Posts Tagged ‘travel’

Eat, Pray, Love

Opnames voor Eat, Pray, Love in Ubud, Bali met Julia Roberts
‘Pretty Woman’ Julia Roberts komt één dezer dagen aan in Bali!
De Balinese provinciale regering heeft bevestigd dat de nodige vergunningen werden verleend voor de verfilming van de bestseller ‘Eat, Pray, Love’, een boek van Elizabeth Gilbert tussen 16 oktober en 6 november.
Een groot gedeelte van de Balinese opnames zal gebeuren in ons stadje Ubud, onder andere op de traditionele markt en in Monkey Forest.
‘Eat, Pray, Love’ beschrijft een turbulente episode uit het leven van de schrijfster, die in een depressie raakt na haar scheiding en op zoek gaat naar zichzelf tijdens een reis die haar via Italië en India, in Indonesië brengt.
Het scenario is geschreven door Ryan Murphy, die de film ook zal regisseren. De productie gebeurt door ‘Plan B Entertainment’, de productiemaatschappij van Brad Pitt.
Naast Julie Roberts zullen sterren als Javier Bardem (No Country for Old Men), Richard Jenkins (The Visitor), Viola Davis (Doubt), Billy Crudup (Almost Famous), James Franco (Pineapple Express)en Luca Argentero (Lezioni di cioccolato) te zien zijn.
Een locaal productiehuis in Denpasar selecteerde een honderdtal locale acteurs gedurende een 2 dagen durende casting sessie.

Rustige vakantie hotels Ubud, Bali

De film moet eind 2010 wereldwijd worden gelanceerd.
Een goed verhaal, een prachtige cast en een paradijselijke locatie.
Het wordt zonder twijfel een kaskraker en een fantastische reclamespot voor Bali en voor Ubud in het bijzonder.
Als u mij nu wil excuseren.
Ik denk dat ik maar eens even quasi nonchalant door Ubud ga slenteren.
Misschien is Julia een beetje voor op schedule en heeft ze wat uitleg nodig over de locale geplogenheden, of is ze toch niet zo tevreden over haar hotel.
We zijn tenslotte op de wereld om elkaar te helpen nietwaar?

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Galungan en Kuningan

Galungan is het belangrijkste feest voor Balinese hindoes.
De schepper van het universum (Ida Sang Hyang Widhi) en de geesten van de voorouders worden in deze periode geëerd.
Het feest symboliseert de overwinning van het goede (Dharma) over het kwade (Adharma), en de Balinezen horen dankbaarheid te tonen aan de schepper en aan hun voorvaderen.
Galungan wordt één keer in de 210-dagen gevierd en markeert de tijd van het jaar waarin de geesten van de voorouders worden verondersteld een bezoek te brengen aan de aarde. Balinese hindoes voeren tijdens dit feest rituelen uit die bedoeld zijn om de geesten welkom te heten en hen te vermaken.
Families offeren voedsel en bloemen aan de voorouderlijke geesten, uiten dankbaarheid en smeken bescherming af.
Penjors can be seen all over Bali at GalunganOveral op het eiland vindt u bij de ingangspoort van de huizen lange bamboe stokken genaamd ‘penjor’ – meestal versierd met vruchten, kokosbladeren en bloemen. Bij elke poort, zult u ook kleine bamboe altaartjes aantreffen, speciaal gemaakt voor het feest. Er worden offertjes gebracht, verpakt in geweven palmbladeren.
De voorbereidingen voor Galungan beginnen enkele dagen voor de eigenlijke feestdag.
Drie dagen voor Galungan is er ‘Penyekeban’ en begint men met de  voorbereidingen. ‘Penyekeban’ is afgeleid van het Balinese woord ‘nyekeb’ wat ‘het rijpen (van fruit)’ betekent. Groene bananen worden in grote potten van gebakken klei gestopt die worden afgedekt om het rijpingsproces te versnellen.
Twee dagen voor Galungan  volgt ‘Penyajahan’, een tijd van introspectie voor Balinezen, en minder prozaïsch, een tijd om Balinese taarten te maken bekend als ‘jaja’. Deze gekleurde taarten gemaakt van gebakken rijstdeeg worden gebruikt als offergave maar net zo goed met veel plezier geconsumeerd door de gewone stervelingen.
De dag voor Galungan is ‘Penampahan’ of ‘slachtdag’. De offerdieren moeten er op die dag aan geloven. Galungan wordt dan ook gekenmerkt door het plotse overvloedige aanbod van traditionele Balinese gerechten zoals lawar (varkensvlees in een pittige kokossaus) en saté.

