Posts Tagged ‘Rice field’

Eenden

ducks2

Na de oogst worden grote groepen eenden naar het rijstveld gebracht. Ze eten er de overgebleven korrels en de insecten en bemesten en passant ongetwijfeld ook de rijstvelden. Ze kunnen je met hun gesnater best wel eens vervelen maar over het algemeen zijn ze alleen maar grappig in de weer. Ze lopen achter elkaar aan zonder dat het echt duidelijk is wie de leiding heeft. Ze blijven een week en dan worden ze naar een ander veld gebracht. De gastarbeidereenden die bij ons hebben gewerkt moesten blijkbaar flink wat verderop aan de slag want ze werden met de eendentaxi opgehaald. Wel wat krap maar dat zijn ze blijkbaar gewend. Ze gaven geen kik meer zodra ze in hun hokjes zaten. Binnen een week wordt er weer geploegd en kan de cyclus opnieuw beginnen.

Alle eenden verzamelen!

Meneer De Pad

Hidden Bali Boutique Hotel

 Toad

Ik zat in mijn kantoortje wat peinzend voor me uit te staren. Wachtend op een lumineuze inval die er maar niet kwam waarschijnlijk.
Toen zag ik plots Meneer De Pad die me vanop de muur zat aan te kijken met zo’n houding van ‘Wordt er hier ook nog gewerkt of hoe zit dat?’
Ik voelde me onwillekeurig een beetje schuldig.
Meneer De Pad lijkt een beetje op Meneer de Uil vind ik.
Trouwens, waar bemoeit hij zich mee!
Wijsneus!

Hidden Gems auf Bali

Bloemen in de tuin

Klikken op een foto geeft een grotere versie
Climber (Nona makan siring) in Villa Sabandari, a star resort in Ubud, Bali Frangipani tree in Villa Sabandari, a star hotel for yoga training in Ubud, Bali
Flowers in one of the yoga hotels in Bali Hibiscus in Villa Sabandari, one of the newest hotels with yoga teacher training in Bali
Iris in Villa Sabandari, one of the newest hotels with yoga teacher training in Bali Orchid in Villa Sabandari, one of the newest hotels with yoga teacher training in Bali
Flowers in Villa Sabandari, one of the newest hotels with yoga teacher training in Bali Flowers in Villa Sabandari, one of the newest star hotels with yoga teacher training in Bali
Flosers in Villa Sabandari, one of the newest hotels with yoga teacher training in Bali Chanel #5 flowers in Villa Sabandari, one of the newest hotels with yoga teacher training in Bali

5 star Resort Hotels in Bali

De Javaanse ijsvogel

javanese kingfisher as spotted from a room in Villa Sabandari a luxury hotel with spa in the rice fields near Ubud, Bali

of ‘Halcyon cyanoventris’ werd door Tina gespot in het rijstveld waarop ze, vanuit haar kamer, uitkijkt. Veel ijs is er niet te vinden op Bali, daarom vind ik de Engelse benaming ‘Javanese Kingfisher’ iets duidelijker. Barry Wobbes beschrijft dit diertje in zijn blog met de, voor Vlamingen, wat misleidende titel Vogelen op Bali (1997) als volgt:

“ … Ook de spectaculaire 25 cm grote Javaanse ijsvogel (Halcyon cyanoventris) met rode snavel, hemelsblauwe staart en handpennen, paarse rug en roodbruine kop en borst kon nog een plekje vinden in de rijstvelden.”

Hotel Spa in Ubud, Bali

Een dooie mus

Op zondag gaat Willy naar de kerk. De dienst begint om 10 uur maar ze vertrekt gewoonlijk pas een paar minuten voor tien. Je kan de kerkgangers immers horen zingen tot bij ons thuis. Ver kan die kerk dan ook niet zijn.
Ik ging dan maar even naar de vorderingen kijken op de werf. Aan de overkant van de sawah, bij de familietempel, zag ik Cokorda Gde Oka, de pater familias. Hij hield een oogje in het zeil bij de verfraaiingswerken van zijn tempel. Zoals kan afgeleid worden uit zijn naam is het een man van adel. We hadden eerder al een praatje gemaakt dus ik ging hem even een goeiedag zeggen, ik had toch mijn wandelstok bij en het is maar een klein eindje. Het was wat bewolkt en niet echt warm dus ik dacht bij mezelf ‘… waarom maak ik geen wandelingetje door de rijstvelden tot de pijn opkomt, dan maak ik rechtsomkeer en heb ik toch wat beweging gehad.’
De rijstvelden liggen er nu mooi bij. Op sommige plaatsen pas omgeploegd en volgelopen met water. Door de iets hoger gelegen grasrandjes eromheen net reuzengrote spiegels die de hemel weerkaatsen. Op andere plaatsen is de jonge rijst net geplant en hebben de sawah’s allerlei nuances van groen, afhankelijk van de hoek waaronder je kijkt en de tijd die verstreken is sinds het planten. Het water klatert door de bevloeiingskanaaltjes. Verder alleen het zingen van de vogels en af en toe het gekletter van een windmolen die als vogelverschrikker dienst doet. Op sommige velden wordt zelfs nog geploegd. Dat gebeurt door loonwerkers met een gemotoriseerde handploeg, tot aan hun dijen in de modder. De eigenaar van het veld zit vaak op een afstandje toe te kijken. Ik nam dus de tijd voor een praatje hier en een selamat pagi (goeiemorgen) daar.

