Archive for the ‘Project History’ Category

Willy’s Labutaart

Elk restaurant van enige faam heeft een toprecept.  Hun vaste klanten komen telkens weer om datzelfde gerecht te proeven.
Volgens mij wordt Willy’s Labutaart de culinaire standaard van Villa Sabandari.  Nu al smeken de gasten om het recept.
Jullie bloglezers zijn geprivilegieerd en krijgen in première de uitgeschreven versie van deze Indonesische pompoentaart.

800 gr. geschilde, ontpitte en in grove stukken gesneden pompoen (de smaak en de kleur van de taart zal iets verschillen afhankelijk van het gebruikte soort pompoen. Willy gebruikt liefst oranje Hokkaidopompoen of groene kastanjepompoen)
3 eieren
150 gr zachte boter
250 gram bloem
250 gram bloemsuiker
50 gr volle melkpoeder
vanille-essence

Verwarm de oven voor op 180°.
Stoom de stukken pompoen goed gaar.
Klop met de mixer de eieren, bloemsuiker, boter en een scheutje vanille-essence tot een luchtige gladde massa.
Voeg langzaam de bloem en het melkpoeder toe.
Blijf mixen.
Roer met een houten lepel de gare pompoen tot moes en voeg een flinke snuif zout toe.
Meng deze pompoenmoes met de bloemmassa.
Stort het mengsel in een beboterde taartvorm.
Zet 30 minuten in een oven van 180°.

Gezellig yoga retraite hotel in Ubud

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Gunung Agung

Mount Agung the holy mountain of Bali, as seen from the garden of Villa Sabandari, a botique hotel in Ubud, Bali

We wonen nu ongeveer 10 maanden op Bali en toch heb ik pas twee weken geleden ontdekt dat we vanuit onze tuin ‘Gunung Agung’ kunnen zien. Het is de hoogste (3142 m) en heiligste berg van Bali, een actieve vulkaan waarvan de laatste uitbarsting dateert van 1964. Vergelijkbaar met de Olympus in Griekenland, beschouwen de Balinezen deze berg als de woonplaats van de goden en het centrum van de wereld.

Meer informatie hier  http://nl.wikipedia.org/wiki/Gunung_Agung

De foto is genomen door Tina vanaf het terras van de kamer op het gelijkvloers, aan de kant van de sawah.

