Posts Tagged ‘Religie’

Geen Avatar in de badkamer!

(O.K., geplaatst door Dirk maar geschreven door Tina)
Langs de weg tussen Ubud en de Makro in Denpasar stikt het van de handelaars in stenen beelden. Stone carving geldt hier als een gerespecteerd lokaal ambacht.
Mijn Opdracht 12 – Koop twee stenen beelden voor de piëdestallen in de badkamers – lijkt dan ook een makkie. De planning is om met Dewa de chauffeur, op terugweg van mijn trip naar de Makro (kleerhangers, sticker remover, koksmutsen, vijftig stoffen servetten…) even te stoppen bij een openlucht beeldenshop in de Stone Carving Street. Daar twee esthetisch verantwoorde beelden aan te wijzen, en hopla, taak 12 volbracht.
Dichtbij de Makro passeren we een rondpunt met in het midden een fonteinachtig iets. Op de rand van de waterpartij staan een tiental beelden. Omdat de parallel tussen fontein en badkamer voor de hand ligt, vraag ik aan Dewa of hij Hindoegoden kent die gerelateerd zijn aan water, aan reiniging of aan zuiverheid. Want het is toch een goed idee om beelden te kopen die qua symboliek iets te maken hebben met een badkamer, denk ik. In Griekenland zou ik kiezen voor een marmeren Poseidon en in Rome voor een granieten Neptunus.
Dewa geeft mij een ingewikkelde uitleg over een Hindoe god – Varaha - die de aarde terugvond nadat die in de zee was gevallen. Voor de rest heeft hij geen andere suggestie voor Hindoe Watergoden. Wat magertjes maar ja, een chauffeur heeft geen proef afgelegd over de symboliek van de plaatselijke goden.
Als ik hem uitleg dat we beelden gaan zoeken voor de twee badkamers die morgen door de eerste gasten zullen ingewijd worden, stelt hij voor dat ik in de shop beelden kies die ik mooi vind en dat hij dan zal zeggen of ze wel “suitable for the bathroom” zijn.

Ubud, Bali : Romantic hotels or Accommodation

Tussen de massa’s beelden duid ik eerst een elegante danser aan.
“Wat denk je, Dewa, kan dit?”
Aziaten krijgen geen “neen” over hun lippen, dus met een verlegen glimlach en een heleboel verontschuldigende woorden legt hij me uit dat dit beeld van een danser een afbeelding is van god en “not suitable for bathroom”.
Ik wil niet te veel tijd verliezen aan getwijfel en wijs hem een soortement elegante zeemeerman aan – half man half vis – elk fijn schubje van zijn staart is prachtig uitgewerkt, de hoogte is perfect, de lichte zandsteen helemaal geassorteerd bij de okerkleurige achtergrond van de open badkamers. Kortweg ideaal.
“Is deze oké Dewa?”, vraag ik voor alle veiligheid.
Ongemakkelijk prutst hij aan de kraag van zijn kraakwitte hemd, “ This is also a god, madam, I think this is not suitable for bathroom.”
Na wat aandringen kom ik erachter dat geen enkele afbeelding van een god “suitable is for bathroom”. Hindoes zouden dat respectloos vinden. Als er iets is dat ik niet wil doen is de Balinezen met een badkamerbeeld tegen het hoofd stoten. Figuurlijk noch letterlijk.
Dewa’s info maakt Opdracht 12 ineens wel knap lastig.
Buiten de mij bekende Hindoe goden Shiva, Brahma, Krishna en Vishnu bestaat er nog een rist voor mij totaal onbekende godheden. Op de koop toe heeft Vishnu negen Avatars.
Of minder trendy : Avatara’s. Ook goden hebben blijkbaar een Second Life.
Vishnu verscheen in negen verschillende gedaanten op aarde. Als verlosser van de wereld.
Dat verhaal klinkt mij bekend in de oren.
Vishnu nam ook dikwijls de gedaante aan van een dier : een schildpad, een leeuw of een vis.
Als ik Dewa vraag om de beelden aan te wijzen die géén goden zijn, slinkt mijn keuze tot een fractie van het tentoongestelde aanbod.
Small statue in one of the romantic luxury hotels in Ubud BaliMogelijk blijven : wat abstracte torentjes en gestileerde bloemen, een angstaanjagend koppel besnorde muzikanten en gelukkig – de goden zijn mij gunstig gestemd – wat kunstige danseressen.
Alle kamers in Villa Sabandari hebben namen van dansen gekregen. Vijf Balinese dansen en een Ambonese (de roots van Saar zijn Ambonees.)
Beelden van danseressen zijn dus perfect. Ik kies twee crèmekleurige rustende danseressen die wat mij betreft schitterend tot hun recht komen in de badkamers van de Barong-kamer en de Legong-kamer.
Wat de definitieve plekken zullen worden van al die andere godsbeelden en hun Avatars weet ik niet maar als het van onze Dewa afhangt niet in Balinese badkamers.
En ik sluit mij daar respectvol bij aan.