Ubud Bali Rice Fields Resort

Op Galungan dag zelf bidden de gelovigen in de tempels en brengen ze hun offers aan de geesten. U kan overal prachtig geklede vrouwen zien met hoge torens offergaven op het hoofd die sierlijk, vaak in ganzenpas, voorbij schrijden.
De dag na Galungan bezoekt men familie en vrienden.
De tiende dag na Galungan – ‘Kuningan’ – markeert het einde van de Galunganperiode, en wordt beschouwd als de dag waarop de geesten terug opstijgen naar de hemel. Op deze dag worden offertjes gebracht met gele rijst.

Tijdens Galungan wordt een ceremonie bekend als ‘Ngelawang’ uitgevoerd in de dorpen. ‘Ngelawang’ is een exorcismeceremonie uitgevoerd door een ‘Barong’ - een goddelijke beschermer in de vorm van een griezelig uitziende, mythische draak.

De Barong wordt uitgenodigd in de huizen op zijn rondgang door het dorp. Zijn aanwezigheid is bedoeld om het evenwicht te herstellen tussen goed en kwaad in een huis. De bewoners voor de dansende Barong en krijgen na afloop een stukje van diens vacht als souvenir.
Tijdens Galungan staat het openbare leven op een laag pitje omdat de Balinese werknemers naar hun respectievelijke dorpen gaan om daar het feest te vieren.
De Balinese kalender volgt een 210-daagse cyclus zodat Galungan tweemaal per jaar wordt gevierd, ongeveer elke zes maanden. Voor wie Galungan wil meemaken op Bali volgen hierna de data van de volgende feestperiodes:
  • 14-24 oktober 2009
  • 12-22 mei 2010
  • 8-10 december 2010
  • 6-16 juli 2011
  • 1-11 februari 2012
Villa Sabandari zal gewoon geopend zijn.
We bedenken wel een eigen manier om het evenwicht tussen goed en kwaad te herstellen.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Kuala Lumpur

Wil je als ‘orang asing’ (vreemdeling, buitenlander) in Indonesië wonen en werken, dan heb je een verblijfs- en een werkvergunning nodig. Omdat elk contact met de administratie een bron is van ergernis, onmacht en frustratie schakel je beter een firma in die het klappen van de zweep kent. Na vijf maanden en 3 verlengingen van ons oorspronkelijk visum, hadden we dan eindelijk ons ‘cable visum’ voor 1 jaar te pakken.
Om redenen die alleen gekend zijn door de regelgevers, moet je dan Indonesië verlaten en je aanbieden bij een Indonesische ambassade in het buitenland met je paspoort en een afdruk van dat visumtelegram. Waarom dat per se in het buitenland moet gebeuren is me een raadsel, zoals wel meer dingen in dit mooie land.
We hadden gekozen voor Kuala Lumpur, de hoofdstad van Maleisië, drie uurtjes vliegen met Malaysia Airlines.
Petronas Towers gezien vanuit het Maya Hotel in Kuala Lumpur
In het Maya Hotel werden we spontaan geupgradet naar een Deluxe suite op de 18de verdieping met uitzicht op de Petronas Twin Towers. Het zicht op de stad was, vooral ‘s avonds zonder meer spectaculair. Vanuit de skylounge op de 13de verdieping zie je dan ook nog een keer de KL tower en de koffie, thee en cake zijn er gratis voor gasten van het hotel.
Bij aankomst in de ambassade bleken we een bijkomend formulier te moeten invullen, dienden we fotokopies te laten maken van ons paspoort, geld te gaan wisselen om dan mooi op onze beurt wachten tot ons volgnummer werd omgeroepen. Tussen 16:00 en 17:00 mochten we dan terugkomen om ons paspoort met visum op te halen. Tijd om wat te gaan eten in de stad en Chinatown te bezoeken. Kuala Lumpur of KL zoals de locals het noemen, is een moderne en propere stad met erg druk autoverkeer. Veel minder bromfietsen dan op Bali en verkeersregels die worden gerespecteerd; het was weer even wennen.
In de hotellimo die ons afhaalde van de luchthaven, reden we voor het eerst in 5 maanden weer sneller dan 70km per uur. Op Bali kan je door de drukte en de staat van de wegen simpelweg niet harder rijden. In Maleisië gleden we plots tegen 140km per uur in een glimmende Merc over de snelweg. Zalig!
We zagen beelden van de tsunami bij Samoa en ik dacht de volgende ochtend dan ook dat mijn verbeelding op hol sloeg toen het leek of het hotel heen en weer wiebelde. Pas later hoorden we over de verwoestende aardbeving op Sumatra die aan meer dan 1000 mensen het leven heeft gekost. Het bleek geen verbeelding te zijn geweest. Natuurlijk wordt op de 18de verdieping het effect van het wiebelen versterkt en voel je de bewegingen van het gebouw sterker dan op de begane grond.
Het diner op het terras bij Nerovivo was memorabel. Geroosterd konijn met zongedroogde tomaatjes, olijfolie geparfumeerd met truffel en smeuïge polenta voor mij. Saar had ‘de lekkerste confit de canard die ze ooit heeft gegeten’. Een heerlijk glas Chianti erbij en een machtig chocoladedessert toe. Met dank aan Joost die ons het adres doorgaf.
Intussen zijn we terug in Ubud waar de werkzaamheden stilaan terug op kruissnelheid komen na 2 weken vakantie voor Idul Fitri, het suikerfeest bij het einde van de Ramadan.
De streefdatum van 1 oktober voor de beëindiging van de werken ligt intussen achter ons. Zonder te veel upacara’s, natuurrampen of andere hinderpalen stel ik me mentaal in op 1 december als nieuwe afwerkingsdatum.