Boutique Hotels Ubud, Bali

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Witte rook

Sommige mensen zijn gek op auto’s of geven onredelijke bedragen uit aan schoenen. Ik ben op materieel vlak geen hebberig type maar kwaliteitsvol keukengerei maakt toch iets bezitterigs in mij wakker. Dus gisteren was het een hoogdag: de horecaspullen werden geleverd. Op het keukenblok stonden vier kartonnen dozen elk zo groot dat er een breedbeeldtelevisie in zou passen.
Maar in plaats van met hightechtoestellen zaten ze vol met potten en pannen, blinkende inoxen schalen en schaaltjes, een tiendelige professionele messenset, een klopper waarmee je in een keer genoeg mayonaise klopt voor een goeddraaiende frituur, ronde en vierkanten voedingsringen, een knalgroene slazwierder, een digitale weegschaal, een groene, een blauwe en een rode snijplank (respectievelijk voor groenten, vis en vlees), taartvormen, slakommen en een pastamachine. Het uitpakken bracht mij in een Sinterklaasstemming. Een beetje euforisch zelfs.
Agung en Budhi, de twee obers, chauffeurs en afwassers van dienst, verwijderden nauwgezet de hardnekkige stickers van dat schitterend keukengerei. Het onmisbare product Sticker Remover staat momenteel nummer één op de Villa Sabandarilijst van populaire schoonmaakmiddelen. Vier sticky labels op een aardappelmesje is geen uitzondering. Alle items werden daarna gesopt, gespoeld, gedroogd en door mij in de laden en kasten opgeborgen.
Gisteravond werd beslist wie vanaf 1 maart met al dat moois aan de slag kan. De kandidaatkoks hebben hun praktijktesten achter de rug. En wij achter de kiezen. Na de noodzakelijke financiële afspraken kringelde er rond vijf uur witte rook uit de keukenschouw.
Habemus Kokkies!
Villa Sabandari kiest voor een vrouwelijke chef en een mannelijke sous-chef.
Ni Nyoman Adriani : roepnaam Koming (want de tuinman heet al Nyoman) mag de plak zwaaien in de keuken. Koming komt uit de laagste kaste. Vrouwen en mannen op Bali hebben in die kaste dezelfde naam (in dit geval Nyoman) en je herkent het geslacht aan het eerste deel. Ni voor vrouwen en I voor mannen.
Koming wordt bijgestaan door een man uit de hoogste kaste : Ida Bagus Vajrayana : roepnaam Gusday (gewoon omdat iedereen hem Gusday noemt). Hij is de neef van de priester die vandaag de Upacara (de inhuldigingsceremonie van hotel en huis) zal leiden.
Gusday was ongerust of Koming wel met hem zou willen werken. Hij als brahmaan in een ondergeschikte positie bij een vrouw uit de laagste kaste is geen evidentie. Hij was zo onzeker dat hij vanmorgen om zes uur Dirk uit bed belde om te weten of hij de job had. Dirk kon hem geruststellen.
Op 1 maart mogen Koming en Gusday de hagelwitte keuken inwijden. In de laden en kasten zullen ze juweeltjes van attributen vinden. Ik ben een tikkeltje jaloers.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Ochtendgezelschap

Vanmorgen – bij het gloren van de dageraad (een minder bombastische omschrijving zou de sfeer onrecht aandoen) – werd ik gewekt door het rammelen van de houten stores tegen de zijramen van mijn kamer. Met mijn slaapkop zie ik dat de middelste store heftig bewoog. Een aardbeving? Onmogelijk want de twee andere houten blinden hangen doodstil. Achter de middelste zie ik een kronkelende schaduw. Vannacht was ik wakker geworden door de grappige roep van een oude gekko. Hoe ouder de gekko hoe dieper zijn stem. Dat arme beest zat nu klem achter het luikje. Een reddingspoging is onvermijdelijk : kamerjas aan, schuifdeuren naar het terras open en met wat aandringen werk ik het aangeslagen beest naar buiten. Op weg naar zijn vrijheid probeert het in paniek via de gordijnen naar de hoge zoldering te vluchten maar met een resolute mep kan ik dat vermijden.Gecko in the spa of one of the luxury hotels in Ubud Bali
Gekko’s zijn nuttige beesten. Ze vangen insecten. Hier zo dicht bij de natte rijstvelden is het een zegen dat er zoveel gekko’s zitten. Het zijn ecologisch verantwoorde anti-muggenmachientjes.

Ubud Spa Resort Bali

Om zes uur stond ik dus op het terras van de Bruidssuite, de grandioze kamer die ik nu uittest. Helemaal tot in de details zal dat niet lukken, zo zonder bruidegom maar ja.
In het melkwitte water van de rijstvelden (de sawah) reflecteren melancholisch wuivende palmkruinen. Geen mens te zien. Wel een overvliegende vogel. Een frisblauwe met een rode bek. Hij landt op een paadje tussen de velden en blijft daar doodstil wachten tot ik mijn fototoestel heb genomen. 150 meter is ook voor mijn toestel te ver om uit de hand een scherpe close-up te maken. Waarvoor mijn excuses. Foto: zie post Dirk hieronder.

Dit prachtexemplaar is een Javaanse Kingfisher. In het grote Indonesische Vogelboek vind ik dat hij frequent voorkomt op Bali en dat hij – in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden – geen vis maar wel insecten eet.

