Posts Tagged ‘Indonesia’

Inpakstrategie

“Do you know a nice place to stay around Ubud?”

Na een lange reis ben je blij dat je koffers allemaal op de lopende band liggen in de luchthaven van bestemming.
Je denkt dat je alle hindernissen met verve hebt genomen en dat alleen nog het vinden van een taxi naar je rustige hotel in de rijstvelden als uitdaging overblijft. Think again!
Je hobbelt met het volgeladen karretje richting ‘Exit’ en dan denk je ‘Shit, ik moet nog voorbij de douane!’.
Vaak hangen er dan groen of rood oplichtende bordjes met respectievelijk ‘Nothing to declare’ en ‘Goods to declare’ en kies je als brave toerist voor het groene bordje. Heb je niet te veel koffers en zie je er een beetje betrouwbaar uit dan kan je zo richting taxi’s.
In de luchthaven van Bali zijn de rode en groene bordjes nergens te bespeuren. In de plaats daarvan een legertje geüniformeerde en streng kijkende ambtenaren die jou en je karretje bekijken met dollartekens in de hebzuchtige ogen.
Of je niets hebt aan te geven: voedingsprodukten, alcohol, sigaretten, …?
‘Neen hoor, alleen personal stuff’ zeg je dan, toch een beetje onzeker want je weet maar nooit wat in dit land allemaal mag en niet mag.
Toch willen ze dan dat je een koffer openmaakt om er dan naar hartenlust en met merkbaar genoegen in te kunnen graaien.
Alles wat er schoon uitziet beschouwen ze automatisch als nieuw en dus in aanmerking komend voor gepeperde invoerrechten.
Je mag dan weer palaveren en zoeken naar krasjes of tekenen van gebruik om de douanier ervan te overtuigen dat je die haardroger echt al jaren hebt.
Om in Indonesië, en waarschijnlijk in heel wat van de omliggende landen, dit stresserend intermezzo zo snel mogelijk achter de rug te hebben volstaat een eenvoudige strategie. Ten minste als er een vrouwelijke medereiziger aanwezig is.
Primo: Laat haar het woord voeren bij de inspectie van de koffers.
Secundo: Zorg er bij het inpakken van de koffers voor dat er bovenaan steeds een heleboel lingerie ligt.
Gooi daarom nooit oude slipjes en bh’s weg. Bewaar die, speciaal voor dit soort gelegenheden.
Tertio: Zodra de koffer opengaat zorg je er, als woordvoerster voor niet te dicht in de buurt van de koffer te staan en negeer je straal elke hint om de inhoud van de koffer te beroeren. Je kijkt de beambte ook zo direct mogelijk aan. Je zal merken dat zijn enthousiasme om in de koffer te graaien tot dichtbij het nulpunt daalt op het moment dat hij de bh’s en slipjes in het oog krijgt. Die werken als zovele stopborden en gevarendriehoeken op ‘s mans schaamtegevoel dat hij de koffer nog nauwelijks een blik waardig keurt, zeker niet wanneer de vermoedelijke eigenares van die niemendalletjes hem diep in de ogen blijft kijken.
Schakel dan, schijnbaar nonchalant en onbekommerd  over op een heel ander onderwerp en geef de arme man zo de kans om zonder teveel gezichtsverlies aan deze ongemakkelijke situatie te ontsnappen.
Goeie zinnetjes zijn:
Do you know a nice place to stay around Ubud, Phuket, Manado of waar je op dat moment ook in de buurt bent”
“I’m looking forward to relax in the padi fields/chill on the beach/climb a volcano/…”
Je zal merken dat het werkt.
p.s. Reis je als man alleen, vervang dan in de boven beschreven strategie enkele details:
- ga juist heel dicht bij de beambte staan.
- vervang de niemendalletjes door een laag, schijnbaar ongewassen, want verkreukte, onderbroeken.

Een Balinees rijbewijs

Je hebt dan eindelijk je verblijfsvergunning (KITAS)! Je bent gepokt en gemazeld door de Indonesische bureaucratie en je hebt het gehaald! Dan is de voor de hand liggende volgende stap: het afhalen van een Balinees rijbewijs (SIM).
Je bent zo vooruitziend geweest om in je vaderland een internationaal rijbewijs aan te vragen dus dat wordt een akkefietje van niks.
Even binnenspringen bij ‘Kepolisian Kota Besar’ (Poltabes) in Denpasar wanneer je toch in de stad bent voor boodschappen lijkt dan een goed plan.
Daarmee toon je dus aan er nog niets van begrepen te hebben.
Ondanks je KITAS en je mondje Bahasa Indonesia.
In Indonesië is iets administratiefs per definitie NOOIT eenvoudig.
Dat kan eenvoudigweg niet.
Administratie is iets duisters, geheimzinnigs, ondoorgrondelijks.
Ambtenaren zijn moderne alchemisten die in hun kantoortjes, achter hun loketten en met hun pc’s allerlei mysterieuze dingen uitspoken waar wij, de buitenstaanders geen enkel besef van hebben.
En: er zijn altijd veel mensen bij betrokken.
Die alles door elkaar moeten laten nalezen, paraferen, afstempelen, aanvullen, ondertekenen, corrigeren, kopiëren enz.
Zelden is een handeling op Bali, hoe triviaal ook, gratis.
De molen blijft alleen draaien als je er op tijd en stond een paar tienduizend Rupiah insteekt. Gelukkig lijkt dat meer dan het is, maar toch blijft het frustrerend. Voor een groentje.
Het is niet haalbaar in Indonesië te wonen en je over dit soort praktijken te blijven opwinden.
Je moet meebuigen, als bamboe in de wind of je breekt vroeg of laat.
Dit systeem zorgt natuurlijk voor een boel jobs. Iets wat je in Europa zelf zou afhandelen, via het internet bijvoorbeeld, wordt in Indonesië ‘afgehandeld’, en dat mag je bijna letterlijk nemen, door een batterij ambtenaren.
Het kost tijd maar dat is geen argument.
“Jam karet” zeggen de Indonesiërs. Vrij vertaald: “De tijd is rekbaar, elastisch”.
Karet betekent rubber.
Wie maalt er in godsnaam om een uurtje vertraging?

