Café Wayan

cafewayan1
Lunch bij ‘Café Wayan’ in Ubud
cafewayan2
cafewayan3
cafewayan4

Doerian – deel 2

De heftruck stond in de tweede rij palletrekken en was daarom wat moeilijk te zien. Ik merkte wel dat de vorken helemaal naar boven waren geschoven en bijna tot tegen het dak kwamen. Een baal tapijten, of wat daarop leek kon ik tussen de niet volledig gevulde compartimenten van de eerste rij rekken zien bungelen. ‘Waar zijn ze nu weer in godsnaam mee bezig!’, dacht ik nog en ging erop af om hen te wijzen op de veiligheidsvoorschriften. De boosheid deed mijn bloed al sneller pompen nog voor ik de bewuste rij rekken bereikte. En dan zag ik hem hangen. Twee meter boven de grond bungelend aan een van de vorken van de heftruck. Een veiligheidsschoen met een stalen punt lag onder hem op de grond, uitgeschopt tijdens de laatste stuiptrekking wellicht.  ‘En hiervoor ben jij, en jij alleen verantwoordelijk!’ dacht ik,  terwijl op datzelfde moment  een gigantische golf schuldgevoel me overspoelde.

‘Waarom vloek je nou eigenlijk in je slaap?’ hoorde ik mijn vrouw verwijtend zeggen. Ze heeft een hartsgrondige hekel aan vloeken.
‘Niets, laat maar’, antwoordde ik ‘het was een nare droom. Ga maar weer slapen’.
Ik was in slaap gevallen, piekerend over hoe ik  het lijfgeurprobleem van mijn magazijnier moest oplossen. Dat had blijkbaar in mijn dromen flink doorgewerkt. Het was ook delicaat. Je wil iemand niet kwetsen maar aan de andere kant wil je ook  geen goede mensen verliezen. Tegen de ochtend had ik mezelf ervan overtuigd dat een ‘white lie’ de beste oplossing was.
Tijdens het roken van onze eerste sigaret legde ik hem uit dat we een goede kans maakten om in de toekomst ook aan IKEA Duitsland te gaan leveren. We moesten kunnen garanderen dat alle verpakkings- en palletiseringsvoorschriften strikt zouden nageleefd worden.  Ik gaf hem het advies om te rade te gaan bij zijn collega die verantwoordelijk was voor de Franse markt. Die wist perfect hoe aan de Franse winkels van IKEA moest geleverd worden en kon hem veel nuttige tips geven. zodat hij het lijvig leveranciershandboek niet integraal hoefde door te nemen. Hij ontspande zichtbaar. Toen hij op het punt stond te vertrekken gaf ik hem een deodorantroller  van het merk dat ik zelf ook gebruikte.
“Ik gebruikte vroeger ook een ander merk maar mijn vrouw kocht deze deodorant voor me”, zei ik. “Telkens wanneer ik in de tuin had gewerkt ergerde ze zich aan mijn zweetlucht. Met deze deo heb ik daar geen last meer van. Toen ik laatst in jouw kantoortje kwam rook het daar ook niet al te fris. Ga dit merk gebruiken na je ochtenddouche. Je vrouw zal vast zo blij zijn als die van mij”, voegde ik er met een knipoog aan toe. Hij bedankte me wel drie keer.
Ik heb er nooit meer iets over gehoord. Het zal dus wel geholpen hebben.
Het volgende stukje doerian sloeg ik beleefd maar kordaat af.

Doerian – deel 1

nodurians‘Nog een stukje doerian oom?’ vroeg Willy.
Het was duidelijk haar bedoeling om te testen of mijn goedkeurend gesmak bij het  proeven van het eerste stuk geen bluf was geweest. 
Ik knikte en stak de zachte massa in een keer in mijn mond. De vrucht smaakt wat zoetig, likeurachtig, een explosie van rijp geel fruit.
De geur is dan weer een ander verhaal.
Doerian, moet ik toegeven, stinkt.
In Singapore vind je verbodsborden waarop naast ‘no smoking’ ook ‘no durians’ staat.
Dat betekent toch al wat.
Maar een rijpe camembert verspreidt ook een bedenkelijk aroma en toch vind ik het lekker. Met een stuk knapperige baguette en een beetje beurre d’Isigny. Heerlijk.
Je moet openstaan voor nieuwe smaakervaringen houd ik mezelf steeds weer voor. Je stijgt ook vaak een paar treden op de acceptatieladder wanneer je eet wat de autochtonen eten.

