Posts Tagged ‘Hindoe’

Galungan en Kuningan

Galungan is het belangrijkste feest voor Balinese hindoes.
De schepper van het universum (Ida Sang Hyang Widhi) en de geesten van de voorouders worden in deze periode geëerd.
Het feest symboliseert de overwinning van het goede (Dharma) over het kwade (Adharma), en de Balinezen horen dankbaarheid te tonen aan de schepper en aan hun voorvaderen.
Galungan wordt één keer in de 210-dagen gevierd en markeert de tijd van het jaar waarin de geesten van de voorouders worden verondersteld een bezoek te brengen aan de aarde. Balinese hindoes voeren tijdens dit feest rituelen uit die bedoeld zijn om de geesten welkom te heten en hen te vermaken.
Families offeren voedsel en bloemen aan de voorouderlijke geesten, uiten dankbaarheid en smeken bescherming af.
Penjors can be seen all over Bali at GalunganOveral op het eiland vindt u bij de ingangspoort van de huizen lange bamboe stokken genaamd ‘penjor’ – meestal versierd met vruchten, kokosbladeren en bloemen. Bij elke poort, zult u ook kleine bamboe altaartjes aantreffen, speciaal gemaakt voor het feest. Er worden offertjes gebracht, verpakt in geweven palmbladeren.
De voorbereidingen voor Galungan beginnen enkele dagen voor de eigenlijke feestdag.
Drie dagen voor Galungan is er ‘Penyekeban’ en begint men met de  voorbereidingen. ‘Penyekeban’ is afgeleid van het Balinese woord ‘nyekeb’ wat ‘het rijpen (van fruit)’ betekent. Groene bananen worden in grote potten van gebakken klei gestopt die worden afgedekt om het rijpingsproces te versnellen.
Twee dagen voor Galungan  volgt ‘Penyajahan’, een tijd van introspectie voor Balinezen, en minder prozaïsch, een tijd om Balinese taarten te maken bekend als ‘jaja’. Deze gekleurde taarten gemaakt van gebakken rijstdeeg worden gebruikt als offergave maar net zo goed met veel plezier geconsumeerd door de gewone stervelingen.
De dag voor Galungan is ‘Penampahan’ of ‘slachtdag’. De offerdieren moeten er op die dag aan geloven. Galungan wordt dan ook gekenmerkt door het plotse overvloedige aanbod van traditionele Balinese gerechten zoals lawar (varkensvlees in een pittige kokossaus) en saté.

Ubud Bali Rice Fields Resort

Op Galungan dag zelf bidden de gelovigen in de tempels en brengen ze hun offers aan de geesten. U kan overal prachtig geklede vrouwen zien met hoge torens offergaven op het hoofd die sierlijk, vaak in ganzenpas, voorbij schrijden.
De dag na Galungan bezoekt men familie en vrienden.
De tiende dag na Galungan – ‘Kuningan’ – markeert het einde van de Galunganperiode, en wordt beschouwd als de dag waarop de geesten terug opstijgen naar de hemel. Op deze dag worden offertjes gebracht met gele rijst.

Tijdens Galungan wordt een ceremonie bekend als ‘Ngelawang’ uitgevoerd in de dorpen. ‘Ngelawang’ is een exorcismeceremonie uitgevoerd door een ‘Barong’ - een goddelijke beschermer in de vorm van een griezelig uitziende, mythische draak.

De Barong wordt uitgenodigd in de huizen op zijn rondgang door het dorp. Zijn aanwezigheid is bedoeld om het evenwicht te herstellen tussen goed en kwaad in een huis. De bewoners voor de dansende Barong en krijgen na afloop een stukje van diens vacht als souvenir.
Tijdens Galungan staat het openbare leven op een laag pitje omdat de Balinese werknemers naar hun respectievelijke dorpen gaan om daar het feest te vieren.
De Balinese kalender volgt een 210-daagse cyclus zodat Galungan tweemaal per jaar wordt gevierd, ongeveer elke zes maanden. Voor wie Galungan wil meemaken op Bali volgen hierna de data van de volgende feestperiodes:
  • 14-24 oktober 2009
  • 12-22 mei 2010
  • 8-10 december 2010
  • 6-16 juli 2011
  • 1-11 februari 2012
Villa Sabandari zal gewoon geopend zijn.
We bedenken wel een eigen manier om het evenwicht tussen goed en kwaad te herstellen.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Fietsen naar Tegalalang