Terug naar het Balinees rijbewijs.

De 15 stappen naar een rijbewijs op Bali

Wat heb je nodig om het aan te vragen?

1. KITAS; je verblijfsvergunning;
2. Je internationaal paspooort;
3. Het rijbewijs uit je vaderland;
4. Een registratiecertificaat uitgereikt door de politiediensten van je woonplaats.

En dan kan de molen beginnen draaien.

Stap 1
Ga naar het politiekantoor in Denpasar, Loket II, boven de garages en toon je documentatie. Je krijgt een stempel op je registratiecertificaat die bewijst dat het certificaat geldig is;

Stap 2
Ga naar de dokter – aan de overkant van de parkeerplaats. Betaal 25.000 Rp om je bloeddruk te laten meten en je ogen te laten checken. Je krijgt een dokterscertificaat;

Stap 3
Ga het kantoortje van Anisa Private Management binnen, naast het dokterskabinet, en betaal 85.000 Rp voor een ‘Indonesian Drivers Certificate;

Stap 4
Ga opnieuw naar Loket II en toon je, inmiddels aangegroeide documentatie. Je krijgt een aanvraagformulier waarmee je voorlopig niets doet;

Stap 5
Ga naar Loket I (Loket Bank) in het hoofdgebouw, overhandig je papieren en betaal 75.000 Rp. Je krijgt een ontvangstbewijs en je documenten worden in een blauw mapje geniet;

Stap 6
Ga (vrolijk fluitend) terug naar Loket II waar je een testformulier krijgt, in het Engels opgesteld;

Stap 7
Beantwoord de vragen in het kamertje naast Loket II.
De leukste vraag is nummer 15:

“If you are involved in a accident where there is a fatal what do you do?”

a. Leave the scene and change your number plate and your identity so the police cannot find you
b. Take the body to your house and hide it
c. Report the accident to the police

Stap 8
Breng je ingevulde test naar één van de politiemannen die vooraan in het lokaaltje zitten;

Stap 9
Ga met je blauwe mapje en je test opnieuw naar Loket II. Men zal je vragen het aanvraagformulier uit Stap 4 in te vullen. Het is in het Indonesisch opgesteld maar je krijgt hulp bij het invullen. Je krijgt een stempel op de test en een betalingsbewijs;

Stap 10
Ga naar buiten, over de parkeerplaats, voorbij het kantoortje van de dokter en Anisa en loop 500 meter door tot bij het testterrein. Geef je folder af, ga zitten en wacht tot je geroepen wordt;

Stap 11
Je wordt geroepen voor een praktische rijtest op een circuitje, uitgezet op het terrein van het politiekantoor. Je hoeft dus niet op de openbare weg. De test duurt 5 minuten maar pas op dat je de afgeleefde koppeling niet laat knarsen tijdens je testrit. Het resultaat van de test wordt genoteerd in je blauwe mapje;

Stap 12
Ga terug naar het hoofdgebouw en zoek ‘Loket Koreksi SIM’. Geef je mapje af en wacht. Vergeet niet dat jam karet is;

Stap 13
Zodra je naam genoemd wordt, ga je naar het loket en je krijgt je mapje terug samen met een nummer. Ga daarmee het aangrenzende kamertje binnen waar 6 politiemannen achter computers zitten. Zodra je geroepen wordt ga je naar de politieman toe en bevestig je alle gegevens die hij in zijn database invult. Deze gegevens komen op je rijbewijs dus controleer alles nauwkeurig om later misverstanden te vermijden;

Stap 14
Je krijgt je mapje terug en gaat ermee naar een klein, aangrenzend kamertje. Daar staan 3 computers, uitgerust voor het nemen van vingerafdrukken en foto’s. Doe gewoon zoals je hebt gezien in Amerikaanse films en ga daarna naar buiten, neem plaats en wacht;

Stap 15
De politieman achter Loket ‘Produksi SIM’ zal je naam omroepen. Je loopt naar het loket, geeft je blauwe mapje af en hij overhandigt je Balinees rijbewijs.

Zo eenvoudig is dat.