Inzegening

A ceremony for a new car in Ubud, Bali

Op terugweg van Denpasar, na een zoektocht naar professioneel keukenmateriaal in een van de weinige professionele zaken op Bali, vroeg Wayan of ons huis al ingezegend was.
Wayan helpt ons met het inrichten van de keuken, het opstellen van menu’s, het zoeken naar betrouwbare leveranciers en andere voeding gerelateerde zaken.
Ik moest  ontkennend antwoorden.
Zelfs onze auto, die we toch al een aantal maanden hebben, is nog niet gezegend. De foto hiernaast toont de upacara voor de auto van onze buurman. De man in het wit is de priester en voor de auto liggen offers allerhande.
Veel heeft de ceremonie niet mogen baten vermits de auto door de chauffeur flink in de kreukels werd gereden en een week of 6 in de garage is geweest voor reparatie.
Het personeel verwacht van de huiseigenaar dat er een inwijdingsceremonie gebeurt. Zo niet zullen ze zich niet op hun gemak voelen in het huis en bang zijn om er te overnachten.
Het zal wel toeval zijn, maar Willy vertelde dat ze al een paar nachten voetstappen hoort in het gangetje voor haar kamer. Ze hoort ook geklop, alsof er mensen aan het werk zijn.
Het wordt tijd dat we orde op zaken stellen.  Ik heb een afspraak om de hogepriester te spreken samen met Pak Mis, de vorige kepala banjar en natuurlijk Dewa als tolk. De priester zal een goede dag bepalen voor de ‘Grand Opening’, rekening houdend met de Balinese kalender en tevens een raming maken van de kosten. We overwegen een kleine upacara zo snel mogelijk en de grote in September wanneer de kinderen op bezoek komen.

Bali Hotels & Accommodation at Ubud

Een blad in de rivier

Maya Ubud Hotel Bali. Boutique Resorts Accommodation.

Een boogscheut van ons verwijderd ligt het hotel Maya Ubud Resort & Spa. Ik stuurde een mailtje naar de manager met de vraag om een kennismakingsmeeting. We zijn tenslotte bijna buren.

Ubud, Bali Hotels Resorts Accommodation

Er volgde prompt een lunchinvitatie.
Zichzelf uitnodigen is normaal de specialiteit van onze zoon Stephan maar hij heeft het niet van een vreemde zoals u merkt.
Het resort heeft 106 kamers, drie restaurants en het domein is 10 hectare groot. Een tikkeltje intimiderend was het wel toen we de oprijlaan opreden.
De general manager stelde voor te lunchen in het restaurant van de Spa. Na een gezonde wandeling kwamen we bij een lift die ons 30 meter lager voerde , door de rotsen heen, tot vlakbij de Petanu rivier. In de Spa werken 23 vrouwen en er worden tot 50 behandelingen per dag gegeven.
Het totale personeelsbestand: 297 medewerkers.
De overigens uiterst beminnelijke manager, heeft 36 jaar Indonesië ervaring, waarvan een groot gedeelte op Bali. Hij schetste een weinig hoopgevend beeld van de problemen waarmee hij sinds de start van het hotel, 11 jaar geleden werd geconfronteerd.
Het hotel wordt omringd door een aantal dorpsgemeenschappen, banjars. Die stelden allemaal, van tijdens de constructiefase van het hotel, onmogelijke eisen.
Twee chefs van omliggende banjars presteerden het 2000 sollicitatiebrieven te laten afgeven, met de vermelding dat al deze mensen in dienst moesten worden genomen. De vorige eigenaars van de percelen waarop het hotel werd gebouwd, eisten dat hun familie werd tewerkgesteld omdat het hotel op hun (weliswaar intussen verkochte…) grond stond. Om hun eisen kracht bij te zetten, posteerden zich honderden mensen op de hellingen rond het hotel, voorzien van spiegels waarmee ze de gasten voortdurend probeerden te verblinden. Met de regelmaat van een klok werden, voor zonsopgang, bamboekanonnen afgeschoten om de gasten te irriteren. Intimidatie door grote groepen dorpelingen bij de poort van het hotel was ook geen uitzondering. ‘Belligerent’ noemde de manager de Balinezen, en dat betekent toch zoveel als ‘oorlogszuchtig’…
Bij de opening had Maya Ubud 10.000 sollicitatiebrieven ontvangen…
Getalenteerde mensen uit andere dorpen konden niet in dienst komen door de exorbitante eisen die werden gesteld in verband met het percentage ‘eigen volk’ dat in dienst moest komen. De manager gaf ook het voorbeeld van zijn eigen huispersoneel; 2 mensen komen niet uit het dorp waar hij woont. Maandelijks moet hij daarom een belasting betalen aan de lokale ordedienst, de Pecalang omdat hij ‘vreemdelingen’ in dienst heeft. Vreemdelingen weliswaar uit een naburig dorp, maar het blijven voor de inwoners van de banjar vreemdelingen.
Uiteindelijk draait het allemaal om geld. Op weg naar het restaurant zagen we op een helling een grote oppervlakte bedekt met wasgoed en midden daartussen een grote spiegel. Het is de manier van de vrouw, van wie het grondstuk is, om haar eis om in dienst te worden genomen kracht bij te zetten. ‘Geef me werk of ik verpest je uitzicht’, dat is wat het wasgoed zegt.
De politie verleent geen enkele assistentie bij dit soort conflicten. Het zijn sociale problemen en die moet je zelf met de banjar oplossen.
Ubud Hanging Gardens Hotel. Bali Boutique Resorts Accommodation

