhalf uur en we gingen uit elkaar met de belofte dat hij een keertje zou terugkomen met zijn vrouw; die was namelijk al in Europa geweest en sprak veel beter Engels dan hij.
Ik veronderstel dat ‘een keertje’ nog verder in de toekomst ligt dan ‘morgen’, maar dat zien we dan wel weer.
Socialisatie is een stap in het proces om de exploitatievergunning voor het hotelletje in orde te krijgen. Het betekent concreet dat er een meeting plaats moet vinden met de dorpsraad om het project toe te lichten en te laten goedkeuren. Je hebt immers 15 handtekeningen nodig van leden van de banjar om je vergunning te kunnen krijgen. De lokale gemeenschap heeft op Bali erg veel macht, vandaar waarschijnlijk deze volksraadpleging.
Na maanden van uitstel had dan eindelijk gisteravond de socialisatie plaats in het gemeenschapsgebouw van de banjar. Eigenlijk een grote, halfopen ruimte waar de mannen van het dorp regelmatig samenkomen. Vrouwen worden niet toegelaten.
De samenkomst was gepland om 19u en om kwart voor zeven kreeg ik al telefoon. Iedereen was aanwezig en ze wachtten op mij. Normaal is er dus absoluut nooit iemand op tijd voor een afspraak, jam karet weet u wel, en nu was ik de laatste op het appel!
Zo’n 50 mannen, allemaal in traditionele dubbele sarong, selendang en hoofddeksel stonden buiten te wachten. Bijna evenveel bromfietsen kris kras voor het gebouw geparkeerd. Gelukkig had ik op aanwijzing van Dewa ook een sarong aangetrokken. De sandalen bleven op een hoopje voor de poort achter, net zoals bij het binnengaan van een moskee. In het midden van de ruimte stond een laag rechthoekig tafeltje. De pas verkozen voorzitter nam daar achter plaats en mij werd de plek naast hem aangewezen. Door de drukte had ik niet gezien dat er nergens stoelen stonden. Iedereen ging soepel in kleermakerszit. Iedereen behalve ik natuurlijk. Zo goed en zo kwaad mogelijk nam ik een zithouding aan die niet al te veel uit de toon viel, veilig verstopt achter het tafeltje en onder mijn breed uitwaaierende sarong. Dat werd dus geen rugvriendelijk onderonsje.

In U-vorm voor ons tafeltje zaten 50 Balinezen de bleke snoeshaan aan een nauwgezet onderzoek te onderwerpen. De voorzitter kwam eerst aan het woord, daarna volgde een vragenronde uit het publiek. De toon was niet vriendelijk maar ik begreep er bitter weinig van. Bepaalde sprekers verhieven hun stemmen en keken me boos aan. Als laatste kwam Pak Mis aan het woord. Hij sprak lang en ook soms op luide toon, maar niet tegen mij, wel gericht tot de anderen. Later vertelde Dewa dat iedereen boos was omdat we al ver stonden met het project en niemand hen erover had ingelicht. Pak Mis legde uit dat ik al een half jaar geleden had aangedrongen op een meeting maar dat er telkens wat was tussengekomen. Een ceremonie, een crematie, de verkiezing van de nieuwe voorzitter enz. Ze moesten dus de hand in eigen boezem steken. Dat kalmeerde de gemoederen en er werd verder nog enkel gepraat over de overlast die de tempel zou kunnen geven bij drukke ceremoniën, het belang van de subak (waterhuishouding) in de rijstvelden waarop we uitkijken en mogelijke tewerkstelling van lokale mensen. Ik werd uitgenodigd om elke zes maanden een vergadering bij te wonen. De uitbating werd met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.

Rice field view from Villa Sabandari, one of the luxury holiday hotels in Ubud, BaliOngetwijfeld erg houterig kon ik eindelijk opstaan.
Tetelestai!
Dewa pikte feilloos mijn sandalen uit de stapel en we konden naar huis.
Even bijpraten en verslag uitbrengen bij een kopje koffie. Thee in Dewa’s geval.
Het was weer een spannende dag.

Fietsen naar Tegalalang

We willen onze gasten alternatieve routes aanbieden, zowel wandelingen, fietsroutes als autotochten. Dewa, die afkomstig is uit Tegalantang, heeft zijn eerste mountainbiketocht uitgestippeld. Vanzelfsprekend is hij begonnen met een route in de buurt van zijn dorp, hoe zou u zelf zijn.
Hij heeft de trip opgeslagen in de GPS, die hebben we dan opgeladen in Google Earth zodat we de gasten een kaartje mee kunnen geven.
We hebben de route met de auto uitgetest en het ziet er mooi uit. Veel rijstvelden, rijstterrassen, kleine traditionele dorpjes waar bijna geen toeristen komen, een lunch in Kampung Café met een prachtig panorama.
Op de terugweg de reigertjes die toekomen voor de nacht in Petulu, de botanische tuinen ingeval van interesse en natuurlijk de onverwachte verrassingen die Bali haast altijd te bieden heeft.
procession in kutuh a small village in the rice fields near our villa hotel in UbudOp onze tocht kwamen we bijvoorbeeld door een dorp waar een massacrematie werd voorbereid. Naast het kerkhof zaten veel mensen, per familie gegroepeerd rond een bamboeverhoging waarop het stoffelijk overschot van hun familielid lag, dat ze net hadden opgegraven. De overblijfselen werden aan het zicht onttrokken door witte, stoffen schermen. Dat opgraven is natuurlijk geen leuke klus, zeker niet wanneer het overlijden nog van recente datum is. Dewa vertelde van een geval waar de familie bij de begrafenis vergeten was het plastic uit de kist te halen. Bij het ontgraven waren enkel de ogen volledig verdwenen zei hij. Het was de volgende minuten een beetje stil in de auto.

A grand child of the king of Ubud during a ceremony near our villa hotel in Ubud

We leerden dat om de vier jaar een massacrematie kan plaatshebben, ingeval er tijdens die periode in het dorp voldoende mensen zijn overleden. Zo niet dan volgt er een nieuwe wachttijd van 4 jaar. De reden voor het houden van dit soort gezamenlijke crematies is financieel. Op die manier worden de kosten gedeeld. Dat betekent echter niet dat het geen aderlating blijft voor de meeste  families.

Luxe vakantie villa in Ubud

‘Het is één van de voornaamste verplichtingen van de zonen  in een gezin’, zei Dewa. Eenvoudig en oprecht, zonder het principe op zich ook maar een ogenblik in vraag te stellen.
Al dicht bij huis, in het dorpje Kutuh, werden we door de ordehandhavers van de plaatselijke banjar aan de kant gezet. Er bleek een grote ceremonie te zijn iets verderop en de optocht was op komst. He bleek te gaan om de odalan (verjaardag) van de plaatselijke tempel. Zoals gebruikelijk zagen we weer veel mensen in hun mooiste kledij, veel offergaven en gamelanmuziek. er werden ook twee kleinkinderen van de koning van Ubud meegedragen in de processie, gezeten hoog boven de massa in draagstoelen. De koning wordt beschouwd als een soort halfgod.
Ik vermoed dat wat van die heiligheid afstraalt op het nageslacht.
Een mooie rit dus met twee onverwachte bonussen.