Zorg wel dat je er ‘s morgens op tijd bent.

Bali traffic

Huur beter een auto met chauffeur

Het verkeer op Bali verloopt ongetwijfeld chaotisch. In Denpasar Centre weliswaar erger dan in Ubud. Zo chaotisch verloopt het, dat ik me afvraag of het wel verstandig is er, als niet Balinees, zelf te gaan rijden. Je hoort daarenboven allerhande cowboyverhalen over westerlingen die in een, al dan niet, uitgelokte aanrijding terechtkomen en door de politie, gesteund door talrijke getuigenverklaringen, als de veroorzaker van de aanrijding worden aangewezen. Ben je met vakantie op Bali, huur dan beter in het hotel een taxi met chauffeur of kies voor een Bluebird taxi wanneer je in het zuiden van Bali verblijft. In Ubud ligt het wat moelijker omdat daar geen taxi’s met meter beschikbaar zijn en je voor elke rit met de chauffeur een prijs moet afspreken. Het hotel kan daarin zeker bemiddelen of een betrouwbare chauffeur aanbevelen. 

Ga niet zelf rijden op Bali

Je houdt je hart vast als de bromfietsen je links en rechts inhalen, temeer omdat op zo’n bromfiets complete gezinnen zich verplaatsen. De pater familias aan het stuur, dat spreekt vanzelf. Zijn echtgenote is passagier.

Voor de bestuurder staat kind1 dat zich aan het stuur vasthoudt. Tussen vader en moeder in zit kind3, meestal een baby. Achter mama zit kind2. Vaak zijn zowel kind2 als kind3 aan de moeder vastgebonden met een sarong of een reep stof. Zit je in het midden dan krijg  je een gratis full body massage!  De filosofie hierachter was me eerst niet erg duidelijk.Nu ik mensen heb zien slapen op de meest onmogelijke plaatsen en in de meest onmogelijke houdingen, begrijp ik dat het vastbinden een anti-inslaap beveiliging is, eerder dan een veiligheidsgordel. Welk traject moeder,  verbonden met kind2+3 , aflegt  ingeval van een aanrijding is me ook niet duidelijk. Is de gecombineerde schade groter bij één projectiel met een grotere massa of bij 3 aparte projectielen? De praktijk heeft ongetwijfeld uitgewezen dat het vastbinden een toegevoegde waarde biedt. Er zijn natuurlijk allerhande variaties mogelijk op  het thema zoals mag blijken uit de foto hiernaast. Wat wel opvalt is het verschil in benadering van een verkeerssituatie door een Balinees en een Westerling. Een Balinese bromfietser, die net wat gegeten heeft bij een bakso-car (mobiel restaurantje), komt zonder uit te kijken de weg op, in de overtuiging dat de andere weggebruikers hem wel hebben gezien en hun snelheid aan hem zullen aanpassen. Niemand wordt agressief door dit soort weggedrag. Je hoort geen claxons, je ziet geen opgestoken middelvingers. Iedereen vindt dit normaal. Vaak dragen enkel de volwassenen een helm, de kinderen niet. Krijgen enkel de volwassenen een boete bij het niet-dragen van een helm? Vermoedelijk wel. Het heeft voor de Balinezen weinig te maken met veiligheid denk ik. Eerder met  de angst voor het boekje van pak polisi.

Kies Bluebird taxi’s; alleen niet in Ubud …

Een ander fenomeen in het straatbeeld zijn de krantenverkopers aan het stoplicht. Ze gaan de stilstaande auto’s langs en proberen, vooral aan buitenlanders hun krantje te slijten. Een taxichauffeur, die wist dat we uit België kwamen, gaf  ons ooit te raad op de vraag “Where are you from?” altijd in alle eerlijklheid te antwoorden: “from Belgium”. Ofwel wist die krantenverkoper dan niet waar België lag en liet hij je met rust, ofwel wist hij het wel en had hij geen Belgische krant. Liet hij je ook met rust. Groot was dan ook onze verbazing toen na ons routine antwoord: “…from Belgium” , de krantenverkoper niet tereurgesteld afdroop, maar na enig zoeken een exemplaar van ‘Le Soir’ en één van ‘Het Nieuwsblad’ tevoorschijn toverde. Alleen al daarvoor hadden we die twee kranten moeten kopen. We waren echter zo van onze à propos dat het licht op groen sprong en de taxi vertrok voor we konden reageren. Ik zweer bij deze dat, wanneer dit zich nog eens mocht voordoen, ik de twee kranten koop. En zonder tawarren (afdingen).         

