Posts Tagged ‘Rice field’
Meneer De Pad
De Javaanse ijsvogel
of ‘Halcyon cyanoventris’ werd door Tina gespot in het rijstveld waarop ze, vanuit haar kamer, uitkijkt. Veel ijs is er niet te vinden op Bali, daarom vind ik de Engelse benaming ‘Javanese Kingfisher’ iets duidelijker. Barry Wobbes beschrijft dit diertje in zijn blog met de, voor Vlamingen, wat misleidende titel ‘Vogelen op Bali (1997)‘ als volgt:
“ … Ook de spectaculaire 25 cm grote Javaanse ijsvogel (Halcyon cyanoventris) met rode snavel, hemelsblauwe staart en handpennen, paarse rug en roodbruine kop en borst kon nog een plekje vinden in de rijstvelden.”
Hotel Spa in Ubud, Bali
Een dooie mus
De rijstvelden liggen er nu mooi bij. Op sommige plaatsen pas omgeploegd en volgelopen met water. Door de iets hoger gelegen grasrandjes eromheen net reuzengrote spiegels die de hemel weerkaatsen. Op andere plaatsen is de jonge rijst net geplant en hebben de sawah’s allerlei nuances van groen, afhankelijk van de hoek waaronder je kijkt en de tijd die verstreken is sinds het planten. Het water klatert door de bevloeiingskanaaltjes. Verder alleen het zingen van de vogels en af en toe het gekletter van een windmolen die als vogelverschrikker dienst doet. Op sommige velden wordt zelfs nog geploegd. Dat gebeurt door loonwerkers met een gemotoriseerde handploeg, tot aan hun dijen in de modder. De eigenaar van het veld zit vaak op een afstandje toe te kijken. Ik nam dus de tijd voor een praatje hier en een selamat pagi (goeiemorgen) daar.
Vakantie in een Ubud rice field hotel op Bali
Na een kwartier op m’n gemakje wandelen realiseerde ik me dat ik geen pijn voelde. Dan maar verder lopen tot een volgend veld en daarna tot gindse palmboom. Het kwartier werd een halfuur, en dan een uur en nog was die pijn er niet. Mijn lijfspreuk indachtig (‘Alles wat te mooi is om waar te zijn is niet waar’), besloot ik de sawah over te steken en via een alternatieve route terug te keren. Na enig zoeken vond ik een bruggetje over de rivier. Aan de overkant leidde een stijl weggetje, hier en daar voorzien van ruw uitgehakte treden, naar boven. Daar opnieuw rijstvelden met zicht op huizen in lintbebouwing.
Een oude man met kokosnoten aan een stok op de schouder vertelde me welke kant ik uit moest om bij de jalan besar (grote weg) te komen. Kinderen die aan het vliegeren waren op het veld, gingen voor die rare witte man op de loop.
Ik kwam uiteindelijk uit op Jalan Andong, een aaneenschakeling van winkeltjes met houtsnijwerk, namaakzilver, schilderijtjes, stenen beelden en dergelijke.

Trouwdag
Ubud Hotel, Bali, Indonesia
Het degustatiemenu was decadent lekker en de aangepaste wijnen goed gekozen. Anthony, de zoon van de eigenaar en tevens manager van het hotel is natuurlijk niet voor niks een van mijn collegae in de wijnclub, elke tweede vrijdag van de maand.Het papaja incident.
Vandaar het sterke vermoeden dat de vorige rijpe vrucht, die plots was verdwenen, gestolen was door mensen die het veld bewerkten, achter ons huis. De steel van de zwembadborstel lag toen, slordig weggegooid, in de beplanting, net alsof de dieven gestoord waren in hun werk en haastig de aftocht hadden moeten blazen.
Willy waakte dan ook over deze papaja als een moederkloek over haar lievelingskuiken. Haast elke dag inspecteerde ze de rijpheid en besliste telkens weer nog een dagje te wachten voor de oogst. ‘Rijpen aan de boom is beter’, dixit Willy.Bali boutique hotel vakantie in Ubud
Onverwachte wending
Boutique hotel in de rijstvelden, tussen Ubud en Denpasar
b het twee keer besteld in ‘The Dragonfly’, het restaurant van de eigenares van ‘Mandala Desa’ in Ubud. Het moet dus wel lekker zijn. Ik vond het een fantastisch hotelletje. Halfweg tussen de luchthaven, Denpasar, Sanur en dergelijke in het zuiden, en Ubud in het centrum van Bali. Op een half uur van, wat voor ons westerlingen, de beschaving is. Een zalige rust in ‘splendid isolation’ in één van de rustigste hostels van Bali. Die indruk had ik tenminste. Er werd natuurlijk flink gebrainstormd over de volgende stap(pen). De financiële analyse was alleszins niet inspirerend. Rijk zouden we er niet van worden, maar dat hadden we ook niet verwacht. Onze bedoeling was om rond te komen met wat de exploitatie zou opbrengen en genoeg over te houden om regelmatig eens terug te gaan naar België. Een ander minpunt was het gebrek aan privacy voor onszelf. Er was geen stukje tuin dat afgeschermd was of kon worden voor privé gebruik bijvoorbeeld. We hadden daarom beslist te onderhandelen met de eigenaar over de verkoop van het perceel van 2000 m² dat normaal niet bij de verkoopprijs was inbegrepen. Het plan was om daar dan een privéhuis te bouwen. We sloegen dan twee vliegen in één klap: privacy voor onszelf en extra ruimte om te verhuren.De real-estate agent zou later die middag komen om samen te onderhandelen met de eigenaar. Ik had al, op een aantal verschillende manieren, een prijs berekend die het stuk grond ons waard leek en was klaar voor de strijd.
Ik keek naar buiten en zag Saar op het terras zitten. Ze keek minutenlang voor zich uit en zag er niet goed uit. Ik vroeg haar wat er was, of ze ziek was of zo. Er kwam niet onmiddellijk antwoord . Na wat aandringen kwam het hoge woord eruit. “Ik zou hier niet gelukkig kunnen zijn,” zei ze “het is hier veel te stil en ver van alles. Als we dan geen gasten hebben zitten we hier zo alleen…” Dat was schrikken. De hele reis, alle plannen en ideeën in één klap doorgespoeld. Zo voelde het in eerste instantie aan tenminste. Achter dit soort grote beslissingen moet je met z’n tweeën staan, zonder een greintje twijfel anders wordt het niks. Dus het was niet moeilijk om het project af te voeren. We waren weer bij af.