Rustig vakantie hotel resort in Ubud, Bali

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Zwembadwetenschap.

Zwembad van Villa Sabandari, boutique hotel in Ubud, BaliEén van de onderwaterspots in het zwembad deed het al een tijdje niet. Het werd al gauw duidelijk dat het geen akkefietje zou zijn om die te vervangen.
Normaal is het dat wel. Je haalt dan de lamp, met fitting en al, uit de  zwembadwand. Het geheel zit aan een stuk kabel, zodat je het boven water kan halen. Daar vervang je de lamp en dan zet je de hele handel, onder water, opnieuw op zijn plaats.
Niet in dit geval.
Bij de aanleg van het zwembad was er blijkbaar één en ander fout gegaan en was het stuk kabel vastgegoten in het beton van de zwembadrand.
Dus niks akkefietje. Het waterpeil van het zwembad moest zo’n half metertje zakken, de zaak moest worden opengekapt, hersteld en opnieuw betegeld, pas dan kon er terug water worden bijgevuld.
Tijdens de inspectiewerkzaamheden bleek er dan ook nog een lek te zijn in de stabilisatietank in de pompkamer; ook dat moest worden opgelost.
Het werd nu meteen ook duidelijk waarom de waterdrukpomp bijna permanent had staan draaien. Jongens wat een herrie gaf dat!