Uit mijn eerste cursus Bahasa Indonesia herinner ik me een passage waarin de toerist zegt ‘Aduh, ini bau apa?’ (Sjongejonge, wat is dit voor een stank!) waarop de Indonesiër repliceert ‘Ini tidak bau pak, ini wangi durian, raja buah’  (Dit is geen stank meneer, het is de geur van de doerian, de koning van de vruchten).
Dat vat het zo’n beetje samen.
In het Nederlands heb je ook die nuances. Het parfum, het aroma, het boeket, de neus, de geur, de reuk, de stank.
Wat een aroma is voor de één is een stank voor de ander.

In mijn vorig leven had ik in dit verband een akkefietje met een van mijn werknemers.
Hij gaf me een eerder slappe, klamme hand. Wellicht was hij nerveus.
Het was voor het eerst sinds zijn indiensttreding als magazijnier, zo’n drie jaar eerder, dat hij in mijn kantoor kwam. Hij zat wat raar op het puntje van de stoel die nochtans erg comfortabel was, wat verend en met armleuningen. Zijn armen had hij hoog op de borst gekruist, zoals je zou verwachten van een scholier die bij de directeur  moet komen omdat hij iets mispeuterd heeft. Zijn haar zat in de war en er speelde een zenuwlachje om zijn mond.
Ik veegde ongemerkt mijn hand af aan mijn broekspijp.
De zaken gingen al een tijdje niet zo best en dat merkte hij natuurlijk aan de hoeveelheid verzendingen die hij moest klaarzetten. In het begin van zijn loopbaan in het bedrijf, was hij gewoon heftruckchauffeur en voerde hij uit wat de hoofdmagazijnier hem opdroeg. Al snel maakte hij promotie, werd verantwoordelijk voor de Duitse exportorders en kreeg een eigen kantoortje. Het doemscenario van een nakend ontslag spookte misschien wel door zijn hoofd.
Daarvoor had ik hem echter niet uitgenodigd. Hij was een harde werker, plichtsbewust en betrouwbaar bovendien. De zaken zouden nog veel slechter moeten gaan voor ik zijn ontslag zelfs maar zou hebben overwogen.
Dat wist hij natuurlijk niet.
De weeë geur had me intussen bereikt en ik bood hem een sigaret aan. Ik stak er zelf ook een op en was dankbaar voor de blauwe wolk die al snel tussen ons hing.
Precies een week daarvoor hadden er drie stoelen voor mijn bureau gestaan. Het was geen leuk gesprek geweest. De driekoppige delegatie vertegenwoordigde zowel de arbeiders als het kantoorpersoneel en ze hadden het onderhoud blijkbaar grondig voorbereid. Precies daarom was het geen leuk gesprek. Het miste spontaneïteit.
De oudste van het trio voerde het woord. De andere twee knikten op het juiste moment ja of nee al dan niet  vergezeld van instemmend of afkeurend gemompel. Het ging om een van de magazijniers zo bleek al snel. Die van de Duitse orders. Ze hadden nu lang genoeg gezwegen. Als er geen verbetering kwam zouden er goede werknemers hun ontslag geven want ze hielden het niet langer uit.
Ik vroeg hen toch iets specifieker te zijn.
‘Hij stinkt meneer, hij stinkt verschrikkelijk.’ Erg cru gesteld maar het was wel duidelijk.
Het bleek nog te harden in het magazijn, dat was een grote ruimte en ze kwamen niet te dicht bij hem in de buurt. Wanneer ze in zijn kantoortje moesten zijn of wanneer hij met documenten bij de mensen van de administratie kwam, was het niet uit te houden. In de zomer ging het nog, dan werden ramen en deuren open gezet om snel te luchten. In de winter bleef die lijfgeur heel lang hangen vertelden ze, de neuzen opgetrokken als was de man lijfelijk (nou ja) aanwezig.
Ik beloofde er werk van te maken maar besefte, toen de delegatie de deur uit was, dat ik geen flauw idee had hoe ik dit moest aanpakken.
Je kunt je er tenslotte niet van afmaken door onder vier ogen tegen de beste man te zeggen ‘Je stinkt kerel, doe daar wat aan!’