We willen onze gasten alternatieve routes aanbieden, zowel wandelingen, fietsroutes als autotochten. Dewa, die afkomstig is uit Tegalantang, heeft zijn eerste mountainbiketocht uitgestippeld. Vanzelfsprekend is hij begonnen met een route in de buurt van zijn dorp, hoe zou u zelf zijn.
Hij heeft de trip opgeslagen in de GPS, die hebben we dan opgeladen in Google Earth zodat we de gasten een kaartje mee kunnen geven.
We hebben de route met de auto uitgetest en het ziet er mooi uit. Veel rijstvelden, rijstterrassen, kleine traditionele dorpjes waar bijna geen toeristen komen, een lunch in Kampung Café met een prachtig panorama.
Op de terugweg de reigertjes die toekomen voor de nacht in Petulu, de botanische tuinen ingeval van interesse en natuurlijk de onverwachte verrassingen die Bali haast altijd te bieden heeft.
procession in kutuh a small village in the rice fields near our villa hotel in UbudOp onze tocht kwamen we bijvoorbeeld door een dorp waar een massacrematie werd voorbereid. Naast het kerkhof zaten veel mensen, per familie gegroepeerd rond een bamboeverhoging waarop het stoffelijk overschot van hun familielid lag, dat ze net hadden opgegraven. De overblijfselen werden aan het zicht onttrokken door witte, stoffen schermen. Dat opgraven is natuurlijk geen leuke klus, zeker niet wanneer het overlijden nog van recente datum is. Dewa vertelde van een geval waar de familie bij de begrafenis vergeten was het plastic uit de kist te halen. Bij het ontgraven waren enkel de ogen volledig verdwenen zei hij. Het was de volgende minuten een beetje stil in de auto.

A grand child of the king of Ubud during a ceremony near our villa hotel in Ubud

We leerden dat om de vier jaar een massacrematie kan plaatshebben, ingeval er tijdens die periode in het dorp voldoende mensen zijn overleden. Zo niet dan volgt er een nieuwe wachttijd van 4 jaar. De reden voor het houden van dit soort gezamenlijke crematies is financieel. Op die manier worden de kosten gedeeld. Dat betekent echter niet dat het geen aderlating blijft voor de meeste  families.

Luxe vakantie villa in Ubud

‘Het is één van de voornaamste verplichtingen van de zonen  in een gezin’, zei Dewa. Eenvoudig en oprecht, zonder het principe op zich ook maar een ogenblik in vraag te stellen.
Al dicht bij huis, in het dorpje Kutuh, werden we door de ordehandhavers van de plaatselijke banjar aan de kant gezet. Er bleek een grote ceremonie te zijn iets verderop en de optocht was op komst. He bleek te gaan om de odalan (verjaardag) van de plaatselijke tempel. Zoals gebruikelijk zagen we weer veel mensen in hun mooiste kledij, veel offergaven en gamelanmuziek. er werden ook twee kleinkinderen van de koning van Ubud meegedragen in de processie, gezeten hoog boven de massa in draagstoelen. De koning wordt beschouwd als een soort halfgod.
Ik vermoed dat wat van die heiligheid afstraalt op het nageslacht.
Een mooie rit dus met twee onverwachte bonussen.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Nyoman’s baby

Onze tuinman Nyoman, die overigens door iedereen Komang wordt genoemd, is 13 dagen geleden voor de tweede keer vader geworden. Hij had al een zoontje van anderhalf. Daar kwam een broertje bij.
Nyoman's baby in zijn huis in Payangan, ten noorden van Ubud in centraal Bali. Nyoman is tuinman in Villa Sabandari in Ubud.

Gisteren, op de 12de dag na de geboorte, werd er een upacara (ceremonie) gehouden. Het leek ons een goed moment voor het kraambezoek.