Vakantie in een Ubud rice field hotel op Bali

Na een kwartier op m’n gemakje wandelen realiseerde ik me dat ik geen pijn voelde. Dan maar verder lopen tot een volgend veld en daarna tot gindse palmboom. Het kwartier werd een halfuur, en dan een uur en nog was die pijn er niet. Mijn lijfspreuk indachtig (‘Alles wat te mooi is om waar te zijn is niet waar’), besloot ik de sawah over te steken en via een alternatieve route terug te keren. Na enig zoeken vond ik een bruggetje over de rivier. Aan de overkant leidde een stijl weggetje, hier en daar voorzien van ruw uitgehakte treden, naar boven. Daar opnieuw rijstvelden met zicht op huizen in lintbebouwing.
Een oude man met kokosnoten aan een stok op de schouder vertelde me welke kant ik uit moest om bij de jalan besar (grote weg) te komen. Kinderen die aan het vliegeren waren op het veld, gingen voor die rare witte man op de loop.
Ik kwam uiteindelijk uit op Jalan Andong, een aaneenschakeling van winkeltjes met houtsnijwerk, namaakzilver, schilderijtjes, stenen beelden en dergelijke.
Rice field view vlakbij het hotel in ubud bali tijdens de vakantie 2009

Iedereen prees zijn waar natuurlijk aan en met zachte dwang probeerden ze de vreemdeling de winkel in te praten. Met ‘Lupa dompet’ (portefeuille vergeten) maakte ik aan die pogingen abrupt een einde. Tweeëneenhalf uur later was ik terug thuis wat moe, maar zonder een centje pijn in de rug. Ik kon het nauwelijks geloven. Bij de deur kwam Nyoman naar me toe. Willy was om twaalf uur uit de kerk gekomen en had me niet thuis getroffen. Ze had geprobeerd me te bellen maar ik was mijn telefoon vergeten mee te nemen. Paniek in de rangen: oom was verdwenen! Ze stuurde Dewa erop uit om te gaan informeren of iemand me gezien had. Cokarda Gde Oka zei dat ik naar het noorden was gegaan. Willy en Dewa zetten de achtervolging in. Oom lag vast ergens in een ravijn of was weer door zijn benen gezakt en kon niet meer opstaan. Mensen op het land bevestigden dat een mannetje met een stok naar utara (noord) was gewandeld, maar dat was al een tijd geleden. Willy, die mijn sandalen al ettelijke malen heeft schoongemaakt vond het patroon van mijn zolen in de modderige paadjes tussen de rijstvelden en spoorde Dewa aan tot looppas.
Thuis aangekomen zag ik 5 gemiste oproepen van Willy en een SMS van Dewa.
Ik heb naar aanleiding van dit avontuur de volgende dwingende instructies gekregen:
- nooit meer gaan wandelen zonder mijn GSM;
- altijd mijn hoed opzetten;
- me insmeren voor ik de deur uit ga;
- bij voorkeur niet alleen gaan want stel dat er wat gebeurt;
- drinken meenemen.
Ik was zo opgetogen dat van een siësta niets in huis kwam.
Saar bleef er nuchter onder en raadde me aan te wachten met victorie kraaien tot de volgende dag. ‘Dan kom je vast je bed niet meer uit’, zei ze.
U zal denken: ‘Een paar uurtjes wandelen en hij is zo blij als een kind. Die kan je ook blij maken met een dooie mus!’
Wanneer je na jaren weer pijnvrij kan wandelen zonder de hulp van pijnstillers  dan is 2 en een half uur wandelen geen dooie mus.
Dan is dat een grote gebraden kerstkalkoen, inclusief groentenkrans en zelfgemaakte kroketjes. Neem dat maar van mij aan!