(wordt vervolgd)

Newsletter Tripadvisor

Tripadv20110309

Handjeklap

Bij het inchecken vraag ik de gasten om hun paspoort, maak een kopie en geef die, met Rp10.000/persoon, aan Dewa of Budi om de registratie te gaan doen op het politiekantoor. Vaak verwonder ik me dan over de geboortedatum van de gast. Bij de kennismaking heb ik al gauw de neiging, onbewust weliswaar, om mijn gesprekspartner in te delen in een bepaalde categorie en wat ik zeg, en hoe ik het zeg aan te passen aan die categorie.
Hoe zien die categorieën eruit?
1. Baby’s: ik heb de sterke neiging om rare geluidjes te maken, gekke bekken te trekken en in dikke wangetjes te knijpen. De tijdsgeest heeft me verplicht hier verandering in te brengen. Ik probeer me nu te beperken tot  een occasioneel raar geluidje en wat babyachtig gebrabbel. Dit alles vanop een veilige afstand. Je kan tegenwoordig niet voorzichtig genoeg zijn. Voor je het weet wordt je computer in beslag genomen op zoek naar niet koosjer fotomateriaal. Conclusie: Het is jammer dat een klein percentage perverten er in slaagt om het natuurlijk gedrag van de meerderheid te wijzigen.
2. Kinderen tot een jaar of tien: kunnen vaak leuk uit de hoek komen en verrassende uitspraken doen. Vroeger kon je dan leuke gesprekken voeren met kinderen in die leeftijdsgroep, en hen confronteren met inzichten die voor hen nieuw waren. Je kon die breintjes dan zien werken en soms kreeg je een blik van ‘Meentie dat nou, of istie me voor de gek aan het houden!?’. Challenging. Na Dutroux echter out of the question. Zelfde conclusie als bij punt 1.
3. Tieners en  adolescenten: Hier een duidelijk onderscheid tussen jongens en meisjes. Jongens: leuk om de confrontatie te zoeken tussen de vaak idealistische denkbeelden van de jeugd, en de wat behoudsgezindere, conservatievere, wellicht meer realistische kijk op de wereld van iemand die de leeftijd heeft van hun opa. Meisjes: veel moeilijker. Zien er vandaag de dag door kleding, make-up en gedrag vaak vijf of meer jaar ouder uit dan hun werkelijke leeftijd. Ik houd me liever wat meer op de vlakte. Ik ben Nabokov niet.
4. Twintigers en dertigers: schat ik vaak 10 jaar ouder in dan ze zijn. In mijn perceptie wel een stuk jonger dan ik. Geen beleefdheidsvorm nodig.
5. Veertigers, vijftigers en zestigers tot ong. 65: lijken me vaak ‘ongeveer mijn leeftijd’. Veertigers en zestigers weten dan ook vaak bij God niet waarover ik het heb. Dat leidt soms tot gênante situaties. 
6. 65 – 75: de ‘wat oudere’ mensen.  Zoals ooms en tantes ‘wat ouder’ kunnen zijn. Ik gebruik wel de beleefdheidsvorm en pas mijn gespreksonderwerpen aan. 
7. 75+: Oudere mensen: ik pas mijn gespreksonderwerpen nog meer aan en let erop dat mijn gesprekspartner me in de eerste plaats hoort, en indien dat het geval is,  ook begrijpt.
In zijn algemeenheid probeer ik onderwerpen als godsdienst,  normen en waarden, geld en politiek te vermijden. Niet enkel is het moeilijk om de leeftijd van een gast in te schatten, het is ook quasi onmogelijk om een idee te hebben van de visie van die gast op een aantal van die ‘te mijden’ onderwerpen. Onze gasten komen immers uit heel veel verschillende landen en culturen. Je wat op de vlakte houden is alweer de beste strategie.
PAARDENMARKT HEDELDe normen en waarden zijn sowieso bij de jongere generatie sterk veranderd. Ook bij bv. Belgen of Nederlanders die ik qua cultuur en opvoeding toch zou moeten begrijpen.
Dat klinkt wel weer erg ouderwets. Zo van “… in onze tijd was het toch beter”.  Maar dat zeg ik niet. Het was anders.
De generatie van mijn grootvader regelde de verkoop van een koe bij ‘handjeklap’ Voor mijn ouders en voor mijn generatie moest er toch wel wat op papier staan maar was een contract dan ook heilig en bindend. Bij de huidige generatie zie ik een  andere mentaliteit. Er mag dan al een contract zijn en er mag dan op een  bepaald moment consensus tussen partijen geweest zijn, als vandaag de situatie gewijzigd is en één van de partijen zich aan zijn verplichtingen kan onttrekken zal dat zonder scrupules ook gebeuren indien dat voordeel oplevert. Men redeneert dan “Waarschijnlijk zal het teveel kosten voor de ander om via gerechtelijke weg zijn gelijk te halen dus verticaal klasseren dat contract.” Men schaamt zich daar ook niet voor. Onbegrijpelijk voor mijn generatie, volstrekt normaal nu.
Voor mijn gevoel was het bijvoorbeeld positief wanneer een sollicitant niet veel vorige werkgevers had en bij elk van die werkgevers een lange tijd had gewerkt. Je was trouw aan je bedrijf. Dat hoorde zo. Vandaag is dat wel even anders. Als je wat in je marge hebt en je wil meer gaan verdienen, dan moet je vooral niet trouw zijn aan je werkgever. Dat wordt door die werkgever gebruikt om je minder te betalen dan een collega, uit wiens C.V blijkt dat zij/hij er niet voor terugschrikt om te ‘jobhoppen’. Een werkgever zal proberen een jobhopper aan zich te binden via een hoger loon en dat gaat dan maar ten koste van het loon van diegenen die oude adagium ‘Trouw aan het Bedrijf ‘ huldigen.   Je moet hard zijn, meedogenloos. Trouw is voor mietjes.   Zo iets.
Vroeger veegde iedereen zijn stoep en was de hele straat schoon. Nu denkt A. “Mijn buurman B. moet mijn stoep maar vegen als hij dat zo belangrijk vindt. Ik heb een drukke baan en hij is gepensioneerd. Trouwens ik heb er geen last van, ik ben toch bijna nooit thuis en er is bovendien geen wet die mij verplicht dat te doen dus f*ck off.”
De sociale cohesie en controle zijn weg, geen wij- maar een ik-gevoel, vaak de schaamte voorbij.  
Vroeger was het anders; meer zeg ik niet.