We maakten er dan maar gelijk onze eerste Villa Sabandari bedrijfsuitstap van. Met ons voltallig hotel personeel, minus de gelukkige vader want die had z’n vrije dag, met z’n vijven dus ;-), ging het richting Payangan, het dorp van Nyoman, ten noorden van Ubud in Centraal Bali.
Na ‘The Mall’, moesten we linksaf had hij gezegd, eerste straat rechts en dan het vierde huis op de linkerkant. ‘The Mall’ bleek trouwens gewoon de pasar (traditionele markt) te zijn.
De trotse vader stond ons al in traditionele kledij op te wachten met baby in de armen.
Grootmoeder wilde trots poseren met haar nakomeling en probeerde een conversatie op gang te brengen. Wanneer je geen tanden meer hebt en naast Balinees alleen maar een paar woorden Bahasa Indonesia spreekt, is dat vanzelfsprekend niet evident. Het enige wat ik begreep was ‘cantik (mooi)’ toen ze Saar’s benen aanraakte. Tegen mij deed ze later, bij het afscheid nemen, ook een hele uitleg. Mijn benen liet ze met rust. ‘Cantik’ heb ik jammer genoeg niet gehoord maar ze lachte wel vriendelijk en ik ben nogal gauw tevreden.

Bali vakantie in een Ubud villa met hotel service

Nyoman, de tuinman van Villa Sabandari in Ubud, met zijn oudste kind in zijn huis in Payangan, ten noorden van Ubud, Bali.

Er was koffie, thee en koek terwijl in een hoek van het binnenpleintje de ceremonie verder ging. Een oude man, in het wit gekleed zat bij een tafel die volstond met allerhande offergaven. Het bleek een onderpriester te zijn. Zoiets als een onderpastoor in de katholieke kerk zeker? Er vonden een aantal, voor ons onbegrijpelijke rituelen plaats. Ook Dewa, onze chauffeur begreep er niets van. Deze rituelen zijn namelijk van dorp tot dorp verschillend.

Op een bepaald moment stonden moeder met kind, vader en oma in een kring. Twee hadden een kleine kip in de hand die eerst werd gewassen. De derde droeg het vruchtbeginsel van een bananenboom, gewikkeld in een reep stof. Ze gaven elkaar dan een aantal keer die dingen door terwijl er gebeden werden uitgesproken.
Balinezen geloven in reïncarnatie. De nieuwgeborene wordt daarom gezien als een wedergeboren voorvader en tot 42 dagen na de geboorte als een kleine god vereerd. De vader wast na de bevalling de placenta tot alle bloed verdwenen is en stopt ze dan in een kokosnoot, samen met kruiden en wat kleine werktuigen. Dat alles wordt voor de inkompoort begraven en afgedekt met een gevlochten mand. Een kaars of lamp erin als bescherming tegen dieren en kwade geesten. Zo weet meteen ook de hele de buurt dat er een baby geboren is in dat bepaalde huis.
De moeder en de baby mogen tot 35 dagen na de bevalling de tempel niet betreden. Na 105 dagen, 3 maanden volgens de Balinese kalender, is er ‘Mekakulan’ een ceremonie tijdens dewelke een priester het haar van de baby afknipt om zo mooie haren tijdens de rest van het leven te garanderen. Ik vrees dat ze bij mij dat stapje hebben overgeslagen. De eerste 105 dagen mag de baby ook nooit de grond raken; tijdens de ceremonie worden de beentjes gezegend opdat het kind snel zou leren lopen. Het kind krijgt dan ook officieel een naam. Elke 210 dagen daarna wordt de verjaardag (otonan) gevierd.
Willy ingsprek met de zus van Nyoman in hun compound in Payangan, ten noorden van Ubud in Centraal Bali.Tijdens één van de pauzes glipte Willy weg. Ze ging op verkenningstocht zei ze. Balinese families leven namelijk niet gewoon in een huisje met tuintje. Verschillende generaties blijven bij elkaar wonen. De zonen blijven met hun gezin thuis wonen; de dochters verhuizen na hun huwelijk naar de compound van hun man. Het stuk land van Nyoman’s familie is 3500 vierkante meter groot en volgebouwd met huisjes, schuurtjes, open paviljoenen en tempeltjes. Hier en daar een boom of een tuintje. Willy vond ik terug, in druk gesprek met een oudere zus van Nyoman. Die bracht haar later ‘daun pandan’, bladeren die je gebruikt om bijvoorbeeld pannenkoekjes een karakteristieke groene kleur en een typische smaak te geven. Later volgden een aantal bewortelde scheuten van die plant en stukken suikerriet.
Voor we terug waren in Ubud had ze ongetwijfeld al uitgekiend waar ze die schatten ging planten.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Saraswati