Alle insecten zijn gewaarschuwd: blijf weg van Villa Sabandari. Jullie maken geen schijn van kans tegen onze superefficiënt getrainde personeelsleden : de gekko en de Javaanse koningsvisser.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Bij de kleermaakster

Op 9 februari wordt Villa Sabandari officieel ingehuldigd met een Upacara.

Een min of meer verplichte hindoeceremonie. Wie op Bali een nieuw huis betrekt hoort een Upacara te doen, anders daag je de goden uit en stort je jezelf in het ongeluk. Wat geldt voor huizen, geldt natuurlijk ook voor hotels en resorts.

Naar een Upacara ga je niet zomaar netjes gekleed, neen de richtlijnen voor de outfits zijn zeer strikt. Vergelijk het met de kledingseisen voor een ‘romantic wedding’.  Voor de vrouwen bestaat de ceremoniële kledij uit drie stuks : een wikkelrok (sarong), een lang katoenen hemd (kebaya) en een sjaal die rond het middel wordt geknoopt (selendang).

Holiday in Luxury Hotels

Sarong, kebaya en selendang: de traditionele kledij voor een tempelbezoek op Bali. Foto in winkeltje vlakbij Ubud, Centraal Bali

Mijn garderobe bevat geen enkel van deze items dus trek ik met Saar, die ook in het nieuw gestoken moet worden, naar een kleermaakster. Uit de kleding die deze vrouw zelf draagt is af te leiden dat ze niet op het punt staat om naar een Upacara te vertrekken.

kledingwinkeltje in de buurt van Ubud, Bali

Na het kiezen van de sarongstof begint pas het lastige gedeelte. Welke stijl willen we voor de kebaya? Een ronde hals, een boothals of een v-hals? Korte, driekwart of lange mouwen? De kleermaakster haalt uit de stapels ingepakte kebaya’s ontelbare voorbeelden tevoorschijn. En daarnaast wijst ze behulpzaam op de aangeklede paspoppen met variërende halsuitsnitten, halflange en iets kortere mouwen, puntige of afgeronde panden… Ondertussen druk taterend in het Bahasa Indonesia. Mij begint het al te duizelen.

Ik opper een onschuldig voorstel waar ik een paar minuten later dik spijt van krijg: ‘Laat ons gewoon wat verschillende modelletjes passen.’ Op een paspop ziet elk kledingstuk er namelijk schitterend uit. Maar uit ervaring weet ik dat die indruk verandert wanneer ik het zelf aantrek.

Mijn eerste witte kebaya (een XL !) krijg ik niet over mijn bovenarmen. Vol vertrouwen denk ik dat het komt omdat ik bezweet ben. Saar past krap in dezelfde XL.

Helemaal onderaan uit een stapel van wel twintig ingepakte kebaya’s haalt de kleermaakster voor mij een XXL boven. Het plastiek zakje waarin het zwaarwichtige model zit ritselt onheilspellend. Ik glijd zonder probleem in de eerste mouw. Ook rond mijn schouders en rug voelt het katoenen hemd comfortabel. Maar de knoopjes vooraan, ter hoogte van mij westerse C-cup, krijg ik niet dicht. Daar ontbreekt een strook stof van ruw geschat om en nabij tien centimeter.

De kleermaakster had deze afgang waarschijnlijk zien aankomen en daarom geprobeerd om mij dit gezichtsverlies te besparen door de voorbeelden en de paspoppen te showen. Niets aan te doen, het onheil was geschied. Ze haalt zwijgend haar lintmeter boven; voor mij zal ze een XXXXL op maat moeten snijden. Ik zie ze extra aandacht besteden aan het noteren van mijn borstomtrek. Ze zet onder het getal een bescheiden streepje. Een uitroepteken bestaat waarschijnlijk niet in het Bahasa Indonesia.

Het kiezen van de slendang, de sjaal die je rond je middel knoopt, laat ik wijselijk aan Saar over. In uiterste nood kan ik zelf met de hand nog altijd twee exemplaren in de lengte aan elkaar naaien.