Ubud villa with padi field view

Een zwembad waarvan de pomp niet draait en dus het filter niet werkt en dat bovendien niet wordt onderhouden zoals het hoort, verandert in een paar dagen in ‘sop kacang hijau’ of erwtensoep zo u wil.
Onze tuinman, Komang I had ons net verlaten en Komang II (die we Nyoman noemen) was nog niet in dienst.
Zodra de renovatieklus geklaard was moest ik op zoek naar de geheimen van een helder zwembad. Toegepaste scheikunde zo bleek na veel opzoekingswerk.
In onze bergruimte vond ik nog een restje zoutzuur (HCl), een paar zakjes chloorgranulaat en een poeder dat, na checken van de facturen ‘Soda Ash’ bleek te zijn.
Het is de kunst om eerst de pH van het water zo dicht mogelijk bij 7.2 te brengen. Dat is zuurtegraad van ons traanvocht, dus beslist een veilige waarde.
De schaal gaat van 0 (extreem zuur) tot 14 (extreem basisch). Eigenlijk wel logisch dat je dan ergens in het midden moet uitkomen.
Ik vroeg aan Made waar Komang I de testkit voor pH en chloor (Cl) bewaarde.
Ze hoorde het in Surabaya donderen. Nog nooit gehoord van zo’n testkit!
Ik zag Komang I nochtans regelmatig rond het zwembad lopen en er van alles inkieperen. De maandelijkse factuur voor zwembadproducten was dan ook niet mals.
Maar hoe wist die jongen dan wat en hoeveel hij in het water moest gooien? Het water was daarenboven altijd helder, dus schijnbaar deed hij het wel goed. Bij nader inzien deed hij het allesbehalve goed.
Ik verklaar me nader.
De pH van het water moet in de praktijk ergens tussen 7.0 en 7.6 liggen. Is de pH boven 7.6 dan is het water dus te basisch en kan je de pH laten zakken door een zuur bv. HCl toe te voegen. In het omgekeerde geval voeg je een base zoals bv. Soda Ash toe.
Chloor voeg je toe om het water te ontsmetten. Het werkt het best in water met een pH tussen 7.0 en 7.6
Ik vermoed dat Komang I de zaak helder hield door grote hoeveelheden chloor in het water te kappen en afwisselend zuur en base bijvoegde zonder goed te weten waarom. Daardoor zal de pH dan een jojobeweging gemaakt hebben tussen 7 en 8. Giswerk mijnentwege dat geef ik toe.
Het zal de jongen waarschijnlijk nooit correct uitgelegd zijn.
Dankzij Gijs Kerhoven, ex-zwembaddirecteur en autoriteit op dit gebied, ben ik er, proefondervindelijk, achtergekomen dat wij 0.2 liter HCl nodig hebben in ons zwembad om de pH 0.1 punten te laten dalen.
Er wordt voorlopig elke dag gemeten en de resultaten noteert Nyoman trouw in zijn zwembadschriftje.
Het chloorgebruik is verder drastisch verminderd door de installatie van een Koper/Zilver ionisator.
Volgens de leverancier van dat kleinood hebben we binnenkort 120 m³ drinkbaar water in het zwembad.
Goed voor gasten met huidproblemen én voor het milieu.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

De room historie.

We waren er eindelijk in geslaagd het bovenste deel van de gasoven te laten branden. Saar zou dan ook quiche maken voor het avondeten. Hoera!
Willy was iets minder enthousiast. Ze wist namelijk niet wat quiche was en wat ze niet kent wantrouwt ze. Nadat we haar hadden uitgelegd dat het een soort taart was met een hartige vulling draaide ze al wat bij.
Saar gaf aan Willy door wat ze allemaal nodig had zodat ze, samen met Made, op de brommer naar de Bintang supermarkt kon.
Groenten, gehakt en room moesten gekocht worden, de rest hadden we in huis.
Saar vroeg nog of Willy wist wat ‘room’ was. Ja, dat wist ze. Dat gebruikte je in taarten.
Quiche Lorraine in Villa Sabandari, Ubud Bali‘s Avonds tijdens het eten van de, tussen haakjes erg lekkere quiche, hoorde ik het verhaal over de Babylonische spraakverwarring.
Willy was van haar boodschappentocht teruggekomen met de groenten, het gehakt en een klein flesje rum.
Toen Saar vroeg wat de bedoeling was van die rum antwoordde ze dat tante toch rum had besteld voor in de taart.
‘Room!”, zei Saar ‘niet Rum!’.

Bali Villa in Ubud

Na enige verduidelijking en raadpleging van het engels-indonesisch woordenboek, had Willy gezegd ‘Oh, krim!’. ‘Waarom zei tante dan niet gelijk krim (= cream)!’
Ik zat me te verkneukelen bij dit alles,  en niet alleen om de spraakverwarring en de nog steeds verontwaardigde gezichten van beide partijen, stellig overtuigd van hun eigen gelijk.
Na het eten zei ik dan ook: ‘En nu tijd voor een kopje koffie met een lekker glaasje rum!’
Willy keek me een beetje zielig aan en zei toen ‘Tidak bisa (dat kan niet) oom.’
‘Hoezo, dat kan niet!?’ vroeg ik.
Bleek dat ze bij haar tweede shoppingronde het flesje rum van Saar had moeten omruilen voor een familiepak toiletpapier.
Saar keek me aan met een sardonisch lachje om de mond.
‘Je wil toch vermageren’, zei ze, ‘dan is rum heel slecht: veel suiker en veel alcohol. Het was voor je bestwil, geloof me’.
Ja potverdorie nog eens aan toe zeg!