Trouwdag

Ik las dat 19 augustus 2009 wellicht de warmste dag zou worden van het jaar. Temperaturen boven 30°, tropisch.
19 augustus 1983 was ook zo’n warme dag. Schitterend weer. De avond ervoor had Saar mijn firmawagen, een Renault 20 GTD van onder tot boven en binnen en buiten schoongemaakt, leuk muziekje op de autoradio, de binnenverlichting aan want natuurlijk gebeurde dit alles niet op een christelijk uur, maar ergens diep in de nacht.
Ranault 20 GTD op blog van Villa Sabandari een boutique hotel in Ubud op Bali
Het was voor 1983 een mooie auto, comfortabel ook en met van die typische zachte fauteuils waarvoor de Franse wagens bekend waren in die tijd. Kortom, de ideale trouwauto voor een jong koppel met een lichte portemonnee. Jammer genoeg was op de ochtend van het huwelijk de accu leeg en moesten we naar gemeentehuis en kerk in een Opel Kadett die de sporen droeg van een lang en gelukkig leven.
Dit en nog zoveel andere momenten uit de afgelopen 26 jaar passeerden gisteren de revue tijdens ons candle light dinner in ‘Cascades’, het restaurant van de ‘Viceroy’ een luxe hotel dichtbij Ubud met individuele villas. We werden in stijl thuis afgehaald door een zwarte auto met een gouden ‘V’ op de flank, chauffeur in Balinese kledij. Na een ritje van 10 minuten zaten we in de open bar te aperitieven met een spectaculair uitzicht op rijstvelden en palmbomen.

Ubud Hotel,  Bali, Indonesia

Rice field en Palm Tree view vanuit de bar van het Cascades restaurant in Het Viceroy hotel, Ubud BaliHet degustatiemenu was decadent lekker en de aangepaste wijnen goed gekozen. Anthony, de zoon van de eigenaar en tevens manager van het hotel is natuurlijk niet voor niks een van mijn collegae in de wijnclub, elke tweede vrijdag van de maand.
Op 19 augustus 1983 stonden wij en onze gasten bij de smeulende resten van het restaurant waar onze bruiloft zou worden gevierd en dat de nacht ervoor volledig was afgebrand; 26 jaar later een tête-à-tête in de tropische nacht.
‘Het kan verkeren’ zei Bredero en dat was een wijs man.

Het papaja incident.

Saar en Willy keken al weken uit naar het moment waarop ze de grote papaja zouden kunnen plukken die daar parmantig hing te pronken. De boom staat op de grens tussen onze tuin en het rijstveld en helt over naar de kant van de sawah.

Vandaar het sterke vermoeden dat de vorige rijpe vrucht, die plots was verdwenen, gestolen was door mensen die het veld bewerkten, achter ons huis. De steel van de zwembadborstel lag toen, slordig weggegooid, in de beplanting, net alsof de dieven gestoord waren in hun werk en haastig de aftocht hadden moeten blazen.

Papaja in Villa Sabandari, een boutique hotel voor vakantie in Ubud Bali Willy waakte dan ook over deze papaja als een moederkloek over haar lievelingskuiken. Haast elke dag inspecteerde ze de rijpheid en besliste telkens weer nog een dagje te wachten voor de oogst. ‘Rijpen aan de boom is beter’, dixit Willy.
Dan stond ze plots in mijn bureau. De papaja was weg! Terwijl ze nota bene had zitten wieden op een meter of vijftien van de boom. Het moesten de mannen van de bouw geweest zijn volgens haar, dat kon niet anders.
Ik heb, vanuit mijn bureau zicht op de boom in kwestie. Hoe kon dat dan?
Zoals mijn landgenoot Hercule Poirot, de detective uit de boeken van Agatha Christie, probeerde ik het afgelopen uur te reconstrueren.
En ja, het was me inderdaad opgevallen dat er 4 of 5 jongens op het dak van onze nieuwbouw zaten toen ik voor een kleine boodschap mijn bureau verliet. Ze waren druk aan het praten en keken in de richting van Willy die onkruid aan het wieden was. ‘Zo zo, Willy heeft succes!’ had ik nog gedacht zonder er verder  bij stil te staan.
Terugblikkend moeten die gasten op wacht hebben gezeten tot ik weg was uit mijn bureau en Willy met haar rug naar de boom zat ,om hun kompaan, vanop de uitkijkpost het groen licht te geven. Die moet achter het zwembad verstopt hebben gezeten. Van daar tot de boom is een metertje of zeven.
Trip, trip trip, hak, trip, trip, trip en bingo, binnen is de buit !
Zo moet het gegaan zijn.