Crematie

Een crematie op Bali

Jongetje in traditionele kleding nabij Ubud op BaliVorige week liet Komang, de tuinman, ons weten dat hij het hele weekend zou werken omdat hij deze week Upacara (ceremonie) had en dan graag een dag vrij wilde. Die ene dag werden er in de praktijk twee maar dat doet er nu niet toe. Via Made, de huishoudster, vernamen we dat de ceremonie in kwestie de crematie was van Komang’s grootvader, 87 jaar en de week ervoor overleden. Ik vroeg Komang of we de crematie mochten bijwonen en dat was geen probleem, in tegendeel, we waren welkom.
Familieleden wachten op de crematie nabij Ubud op BaliVoor ons, buitenlanders, zijn er geen specifieke kledingvoorschriften. De Balinezen dragen een sarong, zowel de mannen als de vrouwen. We huurden een auto en vertrokken om elf uur vanuit Ubud richting Blahbatuh, het dorp waar de crematie zou plaatsvinden. We = Saar, Willy, Made en ik. Made voor de gelegenheid in traditionele klederdracht. Bij een zijstraat met een tijdelijk verkeersbord: “Hati hati, ada Upacara” (“Voorzichtig, we hebben een ceremonie”), stopte de chauffeur. We zagen al op een afstand een kleurig bouwsel, verderop in de straat. Onze delegatie ging richting bouwsel waar een groot aantal mensen was verzameld. Komang, ook in traditionele kledij, stond ons al op te wachten. Hij leidde ons door een gangetje naar het huis van zijn grootvader. Er werden onmiddellijk stoelen aangedragen en we kregen een flesje Sprite en een stukje brood. Zoals haast alle huizen op Bali bestond ook dit huis uit een aantal aparte gebouwen en balés. In één van die balés lag het lichaam van de overledene in een kist met een wit doek erover en omringd door allerlei offergaven. Op mijn vraag hoe het lichaam in de warmte zo lang thuis kon blijven kreeg ik het korte antwoord: “Formol”.
offers voor de overledene tijdens een crematieplechtigheid bij Ubud BaliOp enige afstand zaten een man en een vrouw, voor mijn oren, op een verschrikkelijke manier te zingen en te declameren, de vrouw zong, de man declameerde. Het klonk griezelig en dreigend. Op de Balinezen maakte het geen enkele indruk. Ze liepen door elkaar, groetten links of rechts iemand, maakten een grapje of rookten een sigaret. Het leek eerder een receptie dan een begrafenis. Na drie kwartier stopte het gezang en begon men de balustrade van de balé waarin de overledene lag af te breken.De mensen stroomden toe en kregen takken met bloemen of offergaven uit de balé, waarna ze weer naar buiten gingen en zich , als een processie, voor de kleurige toren opstelden. Het was een bizar defilé, zowel kleine kinderen als ouderlingen met een wandelstok, die voorbijliepen met bloemen, gevlochten mandjes, een gebraden speenvarken of eend, aan een stok geregen, iets wat leek op een rituele speer of een tros bananen. Op het laatst werd de kist op de schouders getild en naar buiten gedragen. De muziek van het gamelanorkest werd alsmaar luider. De kist werd met man en macht helemaal bovenin de toren gehesen en daar, zo goed als mogelijk, vastgemaakt met witte repen stof. De priester en een aantal mannen bleven bovenop de toren, zo’n vijf meter boven de grond. Dan zette de stoet zich in beweging, mobiel gamelanorkest incluis. De overledene bracht een laatste bezoek aan zijn dorp. Op de kruispunten werd de toren een aantal malen rondgedraaid met alle gevolgen van dien voor het verkeer. Zo hoopt men de geest van de overledene in verwarring te brengen zodat hij de weg naar huis niet meer terug kan vinden. De Balinezen blijven daar rustig onder; je hoort geen enkele auto claxonneren.op weg naar de crematie in de buurt van UbudMorgen is het misschien jouw Upacara. We sloten als laatsten aan bij de stoet die richting kerkhof ging. We passeerden kleurig versierde zerken met Chinese opschriften. In tegenstelling tot de Hindoes worden de Chinezen gewoon begraven. Op de plaats van crematie aangekomen zagen we een groot beeld van een zwarte stier op een staketsel van bamboe. De bovenzijde van de rug was een deksel dat kon opengemaakt worden. Met man en macht werd de kist uit de toren gehaald en naar de stier gebracht. Het lichaam paste in de buikholte van de stier en het deksel ging er opnieuw op. Intussen werd de versierde toren in brand gestoken. De rouwkransen, gemaakt van papieren bloemen belandden ook op de brandstapel.(luxe) crematie nabij Ubud Het fikte flink en ik verwachtte dat de stier boven het vuur zou worden getild. Dat was niet zo. Ik rilde, ondanks de warmte ,heel even toen ik de gasflessen in het oog kreeg, een eindje van de stier, half verborgen tussen de struiken. Van onder de struiken liepen bruine slangen naar iets wat leek op twee gigantische hogedrukreinigers. De muziek zwol weer aan toen de hogedrukreinigers vuur spuwden en de stier in brand staken. Het bleken vlammenwerpers te zijn. Ook in Bali heeft de tijd niet stil gestaan en is de klassieke brandstapel vervangen door tuigen die mij, orang bulé (witte man), onwillekeurig doen denken aan stervende mensen in bunkers aan de Atlantische kust of naakte mannen met baarden in Auschwitz. Tien jaar geleden duurde een crematie drie tot vier uur. Nu is de klus geklaard in een uurtje. Het zal wel een vooruitgang zijn zeker? Want tijd is geld? Ik vond het macaber. De stier was in een mum van tijd verdwenen. De kleur van de rookwolken veranderde haast onophoudelijk. Na enkele minuten bleef enkel nog de basis over. Die bestond uit dikke, groene bananenboomstammen, evenwijdig naast elkaar met een ruimte ertussen van ongeveer zeventig centimeter. Daartussen vielen de botten van de verbrande overledene, de zwart geblakerde schedel duidelijk zichtbaar .
De eigenlijke crematie, niet aan te raden tijdens een vakantie...
Ik vermoed dat weinig luxe hotels dit soort evenementen als speciale excursie aanbieden. Wanneer je met vakantie bent heb je waarschijnlijk aan dit soort zaken geen behoefte. Daarvoor is het wat te authentiek vrees ik.
Willy heeft van het hele gebeuren niets gezien; ze zat op de grond, veilig verscholen achter de ruggen van de toeschouwers. Te rillen vermoed ik. De ‘begrafenisondernemers’, in dit geval twee jonge mannen met een doek om het hoofd gebonden tegen de hitte, legden een stuk golfplaat op de stammen zodat een oven ontstond, open aan de beide uiteinden. Er werd regelmatig in gepookt met lange bamboestokken en met een zekere regelmaat tilde één van hen de golfplaat een eindje op en gluurde naar binnen, de hand als een dakje boven de ogen. Over wat hij precies controleerde denk ik liever niet na.
Toen de gasbranders uitgingen namen we afscheid van de familie. We hoorden dat de ceremonie nog zou doorgaan tot ‘s avonds en dat een deel van de as dan zou worden uitgestrooid in zee bij Sanur. Een ander gedeelte wordt bewaard in de huistempel.
Op de terugweg vertelden we Willy dat wij ook wilden gecremeerd worden. Ze bekeek ons, een beetje ongelovig, en zei dat, als haar vader zo zou worden gecremeerd, ze achter hem in de vlammen zou springen.
Ze wist niet dat het in Bali, tot begin vorige eeuw, de gewoonte was dat de vrouwen van de koning hem achterna sprongen in het vuur bij zijn crematie.
Romeo and Juliet(s) Bali style.