Bali Vacation Resorts

Het bovenstaande is, zoals blijkt uit de inhoud, van de hand van Tina. Ik hoefde niet mee op deze kledinguitstap en was daar erg blij om. Na het lezen van de post en ook (en vooral) na het bekijken van de foto’s, begin ik toch te twijfelen aan het feit of mijn sarong wel goed genoeg is voor de Upacara. Misschien toch maar eens mijn maten laten nemen door de kleermaakster? Zoals Tina al schreef moet je de Balinese goden niet uitdagen. En ik doe natuurlijk alles voor de goede zaak, dat spreekt voor zich.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Geen Avatar in de badkamer!

(O.K., geplaatst door Dirk maar geschreven door Tina)
Langs de weg tussen Ubud en de Makro in Denpasar stikt het van de handelaars in stenen beelden. Stone carving geldt hier als een gerespecteerd lokaal ambacht.
Mijn Opdracht 12 – Koop twee stenen beelden voor de piëdestallen in de badkamers – lijkt dan ook een makkie. De planning is om met Dewa de chauffeur, op terugweg van mijn trip naar de Makro (kleerhangers, sticker remover, koksmutsen, vijftig stoffen servetten…) even te stoppen bij een openlucht beeldenshop in de Stone Carving Street. Daar twee esthetisch verantwoorde beelden aan te wijzen, en hopla, taak 12 volbracht.
Dichtbij de Makro passeren we een rondpunt met in het midden een fonteinachtig iets. Op de rand van de waterpartij staan een tiental beelden. Omdat de parallel tussen fontein en badkamer voor de hand ligt, vraag ik aan Dewa of hij Hindoegoden kent die gerelateerd zijn aan water, aan reiniging of aan zuiverheid. Want het is toch een goed idee om beelden te kopen die qua symboliek iets te maken hebben met een badkamer, denk ik. In Griekenland zou ik kiezen voor een marmeren Poseidon en in Rome voor een granieten Neptunus.
Dewa geeft mij een ingewikkelde uitleg over een Hindoe god – Varaha - die de aarde terugvond nadat die in de zee was gevallen. Voor de rest heeft hij geen andere suggestie voor Hindoe Watergoden. Wat magertjes maar ja, een chauffeur heeft geen proef afgelegd over de symboliek van de plaatselijke goden.
Als ik hem uitleg dat we beelden gaan zoeken voor de twee badkamers die morgen door de eerste gasten zullen ingewijd worden, stelt hij voor dat ik in de shop beelden kies die ik mooi vind en dat hij dan zal zeggen of ze wel “suitable for the bathroom” zijn.