Sarasawati stone carving om Ubud villa hotel Bali
Ik reed gisteren met onze nieuwe medewerker, Dewa, naar de Toyota Garage in Blahbatuh. Onderweg was het ontzettend druk. Overal mensen in feestelijke klederdracht, zowel lopend als met hele families tegelijk op de bromfiets. Iedereen had wel een schaal of een gevlochten mand met offergaven bij zich.
“Druk vandaag” zei ik tegen Dewa, “iets speciaals aan de hand?”
Hij keek even opzij met de intussen vertrouwde gelaatsuitdrukking die, tegelijkertijd ongeloof, verbazing en een tikje medelijden uitdrukt.
Met de pretlichtjes nog in de ogen vertelde hij me dat het volgens de Balinese kalender, de ‘Pawukon’, de dag van de kennis was.

Ubud Hotel Villa

Die dag heet ‘Saraswati’ en er wordt gebeden tot de godin met dezelfde naam, de godin van de kennis. Ze wordt afgebeeld als een mooie vrouw (niet zo evident op de foto).
Kennis is namelijk een aantrekkelijk bezit. De vrouw heeft vier armen wat haar in mijn ogen toch iets minder aantrekkelijk maakt. Ik ben geen hindoe natuurlijk. Ze bespeelt een muziekinstrument want kennis is onderhoudend en hoe meer je ermee bezig bent, hoe meer het je gaat boeien.
In één van haar vrije handen houdt ze een meditatieketting, een soort paternoster voor de katholiek opgevoeden onder ons. Die symboliseert de eindeloze uitdaging van het leren. In hand nummer vier: een boek, de opslagplaats van alle kennis. Meestal wordt ook nog een zwaan en een lotusbloem afgebeeld.
Penjor bij Villa Sabandari, Ubud hotel, Bali
De dag voor Saraswati heet ‘Pangredanan’. Dan worden de boeken afgestoft en schoongemaakt. Op Sarasawati zelf offert men aan de boeken. De leerlingen op de scholen en de ambtenaren op hun kantoren. Iedereen draagt op die dag traditionele kledij in plaats van een uniform. Men wil herdenken dat het belangrijkste in het leven ‘kennis’ is. Eigenaardig genoeg mag er in de  namiddag niet gelezen worden, enkel ‘s avonds en dan nog bij voorkeur religieuze boeken.
De dag na Saraswati is ‘Banyu Pinaruh’ en wordt er een ritueel bad genomen in zee, meer of rivier. De gelovigen drinken heilzame dranken. De dag staat in het teken van de gezondheid.
Dan volgt ‘Soma Ribak’, de dag dat er wordt geofferd bij de plaats waar de rijst wordt bewaard. Men dankt voor spijs en drank.
Na Soma Ribak is het ‘Sabu Mas’, letterlijk betekent dat ‘gouden riem’. Er worden offers gebracht bij de kluis en het juwelenkistje en het belang van kleding en geld wordt herdacht.
Tot slot van deze zesdaagse is er ‘Pagerwesi’; pager is schutting, wesi is ijzer. De Balinezen omringen zich met een sterke fortificatie tegen de krachten van het kwaad. In de tempels wordt gebeden voor een evenwichtig universum met aandacht voor kennis, gezondheid, voedsel, kleding en geld.
De nog niet gecremeerde familieleden worden tevens herdacht op de kerkhoven waar ze tijdelijk zijn begraven in afwachting van hun crematie.
En dat alles herhaalt zich dus alle 210 dagen, een jaar volgens de Balinese kalender.
De festiviteiten worden in het noorden veel grootser aangepakt dan in het zuiden. De straten zijn er versierd met ‘penjors’, lange, gebogen en versierde bamboestokken.
Voor de noorderlingen ligt Ubud in het zuiden en voor de zuiderlingen zijn wij bergbewoners uit het noorden. Er wordt dus gevierd, maar niet uitbundig.
Op onze werf werken vooral Javanen en mensen uit Lombok en Flores. Aan hen zijn al die Balinese ceremonies niet besteed. Hier gaat het gehamer, geslijp en gezaag gewoon door.
Ik vraag me af wat ze gaan doen op de dag van de stilte want die staat zonder twijfel ook op de Balinese kalender.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Terug in de tijd.