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Saraswati

Sarasawati stone carving om Ubud villa hotel Bali
Ik reed gisteren met onze nieuwe medewerker, Dewa, naar de Toyota Garage in Blahbatuh. Onderweg was het ontzettend druk. Overal mensen in feestelijke klederdracht, zowel lopend als met hele families tegelijk op de bromfiets. Iedereen had wel een schaal of een gevlochten mand met offergaven bij zich.
“Druk vandaag” zei ik tegen Dewa, “iets speciaals aan de hand?”
Hij keek even opzij met de intussen vertrouwde gelaatsuitdrukking die, tegelijkertijd ongeloof, verbazing en een tikje medelijden uitdrukt.
Met de pretlichtjes nog in de ogen vertelde hij me dat het volgens de Balinese kalender, de ‘Pawukon’, de dag van de kennis was.

Ubud Hotel Villa

Die dag heet ‘Saraswati’ en er wordt gebeden tot de godin met dezelfde naam, de godin van de kennis. Ze wordt afgebeeld als een mooie vrouw (niet zo evident op de foto).
Kennis is namelijk een aantrekkelijk bezit. De vrouw heeft vier armen wat haar in mijn ogen toch iets minder aantrekkelijk maakt. Ik ben geen hindoe natuurlijk. Ze bespeelt een muziekinstrument want kennis is onderhoudend en hoe meer je ermee bezig bent, hoe meer het je gaat boeien.
In één van haar vrije handen houdt ze een meditatieketting, een soort paternoster voor de katholiek opgevoeden onder ons. Die symboliseert de eindeloze uitdaging van het leren. In hand nummer vier: een boek, de opslagplaats van alle kennis. Meestal wordt ook nog een zwaan en een lotusbloem afgebeeld.
Penjor bij Villa Sabandari, Ubud hotel, Bali
De dag voor Saraswati heet ‘Pangredanan’. Dan worden de boeken afgestoft en schoongemaakt. Op Sarasawati zelf offert men aan de boeken. De leerlingen op de scholen en de ambtenaren op hun kantoren. Iedereen draagt op die dag traditionele kledij in plaats van een uniform. Men wil herdenken dat het belangrijkste in het leven ‘kennis’ is. Eigenaardig genoeg mag er in de  namiddag niet gelezen worden, enkel ‘s avonds en dan nog bij voorkeur religieuze boeken.
De dag na Saraswati is ‘Banyu Pinaruh’ en wordt er een ritueel bad genomen in zee, meer of rivier. De gelovigen drinken heilzame dranken. De dag staat in het teken van de gezondheid.
Dan volgt ‘Soma Ribak’, de dag dat er wordt geofferd bij de plaats waar de rijst wordt bewaard. Men dankt voor spijs en drank.
Na Soma Ribak is het ‘Sabu Mas’, letterlijk betekent dat ‘gouden riem’. Er worden offers gebracht bij de kluis en het juwelenkistje en het belang van kleding en geld wordt herdacht.
Tot slot van deze zesdaagse is er ‘Pagerwesi’; pager is schutting, wesi is ijzer. De Balinezen omringen zich met een sterke fortificatie tegen de krachten van het kwaad. In de tempels wordt gebeden voor een evenwichtig universum met aandacht voor kennis, gezondheid, voedsel, kleding en geld.
De nog niet gecremeerde familieleden worden tevens herdacht op de kerkhoven waar ze tijdelijk zijn begraven in afwachting van hun crematie.
En dat alles herhaalt zich dus alle 210 dagen, een jaar volgens de Balinese kalender.
De festiviteiten worden in het noorden veel grootser aangepakt dan in het zuiden. De straten zijn er versierd met ‘penjors’, lange, gebogen en versierde bamboestokken.
Voor de noorderlingen ligt Ubud in het zuiden en voor de zuiderlingen zijn wij bergbewoners uit het noorden. Er wordt dus gevierd, maar niet uitbundig.
Op onze werf werken vooral Javanen en mensen uit Lombok en Flores. Aan hen zijn al die Balinese ceremonies niet besteed. Hier gaat het gehamer, geslijp en gezaag gewoon door.
Ik vraag me af wat ze gaan doen op de dag van de stilte want die staat zonder twijfel ook op de Balinese kalender.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Alweer Odalan.

