Posts Tagged ‘Natuur’

No-nonsense

‘Argiope keyserlingii’ web in the garden of Villa Sabandari, a yoga retreat in Ubud, Bali Ik hou van no-nonsense mensen.
Geen rond-de-pot-gedraai.
Gewoon zeggen waar het op staat.
En dan ook weer niet teveel zeggen.
Niet doordrammen en over iets doorzeuren om een punt te scoren.
Daarom is de ‘Argiope keyserlingii’ dan ook een diertje naar mijn hart.
Ze geeft geen kik maar maakt aan de andere kant wel heel duidelijk waar het op staat.
’Hier ben ik, ik speel geen verstoppertje. Je kan precies zien waar ik zit.’
’En ik heb honger! Honger ja!!’
’Dus gewoon vliegen naar het punt gemarkeerd met die grote “X”.’
‘Dan zien we elkaar daar voor de lunch. O.K.?’
Hoeveel duidelijker kan je zijn?
Voor de mannetjes ‘A. keyserlingii’ is het ook makkelijk. Geen gezoek tussen al die planten, geen gesnuffel naar feromonen. Gewoon op zoek naar een kruis en dan bingo!
Wat die mannetjes zich iets te laat realiseren, gek als ze worden wanneer ze die uitnodigende X daar zien zweven, is dat Madame Keyserlingii vele malen groter is dan zij. En dat ze honger heeft, zo’n grote honger.
Come to mama baby, come to mama…

St Andrew's Cross Spider in de bloemen achter het zwembad van Villa Sabandari, yoga class retreat near Ubud in Bali
St Andrew’s Cross Spider in de bloemen achter het zwembad.
Dirk in Villa Sabandari

Quiet location for yoga program, meditation or yoga class

Alles Paling

De Indonesische taal (ofte Bahasa Indonesia) zit eenvoudig in elkaar. Geen vervoegingen, geen meervouden, geen werkwoordstijden en ook geen trappen van vergelijking. Dus geen onbegrijpelijke, van alle logica ontdane bouwsels als Goed-Beter-Best. Nee, het Indonesisch voegt een woordje toe om een gradatie aan te geven. Voor de overtreffende trap is dat woordje Paling. Als je wil zeggen dat je supergrote honger hebt zeg dan : Saya (=ik) paling lapar! Als je daarna vindt dat je superlekker gegeten hebt zeg dan : Paling enak!

Alles is hier Paling.

De beesten, de bomen, de bloemen en de aanhoudende geluiden. Stil is het nooit. Niet overdag, niet ‘s nachts. Krekelsonates wisselen af met kikkerconcerten. Het hanengekraai overstemt het eendengekwek. En de kevers brommen, de gekko’s lachen en de tokehs tokken. Daarenboven fluit elke vogel zijn eigenzinnig frivool deuntje. (Voor de ouderen onder ons : De Polifinario van Toon Hermans voelt zich hier prima.)

Stil blijft alleen de vlinder. De vuistgrote zwarte vlinder die mij sinds gisteren overal achtervolgt. Eerst dacht ik dat het een zwaluw was. Of een vleermuis met een slaapstoornis. Maar het is wel degelijk een vlinder. Hij vliegt, traag klapwiekend, in gerichte rechte banen alsof hij ergens naar op weg is. Fladderen past niet bij zijn imposante duistere verschijning. Vreemd is dat hij nergens landt, hij zweeft hoog boven de bloemen. Het is geen honing wat hij zoekt.

Ik loop permanent met mijn fototoestel in aanslag maar krijg hem niet te pakken. Zelfs Google laat me in de steek; verder dan de angstaanjagende symboliek van zwarte vlinders kom ik niet.

Rejuvenating Spa Treatments in Lifestyle B&B Ubud, Bali

Nachtvlinders

Moths at the spa of Villa Sabandari, one of the newest vacation resorts in Ubud, BaliNachtvlinders, de insecten, hangen overdag als dorre bladeren aan de tuinverlichting, immobiel, als in een diepe slaap.

Dodelijk vermoeid, lijkt het van hun nachtelijke escapades.

Pas als het donker wordt en de lampen aangaan, komen ze weer tot leven en fladderen in groepjes rond de lichtpunten in de tuin.

Fraai getekende, fluwelige vleugels in vele tinten bruin die aanzetten tot nader onderzoek.

De analogie met de nachtvlinders in de red light districts van onze grootsteden is niet ver weg.