Ubud, Bali : Romantic hotels or Accommodation

Tussen de massa’s beelden duid ik eerst een elegante danser aan.
“Wat denk je, Dewa, kan dit?”
Aziaten krijgen geen “neen” over hun lippen, dus met een verlegen glimlach en een heleboel verontschuldigende woorden legt hij me uit dat dit beeld van een danser een afbeelding is van god en “not suitable for bathroom”.
Ik wil niet te veel tijd verliezen aan getwijfel en wijs hem een soortement elegante zeemeerman aan – half man half vis – elk fijn schubje van zijn staart is prachtig uitgewerkt, de hoogte is perfect, de lichte zandsteen helemaal geassorteerd bij de okerkleurige achtergrond van de open badkamers. Kortweg ideaal.
“Is deze oké Dewa?”, vraag ik voor alle veiligheid.
Ongemakkelijk prutst hij aan de kraag van zijn kraakwitte hemd, “ This is also a god, madam, I think this is not suitable for bathroom.”
Na wat aandringen kom ik erachter dat geen enkele afbeelding van een god “suitable is for bathroom”. Hindoes zouden dat respectloos vinden. Als er iets is dat ik niet wil doen is de Balinezen met een badkamerbeeld tegen het hoofd stoten. Figuurlijk noch letterlijk.
Dewa’s info maakt Opdracht 12 ineens wel knap lastig.
Buiten de mij bekende Hindoe goden Shiva, Brahma, Krishna en Vishnu bestaat er nog een rist voor mij totaal onbekende godheden. Op de koop toe heeft Vishnu negen Avatars.
Of minder trendy : Avatara’s. Ook goden hebben blijkbaar een Second Life.
Vishnu verscheen in negen verschillende gedaanten op aarde. Als verlosser van de wereld.
Dat verhaal klinkt mij bekend in de oren.
Vishnu nam ook dikwijls de gedaante aan van een dier : een schildpad, een leeuw of een vis.
Als ik Dewa vraag om de beelden aan te wijzen die géén goden zijn, slinkt mijn keuze tot een fractie van het tentoongestelde aanbod.
Small statue in one of the romantic luxury hotels in Ubud BaliMogelijk blijven : wat abstracte torentjes en gestileerde bloemen, een angstaanjagend koppel besnorde muzikanten en gelukkig – de goden zijn mij gunstig gestemd – wat kunstige danseressen.
Alle kamers in Villa Sabandari hebben namen van dansen gekregen. Vijf Balinese dansen en een Ambonese (de roots van Saar zijn Ambonees.)
Beelden van danseressen zijn dus perfect. Ik kies twee crèmekleurige rustende danseressen die wat mij betreft schitterend tot hun recht komen in de badkamers van de Barong-kamer en de Legong-kamer.
Wat de definitieve plekken zullen worden van al die andere godsbeelden en hun Avatars weet ik niet maar als het van onze Dewa afhangt niet in Balinese badkamers.
En ik sluit mij daar respectvol bij aan.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Politiek

Orchid in bathroom of Villa Sabandari, a luxury Bali hotel in Ubud Op 15 januari 2010 zou de wekelijkse stroomuitval op maandag afgelopen zijn.

Rond 18:15 viel op maandag steeds de elektriciteit uit voor een uurtje of 3. Er werd gewerkt aan de infrastructuur volgens de PLN (PT Perusahaan Listrik Negara), de nationale elektriciteitsmaatschappij. Je zou denken dat er op 6 maanden tijd toch wel een en ander kon gerenoveerd worden.

Afgelopen maandag gebeurde het ongelooflijke: de hele avond stroom! Ik was bereid mijn visie over de efficiëntie van de Indonesische openbare diensten bij te stellen. Als het goed is mag dat ook gezegd worden.

Vrijdag 18:30 Listrik mati! (elektriciteitspanne)

Volgens de PLN was er een probleem op Java. Visie bijstellen? Ik dacht het niet.
Hoe komt het eigenlijk dat bij het bezoek van de president aan Ambon er geen enkele stroompanne is geweest? En dat terwijl Ambon de officieuze wereldrecordhouder is op het gebied van onregelmatige stroomvoorziening?

Zou het kunnen dat de centrale overheid de deelgebieden in het gareel houdt via de stroomvoorziening die in handen is van een staatsbedrijf?

Ubud Bali Luxury Hotels

De Belgische eigenaar van een hotel in Sanur op Bali had het idee om het overal aanwezige afval te gebruiken als grondstof voor een verbrandingsoven die elektriciteit zou opwekken. Een win-win scenario: minder vervuiling en meer elektriciteit. Je zou denken dat die man een standbeeld zou krijgen in het centrum van Denpasar. Niets is minder waar. Er werd geen bouwvergunning verleend door de centrale overheid. Terug naar af.

Zou het kunnen dat de overheid stroomtoevoer gebruikt als de ring door de neus van de melkkoe Bali?

Ik ben bang van wel.

Mocht Bali inderdaad een eigen energiebevoorrading hebben dan bood de staat Indonesië geen enkele toegevoegde waarde meer. Cultureel en religieus is Bali sowieso al de vreemde eend in de bijt.

Ik schrijf dit bij het licht van een olielamp. Petromax lampen zijn al maanden uitverkocht. Alle Balinese hotels en restaurants van enige omvang hebben een generator (Genset) zodat de gasten haast niets merken van de elektriciteitsproblemen.