Artikel: Bali, het laatste paradijs op aarde
Van een goede vriend uit België (bedankt JP!) kreeg ik een artikel uit een Belgische krant d.d. 19 september 1936.
Je zou denken dat er na ongeveer driekwart eeuw niet veel aanknopingspunten meer zouden zijn tussen de tekst van het artikel en de toestand in Bali vandaag de dag.
Niets is minder waar. De meeste dingen in het artikel zijn erg herkenbaar. Het lijkt wel of de tijd op veel vlakken heeft stil gestaan.

dedagblz2

cit1 Over het aspect religie en de invloed ervan op het dagelijks leven heb ik al heel wat geschreven. Terwijl er in Europa de afgelopen 50 jaar een  ontkerkelijking heeft plaatsgevonden in de meeste landen, merk je daar niks van op Bali. Over crematies viel hier ook al eerder te lezen. Met orde en netheid was het in 1936 blijkbaar net zo gesteld als vandaag. Ik denk dat het met die ‘onafgebroken bewondering’ van de toeristen ook anno 2009 nog wel goed zit.
cit5 cit2
Dat de Balinezen hun eigen individualiteit hebben behouden is een understatement.

Ik vermoed dat de hoofdreden waarom onze tuinman Komang het voor bekeken hield in Villa Sabandari, mijn vriendelijke speech is geweest bij de betaling van het loon voor de maand juni.

Daarin drong ik aan op een tikkeltje meer inzet. Dat zeg je dus niet tegen een Balinees hoorden we via verschillende bronnen. Die bepaalt wel zelf hoe hard hij werkt en hoe hij dat aanpakt.

Dat ‘de invloed van de goden op het lot der menschen zich alom doet gevoelen’ zal de aandachtige lezer van deze blog niet ontgaan zijn.

cit4cit9
Het feit dat de vrouwen ‘in den regel het bovenlichaam onbedekt hebben’, kon ik nog niet met eigen ogen vaststellen. Mocht dit alsnog gebeuren dan volgt er natuurlijk hieromtrent een met foto’s gestoffeerd verslag.

Alles in dienst van de wetenschap, dat spreekt voor zich.

cit8

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Alweer Odalan.

Odalan in the Masceti temple, in the rice field near Villa Sabandari Ubud
Ik schreef al eerder over het Odalanfeest (de verjaardag) van de tempel bij ons in de straat.
Made, onze pembantu (huishoudster) wou ook graag haar offer gaan brengen in de tempel. Het is tenslotte vlakbij haar werkplek en ik vermoed dat het voor Balinezen dan zo hoort. Op de foto hiernaast ziet u Made uiterst rechts.
Saar drong erop aan dat we ook zouden meegaan als teken van onze wil tot integratie in de lokale gemeenschap. Ze had al met Made afgesproken dat ze wat traditionele kledij kon lenen van haar moeder. Na de omkleedsessie, geregisseerd door Made, zag Saar er bijna authentiek Balinees uit. In mijn  ogen dan.
Ready to go to the rice field temple in traditional attire. Picture taken in Villa Sabandari, UbudIkzelf draag ‘s avonds, na het douchen, ook al een tijdje een sarong. Lekker fris en makkelijk en ik ben daar al aardig aan gewend. De eerste dagen is  het natuurlijk een beetje raar. Je loopt als westerse man niet zonder een lichte gêne rond in een rok natuurlijk. Wanneer je geen Schot bent tenminste. Na een tijdje wordt het echter de normaalste zaak van de wereld. Dat alles in de beslotenheid van je eigen huis wel te verstaan.
Die gêne komt bliksemsnel terug bij het idee dat je, zo uitgedost, onder de mensen zal moeten komen. Het is natuurlijk een geruststelling dat die mensen allemaal een rokje aan hebben, maar toch.
En het stopte niet bij dat rokje, dat zou te gemakkelijk geweest zijn. Neen, ik moest over de eerste sarong nog een tweede, wat kortere versie. Die moest dan vastgemaakt worden met een soort sjaal en als klap op de vuurpijl moest ik een Balinees hoofddeksel op.
Ter verduidelijking: mijn sarong is in beige en roodbruine tinten, de tweede sarong (door Made meegebracht) was pistachegroen, de sjaal was felroze en het petje lilakleurig. En zo moet je dan de straat op! Modebewust ben ik niet echt. Of trap ik nu een open deur in ? Vermoedelijk wel, maar dat geeft niks. Ik wil niet beweren dat ik ‘s morgens erg veel tijd besteed aan het assorteren van mijn kledij. Maar zelfs ik besef dat het kleurenpalet van mijn  outfit van weinig goede smaak getuigde.