We moeten vooral oppassen voor de eigenaars van de rijstvelden waarop we uitkijken. Die zullen geld komen vragen voor het uitzicht dat de gasten hebben. Het zijn namelijk hun rijstvelden die zorgen voor het panorama en daar moet voor betaald worden.

We mogen ons ook verwachten aan het bezoek van een afvaardiging van de tempel en de vraag naar een substantiële bijdrage.
Tegenover een bekend hotel ‘Ubud Hanging Gardens’, staat, aan de andere kant van de vallei een grote tempel. De verantwoordelijken van die tempel hebben grof geld geëist omdat de hotelgasten in zwempak een storende  aanblik boden aan de gelovigen in de tempel. Enkel al gezien de afstand tussen tempel en zwembad is het duidelijk dat dit een vals argument is. Overigens kijk ik vanuit mijn bureau uit op een afwateringskanaal aan de overkant van de sawah, en word ik daar dagelijks vergast op badende Balinezen in meer of mindere staat van ontkleding. Diezelfde goot wordt ook zonder enige gêne gebruikt als openbaar toilet. Maar waag het niet de overflow van je zwembad te lozen in een afwateringskanaaltje! Dan krijg je problemen met ‘de subak’, de traditionele verantwoordelijken voor de irrigatie van de rijstvelden. De verklaring is dan dat er geen water in de rijstvelden mag komen waarmee mensen zich hebben gewassen (zwemmen = wassen). Bij de blote konten waarop ik dagelijks uitkijk zal het dan waarschijnlijk niet gaan om ‘wassen’ maar om ‘ritueel reinigen’ zeker?
De manager citeerde een westerse auteur die in de vorige eeuw schreef dat wij westerlingen voor de Balinezen zijn als ‘bladeren die voorbij drijven in de rivier’, eventjes vervelend, maar ook snel weer weg.
Eén ding is zeker, ons talent voor het zoeken naar compromissen en het diplomatisch oplossen van confrontaties zal danig op de proef worden gesteld.

Dorpspolitiek

A Quiet and Romantic Bali Hotel Accommodation

De euforie na de geslaagde socialisatie bleek wat voorbarig.
De Kelihan, het hoofd van de banjar of dorpsgemeenschap, vroeg dag na de bijeenkomst of Dewa, onze chauffeur en intussen ook bemiddelaar in Balinese aangelegenheden, bij hem kon komen om een bericht voor mij op te halen. Ik had op dat moment al moeten beseffen dat er wederom stront aan de knikker was.

Dat bericht was geen schriftelijke nota maar een mondeling overgebrachte eisenbundel.