Lombok

Vanuit Ubud naar 1 vd Lombok life style hotels

Vanuit Bali naar Lombok vliegen.We brachten een blitzbezoek aan Lombok, het zustereiland van Bali. Een vluchtje van een halfuur tussen Denpasar en Mataram, het vliegveld van Lombok, vlakbij de stad Senggigi. Merpati zet op deze lijn een CN-235 in, een door Spanje en Indonesië samen ontwikkeld, militair transportvliegtuig.

Een aantal ervan is blijkbaar omgebouwd voor commercieel passagiersvervoer. Saar maakte zich al meteen zorgen over het feit dat er maar één van de twee schroeven draaide toen we instapten. “… en of die piloot dat wel wist?” vroeg ze. Toen er dan ook nog volop damp kwam uit de roosters in het plafond werd ze er niet rustiger op. Op geringe hoogte vliegen, in een relatief klein toestel (40 passagiers) staat natuurlijk garant voor een ‘bumpy flight’. De landing was ook vrij heftig dus “…vliegen we nooit meer in zo’n toestel!!” Enfin, we waren ‘veilig’ geland en de chauffeur van het hotel stond ons netjes op te wachten. Het contrast met Bali was meteen duidelijk. Veel minder verkeer en nauwelijks hindoesymbolen (Lombok is overwegend moslim). ‘Rice field views’ moet je hier ook al niet zoeken. Gelukkig hebben we er daar genoeg van in Ubud dus ‘zicht op zee’ mocht ook een keer voor de verandering. De weg langs de kust is uitstekend en elke baai is opnieuw decor voor een Bountyreclame. In het straatbeeld zie je auto’s, bromfietsen en karretjes, getrokken door kleine paardjes, broederlijk naast elkaar. Het ziet er authentieker uit dan Bali en lijkt toeristisch minder ontwikkeld.

Qunci Pool Villas, een van de top life style hotels op LombokHet hotel waar we logeerden is eigendom van de ‘Bluebird’-groep, dé taximaatschappij van Indonesië en ligt op een halfuurtje van de luchthaven, net voorbij Senggigi. ‘s Avonds kregen we het bezoek van familie die een vakantiehuis hebben in Senggigi en naar ons hotel kwamen voor een gezellig diner met het geluid van de golven op de achtergrond.

Joost, de architect, had ons uitgenodigd om één van zijn realisaties, ‘Qunci Pool Villas’, te komen bekijken, vooral met het oog op materiaalkeuze. Het is zonder twijfel een van de mooiste life style hotels op Lombok. (foto rechts: receptie Qunci Pool Villas)

rotsbad in het Qunci Pool hotelEr was de avond van ons bezoek een grote modeshow gepland en het was er een drukte van belang: diskjockeys, modellen, decorbouwers en bloemisten liepen er door elkaar. Joost leidde ons rond op het terrein van 8000m² met 24 villa’s, een spa en restaurant. Erg mooi allemaal. Een mix van moderne architectuur met lokale invloeden en materialen. Genoeg inspiratie voor ons eigen projectje.
(foto links: bad gehakt uit één rots)
Een frisse Bintang in het Bluebird Hotel op Lombok
badkamer in het hotel op LombokNa dit werkbezoek volgde een tegenvisite aan de familie in Senggigi. Er stond een lekkere rijsttafel voor ons klaar en na afloop homemade Irish Coffee. Tijdens de gesprekken bleek dat onze gastheer de zanger/gitarist is geweest van de Nederlandse groep Hydra die, ook in België, bekend was met hun hit ‘Als het gras twee kontjes hoog is‘ uit het midden van de jaren 70. Frens Drijfhout is nu horlogemaker en handelt ook in exclusieve, mechanische horloges. Op doktersbevel hielden we onze vochthuishouding op peil middels enkele frisse Bintangs. Gezondheid is immers het allerbelangrijkste. In dit warme klimaat kun je niet voorzichtig genoeg zijn.