Odalan in the Masceti temple, in the rice field near Villa Sabandari Ubud
Ik schreef al eerder over het Odalanfeest (de verjaardag) van de tempel bij ons in de straat.
Made, onze pembantu (huishoudster) wou ook graag haar offer gaan brengen in de tempel. Het is tenslotte vlakbij haar werkplek en ik vermoed dat het voor Balinezen dan zo hoort. Op de foto hiernaast ziet u Made uiterst rechts.
Saar drong erop aan dat we ook zouden meegaan als teken van onze wil tot integratie in de lokale gemeenschap. Ze had al met Made afgesproken dat ze wat traditionele kledij kon lenen van haar moeder. Na de omkleedsessie, geregisseerd door Made, zag Saar er bijna authentiek Balinees uit. In mijn  ogen dan.
Ready to go to the rice field temple in traditional attire. Picture taken in Villa Sabandari, UbudIkzelf draag ‘s avonds, na het douchen, ook al een tijdje een sarong. Lekker fris en makkelijk en ik ben daar al aardig aan gewend. De eerste dagen is  het natuurlijk een beetje raar. Je loopt als westerse man niet zonder een lichte gêne rond in een rok natuurlijk. Wanneer je geen Schot bent tenminste. Na een tijdje wordt het echter de normaalste zaak van de wereld. Dat alles in de beslotenheid van je eigen huis wel te verstaan.
Die gêne komt bliksemsnel terug bij het idee dat je, zo uitgedost, onder de mensen zal moeten komen. Het is natuurlijk een geruststelling dat die mensen allemaal een rokje aan hebben, maar toch.
En het stopte niet bij dat rokje, dat zou te gemakkelijk geweest zijn. Neen, ik moest over de eerste sarong nog een tweede, wat kortere versie. Die moest dan vastgemaakt worden met een soort sjaal en als klap op de vuurpijl moest ik een Balinees hoofddeksel op.
Ter verduidelijking: mijn sarong is in beige en roodbruine tinten, de tweede sarong (door Made meegebracht) was pistachegroen, de sjaal was felroze en het petje lilakleurig. En zo moet je dan de straat op! Modebewust ben ik niet echt. Of trap ik nu een open deur in ? Vermoedelijk wel, maar dat geeft niks. Ik wil niet beweren dat ik ‘s morgens erg veel tijd besteed aan het assorteren van mijn kledij. Maar zelfs ik besef dat het kleurenpalet van mijn  outfit van weinig goede smaak getuigde.

Ubud Rice Field Villa

In Villa Sabandari, rice field villa near Ubud, BaliHet was gelukkig al donker toen Made, haar vriend, Saar en ik op weg gingen naar de tempel.
Made met een gevlochten mand vol offertjes op het hoofd.
Bij de ingang van de tempel besprenkelde ze ons met water. Het bracht me een halve eeuw terug in de tijd, naar het wijwatervat dat vroeger aan de ingang van de (katholieke) kerken stond. Je hoorde je met het gezegende water te bekruisen vooraleer je de kerk inging.
Een compleet gamelanorkest zat duchtig van katoen te geven terwijl een priester, door een microfoon op een wel heel speciale manier een voorbede deed. ‘Speciaal’ voor mij dan. Even speciaal als het ‘Urbi et Orbi’ van de paus in Balinese oren zal klinken denk ik.
De offergaven werden tijdens een gebed gezegend en werden dan, tot mijn verbazing, gewoon terug mee naar huis genomen.
We zijn weeral een ervaring rijker.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Website

Ladies with offerings on their way to a temple in Ubud or Petulu
Eindelijk is er een (voorlopige) versie van de website online.
U vindt ons hier – http://www.sabandari.com -
Geef gerust opmerkingen, signaleer fouten of suggereer verbeteringen. Ik heb de afgelopen weken mezelf namelijk een stoomcursus Dreamweaver, Adobe Flash, WS-FTP, Sothink SWF Decompiler en PSP opgelegd zodat ik de website vanaf nu zelf kan beheren. Via de firma die het tot nu toe deed ging alles hallucinant traag en verliep de communicatie, eufemistisch uitgedrukt, niet vlekkeloos.
Het was een beetje zoeken naar foto’s die, ook na de verbouwingen, een correct beeld zullen geven van de realiteit.