Viewof the rice field from the open air shower at Villa Sabandari, a romantic luxury hotel in Ubud, Bali.Waarom die dingen niet tijdens de socialisatiemeeting op tafel waren gekomen is me een raadsel. Zoals wel meer dingen in dit land.
Vooraleer de banjar zijn formeel akkoord verleent met onze exploitatie moet er eerst een MoU (Memorandum of Understanding) worden opgemaakt waarin onze verplichtingen zullen worden neergeschreven. We worden met andere woorden op een diplomatisch verantwoorde manier gechanteerd. Zonder de vijftien handtekeningen van de banjar kunnen we niet verder naar de volgende fase.
Voor zover ik het begrijp gaat het om de volgende dingen:
  1. We moeten de overlast accepteren die onvermijdelijk het gevolg zal zijn van onze ligging vlak bij de tempel. We horen verder onze gasten duidelijk te maken dat de tempel een heilige plek is. Er zijn nl. gevallen bekend van hotels op Bali die hebben geëist dat de luidsprekers met de gezangen werden uitgeschakeld tijdens de tempelrituelen. Ook werden de gamelanrecitals stilgelegd. Verder presteren bepaalde toeristen het om, ongegeneerd en met minimale kledij dwars door plechtigheden heen te lopen, net of dat de normaalste zaak van de wereld is. Op zich lijken me dat legitieme bekommernissen en heb ik daar geen moeite mee. Ik denk trouwens dat de meeste toeristen die Bali hebben gekozen als vakantiebestemming, een tempelceremonie naast de deur helemaal niet erg zullen vinden. We stellen trouwens ceremoniële kleding ter beschikking, zodat de gasten, onder begeleiding van onze medewerkers, de tempel kunnen bezoeken om getuige zijn van de rituelen.
  2. Omdat we aan het rijstveld grenzen moeten we rekening houden met de eisen van de subak, de instantie die de irrigatie regelt.
  3. We moeten een eenmalige bijdrage betalen aan de banjar omdat we het hotel op hun grondgebied hebben gevestigd.
  4. We moeten elke 6 maanden 100 kg rijst of de tegenwaarde ervan in geld schenken aan de banjar.
  5. Minimaal 25% en maximaal 40% van ons personeelsbestand moet bestaan uit mensen van de banjar. Hier heb ik het wel moeilijk mee omdat het de bedoeling is met een minimale bezetting de hele operatie te runnen. Dat moeten dan wel allemaal goed gekwalificeerde mensen zijn. Het zal een dosis diplomatie vragen om hier een mouw aan te passen. Maar dat zal wel lukken. België is niet voor niets het land van de compromissen, dus voor een stukje ben ik door geboorte een ervaringsdeskundige.
Gisteren zou de Kelihan met een delegatie bij ons langskomen om dit alles door te spreken. Dat plan werd echter doorkruist door de Kepala desa van Peliatan, de burgemeester dus. Die staat in de hiërarchie een trapje hoger dan de Kelihan en heeft duidelijk gemaakt dat hij, om de zaken te vereenvoudigen, een MoU zou opmaken waarin de eisen van het dorp, de banjar, de tempel en de subak zouden worden gebundeld.
Het worden weer spannende dagen.

Kuningan

Design of Bali Boutique Resort

Het is de tiende dag na Galungan.
Weer een reden om te feesten. Het feest heet ditmaal Kuningan.
De Galungan periode is een symbolische afspiegeling van de strijd tussen goed en kwaad en de belangrijkste functie van Kuningan is het vieren van de overwinning van het goede en  het herstel van  evenwicht en harmonie in de wereld.
De geesten van de voorouders keren vandaag terug naar de hemel.
‘Kuning’ betekent ‘geel’ en dat is voor inwoners van Bali de kleur die grootsheid en uitmuntendheid symboliseert.

Offerings at Villa Sabandari, a Bali boutique resort in the vicinity of Ubud. ‘Nasi kuning’, rijst die geel gekleurd wordt met kunyit (geelwortel of kurkuma) is één van de verplichte offergaven en daaraan ontleent het feest zijn naam.

Hotels and Accommodation in Ubud

De ceremonies vinden meestal plaats in familiekring, in de huistempel (sanggah of merajan).
Families die nog niet gecremeerde verwanten hebben, die in afwachting begraven zijn op het kerkhof, brengen ook offers bij het graf.
De gebeden worden uitgesproken voor 12 uur want op het middaguur vertrekken de geesten weer naar hogere sferen.
En morgen?
Dan ga je natuurlijk familie en vrienden bezoeken om hun een zalig en gelukkig Kuningan te wensen.
Alweer een vrije dag.
Het merendeel van onze bouwvakkers zijn mensen uit Java en Lombok en dat zijn meestal moslims en geen hindoes zoals de Balinezen.
Voor hen is Kuningan bijna zo vreemd als voor mij vermoed ik.
Het geluid van de zaag- en polijstmachines en het getik van de hamers overstemt dan ook zonder enig probleem het geluid van de gamelan en het getinkel van de belletjes in het woudtempeltje aan de overkant van de sawah.
De moslims zijn tenslotte pas terug van hun twee weken durende Idul Fitri (Suikerfeest) vakantie.
Ja jongens, hoe gaat dat hier in godsnaam ooit gedaan zijn met bouwen!