Bezoekers


Villa Sabandari kreeg tot hiertoe gasten uit 32 landen (14.2%)
Rusland ontbreekt nog en Afrika is volledig blanco. Ook het Midden Oosten is maar pover vertegenwoordigd.
Er is dus nog werk aan de winkel.

Light shining down on you

Iveseenthelight

The quiet Revolution

There’s a quiet Revolution going on,
Like a fire in every corner of the world,
And friends that you have known for many years,
Are talking with a new light inside,
Talking with a brightness in their eyes;
There are quiet conversations going on,
As people speak about what they have seen,
And everywhere the feeling’s getting stronger,
That soon there will be change in our lives,
From a thousand years of looking in the sky,
Something is coming now, something is coming now;
You will believe it when,
You will believe it,
When the light comes shining through,
You will believe it when,
You will believe it,
When it’s shining down on you.

Lyrics: Chris De Burgh

Blokpuzzel

Tijdens onze wekelijkse quiz op zaterdag, werd gevraagd welk zintuig het sterkst inwerkt op ons geheugen. Het bleek de reukzin te zijn. Weer zo’n ‘Ach ja natuurlijk!’- en ‘Ik zei het nog maar jullie luisterden weer niet!’ -antwoord.
We hadden het fout ja.  Bedroefde emoticon
Die nacht kon ik de slaap moeilijk vatten, zoals wel vaker na een quizavond. Dat komt niet door nawerkende adrenaline, maar door de espresso die ik na het diner met het quizteam drink. Meestal met wat selecte spirituosa. Vroeger had ik nooit last van slaapproblemen wanneer ik ‘s avonds koffie dronk. Het was dan ook geen espresso en er waren al helemaal geen spirituosa. Het zal dus een combinatie van sterke koffie en drank zijn en niet simpelweg de sluipende veroudering die me het slapen belet.
Ik besloot, in plaats van schaapjes te tellen, de proef op de som te nemen en te gaan graven in mijn geheugen. Op zoek naar mijn allervroegste herinnering en of die inderdaad geurgerelateerd was. En dat was ze!
Op heel jonge leeftijd ben ik aan mijn rechtervoet geopereerd. Dat moet ergens midden van de vijftiger jaren geweest zijn.  De operatietechnieken waren toen nog niet wat ze vandaag zijn, wat waarschijnlijk ten dele mijn ‘silly walk’ verklaart. Overigens al door Esther op zeer jonge leeftijd meesterlijk geïmiteerd. Heel spontaan ging dat, en met geen greintje kwade wil of spot. ‘Dat is gewoon hoe papa loopt!’ zei ze, met een serieus gezicht, terwijl de rest van het gezin zowat onder de tafel lag van het lachen. Wat gold voor operatietechniek gold eveneens voor anesthesie. Mijn eerste herinnering is namelijk (pauze, tromgeroffel…) de geur van ether en de druk van een masker op mijn gezicht. De verdoving voor die voetoperatie. Een specifieke geur heeft dus wel degelijk een belangrijke rol gespeeld in het onthouden van deze gebeurtenis. Waarschijnlijk heeft het vreemde van de situatie en mogelijk ook angst geholpen om die herinnering in mijn geheugen te griffen.
blokpuzzelEen tweede herinnering heeft ook met die operatie te maken. Maar dit was een leuk gevoel. Ik lig in bed in het ziekenhuis en krijg bezoek. Eén van de bezoekers geeft me een vrij platte doos  met daarin kleurige, kubusvormige blokken. Op de vlakken van elke kubus staat een fragment van een afbeelding. Wanneer je de blokken met de juiste zijde bovenaan in de doos legt, krijg je een scène uit een sprookje te zien. Roodkapje op weg naar grootmoeders huisje met achter een boom de glurende boze wolf, of Hans en Grietje met die griezelige heks. Best wel enge beelden voor een kind. Bij mijn weten heb ik er echter geen trauma’s aan overgehouden. Wel een gevoel van blijdschap en geluk dat me na meer dan 50 jaar nog is bijgebleven. Geen geur ditmaal maar wel een geluksgevoel heeft hier de herinnering levend gehouden.