Spa Resorts in Ubud, Bali

Gunung Agung

Mount Agung the holy mountain of Bali, as seen from the garden of Villa Sabandari, a botique hotel in Ubud, Bali

We wonen nu ongeveer 10 maanden op Bali en toch heb ik pas twee weken geleden ontdekt dat we vanuit onze tuin ‘Gunung Agung’ kunnen zien. Het is de hoogste (3142 m) en heiligste berg van Bali, een actieve vulkaan waarvan de laatste uitbarsting dateert van 1964. Vergelijkbaar met de Olympus in Griekenland, beschouwen de Balinezen deze berg als de woonplaats van de goden en het centrum van de wereld.

Meer informatie hier  http://nl.wikipedia.org/wiki/Gunung_Agung

De foto is genomen door Tina vanaf het terras van de kamer op het gelijkvloers, aan de kant van de sawah.

Boutique Hotels Ubud, Bali

Ochtendgezelschap

Vanmorgen – bij het gloren van de dageraad (een minder bombastische omschrijving zou de sfeer onrecht aandoen) – werd ik gewekt door het rammelen van de houten stores tegen de zijramen van mijn kamer. Met mijn slaapkop zie ik dat de middelste store heftig bewoog. Een aardbeving? Onmogelijk want de twee andere houten blinden hangen doodstil. Achter de middelste zie ik een kronkelende schaduw. Vannacht was ik wakker geworden door de grappige roep van een oude gekko. Hoe ouder de gekko hoe dieper zijn stem. Dat arme beest zat nu klem achter het luikje. Een reddingspoging is onvermijdelijk : kamerjas aan, schuifdeuren naar het terras open en met wat aandringen werk ik het aangeslagen beest naar buiten. Op weg naar zijn vrijheid probeert het in paniek via de gordijnen naar de hoge zoldering te vluchten maar met een resolute mep kan ik dat vermijden.Gecko in the spa of one of the luxury hotels in Ubud Bali
Gekko’s zijn nuttige beesten. Ze vangen insecten. Hier zo dicht bij de natte rijstvelden is het een zegen dat er zoveel gekko’s zitten. Het zijn ecologisch verantwoorde anti-muggenmachientjes.

Ubud Spa Resort Bali

Om zes uur stond ik dus op het terras van de Bruidssuite, de grandioze kamer die ik nu uittest. Helemaal tot in de details zal dat niet lukken, zo zonder bruidegom maar ja.
In het melkwitte water van de rijstvelden (de sawah) reflecteren melancholisch wuivende palmkruinen. Geen mens te zien. Wel een overvliegende vogel. Een frisblauwe met een rode bek. Hij landt op een paadje tussen de velden en blijft daar doodstil wachten tot ik mijn fototoestel heb genomen. 150 meter is ook voor mijn toestel te ver om uit de hand een scherpe close-up te maken. Waarvoor mijn excuses. Foto: zie post Dirk hieronder.

Dit prachtexemplaar is een Javaanse Kingfisher. In het grote Indonesische Vogelboek vind ik dat hij frequent voorkomt op Bali en dat hij – in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden – geen vis maar wel insecten eet.

Alle insecten zijn gewaarschuwd: blijf weg van Villa Sabandari. Jullie maken geen schijn van kans tegen onze superefficiënt getrainde personeelsleden : de gekko en de Javaanse koningsvisser.

Joy en Chanel N°5

Bali Spa UbudEen van de aangenaamste aspecten van het leven in de tropen zijn de warme avonden en nachten.

De temperatuur op Bali daalt zelden onder de 20°C.

Wanneer de avondlucht daarenboven geparfumeerd is met heerlijke aroma’s, dan is gewoon buiten zitten al een belevenis.

Hotel Villas & Spa – Ubud, Bali

Na enig opzoekingswerk kwam ik te weten dat de belangrijkste ingrediënten van de twee best verkopende parfums ter wereld, gemaakt worden van  bloemen uit de Indo-Maleisische regio. De temperatuur, bodem, hoogte en regenval in Ubud blijken dan ook nog eens ideaal te zijn voor de optimale groei en bloemvorming van de twee bomen die deze bloemen voortbrengen.

Chanel N°5, het best verkopende parfum ter wereld, is gecomponeerd in 1921. Elke 30 seconden zou er ergens ter wereld een flesje van worden verkocht. Een van de basisingrediënten is een olie,  gedistilleerd uit de bloemen van de Cananga Odorata of ylang ylang boom.Bali Spa Ubud Die boom groeit tot 5 meter per jaar en kan een hoogte van 20 meter bereiken. Per jaar geeft een volwassen boom een opbrengst van circa 100 kg aan heerlijk ruikende, geelgroene bloemen. Om de oogst te vergemakkelijken wordt de hoogte door snoeien beperkt tot 3 meter. Ik heb twee kleine exemplaren van net geen meter geplant. Een bij het pad naar de kamers en een andere naast het zwembad.