Galungan en Kuningan

Galungan is het belangrijkste feest voor Balinese hindoes.
De schepper van het universum (Ida Sang Hyang Widhi) en de geesten van de voorouders worden in deze periode geëerd.
Het feest symboliseert de overwinning van het goede (Dharma) over het kwade (Adharma), en de Balinezen horen dankbaarheid te tonen aan de schepper en aan hun voorvaderen.
Galungan wordt één keer in de 210-dagen gevierd en markeert de tijd van het jaar waarin de geesten van de voorouders worden verondersteld een bezoek te brengen aan de aarde. Balinese hindoes voeren tijdens dit feest rituelen uit die bedoeld zijn om de geesten welkom te heten en hen te vermaken.
Families offeren voedsel en bloemen aan de voorouderlijke geesten, uiten dankbaarheid en smeken bescherming af.
Penjors can be seen all over Bali at GalunganOveral op het eiland vindt u bij de ingangspoort van de huizen lange bamboe stokken genaamd ‘penjor’ – meestal versierd met vruchten, kokosbladeren en bloemen. Bij elke poort, zult u ook kleine bamboe altaartjes aantreffen, speciaal gemaakt voor het feest. Er worden offertjes gebracht, verpakt in geweven palmbladeren.
De voorbereidingen voor Galungan beginnen enkele dagen voor de eigenlijke feestdag.
Drie dagen voor Galungan is er ‘Penyekeban’ en begint men met de  voorbereidingen. ‘Penyekeban’ is afgeleid van het Balinese woord ‘nyekeb’ wat ‘het rijpen (van fruit)’ betekent. Groene bananen worden in grote potten van gebakken klei gestopt die worden afgedekt om het rijpingsproces te versnellen.
Twee dagen voor Galungan  volgt ‘Penyajahan’, een tijd van introspectie voor Balinezen, en minder prozaïsch, een tijd om Balinese taarten te maken bekend als ‘jaja’. Deze gekleurde taarten gemaakt van gebakken rijstdeeg worden gebruikt als offergave maar net zo goed met veel plezier geconsumeerd door de gewone stervelingen.
De dag voor Galungan is ‘Penampahan’ of ‘slachtdag’. De offerdieren moeten er op die dag aan geloven. Galungan wordt dan ook gekenmerkt door het plotse overvloedige aanbod van traditionele Balinese gerechten zoals lawar (varkensvlees in een pittige kokossaus) en saté.

Ubud Bali Rice Fields Resort

Op Galungan dag zelf bidden de gelovigen in de tempels en brengen ze hun offers aan de geesten. U kan overal prachtig geklede vrouwen zien met hoge torens offergaven op het hoofd die sierlijk, vaak in ganzenpas, voorbij schrijden.
De dag na Galungan bezoekt men familie en vrienden.
De tiende dag na Galungan – ‘Kuningan’ – markeert het einde van de Galunganperiode, en wordt beschouwd als de dag waarop de geesten terug opstijgen naar de hemel. Op deze dag worden offertjes gebracht met gele rijst.

Tijdens Galungan wordt een ceremonie bekend als ‘Ngelawang’ uitgevoerd in de dorpen. ‘Ngelawang’ is een exorcismeceremonie uitgevoerd door een ‘Barong’ - een goddelijke beschermer in de vorm van een griezelig uitziende, mythische draak.

De Barong wordt uitgenodigd in de huizen op zijn rondgang door het dorp. Zijn aanwezigheid is bedoeld om het evenwicht te herstellen tussen goed en kwaad in een huis. De bewoners voor de dansende Barong en krijgen na afloop een stukje van diens vacht als souvenir.
Tijdens Galungan staat het openbare leven op een laag pitje omdat de Balinese werknemers naar hun respectievelijke dorpen gaan om daar het feest te vieren.
De Balinese kalender volgt een 210-daagse cyclus zodat Galungan tweemaal per jaar wordt gevierd, ongeveer elke zes maanden. Voor wie Galungan wil meemaken op Bali volgen hierna de data van de volgende feestperiodes:
  • 14-24 oktober 2009
  • 12-22 mei 2010
  • 8-10 december 2010
  • 6-16 juli 2011
  • 1-11 februari 2012
Villa Sabandari zal gewoon geopend zijn.
We bedenken wel een eigen manier om het evenwicht tussen goed en kwaad te herstellen.