Naar de kerk

dining room in Villa Sabandari, a boutique hotel in the rice fields near Ubud, Bali
Protestant church seen from Villa Sabandari, a small hotel in Ubud BaliVorige zondag hoorde ik in de verte gezangen die me merkwaardig bekend voorkwamen. Saar en Willy werden erbij geroepen. Na enkele tellen kwam er een glimlach op Willy’s gezicht. “Kerkliederen!” zei ze. Ik stuurde Willy en Made er op de motor op uit om te zoeken waar dat gezang vandaan kwam. Wat bleek? In onze straat is er een Protestantse Kerk. Je kan de achterkant van het kerkgebouw zien vanuit onze tuin (zie foto)! De totale kristenpopulatie op Bali is 5% van de bevolking. Gelovige mensen zullen hier al snel de hand van God in zien. Ik, als overtuigd agnost, zag hierin een aangenaam toeval. Willy en Saar zijn namelijk gelovig en kunnen zo de zondagochtenden met gelijkgestemden doorbrengen en , en passant, hun zielenheil veilig stellen. Hopelijk doen ze ook een gebedje voor mij. Misschien is het nog niet te laat ;-)
Vandaag werden ze om beurten, in vol ornaat, achter op de brommer naar de kerk gebracht door Made.
Saar natuurlijk zonder helm. Haar kapsel moest eens in de war raken! Dat er fikse boetes worden uitgedeeld voor dit vergrijp was natuurlijk van ondergeschikt belang; Saar was flink bang geweest en had zich aan haar vastgeklemd als een drenkeling liet Made weten.
House temple at Villa Sabandari, quiet rice field hotel in Ubud, BaliToch enigszins in verwarring door deze religieuze uittocht en de stilte die erop volgde heb ik onze (katholieke?) kerkhaan diep in de ogen gekeken en hebben we ons samen voor het huisaltaartje geïnstalleerd, wachtend op een moment van verlichting. Gezien dat niet kwam heb ik me dan maar bezig gehouden met het bestellen van het zondags ontbijt. Muffins, koffiekoeken, stokbrood en cinnamon rolls, thuisgeleverd door de mensen van Bali Buddha. Ze hadden wel moeite om ons huis te vinden en het kostte 3 telefoontjes om de koerierster hier te krijgen.
De kerkgangers konden zo ook de lichamelijke noden lenigen na de redding van hun zieltjes.

hotel over looking the rice fields in Ubud, Bali

Swimming in the pool

Zwembad van Villa Sabandari, een boutique hotel in Ubud op Bali
Bijna een halve eeuw geleden was er in mijn geboortedorp geen zwembad en was schoolzwemmen nog niet uitgevonden. Het dichtstbijzijnde zwembad was in  Antwerpen, 11 km op de fiets, enkele reis. Na afloop terug naar huis fietsen was een hele opgave; je benen voelden als lood. Het “Stedelijke Zwemdok” heette het, en het rook er sterk naar chloor en de muffe geur van natte kleren. In het ondiepe gedeelte leerde je jezelf zwemmen. Iedereen ontwikkelde op die manier een eigen stijl; de ene al efficiënter dan de ander. Omdat ik als baby, door een operatie, lang met één been in het gips heb gezeten, ontwikkelde ik sterke armspieren door me noodgedwongen op te trekken aan de spijlen van de box. Mijn zwemstijl bestond dan ook uit een schoolslagbeweging met de armen en een wat onduidelijk gezwabber met de benen. Ik dacht dus in alle ernst dat ik het wel goed deed, tot op het moment dat de kinderen zwemles hadden en me met enkele krachtige beenslagen ter plaatse lieten. Jaren heb ik zo aangemodderd. Zwemmen was niet leuk en het deed pijn in m’n rug en nek.