Nummer twee op de ranglijst is het parfum ‘Joy’ van het huis Jean Patou.

Het werd gecreëerd door Henri Alméras in 1935. De bloem van de Michelia Champaca zou aan de basis liggen van de heerlijke geur. De bloemen zijn oranje van kleur. Er bestaat ook een witte variante. De bloemen worden gebruikt in tempelceremoniën of gedragen in het haar door de vrouwen. Vaak worden ze ook, drijvend in een platte schaal met water, gebruikt om een kamer te parfumeren. De bladeren zijn voedsel voor de zijdeworm. De boom wordt in Java gebruikt voor herbebossing van sterk geërodeerde gronden. Wij kunnen de bloemen gebruiken in de kamers en de spa.

Onze tuin is twee exemplaren rijk, elk circa twee meter hoog. De boom kan tot 50 meter hoog worden en groeit ongeveer 2 meter per jaar. Vanzelfsprekend zullen we ook deze exemplaren door snoei in toom trachten te houden.

Bij een avondlijke wandeling door de tuin of tijdens het zwemmen onder de sterrenhemel gratis genieten van de twee meest verkochte parfums ter wereld: alleen in Villa Sabandari.

Vertel het verder.

Een tropische regenbui.

Mijn grootvader leerde me, intussen alweer een halve eeuw geleden, dat het gaat regenen wanneer de zwaluwen laag vliegen. Het heeft iets te maken met insecten die omhooggestuwd worden door opstijgende warme lucht. Hoe het wetenschappelijk allemaal precies in elkaar zit weet ik niet, maar het klopt wel.

Gisteravond tijdens mijn dagelijkse 500 meter schoolslag scheerden ze weer vrolijk vlak over het water en leken ze elegant, over de rand van het zwembad, het rijstveld in te tollen.

Bali impression: after the rain in Villa Sabandari, a quiet luxury boutique hotel in Ubud, BaliVannacht, rond de klok van drie begon dan het concert.
Wat gedonder in de verte als prelude.
Daarna het tingeltangel van afzonderlijke druppels die anders klinken afhankelijk van hun landingsplaats.
Doffe bassen voor dikke druppels op de grote bladeren van  heliconea’s en pisangbomen.
Hogere tonen bij uiteenspatten op hout of steen.
Staccato gekletter op het water van het zwembad.
Je hoort de eigenlijke bui uit de verte naderen als een bewegende massa geruis die komt aangesneld.

Quiet Luxury Boutique Hotel in Bali

Dan zit je er plots middenin.
Nu geen individuele druppels meer die hun ritmisch asynchrone composities spelen maar een golf die je met een ontzettend geraas overspoelt.
Het lijkt of iemand op de snelweg plots alle raampjes van de auto opendraait.
Op het moment dat je denkt dat het deze keer toch wel erg hard gaat, en net begint te piekeren over het feit of de rieten rolgordijnen in de open zitkamer naar beneden zijn of niet, komt de apotheose.
Geen open raampjes op de snelweg meer.
Het dak en de voorruit worden eraf geblazen en je moet roepen om elkaar te verstaan en zelfs dat lukt maar half. Net op het moment dat je lichte paniek begint te voelen stopt de tropische regenbui abrupt.
Letterlijk van het ene moment op het andere hoor je opnieuw de individuele druppels en even later is het stil.
De eerste moedige cicade begint weer te zoemen en hier en daar hoor je opnieuw ‘gecko, gecko, geckoooo!’
Het is koel, het ruikt petrichor en de bui is alweer ver weg.

Het papaja incident.

Saar en Willy keken al weken uit naar het moment waarop ze de grote papaja zouden kunnen plukken die daar parmantig hing te pronken. De boom staat op de grens tussen onze tuin en het rijstveld en helt over naar de kant van de sawah.

Vandaar het sterke vermoeden dat de vorige rijpe vrucht, die plots was verdwenen, gestolen was door mensen die het veld bewerkten, achter ons huis. De steel van de zwembadborstel lag toen, slordig weggegooid, in de beplanting, net alsof de dieven gestoord waren in hun werk en haastig de aftocht hadden moeten blazen.