Fietsen naar Tegalalang

We willen onze gasten alternatieve routes aanbieden, zowel wandelingen, fietsroutes als autotochten. Dewa, die afkomstig is uit Tegalantang, heeft zijn eerste mountainbiketocht uitgestippeld. Vanzelfsprekend is hij begonnen met een route in de buurt van zijn dorp, hoe zou u zelf zijn.
Hij heeft de trip opgeslagen in de GPS, die hebben we dan opgeladen in Google Earth zodat we de gasten een kaartje mee kunnen geven.
We hebben de route met de auto uitgetest en het ziet er mooi uit. Veel rijstvelden, rijstterrassen, kleine traditionele dorpjes waar bijna geen toeristen komen, een lunch in Kampung Café met een prachtig panorama.
Op de terugweg de reigertjes die toekomen voor de nacht in Petulu, de botanische tuinen ingeval van interesse en natuurlijk de onverwachte verrassingen die Bali haast altijd te bieden heeft.
procession in kutuh a small village in the rice fields near our villa hotel in UbudOp onze tocht kwamen we bijvoorbeeld door een dorp waar een massacrematie werd voorbereid. Naast het kerkhof zaten veel mensen, per familie gegroepeerd rond een bamboeverhoging waarop het stoffelijk overschot van hun familielid lag, dat ze net hadden opgegraven. De overblijfselen werden aan het zicht onttrokken door witte, stoffen schermen. Dat opgraven is natuurlijk geen leuke klus, zeker niet wanneer het overlijden nog van recente datum is. Dewa vertelde van een geval waar de familie bij de begrafenis vergeten was het plastic uit de kist te halen. Bij het ontgraven waren enkel de ogen volledig verdwenen zei hij. Het was de volgende minuten een beetje stil in de auto.

A grand child of the king of Ubud during a ceremony near our villa hotel in Ubud

We leerden dat om de vier jaar een massacrematie kan plaatshebben, ingeval er tijdens die periode in het dorp voldoende mensen zijn overleden. Zo niet dan volgt er een nieuwe wachttijd van 4 jaar. De reden voor het houden van dit soort gezamenlijke crematies is financieel. Op die manier worden de kosten gedeeld. Dat betekent echter niet dat het geen aderlating blijft voor de meeste  families.

Luxe vakantie villa in Ubud

‘Het is één van de voornaamste verplichtingen van de zonen  in een gezin’, zei Dewa. Eenvoudig en oprecht, zonder het principe op zich ook maar een ogenblik in vraag te stellen.
Al dicht bij huis, in het dorpje Kutuh, werden we door de ordehandhavers van de plaatselijke banjar aan de kant gezet. Er bleek een grote ceremonie te zijn iets verderop en de optocht was op komst. He bleek te gaan om de odalan (verjaardag) van de plaatselijke tempel. Zoals gebruikelijk zagen we weer veel mensen in hun mooiste kledij, veel offergaven en gamelanmuziek. er werden ook twee kleinkinderen van de koning van Ubud meegedragen in de processie, gezeten hoog boven de massa in draagstoelen. De koning wordt beschouwd als een soort halfgod.
Ik vermoed dat wat van die heiligheid afstraalt op het nageslacht.
Een mooie rit dus met twee onverwachte bonussen.

Saraswati

Sarasawati stone carving om Ubud villa hotel Bali
Ik reed gisteren met onze nieuwe medewerker, Dewa, naar de Toyota Garage in Blahbatuh. Onderweg was het ontzettend druk. Overal mensen in feestelijke klederdracht, zowel lopend als met hele families tegelijk op de bromfiets. Iedereen had wel een schaal of een gevlochten mand met offergaven bij zich.
“Druk vandaag” zei ik tegen Dewa, “iets speciaals aan de hand?”
Hij keek even opzij met de intussen vertrouwde gelaatsuitdrukking die, tegelijkertijd ongeloof, verbazing en een tikje medelijden uitdrukt.
Met de pretlichtjes nog in de ogen vertelde hij me dat het volgens de Balinese kalender, de ‘Pawukon’, de dag van de kennis was.