Ubud Rice Field Villa

In Villa Sabandari, rice field villa near Ubud, BaliHet was gelukkig al donker toen Made, haar vriend, Saar en ik op weg gingen naar de tempel.
Made met een gevlochten mand vol offertjes op het hoofd.
Bij de ingang van de tempel besprenkelde ze ons met water. Het bracht me een halve eeuw terug in de tijd, naar het wijwatervat dat vroeger aan de ingang van de (katholieke) kerken stond. Je hoorde je met het gezegende water te bekruisen vooraleer je de kerk inging.
Een compleet gamelanorkest zat duchtig van katoen te geven terwijl een priester, door een microfoon op een wel heel speciale manier een voorbede deed. ‘Speciaal’ voor mij dan. Even speciaal als het ‘Urbi et Orbi’ van de paus in Balinese oren zal klinken denk ik.
De offergaven werden tijdens een gebed gezegend en werden dan, tot mijn verbazing, gewoon terug mee naar huis genomen.
We zijn weeral een ervaring rijker.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Website

Ladies with offerings on their way to a temple in Ubud or Petulu
Eindelijk is er een (voorlopige) versie van de website online.
U vindt ons hier – http://www.sabandari.com -
Geef gerust opmerkingen, signaleer fouten of suggereer verbeteringen. Ik heb de afgelopen weken mezelf namelijk een stoomcursus Dreamweaver, Adobe Flash, WS-FTP, Sothink SWF Decompiler en PSP opgelegd zodat ik de website vanaf nu zelf kan beheren. Via de firma die het tot nu toe deed ging alles hallucinant traag en verliep de communicatie, eufemistisch uitgedrukt, niet vlekkeloos.
Het was een beetje zoeken naar foto’s die, ook na de verbouwingen, een correct beeld zullen geven van de realiteit.

Rice Field Villa Ubud

We werken nog steeds toe naar de deadline van 1 oktober 2009 hoewel dat moeilijk te geloven is wanneer je dag in dag uit in de herrie en het stof zit, en het lijkt of er weinig vorderingen worden geboekt.
Naast het lawaai van de bouw mochten we ons de afgelopen 3 dagen ook verheugen in de feestelijkheden rond de verjaardag van de Masceti tempel in de straat.
Brommers en auto’s overal, kraampjes met souvenirs en eetstalletjes, gezang en gamelan muziek en (te) luide aankondigingen door de microfoon die me sterk deden denken aan de blikken stemmen van de omroepers op een Belgische kermis. Een kruising tussen de Sinksenfoor en Scherpenheuvel op 1 mei, maar dan op een iets kleinere schaal natuurlijk.
Op de foto: dames in traditionele klederdracht, met offers op weg naar de tempel voor het Odalan (verjaardags)feest. De tempel is alle 210 dagen jarig. Ambiance verzekerd.
foto (c) Bimo Wiratnanto