En waarop draait die generator? Juist op diesel. En wie levert die diesel? Juist, de staatsoliemaatschappij.

De cirkel is rond.

Vaak moet je het allemaal niet zo ver zoeken.

Politiek is soms erg eenvoudig.

foto: orchidee in een gastenkamer van Villa Sabandari in Ubud, Bali

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Inzegening

A ceremony for a new car in Ubud, Bali

Op terugweg van Denpasar, na een zoektocht naar professioneel keukenmateriaal in een van de weinige professionele zaken op Bali, vroeg Wayan of ons huis al ingezegend was.
Wayan helpt ons met het inrichten van de keuken, het opstellen van menu’s, het zoeken naar betrouwbare leveranciers en andere voeding gerelateerde zaken.
Ik moest  ontkennend antwoorden.
Zelfs onze auto, die we toch al een aantal maanden hebben, is nog niet gezegend. De foto hiernaast toont de upacara voor de auto van onze buurman. De man in het wit is de priester en voor de auto liggen offers allerhande.
Veel heeft de ceremonie niet mogen baten vermits de auto door de chauffeur flink in de kreukels werd gereden en een week of 6 in de garage is geweest voor reparatie.
Het personeel verwacht van de huiseigenaar dat er een inwijdingsceremonie gebeurt. Zo niet zullen ze zich niet op hun gemak voelen in het huis en bang zijn om er te overnachten.
Het zal wel toeval zijn, maar Willy vertelde dat ze al een paar nachten voetstappen hoort in het gangetje voor haar kamer. Ze hoort ook geklop, alsof er mensen aan het werk zijn.
Het wordt tijd dat we orde op zaken stellen.  Ik heb een afspraak om de hogepriester te spreken samen met Pak Mis, de vorige kepala banjar en natuurlijk Dewa als tolk. De priester zal een goede dag bepalen voor de ‘Grand Opening’, rekening houdend met de Balinese kalender en tevens een raming maken van de kosten. We overwegen een kleine upacara zo snel mogelijk en de grote in September wanneer de kinderen op bezoek komen.

Bali Hotels & Accommodation at Ubud

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Een blad in de rivier

Maya Ubud Hotel Bali. Boutique Resorts Accommodation.

Een boogscheut van ons verwijderd ligt het hotel Maya Ubud Resort & Spa. Ik stuurde een mailtje naar de manager met de vraag om een kennismakingsmeeting. We zijn tenslotte bijna buren.