Ubud Hotel Villa

Die dag heet ‘Saraswati’ en er wordt gebeden tot de godin met dezelfde naam, de godin van de kennis. Ze wordt afgebeeld als een mooie vrouw (niet zo evident op de foto).
Kennis is namelijk een aantrekkelijk bezit. De vrouw heeft vier armen wat haar in mijn ogen toch iets minder aantrekkelijk maakt. Ik ben geen hindoe natuurlijk. Ze bespeelt een muziekinstrument want kennis is onderhoudend en hoe meer je ermee bezig bent, hoe meer het je gaat boeien.
In één van haar vrije handen houdt ze een meditatieketting, een soort paternoster voor de katholiek opgevoeden onder ons. Die symboliseert de eindeloze uitdaging van het leren. In hand nummer vier: een boek, de opslagplaats van alle kennis. Meestal wordt ook nog een zwaan en een lotusbloem afgebeeld.
Penjor bij Villa Sabandari, Ubud hotel, Bali
De dag voor Saraswati heet ‘Pangredanan’. Dan worden de boeken afgestoft en schoongemaakt. Op Sarasawati zelf offert men aan de boeken. De leerlingen op de scholen en de ambtenaren op hun kantoren. Iedereen draagt op die dag traditionele kledij in plaats van een uniform. Men wil herdenken dat het belangrijkste in het leven ‘kennis’ is. Eigenaardig genoeg mag er in de  namiddag niet gelezen worden, enkel ‘s avonds en dan nog bij voorkeur religieuze boeken.
De dag na Saraswati is ‘Banyu Pinaruh’ en wordt er een ritueel bad genomen in zee, meer of rivier. De gelovigen drinken heilzame dranken. De dag staat in het teken van de gezondheid.
Dan volgt ‘Soma Ribak’, de dag dat er wordt geofferd bij de plaats waar de rijst wordt bewaard. Men dankt voor spijs en drank.
Na Soma Ribak is het ‘Sabu Mas’, letterlijk betekent dat ‘gouden riem’. Er worden offers gebracht bij de kluis en het juwelenkistje en het belang van kleding en geld wordt herdacht.
Tot slot van deze zesdaagse is er ‘Pagerwesi’; pager is schutting, wesi is ijzer. De Balinezen omringen zich met een sterke fortificatie tegen de krachten van het kwaad. In de tempels wordt gebeden voor een evenwichtig universum met aandacht voor kennis, gezondheid, voedsel, kleding en geld.
De nog niet gecremeerde familieleden worden tevens herdacht op de kerkhoven waar ze tijdelijk zijn begraven in afwachting van hun crematie.
En dat alles herhaalt zich dus alle 210 dagen, een jaar volgens de Balinese kalender.
De festiviteiten worden in het noorden veel grootser aangepakt dan in het zuiden. De straten zijn er versierd met ‘penjors’, lange, gebogen en versierde bamboestokken.
Voor de noorderlingen ligt Ubud in het zuiden en voor de zuiderlingen zijn wij bergbewoners uit het noorden. Er wordt dus gevierd, maar niet uitbundig.
Op onze werf werken vooral Javanen en mensen uit Lombok en Flores. Aan hen zijn al die Balinese ceremonies niet besteed. Hier gaat het gehamer, geslijp en gezaag gewoon door.
Ik vraag me af wat ze gaan doen op de dag van de stilte want die staat zonder twijfel ook op de Balinese kalender.

Terug in de tijd.

Artikel: Bali, het laatste paradijs op aarde
Van een goede vriend uit België (bedankt JP!) kreeg ik een artikel uit een Belgische krant d.d. 19 september 1936.
Je zou denken dat er na ongeveer driekwart eeuw niet veel aanknopingspunten meer zouden zijn tussen de tekst van het artikel en de toestand in Bali vandaag de dag.
Niets is minder waar. De meeste dingen in het artikel zijn erg herkenbaar. Het lijkt wel of de tijd op veel vlakken heeft stil gestaan.

dedagblz2

cit1 Over het aspect religie en de invloed ervan op het dagelijks leven heb ik al heel wat geschreven. Terwijl er in Europa de afgelopen 50 jaar een  ontkerkelijking heeft plaatsgevonden in de meeste landen, merk je daar niks van op Bali. Over crematies viel hier ook al eerder te lezen. Met orde en netheid was het in 1936 blijkbaar net zo gesteld als vandaag. Ik denk dat het met die ‘onafgebroken bewondering’ van de toeristen ook anno 2009 nog wel goed zit.
cit5 cit2
Dat de Balinezen hun eigen individualiteit hebben behouden is een understatement.