Leren zwemmen in Ubud, Bali

Gijs Kerkhoven, de vader van Inge, Saar’s hartsvriendin uit de middelbare school, was tot zijn pensionering directeur van het zwembad van Hoogeveen. Hij zwemt, dacht ik, nog vrijwel dagelijks en heeft me eens, tijdens een etentje, proberen te overtuigen van het heilzame van zwemmen, ook voor mensen met rugproblemen. Dat is me bijgebleven en ik ben blijven oefenen om de schoolslag onder de knie te krijgen.
Nu, in Ubud begin ik de indruk te krijgen dat het gaat lukken. Er komt coördinatie in de bewegingen en de pijn in nek en rug is weg. Ik probeer per dag 500 meter te zwemmen: 3 keer 10 baantjes van 15 meter en dan nog 4 om de 500 meter vol te maken. Na elke 10 baantjes ga ik even uitrusten door op m’n rug te drijven. Alleen ogen en neus (en waarschijnlijk ook buik, maar dat kan ik zelf niet zien) boven water. Het zwembad is zo gemaakt dat het lijkt of je op het einde de sawah zal inzwemmen.  Je ziet dat wel bij meer hotels op Bali. De zwaluwen komen achter mij aangevlogen, scheren rakelings over mijn hoofd en raken even met hun buik het water voor ze verder vliegen, net zoals de platte keien die we vroeger over het water lieten stuiteren. Zodra ik op de rug in het water lig is de rust compleet. Alleen het gebons van mijn hart in m’n trommelvliezen, de warmte van het water en de schijnbare gewichtsloosheid. Een foetuservaring. Wanneer ik mijn ogen opendoe lijkt het of ik in het centrum van de wereld drijf. Ik zie de kroon van vijf palmbomen en spelende zwaluwen die vlak boven mijn neus voorbij flitsen. Als Made dan net de offertjes heeft neergezet, komt daar nog de geur van wierook bij. Hoe ‘zen’ wil je het hebben?
Neen hoor, zwemmen wordt mijn sport! Dank je wel Gijs.

Upacara en een droom hotel in de rijstvelden bij Ubud

Kokosnoten plukken in de tuin van Villa Sabandari, een boutique hotel met zicht op de rijstvelden, vlakbij Ubud, Bali ‘Upacara’ betekent ‘Ceremonie’. Elk half jaar zijn er grote feestelijkheden in de tempels over heel Bali. De voorbereidingen worden volop getroffen en je ziet veel mooi geklede dames met allerhande interessants op het hoofd in het straatbeeld. Ik vermoed dat je hier geen status ontleent aan de cilinderinhoud van je auto, maar aan de hoogte van de toren met offergaven die je vrouw, op het hoofd, naar de tempel draagt.
Made kwam vragen of een man een kokosnoot uit één van onze bomen aan de rand van de rijstvelden mocht halen. Het was voor Upacara.
kokospalmen bij Villa Sabandari, een hotel met rice field views vlakbij Ubud, BaliSaar en Willy, zakenvrouwen als ze zijn, roken een business opportunity. Ze waren akkoord om een kokosnoot te geven op voorwaarde dat Bapak (Mijnheer) er nog vier extra uit de boom haalde. Bapak bleek uit het dorp vlakbij te komen. Hij zei dat ze vroeger, voor de grond geleased was en er van een hotel nog geen sprake was, altijd hier hun kokosnoten kwamen halen voor de ceremonies. Ik voelde een onprettige gedachte in me opkomen waarin bananen een hoofdrol speelden maar schudde die snel van me af. De man zag er eerlijk en betrouwbaar uit.
Hij klom razendsnel de boom in en leverde de gevraagde 4 kelapa muda’s. Komang en Made krijgen er straks elk één mee naar huis. Dit is onze versie van maaltijdcheques. We hadden die dag weer een auto gecharterd voor 8 uur om naar de bank te gaan en wat boodschappen te doen. Daarna zouden we gaan sightseeën. Joost ontmoette ons in het bankkantoor zoals afgesproken. Volgens hem kunnen buitenlanders zonder werkvergunning geen rekening openen in Indonesië dus zouden we de rekeningen op Willy’s naam openen en volmacht geven aan onszelf en Joost. Op die manier kon hij de betalingen doen die nodig zijn voor de bouw tijdens onze afwezigheid. We kregen een VIP ontvangst en mochten naar een kantoortje op de eerste verdieping waar we werden ontvangen door iemand die zich voorstelde met “Happy”. Voor ik kon antwoorden “Yes, you too?” zei ze zelf “…and what is your name Bapak?”. Ze bleek dus Happy te heten en we legden haar uit wat de bedoeling was. Willy bleek niet te beschikken over de juiste papieren om een rekening te openen. Het goede nieuws was dat buitenlanders onder bepaalde voorwaarden wel een rekening konden openen. Hoewel we niet aan die voorwaarden voldeden bleek, na enig aandringen van onze kant, één telefoontje voldoende om de regels, voor ons specifieke geval, wat ruimer te interpreteren. En, neen, er kwam geen geld onder tafel aan te pas. Mijn gekende vriendelijke uitstraling was voldoende. Twee uur later beschikten we over een Euro en een Rupiah rekening, een pasje om geld uit de ATM te halen en instructies voor online bankieren. Na een bezoek aan de Bintang supermarkt en Bali Buddha voor lekker brood, vroegen we de chauffeur de resterende tijd te besteden aan sightseeing in de buurt van Ubud. Hij bracht ons naar het dorpje Tegenungan om een waterval te bekijken. Na een ritje  ‘with rice field views’ in overvloed, arriveerden we bij de waterval. Niet na eerst tickets te hebben gekocht natuurlijk. We waren tenslotte op Bali.
waterval van Tegenungan bij Ubud, BaliZoals blijkt uit de foto van het toegangsticket moet je bereid zijn creatief met taal om te springen, wil je alles begrijpen. Je moet ook weten dat de Indonesiërs de ‘v’ en de ‘f’ vaak als ‘p’ uitspreken.
Voor wie hier niet vertrouwd mee is, een kleine toelichting bij de tekst op het ticket (klik de foto voor een grotere versie) :
- avaible = available
- joged = ik heb geen flauw idee
- prog = frog
- impormationt = information
- office ticket = ticket office
We kregen ook nog een herhaling van de ‘bambi ogen routine’. Ditmaal kwam het schattige meisje waaiertjes aanbieden. Ik was trots op mezelf omdat ik de prijs van 15.000 naar 7.000 rupiah had getaward (tawar = afbieden). Later, toen we aan het instappen waren, werd ik snel uit mijn droom geholpen. Willy kreeg hetzelfde waaiertje aangeboden voor 1000 rupiah. Weg was mijn pas verworven reputatie als keihard onderhandelaar. Ik hoorde Willy achter mij in de auto iets mompelen in het Maleis en onderdrukt lachen.
ticket voor bezoek aan de waterval van Tegenungan bij Ubud op BaliAl bij al was het een leuke dag.