Ubud, Bali Hotels Resorts Accommodation

Er volgde prompt een lunchinvitatie.
Zichzelf uitnodigen is normaal de specialiteit van onze zoon Stephan maar hij heeft het niet van een vreemde zoals u merkt.
Het resort heeft 106 kamers, drie restaurants en het domein is 10 hectare groot. Een tikkeltje intimiderend was het wel toen we de oprijlaan opreden.
De general manager stelde voor te lunchen in het restaurant van de Spa. Na een gezonde wandeling kwamen we bij een lift die ons 30 meter lager voerde , door de rotsen heen, tot vlakbij de Petanu rivier. In de Spa werken 23 vrouwen en er worden tot 50 behandelingen per dag gegeven.
Het totale personeelsbestand: 297 medewerkers.
De overigens uiterst beminnelijke manager, heeft 36 jaar Indonesië ervaring, waarvan een groot gedeelte op Bali. Hij schetste een weinig hoopgevend beeld van de problemen waarmee hij sinds de start van het hotel, 11 jaar geleden werd geconfronteerd.
Het hotel wordt omringd door een aantal dorpsgemeenschappen, banjars. Die stelden allemaal, van tijdens de constructiefase van het hotel, onmogelijke eisen.
Twee chefs van omliggende banjars presteerden het 2000 sollicitatiebrieven te laten afgeven, met de vermelding dat al deze mensen in dienst moesten worden genomen. De vorige eigenaars van de percelen waarop het hotel werd gebouwd, eisten dat hun familie werd tewerkgesteld omdat het hotel op hun (weliswaar intussen verkochte…) grond stond. Om hun eisen kracht bij te zetten, posteerden zich honderden mensen op de hellingen rond het hotel, voorzien van spiegels waarmee ze de gasten voortdurend probeerden te verblinden. Met de regelmaat van een klok werden, voor zonsopgang, bamboekanonnen afgeschoten om de gasten te irriteren. Intimidatie door grote groepen dorpelingen bij de poort van het hotel was ook geen uitzondering. ‘Belligerent’ noemde de manager de Balinezen, en dat betekent toch zoveel als ‘oorlogszuchtig’…
Bij de opening had Maya Ubud 10.000 sollicitatiebrieven ontvangen…
Getalenteerde mensen uit andere dorpen konden niet in dienst komen door de exorbitante eisen die werden gesteld in verband met het percentage ‘eigen volk’ dat in dienst moest komen. De manager gaf ook het voorbeeld van zijn eigen huispersoneel; 2 mensen komen niet uit het dorp waar hij woont. Maandelijks moet hij daarom een belasting betalen aan de lokale ordedienst, de Pecalang omdat hij ‘vreemdelingen’ in dienst heeft. Vreemdelingen weliswaar uit een naburig dorp, maar het blijven voor de inwoners van de banjar vreemdelingen.
Uiteindelijk draait het allemaal om geld. Op weg naar het restaurant zagen we op een helling een grote oppervlakte bedekt met wasgoed en midden daartussen een grote spiegel. Het is de manier van de vrouw, van wie het grondstuk is, om haar eis om in dienst te worden genomen kracht bij te zetten. ‘Geef me werk of ik verpest je uitzicht’, dat is wat het wasgoed zegt.
De politie verleent geen enkele assistentie bij dit soort conflicten. Het zijn sociale problemen en die moet je zelf met de banjar oplossen.
Ubud Hanging Gardens Hotel. Bali Boutique Resorts Accommodation

We moeten vooral oppassen voor de eigenaars van de rijstvelden waarop we uitkijken. Die zullen geld komen vragen voor het uitzicht dat de gasten hebben. Het zijn namelijk hun rijstvelden die zorgen voor het panorama en daar moet voor betaald worden.

We mogen ons ook verwachten aan het bezoek van een afvaardiging van de tempel en de vraag naar een substantiële bijdrage.
Tegenover een bekend hotel ‘Ubud Hanging Gardens’, staat, aan de andere kant van de vallei een grote tempel. De verantwoordelijken van die tempel hebben grof geld geëist omdat de hotelgasten in zwempak een storende  aanblik boden aan de gelovigen in de tempel. Enkel al gezien de afstand tussen tempel en zwembad is het duidelijk dat dit een vals argument is. Overigens kijk ik vanuit mijn bureau uit op een afwateringskanaal aan de overkant van de sawah, en word ik daar dagelijks vergast op badende Balinezen in meer of mindere staat van ontkleding. Diezelfde goot wordt ook zonder enige gêne gebruikt als openbaar toilet. Maar waag het niet de overflow van je zwembad te lozen in een afwateringskanaaltje! Dan krijg je problemen met ‘de subak’, de traditionele verantwoordelijken voor de irrigatie van de rijstvelden. De verklaring is dan dat er geen water in de rijstvelden mag komen waarmee mensen zich hebben gewassen (zwemmen = wassen). Bij de blote konten waarop ik dagelijks uitkijk zal het dan waarschijnlijk niet gaan om ‘wassen’ maar om ‘ritueel reinigen’ zeker?
De manager citeerde een westerse auteur die in de vorige eeuw schreef dat wij westerlingen voor de Balinezen zijn als ‘bladeren die voorbij drijven in de rivier’, eventjes vervelend, maar ook snel weer weg.
Eén ding is zeker, ons talent voor het zoeken naar compromissen en het diplomatisch oplossen van confrontaties zal danig op de proef worden gesteld.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Dorpspolitiek