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Odalan

A small temple in the rice field, seen from Villa Sabandari, a boutique hotel in Ubud, BaliOfferings at a family temple in the rice fields as seen from a small boutique hotel near Ubud, Bali
Elke tempel op Bali viert zijn verjaardag twee keer per (Balinees) jaar. Om de 210 dagen dus. Het is de verjaardag van de ingebruikname van de tempel in kwestie. Die ceremonie heet Odalan en duurt drie dagen. De goden zouden tijdens deze feestelijkheden afdalen uit de hemel en worden geëerd met eten, drinken, gebed, dans en soms ook met hanengevechten. Vanuit mijn bureau kijk ik uit over de rijstvelden en aan de overkant ervan, half verscholen in een bosje, staat een kleine tempel. Op 16 juni was de laatste dag van de Odalanfeesten voor deze tempel. De feestvierders kwamen in hun mooiste kledij en voorzien van offers, achter elkaar lopend over het smalle paadje door de sawah. De tempel zelf was versierd met veel geel, wit en oranje.

Logeren in een rustig vakantie hotel bij Ubud, Bali

Esther werd vriendelijk duidelijk gemaakt dat ze best even buiten op mij kon wachten. Ze droeg namelijk een korte broek, geen sarong en geen reep stof om het middel geknoopt en dat kan echt niet. Mijn lange broek en wellicht ook mijn grijze haren, of het gebrek daaraan, dwongen voldoende respect af om me rustig te laten rondlopen, met toestemming uiteraard.
De laatste tijd trek ik ‘s avonds, na het douchen, een ‘sarong pelekat ‘aan. Een sarong die door mannen wordt gedragen. Komang heeft me geleerd die op z’n Balinees te knopen. Willy bracht twee stuks voor me mee uit Ambon. Het merk is ‘Gajah Duduk’. Dat merk heeft ze gekocht omwille van de goede kwaliteit vertelde ze. Ik denk eerder omwille van de naam. ‘Gajah Duduk’ betekent nl. ‘Zittende Olifant’.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Pura Taman Ayun

Willy is in Ambon gebeten door een hond voor ze naar Bali kwam. Ze had daar voor alle zekerheid een eerste injectie tegen hondsdolheid gekregen. De dader was namelijk onmiddellijk na zijn misdrijf afgemaakt en opgegeten zodat niet meer kon achterhaald worden of hij al dan niet besmet was met rabiës. Gisteren, voor ons verkennend uitstapje naar midden Bali, gingen we daarom langs bij de Puskesmas (Pusat Kesehatan Masyarakat), het medisch centrum, in Ubud. Willy kreeg er een vervolginjectie. Het duurde erg lang maar Willy maakte ons, middels wegwuifgebaren, duidelijk dat we niet mochten komen informeren. Later bleek dat te zijn uit voorzorg tegen het toepassen van ‘toeristenprijzen’. Mocht de verpleger hebben gezien dat Willy bij ons hoorde , dan zou de prijs ongetwijfeld een paar 100% gestegen zijn. De vreemdeling is loslopend wild waarop je vrijelijk alle pluimtechnieken mag toepassen.  ‘Ze logeren toch allemaal in van die dure luxe  hotels, dus dat kan geen probleem wezen’ zal wel de redenering zijn. Toen Esther en Saar tijdens het wachten even een doosje crackers wilden kopen, werd daarvoor Rp 8000 gevraagd. Esther zag op een gelijkaardig pakje een stickertje met Rp 7000 en antwoordde daarom assertief met ‘Tujuh ribu saja!’, waarop de verkoper onmiddellijk akkoord ging.

Logeren in Villa Sabandari, Ubud

Tempel in Mengwi, goed te bezoeken vanuit Villa Sabandari in Ubud.

