|
Lunch bij ‘Café Wayan’ in Ubud
|
Doerian – deel 2
De heftruck stond in de tweede rij palletrekken en was daarom wat moeilijk te zien. Ik merkte wel dat de vorken helemaal naar boven waren geschoven en bijna tot tegen het dak kwamen. Een baal tapijten, of wat daarop leek kon ik tussen de niet volledig gevulde compartimenten van de eerste rij rekken zien bungelen. ‘Waar zijn ze nu weer in godsnaam mee bezig!’, dacht ik nog en ging erop af om hen te wijzen op de veiligheidsvoorschriften. De boosheid deed mijn bloed al sneller pompen nog voor ik de bewuste rij rekken bereikte. En dan zag ik hem hangen. Twee meter boven de grond bungelend aan een van de vorken van de heftruck. Een veiligheidsschoen met een stalen punt lag onder hem op de grond, uitgeschopt tijdens de laatste stuiptrekking wellicht. ‘En hiervoor ben jij, en jij alleen verantwoordelijk!’ dacht ik, terwijl op datzelfde moment een gigantische golf schuldgevoel me overspoelde.
Doerian – deel 1
Het was duidelijk haar bedoeling om te testen of mijn goedkeurend gesmak bij het proeven van het eerste stuk geen bluf was geweest.
Ik knikte en stak de zachte massa in een keer in mijn mond. De vrucht smaakt wat zoetig, likeurachtig, een explosie van rijp geel fruit.
De geur is dan weer een ander verhaal.
Doerian, moet ik toegeven, stinkt.
In Singapore vind je verbodsborden waarop naast ‘no smoking’ ook ‘no durians’ staat.
Dat betekent toch al wat.
Maar een rijpe camembert verspreidt ook een bedenkelijk aroma en toch vind ik het lekker. Met een stuk knapperige baguette en een beetje beurre d’Isigny. Heerlijk.
Je moet openstaan voor nieuwe smaakervaringen houd ik mezelf steeds weer voor. Je stijgt ook vaak een paar treden op de acceptatieladder wanneer je eet wat de autochtonen eten.
Uit mijn eerste cursus Bahasa Indonesia herinner ik me een passage waarin de toerist zegt ‘Aduh, ini bau apa?’ (Sjongejonge, wat is dit voor een stank!) waarop de Indonesiër repliceert ‘Ini tidak bau pak, ini wangi durian, raja buah’ (Dit is geen stank meneer, het is de geur van de doerian, de koning van de vruchten).
Dat vat het zo’n beetje samen.
In het Nederlands heb je ook die nuances. Het parfum, het aroma, het boeket, de neus, de geur, de reuk, de stank.
Wat een aroma is voor de één is een stank voor de ander.
Het was voor het eerst sinds zijn indiensttreding als magazijnier, zo’n drie jaar eerder, dat hij in mijn kantoor kwam. Hij zat wat raar op het puntje van de stoel die nochtans erg comfortabel was, wat verend en met armleuningen. Zijn armen had hij hoog op de borst gekruist, zoals je zou verwachten van een scholier die bij de directeur moet komen omdat hij iets mispeuterd heeft. Zijn haar zat in de war en er speelde een zenuwlachje om zijn mond.
Ik veegde ongemerkt mijn hand af aan mijn broekspijp.
De zaken gingen al een tijdje niet zo best en dat merkte hij natuurlijk aan de hoeveelheid verzendingen die hij moest klaarzetten. In het begin van zijn loopbaan in het bedrijf, was hij gewoon heftruckchauffeur en voerde hij uit wat de hoofdmagazijnier hem opdroeg. Al snel maakte hij promotie, werd verantwoordelijk voor de Duitse exportorders en kreeg een eigen kantoortje. Het doemscenario van een nakend ontslag spookte misschien wel door zijn hoofd.
Daarvoor had ik hem echter niet uitgenodigd. Hij was een harde werker, plichtsbewust en betrouwbaar bovendien. De zaken zouden nog veel slechter moeten gaan voor ik zijn ontslag zelfs maar zou hebben overwogen.
Dat wist hij natuurlijk niet.