Bali boutique hotel vakantie in Ubud

Boze gezichten en geweeklaag was mijn deel voor de rest van de dag.
Ik werd gedwongen het papaja-incident bovenaan op het agenda te zetten voor de volgende werfvergadering met de architect en de aannemer. Op dat moment was het voorwerp van mijn klacht natuurlijk al lang in de magen van de daders verdwenen en was de misdaad niet meer te bewijzen.
Er hangen nog een aantal papaja’s in verschillende staten van rijpheid aan de boom.
De volgende moet en zal voor ons zijn, so help me God!

Onverwachte wending

Boutique hotel in de rijstvelden, tussen Ubud en Denpasar

Zicht op de rijstvelden vanuit Mandala Desa, een hotel tussen Denpasar en Ubud, BaliZelfs op het einde van het regenseizoen mag je nog flinke tropische buien verwachten. Tijdens ons verblijf in hotel ‘Mandala Desa’ werden we daar regelmatig mee geconfronteerd. Het valt dan echt met bakken uit de hemel maar de regendruppels voelen warm aan en het duurt, al bij al, niet zo gek lang. Na de bui ruikt het heerlijk, petrichor heet die geur, en is het een stukje koeler. We kregen de villa toegewezen helemaal op het einde van het terrein, met uitzicht op de rijstvelden. De eendenhoeder liet zijn diertjes ‘grazen’  in het braak liggend rijstveld waarop we uitkeken vanaf ons terras. De hoeder stuurt zijn troep door middel van signalen die hij geeft met een lange stok met vlaggetjes eraan. Tijdens de buien schuilt hij in een klein baleetje (kleine balé :-) in het midden van het rijstveld. De eenden snateren, spetteren en klepperen dat het een lieve lust is. De meeste onder hen zullen eindigen als ‘bebek betutu’ (geroosterde eend), een typisch Balinees gerecht. Ik heBebek Betutu, een typisch Balinees gerechtb het twee keer besteld in ‘The Dragonfly’, het restaurant van de eigenares van ‘Mandala Desa’ in Ubud. Het moet dus wel lekker zijn. Ik vond het een fantastisch hotelletje. Halfweg tussen de luchthaven, Denpasar, Sanur en dergelijke in het zuiden, en Ubud in het centrum van Bali. Op een half uur van, wat voor ons westerlingen, de beschaving is. Een zalige rust in ‘splendid isolation’ in één van de rustigste hostels van Bali. Die indruk had ik tenminste. Er werd natuurlijk flink gebrainstormd over de volgende stap(pen). De financiële analyse was alleszins niet inspirerend. Rijk zouden we er niet van worden, maar dat hadden we ook niet verwacht. Onze bedoeling was om rond te komen met wat de exploitatie zou opbrengen en genoeg over te houden om regelmatig eens terug te gaan naar België. Een ander minpunt was het gebrek aan privacy voor onszelf.  Er was geen stukje tuin dat afgeschermd was of kon worden voor privé gebruik bijvoorbeeld. We hadden daarom beslist te onderhandelen met de eigenaar over de verkoop van het perceel van 2000 m² dat normaal niet bij de verkoopprijs was inbegrepen. Het plan was om daar dan een privéhuis te bouwen. We sloegen dan twee vliegen in één klap: privacy voor onszelf en extra ruimte om te verhuren.
De real-estate agent zou later die middag komen om samen te onderhandelen met de eigenaar. Ik had al, op een aantal verschillende manieren, een prijs berekend die het stuk grond ons waard leek en was klaar voor de strijd.
Ik keek naar buiten en zag Saar op het terras zitten. Ze keek minutenlang voor zich uit en zag er niet goed uit. Ik vroeg haar wat er was, of ze ziek was of zo. Er kwam niet onmiddellijk antwoord . Na wat aandringen kwam het hoge woord eruit. “Ik zou hier niet gelukkig kunnen zijn,” zei ze “het is hier veel te stil en ver van alles. Als we dan geen gasten hebben zitten we hier zo alleen…” Dat was schrikken. De hele reis, alle plannen en ideeën in één klap doorgespoeld. Zo voelde het in eerste instantie aan tenminste. Achter dit soort grote beslissingen moet je met z’n tweeën staan, zonder een greintje twijfel anders wordt het niks. Dus het was niet moeilijk om het project af te voeren. We waren weer bij af.