We waren van plan er een nuttige dag van te maken. Een verkenningstocht voor een van de alternatieve trips die we onze toekomstige gasten willen aanbieden. Ik wilde zo veel mogelijk via landelijke weggetjes van Ubud naar Pacung ; het laatste stukje over de weg Denpasar-Bedugul, om dan de mooie rijstterrassen bij Jati Luwih te bezoeken. Net voorbij Petang was er op een eerder steile helling plots geen asfalt meer. Alleen diepe putten, keien, grind en rotsachtige grond. Dewa probeerde er nog door te komen maar de motor brulde en de wielen slipten door. Saar begon te roepen dat hij moest stoppen en ze stapte samen met Willy in paniek uit. Ik maande Dewa aan voorzichtig achteruit te rijden tot op het asfalt. We keerden terug naar het dichtstbijzijnde dorp en de GPS herberekende het traject. Pas later ontdekte ik dat het ding was ingesteld om de kortste weg te zoeken; niet de snelste. We bereikten de hoofdweg dan ook enkel na een tocht over enorm steile en smalle weggetjes, langs diepe ravijnen en ettelijke haarspeldbochten. Esther vertelde me dat Willy op een bepaald moment razendsnel haar geliefde gembersnoepjes uit hun plasticzak begon te schudden, vermoedelijk als laatste alternatief voor de reisziekte die ze voelde opkomen. Zodra we op de grote weg waren vroeg ze dan ook om een noodstop. We stopten voor lunch bij het Pacung Indah restaurant in Batu Riti zodat iedereen de kans kreeg om op zijn positieven te komen na onze ‘alternatieve route’. Ik kreeg natuurlijk de collectieve woede van mijn reisgezellen te verduren en beloofde dan ook plechtig dat we de rest van de dag enkel nog provinciale wegen zouden volgen. Geen rijstterrassen of warmwaterbronnen en geen Batu Karu tempel. In plaats daarvan reden we naar de Pura Taman Ayun in Mengwi, een mooie watertempel. Hadden we tenminste nog iets gezien.

Ribbetjes eten in Ubud, Bali wat een luxe!

Bij de vlindertuin van Wana Sari kwamen we om 10 voor vijf aan. Sluitingsuur: 5 uur. De vlinders blijken actief te zijn in de voormiddag.  Dit is Indonesie en ook de vlinders hebben recht op ‘jam karet’. Om vijf uur was er niks meer te zien. Dan kon er ook nog wel bij. Naar huis dan maar. De codewoorden villa+Ubud deden onze chauffeur Dewa breed glimlachen. Hij had er duidelijk ook genoeg van.  Nog even gestopt bij Naughty Nuri’s warung voor margarita’s en ribbetjes van de barbecue.
Thuis in Villa Sabandari: douchen om de rook van Nuri’s weg te spoelen en dan slapen. Het was me het dagje weer.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Een oude boom verplant men niet.

En toch is dat exact wat er vandaag in Villa Sabandari gebeurde. Eén van onze 150 jaar oude frangipanibomen, die voorlopig was ingekuild, werd uitgegraven en met inzet van mankracht op zijn definitieve plek gezet. De boom stond ooit in Noord Bali en moest  de plaats ruimen voor alweer een nieuwe design villa of boutique resort. Hij (de boom) werd samen met zijn broer naar Ubud verhuisd door Rudy, de vorige eigenaar van ons huis.

Ubud boutique hotel voor vakantie reis Bali

De -satu, dua, tiga!!!’s- waren niet van de lucht. Dat betekent trouwens -van-a-één, van-a-twee, van-a-drie!- maar dat had u natuurlijk allang begrepen.

De frangipaniboom wordt in Indonesië ‘kemboja’ genoemd en heeft witte, roze of gele bloemen. Je ziet vaak mensen lopen met een bloem achter het oor. Ook de beelden van de goden worden op die manier versierd. In Polynesië draag je een bloem achter je rechteroor wanneer je een partner hebt. Ben je op zoek, dan draag je de bloem achter je linkeroor. Volgens Dewa, die vanaf 1 augustus bij ons in dienst komt als chauffeur, dragen de Balinezen bloemen achter het oor alleen maar om er mooier uit te zien. Wanneer de bloem in kwestie vers is heeft het inderdaad wel wat. Later op de dag, wanneer ze rondlopen met een in elkaar geschrompeld stukje vegetatie achter het oor, lijkt het of ze een kwaadaardig gezwel hebben, verschillend van kleur naar gelang de gebruikte bloem. Creepy, vooral bij taxichauffeurs. Toen ik nog niets afwist van deze rare gewoonte heb ik een aantal keer, hele taxiritten lang, gebiologeerd zitten kijken naar de oren van taxichauffeurs. Je zit tenslotte achter zo’n man en dan valt dat ding achter het oor extra op.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+