Rice Field Villa Ubud

We werken nog steeds toe naar de deadline van 1 oktober 2009 hoewel dat moeilijk te geloven is wanneer je dag in dag uit in de herrie en het stof zit, en het lijkt of er weinig vorderingen worden geboekt.
Naast het lawaai van de bouw mochten we ons de afgelopen 3 dagen ook verheugen in de feestelijkheden rond de verjaardag van de Masceti tempel in de straat.
Brommers en auto’s overal, kraampjes met souvenirs en eetstalletjes, gezang en gamelan muziek en (te) luide aankondigingen door de microfoon die me sterk deden denken aan de blikken stemmen van de omroepers op een Belgische kermis. Een kruising tussen de Sinksenfoor en Scherpenheuvel op 1 mei, maar dan op een iets kleinere schaal natuurlijk.
Op de foto: dames in traditionele klederdracht, met offers op weg naar de tempel voor het Odalan (verjaardags)feest. De tempel is alle 210 dagen jarig. Ambiance verzekerd.
foto (c) Bimo Wiratnanto

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Jimbaran

Ffrom rice field villa in Ubud to the fish market in the south of Bali
Willy eet graag vis. Gelukkig maar want in Ambon stond er haast nooit vlees op het menu. Ze zorgde er voor haar broers die naar school gingen en stond dus ook in voor de aankopen en het koken van de maaltijden.
In de praktijk kwam dat erop neer dat ze naar de vismarkt ging en daar kocht wat goedkoop was. Samen met wat rice & vegetables was dat de dagelijkse hoofdmaaltijd.
Willy weet dus waarop je moet letten wanneer je verse vis koopt.
In Ubud is er wel een paar keer per week vis te koop in de Bintang supermarkt, maar die wordt op ijs aangevoerd uit het zuiden, en bij de versheid ervan kan je vragen stellen. Bovendien is de vis er duur.
Toen we voorstelden naar Jimbaran, in het zuiden van Bali te rijden en daar verse vis te gaan kopen op de vismarkt van Jimbaran, was Willy vanzelfsprekend erg opgetogen.
Dewa, onze vaste chauffeur vanaf 1 augustus, reed ons er naartoe.
Via een tijdrovende stop in Kuta (de stad van de bomaanslagen in Bali), op zoek naar gereedschappen allerhande in Ace’s Hardware store, kwamen we rond een uur of vier aan in Jimbaran.

 

Villa Sabandari: Design Resort in Ubud, Bali

 