Papaja in Villa Sabandari, een boutique hotel voor vakantie in Ubud Bali Willy waakte dan ook over deze papaja als een moederkloek over haar lievelingskuiken. Haast elke dag inspecteerde ze de rijpheid en besliste telkens weer nog een dagje te wachten voor de oogst. ‘Rijpen aan de boom is beter’, dixit Willy.
Dan stond ze plots in mijn bureau. De papaja was weg! Terwijl ze nota bene had zitten wieden op een meter of vijftien van de boom. Het moesten de mannen van de bouw geweest zijn volgens haar, dat kon niet anders.
Ik heb, vanuit mijn bureau zicht op de boom in kwestie. Hoe kon dat dan?
Zoals mijn landgenoot Hercule Poirot, de detective uit de boeken van Agatha Christie, probeerde ik het afgelopen uur te reconstrueren.
En ja, het was me inderdaad opgevallen dat er 4 of 5 jongens op het dak van onze nieuwbouw zaten toen ik voor een kleine boodschap mijn bureau verliet. Ze waren druk aan het praten en keken in de richting van Willy die onkruid aan het wieden was. ‘Zo zo, Willy heeft succes!’ had ik nog gedacht zonder er verder  bij stil te staan.
Terugblikkend moeten die gasten op wacht hebben gezeten tot ik weg was uit mijn bureau en Willy met haar rug naar de boom zat ,om hun kompaan, vanop de uitkijkpost het groen licht te geven. Die moet achter het zwembad verstopt hebben gezeten. Van daar tot de boom is een metertje of zeven.
Trip, trip trip, hak, trip, trip, trip en bingo, binnen is de buit !
Zo moet het gegaan zijn.

Bali boutique hotel vakantie in Ubud

Boze gezichten en geweeklaag was mijn deel voor de rest van de dag.
Ik werd gedwongen het papaja-incident bovenaan op het agenda te zetten voor de volgende werfvergadering met de architect en de aannemer. Op dat moment was het voorwerp van mijn klacht natuurlijk al lang in de magen van de daders verdwenen en was de misdaad niet meer te bewijzen.
Er hangen nog een aantal papaja’s in verschillende staten van rijpheid aan de boom.
De volgende moet en zal voor ons zijn, so help me God!

Jimbaran

Ffrom rice field villa in Ubud to the fish market in the south of Bali
Willy eet graag vis. Gelukkig maar want in Ambon stond er haast nooit vlees op het menu. Ze zorgde er voor haar broers die naar school gingen en stond dus ook in voor de aankopen en het koken van de maaltijden.
In de praktijk kwam dat erop neer dat ze naar de vismarkt ging en daar kocht wat goedkoop was. Samen met wat rice & vegetables was dat de dagelijkse hoofdmaaltijd.
Willy weet dus waarop je moet letten wanneer je verse vis koopt.
In Ubud is er wel een paar keer per week vis te koop in de Bintang supermarkt, maar die wordt op ijs aangevoerd uit het zuiden, en bij de versheid ervan kan je vragen stellen. Bovendien is de vis er duur.
Toen we voorstelden naar Jimbaran, in het zuiden van Bali te rijden en daar verse vis te gaan kopen op de vismarkt van Jimbaran, was Willy vanzelfsprekend erg opgetogen.
Dewa, onze vaste chauffeur vanaf 1 augustus, reed ons er naartoe.
Via een tijdrovende stop in Kuta (de stad van de bomaanslagen in Bali), op zoek naar gereedschappen allerhande in Ace’s Hardware store, kwamen we rond een uur of vier aan in Jimbaran.

 

Villa Sabandari: Design Resort in Ubud, Bali

 