De weeë geur had me intussen bereikt en ik bood hem een sigaret aan. Ik stak er zelf ook een op en was dankbaar voor de blauwe wolk die al snel tussen ons hing.
De oudste van het trio voerde het woord. De andere twee knikten op het juiste moment ja of nee al dan niet vergezeld van instemmend of afkeurend gemompel. Het ging om een van de magazijniers zo bleek al snel. Die van de Duitse orders. Ze hadden nu lang genoeg gezwegen. Als er geen verbetering kwam zouden er goede werknemers hun ontslag geven want ze hielden het niet langer uit.
Ik vroeg hen toch iets specifieker te zijn.
‘Hij stinkt meneer, hij stinkt verschrikkelijk.’ Erg cru gesteld maar het was wel duidelijk.
Het bleek nog te harden in het magazijn, dat was een grote ruimte en ze kwamen niet te dicht bij hem in de buurt. Wanneer ze in zijn kantoortje moesten zijn of wanneer hij met documenten bij de mensen van de administratie kwam, was het niet uit te houden. In de zomer ging het nog, dan werden ramen en deuren open gezet om snel te luchten. In de winter bleef die lijfgeur heel lang hangen vertelden ze, de neuzen opgetrokken als was de man lijfelijk (nou ja) aanwezig.
Ik beloofde er werk van te maken maar besefte, toen de delegatie de deur uit was, dat ik geen flauw idee had hoe ik dit moest aanpakken.
Je kunt je er tenslotte niet van afmaken door onder vier ogen tegen de beste man te zeggen ‘Je stinkt kerel, doe daar wat aan!’
(wordt vervolgd)
Handjeklap
Bezoekers
Villa Sabandari kreeg tot hiertoe gasten uit 32 landen (14.2%)
Rusland ontbreekt nog en Afrika is volledig blanco. Ook het Midden Oosten is maar pover vertegenwoordigd.
Er is dus nog werk aan de winkel.
Light shining down on you
Blokpuzzel
Tina goes Bali
Op 7 maart landt mijn zus Tina op Bali na een tussenstop in Doha, Qatar. Laten we hopen dat de moeilijkheden in het Midden-Oosten geen stokken in de wielen steken.
Geen Ogoh-ogoh of Nyepi dus dit jaar voor haar want dat ‘vieren’ we op 4 en 5 maart.
Ook geen uitgebreide takenlijst zoals vorig jaar.
Daarvoor heeft ze een veel te moeilijk jaar achter de rug.
Nu wordt het louter relaxen, vitamine D op peil brengen door te genieten van de Balinese zon, wat werken aan de conditie wellicht en natuurlijk lekker eten en drinken om op krachten te komen.
En het hoeft daarom niet altijd ‘haute cuisine’ te zijn zoals zal blijken uit onderstaand filmpje.
Alvast drie plekjes voor een lekkere en goedkope lunch.
2 voor 1 (‘s nachts)
Correctie: de update was van 3 minuten voor één. Het maakt ook niet zoveel uit.
Nog 27°C midden van de nacht is lekker.
Bovendien is het verschil tussen minimum en maximum temperatuur op Bali niet erg groot. Dat is zo eigenlijk het hele jaar door.
Hier geen 4 seizoenen met elk hun eigen karakter en weersomstandigheden. Neen, in theorie een droog seizoen en een regenseizoen. In de praktijk hebben we daar het afgelopen jaar niet veel van gemerkt. Niet alleen blijft de temperatuur quasi het hele jaar door schommelen tussen dezelfde minima en maxima, ook kan je wel elke dag een bui verwachten. Meestal is dat wel in de vooravond of ‘s nachts.
Regen is in de tropen trouwens helemaal wat anders dan in West-Europa. Het zijn meestal hevige buien, vaak met onweer, die echter van korte duur zijn. Die buien verfrissen weer alles maar echt onaangenaam koud wordt het nooit. Je hebt ook hoogst zelden een dag met een grijze lucht van ‘s morgens tot ‘s avonds. Het klaart meestal snel weer op.
Dat deprimerende van een koude, grijze dag met de belofte van nog meer koude grijze dagen, zo kenmerkend voor België en Nederland in de herfst of de winter, kennen we hier niet.