De vismarkt is een overdekte verzameling stalletjes allerhande, waar de aangevoerde vis op houten schragen wordt tentoongesteld. Het is er vrij donker en de geuren die komen aangewaaid, nog voor je de markt zelf bent binnengegaan, laten er geen twijfel over bestaan dat je bij een vismarkt staat.
Fish Market Jimbaran. A lot of hotels and villas buy their fish here.Saar stelde voor om buiten te wachten met de coolbox. Wat attent van haar. Toch? Ik haalde een paar keer diep adem en volgde Willy en Dewa naar binnen.
Willy voelde zich onmiddellijk in haar natuurlijke habitat, dat kon je zo zien. Van stalletje naar stalletje flanerend, kieuwen optillend, naar de vissenoogjes kijkend en op de vissenbuikjes duwend, een professional aan het werk. Ze leek zich meer thuis te voelen dan in Villa Sabandari leek het wel.
We kregen ook nog wat goede raad van de man die onze ‘nasi bungkus’ had gemaakt (zie vorige bijdrage) en die we daar toevallig tegen het lijf liepen. Willy kocht eerst een kilootje ‘ikan momar’, een vis uit de makreelfamilie. De vis werd door de verkoopster vakkundig schoongemaakt. Aan een ander kraampje kochten we een grote ‘red snapper’ en een iets kleinere ‘white snapper’; vissen van rond de 1.5 kg per stuk. Ze werden voor ons in stukken gehakt en in plastic verpakt.
De vrouw bood dan nog een wat kleinere ‘red snapper’ aan.
Iedereen moest lachen toen ik zei: ‘…kalau gratis saya mau ambil’ (wanneer het gratis is dan wil ik hem wel meenemen). Toen de vrouw daar met radde tong iets op antwoordde dat ik niet verstond ,moesten de anderen nog harder lachen. Ik heb dan maar wat schaapachtig mee gegrinnikt en veiligheidshalve niet gevraagd wat ze dan wel gezegd had.
Na nog een halve kilo gamba’s was de coolbox bijna vol. Voor bovenop de vis werd extra ijs gekocht en de coolbox ging dicht. Mission accomplished. In het kader van onze studie van de toeristische attracties, moesten we natuurlijk vis eten op het strand van Jimbaran bij zonsondergang. Het is noodzakelijk dit zelf te hebben ervaren om later onze gasten hieromtrent met kennis van zaken te kunnen informeren. Dat is de officiële reden. Het was gewoon leuk met de voeten in het zand, bij valavond geroosterde vis te eten op het strand van Jimbaran en te kijken naar de bootjes in de verte en naar de lichtjes van de villas op de berghelling.

Boats seen from Jimabaran beach Bali.

zonsondergang bij Jimbaran

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Daar wordt aan de deur geklopt.

‘Ini siapa?’, ‘Wie is daar?’ riep Saar, midden van de nacht.
Na nog een laatste, kloppend geluid begon dan het ‘gekko, gekko, gekko,…’ en wist ze dat er helemaal niemand had aangeklopt.
Er zit een mannetjesgekko met last van zijn hormonen precies naast ons slaapkamerraam.
Wanneer hij van zich laat horen lijkt het of er helemaal geen raam is en hij ergens binnen op het plafond zit.
Zijn paringsroep begint met drie kloppende geluiden.
Flink luide geluiden bovendien. Of er iemand hard op een houten deur klopt.
Daarna roept hij een aantal keer zijn eigen naam.
Wanneer hij meer dan zeven keer roept brengt dat geluk schijnt het.
Gekkos zijn nachtelijke insecteneters en volstrekt ongevaarlijk.Voor alles wat er niet als een insect uitziet tenminste.
Overdag zitten ergens zeer rustig te wachten op de schemering.
Ze hebben de reputatie giftig te zijn, maar dat is dus niet zo.
Alle huizen en hotels op Bali hebben er.

Op Bali logeren bij Belgen in een Ubud hotel

De Gekkonidae bestaan uit een 65-tal hagedisachtigen die vooral in tropische streken voorkomen.Gekko in een hotel in Ubud Bali waar we logeren bij Belgen
Ze hebben zuignappen aan hun tenen en kunnen daarom, ondersteboven, op het plafond lopen.
Doordat ze de zuignapjes telkens moeten lostrekken, lijkt het net of ze met wiegende heupjes lopen.
‘Panta bengko’ voor de Ambonese lezers.
Grappig.
Saar heeft een hekel aan die aardige beestjes omdat ze wel eens wat durven laten vallen op een tafel of een stoel.
Dat is natuurlijk niet leuk maar hé, dit is wel Indonesië, dit zijn wel de tropen, en als tegenprestatie eten ze allerhande insecten waarover ‘Tante tché’ anders toch ook maar zou klagen.
‘You can’t have the cake and eat it.’
‘Tché’ is mijn vrije schrijfwijze voor de bijnaam die een vriendin voor Saar heeft bedacht.
Willy had aan tafel een keer opgemerkt dat: ‘… Tante always complains’.
Complain => ‘C’ => uitgesproken als ‘tché’ in Bahasa Indonesia.
Zo wordt een bijnaam geboren.
De echtgenoot van de vriendin merkte op dat zijn vrouw toch ook op tijd en stond flink kon klagen.
Waarop Willy de vriendin ‘Tante tché kwadrat’ en Saar ‘Tante tché kubik’ doopte.
Naast psychologe ook nog wiskundige.
Elke dag weer een verrassing.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+