De vismarkt is een overdekte verzameling stalletjes allerhande, waar de aangevoerde vis op houten schragen wordt tentoongesteld. Het is er vrij donker en de geuren die komen aangewaaid, nog voor je de markt zelf bent binnengegaan, laten er geen twijfel over bestaan dat je bij een vismarkt staat.
Fish Market Jimbaran. A lot of hotels and villas buy their fish here.Saar stelde voor om buiten te wachten met de coolbox. Wat attent van haar. Toch? Ik haalde een paar keer diep adem en volgde Willy en Dewa naar binnen.
Willy voelde zich onmiddellijk in haar natuurlijke habitat, dat kon je zo zien. Van stalletje naar stalletje flanerend, kieuwen optillend, naar de vissenoogjes kijkend en op de vissenbuikjes duwend, een professional aan het werk. Ze leek zich meer thuis te voelen dan in Villa Sabandari leek het wel.
We kregen ook nog wat goede raad van de man die onze ‘nasi bungkus’ had gemaakt (zie vorige bijdrage) en die we daar toevallig tegen het lijf liepen. Willy kocht eerst een kilootje ‘ikan momar’, een vis uit de makreelfamilie. De vis werd door de verkoopster vakkundig schoongemaakt. Aan een ander kraampje kochten we een grote ‘red snapper’ en een iets kleinere ‘white snapper’; vissen van rond de 1.5 kg per stuk. Ze werden voor ons in stukken gehakt en in plastic verpakt.
De vrouw bood dan nog een wat kleinere ‘red snapper’ aan.
Iedereen moest lachen toen ik zei: ‘…kalau gratis saya mau ambil’ (wanneer het gratis is dan wil ik hem wel meenemen). Toen de vrouw daar met radde tong iets op antwoordde dat ik niet verstond ,moesten de anderen nog harder lachen. Ik heb dan maar wat schaapachtig mee gegrinnikt en veiligheidshalve niet gevraagd wat ze dan wel gezegd had.
Na nog een halve kilo gamba’s was de coolbox bijna vol. Voor bovenop de vis werd extra ijs gekocht en de coolbox ging dicht. Mission accomplished. In het kader van onze studie van de toeristische attracties, moesten we natuurlijk vis eten op het strand van Jimbaran bij zonsondergang. Het is noodzakelijk dit zelf te hebben ervaren om later onze gasten hieromtrent met kennis van zaken te kunnen informeren. Dat is de officiële reden. Het was gewoon leuk met de voeten in het zand, bij valavond geroosterde vis te eten op het strand van Jimbaran en te kijken naar de bootjes in de verte en naar de lichtjes van de villas op de berghelling.

Boats seen from Jimabaran beach Bali.

zonsondergang bij Jimbaran

Daar wordt aan de deur geklopt.

‘Ini siapa?’, ‘Wie is daar?’ riep Saar, midden van de nacht.
Na nog een laatste, kloppend geluid begon dan het ‘gekko, gekko, gekko,…’ en wist ze dat er helemaal niemand had aangeklopt.
Er zit een mannetjesgekko met last van zijn hormonen precies naast ons slaapkamerraam.
Wanneer hij van zich laat horen lijkt het of er helemaal geen raam is en hij ergens binnen op het plafond zit.
Zijn paringsroep begint met drie kloppende geluiden.
Flink luide geluiden bovendien. Of er iemand hard op een houten deur klopt.
Daarna roept hij een aantal keer zijn eigen naam.
Wanneer hij meer dan zeven keer roept brengt dat geluk schijnt het.
Gekkos zijn nachtelijke insecteneters en volstrekt ongevaarlijk.Voor alles wat er niet als een insect uitziet tenminste.
Overdag zitten ergens zeer rustig te wachten op de schemering.
Ze hebben de reputatie giftig te zijn, maar dat is dus niet zo.
Alle huizen en hotels op Bali hebben er.

Op Bali logeren bij Belgen in een Ubud hotel

De Gekkonidae bestaan uit een 65-tal hagedisachtigen die vooral in tropische streken voorkomen.Gekko in een hotel in Ubud Bali waar we logeren bij Belgen
Ze hebben zuignappen aan hun tenen en kunnen daarom, ondersteboven, op het plafond lopen.
Doordat ze de zuignapjes telkens moeten lostrekken, lijkt het net of ze met wiegende heupjes lopen.
‘Panta bengko’ voor de Ambonese lezers.
Grappig.
Saar heeft een hekel aan die aardige beestjes omdat ze wel eens wat durven laten vallen op een tafel of een stoel.
Dat is natuurlijk niet leuk maar hé, dit is wel Indonesië, dit zijn wel de tropen, en als tegenprestatie eten ze allerhande insecten waarover ‘Tante tché’ anders toch ook maar zou klagen.
‘You can’t have the cake and eat it.’
‘Tché’ is mijn vrije schrijfwijze voor de bijnaam die een vriendin voor Saar heeft bedacht.
Willy had aan tafel een keer opgemerkt dat: ‘… Tante always complains’.
Complain => ‘C’ => uitgesproken als ‘tché’ in Bahasa Indonesia.
Zo wordt een bijnaam geboren.
De echtgenoot van de vriendin merkte op dat zijn vrouw toch ook op tijd en stond flink kon klagen.
Waarop Willy de vriendin ‘Tante tché kwadrat’ en Saar ‘Tante tché kubik’ doopte.
Naast psychologe ook nog wiskundige.
Elke dag weer een verrassing.