A Quiet and Romantic Bali Hotel Accommodation

De euforie na de geslaagde socialisatie bleek wat voorbarig.
De Kelihan, het hoofd van de banjar of dorpsgemeenschap, vroeg dag na de bijeenkomst of Dewa, onze chauffeur en intussen ook bemiddelaar in Balinese aangelegenheden, bij hem kon komen om een bericht voor mij op te halen. Ik had op dat moment al moeten beseffen dat er wederom stront aan de knikker was.

Dat bericht was geen schriftelijke nota maar een mondeling overgebrachte eisenbundel.

Viewof the rice field from the open air shower at Villa Sabandari, a romantic luxury hotel in Ubud, Bali.Waarom die dingen niet tijdens de socialisatiemeeting op tafel waren gekomen is me een raadsel. Zoals wel meer dingen in dit land.
Vooraleer de banjar zijn formeel akkoord verleent met onze exploitatie moet er eerst een MoU (Memorandum of Understanding) worden opgemaakt waarin onze verplichtingen zullen worden neergeschreven. We worden met andere woorden op een diplomatisch verantwoorde manier gechanteerd. Zonder de vijftien handtekeningen van de banjar kunnen we niet verder naar de volgende fase.
Voor zover ik het begrijp gaat het om de volgende dingen:
  1. We moeten de overlast accepteren die onvermijdelijk het gevolg zal zijn van onze ligging vlak bij de tempel. We horen verder onze gasten duidelijk te maken dat de tempel een heilige plek is. Er zijn nl. gevallen bekend van hotels op Bali die hebben geëist dat de luidsprekers met de gezangen werden uitgeschakeld tijdens de tempelrituelen. Ook werden de gamelanrecitals stilgelegd. Verder presteren bepaalde toeristen het om, ongegeneerd en met minimale kledij dwars door plechtigheden heen te lopen, net of dat de normaalste zaak van de wereld is. Op zich lijken me dat legitieme bekommernissen en heb ik daar geen moeite mee. Ik denk trouwens dat de meeste toeristen die Bali hebben gekozen als vakantiebestemming, een tempelceremonie naast de deur helemaal niet erg zullen vinden. We stellen trouwens ceremoniële kleding ter beschikking, zodat de gasten, onder begeleiding van onze medewerkers, de tempel kunnen bezoeken om getuige zijn van de rituelen.
  2. Omdat we aan het rijstveld grenzen moeten we rekening houden met de eisen van de subak, de instantie die de irrigatie regelt.
  3. We moeten een eenmalige bijdrage betalen aan de banjar omdat we het hotel op hun grondgebied hebben gevestigd.
  4. We moeten elke 6 maanden 100 kg rijst of de tegenwaarde ervan in geld schenken aan de banjar.
  5. Minimaal 25% en maximaal 40% van ons personeelsbestand moet bestaan uit mensen van de banjar. Hier heb ik het wel moeilijk mee omdat het de bedoeling is met een minimale bezetting de hele operatie te runnen. Dat moeten dan wel allemaal goed gekwalificeerde mensen zijn. Het zal een dosis diplomatie vragen om hier een mouw aan te passen. Maar dat zal wel lukken. België is niet voor niets het land van de compromissen, dus voor een stukje ben ik door geboorte een ervaringsdeskundige.
Gisteren zou de Kelihan met een delegatie bij ons langskomen om dit alles door te spreken. Dat plan werd echter doorkruist door de Kepala desa van Peliatan, de burgemeester dus. Die staat in de hiërarchie een trapje hoger dan de Kelihan en heeft duidelijk gemaakt dat hij, om de zaken te vereenvoudigen, een MoU zou opmaken waarin de eisen van het dorp, de banjar, de tempel en de subak zouden worden gebundeld.
Het worden weer spannende dagen.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+