Een derde herinnering kan ik niet goed plaatsen in de tijd. Het kan voor of na die operatie geweest zijn. We woonden in de Magdalenalei in Brasschaat. Ik zie mijn moeder in de deuropening, aan het einde van de gang. Ze praat met iemand. In mijn herinnering is het de melkboer. Het kan ook de soepboer geweest zijn of de man van ‘Oud Ijzer, Koper, Lood en Zink’, dat weet ik niet meer. In ieder geval ruik ik de pas geschuurde vloer en zie ik, aan de overkant van de straat, een weide met koeien. De vloer heeft een mozaïekpatroon. Waarom precies dit beeld? Geen flauw idee. Ik kan moeilijk de zoon van de melkboer zijn , want daarvoor gelijk ik teveel, en hoe langer hoe meer, op mijn vader. Misschien was het wel omdat moeder af en toe roze yoghurt kocht bij de melkboer en dat vond ik erg lekker. Soms kocht ze ook babeur, een melkdrank op basis van karnemelk, suiker en bloem. Het scheen gezond te zijn maar ik vond het afschuwelijk. Dus toch weer een geur gemengd met spanning en verwachting.
En toen lekker slapen.

Tina goes Bali

Op 7 maart landt mijn zus Tina op Bali na een tussenstop in Doha, Qatar. Laten we hopen dat de moeilijkheden in het Midden-Oosten geen stokken in de wielen steken.
Geen Ogoh-ogoh of Nyepi dus dit jaar voor haar want dat ‘vieren’ we op 4 en 5 maart.
Ook geen uitgebreide takenlijst zoals vorig jaar.
Daarvoor heeft ze een veel te moeilijk jaar achter de rug.
Nu wordt het louter relaxen, vitamine D op peil brengen door te genieten van de Balinese zon, wat werken aan de conditie wellicht en natuurlijk lekker eten en drinken om op krachten te komen.
En het hoeft daarom niet altijd ‘haute cuisine’ te zijn zoals zal blijken uit onderstaand filmpje.
Alvast drie plekjes voor een lekkere en goedkope lunch.

2 voor 1 (‘s nachts)

27degreesCorrectie: de update was van 3 minuten voor één. Het maakt ook niet zoveel uit.
Nog 27°C midden van de nacht is lekker.
Bovendien is het verschil tussen minimum en maximum temperatuur op Bali niet erg groot. Dat is zo eigenlijk het hele jaar door.
Hier geen 4 seizoenen met elk hun eigen karakter en weersomstandigheden. Neen, in theorie een droog seizoen en een regenseizoen. In de praktijk hebben we daar het afgelopen jaar niet veel van gemerkt. Niet alleen blijft de temperatuur quasi het hele jaar door schommelen tussen dezelfde minima en maxima, ook kan je wel elke dag een bui verwachten. Meestal is dat wel in de vooravond of ‘s nachts.
Regen is in de tropen trouwens helemaal wat anders dan in West-Europa. Het zijn meestal hevige buien, vaak met onweer, die echter van korte duur zijn. Die buien verfrissen weer alles maar echt onaangenaam koud wordt het nooit. Je hebt ook hoogst zelden een dag met een grijze lucht van ‘s morgens tot ‘s avonds. Het klaart meestal snel weer op.
Dat deprimerende van een koude, grijze dag met de belofte van nog meer koude grijze dagen, zo kenmerkend voor België en Nederland in de herfst of de winter, kennen we hier niet.