Het leven zoals het is: Ubud

Het regenseizoen is aangebroken en we werden in de vroege ochtend gewekt door een bulderende donderslag en daarna een tropische stortbui. Gezellig slapen is dat en het geeft bovendien groene rijstvelden en mooie wolkenluchten.

zicht op de rijstvelden vanuit Villa Sabandari een boutique hotel in Ubud Bali

Voor de dagelijkse boodschappen in Peliatan ging Willy tot nu toe achterop bij Made of Komang die hun eigen bromfietsen gebruikten. Ook als we hen erop uitstuurden voor één of andere klusje in Ubud gebruikten ze hun eigen vervoer.
Gisteren kwam Mr Wayan de parasolovertrek brengen die ik, maanden geleden, via internet bij hem had besteld.

Bromfiets voor het hotel in Ubud Bali De verzending via de post was in het honderd gelopen en ik had hem gevraagd de overtrek bij te houden tot we in Ubud waren. Ik vertelde hem over ons transportprobleem en natuurlijk had hij een oom die bromfietsen verhuurde. Iedereen heeft hier wel een familielid die net dat wat je zoekt kan leveren. Enfin, vanmorgen werd er aangebeld en stond Wayan voor de deur met een automatische motorfiets en twee helmen. Huurprijs: 30.000 Rupiah of €2.30 per dag. Je vraagt je af hoe zowel Wayan als zijn ‘oom’ daar dan ook nog eens wat aan kunnen verdienen.

We zijn bestolen!

Er staan flink wat kokospalmen in onze tuin. Sommigen dragen jonge kokosnoten (Nederlands)  ofte kelapa muda (Bahasa Indonesia).
Van die jonge kokosnoten wordt eerst een kapje afgeslagen met een hakmes zodat je de klappermelk kan drinken.
Daarna wordt de kokosnoot verder opengemaakt en wordt het kapje omgetoverd tot een lepeltje waarmee je het jonge vruchtvlees uit de noot kan schrapen.
Saar had daar wel zin in en vroeg aan Komang of hij in de boom wilde klimmen om er een kokosnoot uit te halen.Bananenboom naast een boutique hotel in Bali (Ubud)

Komang bleek dat niet te kunnen wat hem op een meewarig lachje van Willy trakteerde. In Allang kunnen alle jongens dat namelijk. Komang dus naar de buren (huis van Rudy in aanbouw) om de hulp in te roepen van zijn vriend die daar tuinman is. Die bleek dat wel te kunnen. Kost: 10.000 Rupiah. Voor die prijs haalde hij dan wel al de noten uit de boom. Hoewel de vraagprijs €0.77 is en zo’n boom een metertje of tien hoog, vond Willy dat schandalig duur. Bovendien kan je kelapa muda maar één dag bewaren en hadden we geen zin om elk 5 kokosnoten te etenop weg naar de tempel met offergaven in Bali. De deal ging dus niet door.
Saar’s oog viel toen op de kleine bananenplantage die achter de muur is ontstaan, op het stuk grond waar we ons eigen huis gaan bouwen. Ze vroeg aan Komang of hij een tros rijpe bananen wilde gaan halen. Dat bleek onmogelijk. De rijpe trossen waren meegenomen door onbekenden, gestolen dus. Het zou gebeurd zijn voor wij in de villa aankwamen.
Potverdorie! En dan maar offertjes brengen en ceremonies bijwonen. Telkens ik vanaf nu een trotse Balinese zal zien lopen met een stapel offers op haar hoofd zal ik aan onze bananen moeten denken.
Potverdorie nog ‘s an toe zeg!

Villa Sabandari by night

Villa Sabandari, luxury guesthouse in Ubud, Bali
One of the boutique hostels in Bali at night
Boutiek guesthouse in BaliBotique accomodation in Ubud
Dining room Villa Sabandari, boutiqe accomodation Ubud
Designer guesthouse in the ricefields near Ubud, Bali.