Ik vermoed dat de hoofdreden waarom onze tuinman Komang het voor bekeken hield in Villa Sabandari, mijn vriendelijke speech is geweest bij de betaling van het loon voor de maand juni.

Daarin drong ik aan op een tikkeltje meer inzet. Dat zeg je dus niet tegen een Balinees hoorden we via verschillende bronnen. Die bepaalt wel zelf hoe hard hij werkt en hoe hij dat aanpakt.

Dat ‘de invloed van de goden op het lot der menschen zich alom doet gevoelen’ zal de aandachtige lezer van deze blog niet ontgaan zijn.

cit4cit9
Het feit dat de vrouwen ‘in den regel het bovenlichaam onbedekt hebben’, kon ik nog niet met eigen ogen vaststellen. Mocht dit alsnog gebeuren dan volgt er natuurlijk hieromtrent een met foto’s gestoffeerd verslag.

Alles in dienst van de wetenschap, dat spreekt voor zich.

cit8

Alweer Odalan.

Odalan in the Masceti temple, in the rice field near Villa Sabandari Ubud
Ik schreef al eerder over het Odalanfeest (de verjaardag) van de tempel bij ons in de straat.
Made, onze pembantu (huishoudster) wou ook graag haar offer gaan brengen in de tempel. Het is tenslotte vlakbij haar werkplek en ik vermoed dat het voor Balinezen dan zo hoort. Op de foto hiernaast ziet u Made uiterst rechts.
Saar drong erop aan dat we ook zouden meegaan als teken van onze wil tot integratie in de lokale gemeenschap. Ze had al met Made afgesproken dat ze wat traditionele kledij kon lenen van haar moeder. Na de omkleedsessie, geregisseerd door Made, zag Saar er bijna authentiek Balinees uit. In mijn  ogen dan.
Ready to go to the rice field temple in traditional attire. Picture taken in Villa Sabandari, UbudIkzelf draag ‘s avonds, na het douchen, ook al een tijdje een sarong. Lekker fris en makkelijk en ik ben daar al aardig aan gewend. De eerste dagen is  het natuurlijk een beetje raar. Je loopt als westerse man niet zonder een lichte gêne rond in een rok natuurlijk. Wanneer je geen Schot bent tenminste. Na een tijdje wordt het echter de normaalste zaak van de wereld. Dat alles in de beslotenheid van je eigen huis wel te verstaan.
Die gêne komt bliksemsnel terug bij het idee dat je, zo uitgedost, onder de mensen zal moeten komen. Het is natuurlijk een geruststelling dat die mensen allemaal een rokje aan hebben, maar toch.
En het stopte niet bij dat rokje, dat zou te gemakkelijk geweest zijn. Neen, ik moest over de eerste sarong nog een tweede, wat kortere versie. Die moest dan vastgemaakt worden met een soort sjaal en als klap op de vuurpijl moest ik een Balinees hoofddeksel op.
Ter verduidelijking: mijn sarong is in beige en roodbruine tinten, de tweede sarong (door Made meegebracht) was pistachegroen, de sjaal was felroze en het petje lilakleurig. En zo moet je dan de straat op! Modebewust ben ik niet echt. Of trap ik nu een open deur in ? Vermoedelijk wel, maar dat geeft niks. Ik wil niet beweren dat ik ‘s morgens erg veel tijd besteed aan het assorteren van mijn kledij. Maar zelfs ik besef dat het kleurenpalet van mijn  outfit van weinig goede smaak getuigde.

Ubud Rice Field Villa

In Villa Sabandari, rice field villa near Ubud, BaliHet was gelukkig al donker toen Made, haar vriend, Saar en ik op weg gingen naar de tempel.
Made met een gevlochten mand vol offertjes op het hoofd.
Bij de ingang van de tempel besprenkelde ze ons met water. Het bracht me een halve eeuw terug in de tijd, naar het wijwatervat dat vroeger aan de ingang van de (katholieke) kerken stond. Je hoorde je met het gezegende water te bekruisen vooraleer je de kerk inging.
Een compleet gamelanorkest zat duchtig van katoen te geven terwijl een priester, door een microfoon op een wel heel speciale manier een voorbede deed. ‘Speciaal’ voor mij dan. Even speciaal als het ‘Urbi et Orbi’ van de paus in Balinese oren zal klinken denk ik.
De offergaven werden tijdens een gebed gezegend en werden dan, tot mijn verbazing, gewoon terug mee naar huis genomen.
We zijn weeral een ervaring rijker.