Posts Tagged ‘Ubud’

Nu #1 van 54 B&Bs in Ubud!

Tripadvisor ranking for Villa Sabandari, Hotel di Bali | Hoteles Bali Indonesia | Luxe resorts in Ubud

Met dank aan degenen die een Review hebben geplaatst!

Klik hier voor de TripAdvisor pagina.

Villa Sabandari: Hotel di Bali Indonesia

Ik wil niet alleen doodgaan

‘… het is een Turk Sjaak, geloof me nou maar.’

‘ Dat kan best wezen Mop, maar daarom hoef toch nog niet zo luid te praten. Trouwens, er zijn een boel Turkse Nederlanders en die begrijpen heus wel wat je zegt.’

Deze Turk nipte nog een keer aan zijn Bintang en las, hoogst geïnteresseerd, verder zijn krantje.

‘… en toen ze dan zei dat Moppie helemaal scheef liep en de hele tijd voor de keukendeur lag te miauwen kreeg ik een krop in mijn keel Sjakie…’

‘Die kat is ook al oud meid. Hoe lang hebben we haar al wel niet? Jaartje of 10? Nou, doe dat maar maal zeven hoor.’

‘Dat is voor honden Sjaak, maal zeven. Afijn, ik zei dus tegen haar, ik zei: ‘Ga jij nou met haar naar de dokter meissie. Straks gaat ze nog in haar uppie dood terwijl wij hier gezellig op Bali in het zonnetje zitten.’ Ik mag er niet aan denken Sjaak, dat Moppie zo ellendig in haar eentje zou liggen te creperen. Dat is toch het ergste wat er is, alleen doodgaan?’

‘Dat is zo meid. Zal ik nog een Bintankje doen?’

‘Doe mij maar een zoet wit wijntje dan.’

Resort in Bali

Sjaak sommeerde een Balinees geklede kelner.

‘Have you also a sweet white wine Jan?’ vroeg hij.

Dat bleek niet zo te zijn dus werden het, na enig overleg, toch maar twee kleine Bintangs, het lokale Heineken.

‘Now, doewa bintangs kecil then Jan’ bestelde Sjaak.

‘Waarom noem je hem nou de hele tijd Jan. Ken je hem misschien van thuis in de kroeg?’ vroeg Mop, met een vleugje ironie in haar stem.

‘Nee, zo heet ie gewoon. Vond ik ook al een rare naam voor een Balinees maar iedereen noemt hem zo, hierzo.’

Ik moest toch even glimlachen achter mijn krantje. Sjaak had dat heel goed gehoord. Zijn collega’s noemen Wayan inderdaad Yan.

Ze nam een slokje bier en keek Sjaak een tijdje zwijgend aan.

‘Ik hoop maar dat ik als eerste ga Sjaak’, zei ze.

‘Waar naartoe meid?’ antwoordde Sjaak terwijl hij, zo onopvallend mogelijk, een schaars geklede toeriste nastaarde.

‘Dood, Sjakie, dood. dat ik als eerste doodga. ik wil niet alleen doodgaan. Dat jij als eerste zou komen te gaan. En ik zou alleen achterblijven en dan wegkwijnen in zo’n rusthuis, op zo’n klein kamertje… Ik mag er niet aan denken of ik ga janken Sjaak.’

Sjaak was weer heel snel bij de les.

‘Schei uit Mop! We zijn met vakantie, het zonnetje schijnt. Hou nou toch eens op met die rare praatjes.’

‘En als ik dan als eerste zou gaan, wat zou jij dan doen Sjakie?’

Sjaak besefte, ondanks zijn rijtje Bintangs, dat dit een gevaarlijke vraag was.

Na een bedachtzame slok antwoordde hij:

‘Ik zou hier op Bali een huisje kopen denk ik, en vaak terugdenken aan de mooie momenten die we hier hebben gehad’.

‘Ach Sjakie..’, fluisterde ze, en keek mijmerend uit over de rijstvelden.

Sjaak glimlachte en keek over haar schouder heen naar wiegende heupen in een wel erg klein uitgevallen bikinibroekje.

Bali Resort Villas

Budi’s Beeld

wooden statue of a barong mask in one of the best yoga retreats in Ubud, Bali

Het dossier van I Made Budiarta was na een eerste sollicitatiegesprek niet erg sterk.
Hij kwam wat onzeker over en had de laatste twee jaar enkel nog gewerkt in het atelier van zijn vader. Die maakt houten beeldjes voor de verkoop in het winkeltje van zijn vrouw.
Budi’s langste werkervaring was 3 jaar in de huishouding in de privé villa van een Japanse familie. Hij had zijn ontslag gegeven omdat hij geen vrij kreeg voor de crematie van zijn grootvader.
Hij had daarentegen wel een rijbewijs, sprak redelijk Engels en, naar eigen zeggen, beter Japans. Hij beweerde ook flexibel te zijn zowel voor wat jobinhoud, als voor wat werktijden betrof. Zijn salarisverwachtingen waren redelijk.

Best Bali Hotels

We hadden al twee Made’s in dienst op dat moment maar dat was volgens hem geen probleem. We moesten hem maar Budi noemen zei hij.
Op 30 januari 2010 kwam Budi in dienst voor een proefperiode van 2 maanden.

Gisteren begon hij om 13:00 maar stond om 10 voor één in mijn bureau met een houten beeld onder zijn arm.
‘Of hij dat op de kast in de open living mocht zetten?’, vroeg hij op zijn eigen, wat bedeesde manier.
‘Aha, mooi beeld!’ zei ik, ‘en dat wil je zeker verkopen?’.
Ik dacht intussen de Balinezen zo wel een beetje door te hebben.
Niet dus.
Neen, hij wilde het niet verkopen, alleen daar zetten. En of dat goed was.
‘Ja hoor, ga je gang’, antwoordde ik,  ‘heb je dat zelf gemaakt?’  Dat bleek zo te zijn en hij had ermee deelgenomen aan een wedstrijd voor houtbewerkers. Het beeld stelt een Barongmasker voor dat iemand in zijn hand heeft. Hij speelde als kind altijd met zo’n masker en dat gaf hem de inspiratie.
Later vroeg Saar nog eens, voor alle zekerheid, wat de bedoeling was.
Het was een cadeau voor Ibu (mevrouw, moeder) en Bapak (mijnheer, vader) zei hij.
Ik denk dat die jongen hier graag werkt.

Nota voor mezelf: ga niet te veel af op je eerste indruk maar durf ook iemand een kans te geven.

Yoga classes & training in Ubud

Een leuke verrassing!

Artikel in HLN: Vermeld ook Villa Sabandari, een rustig boutique charme hotel | zen Bali Ubud | Yoga vacation

Rustig Charme Hotel

We hadden dit weekend onverklaarbaar veel bezoekers op onze website. Niet dat ik daar rouwig om was maar mijn autistisch kantje protesteerde omdat ik niet begreep hoe dat dan wel kon komen. Na wat zoeken via Google Analytics werd het duidelijk dat het vooral bezoekers uit België waren. Niet duidelijk was het via welke weg die bezoekers dan wel op onze website terechtkwamen. De meesten vonden ons rechtstreeks of via een Google search naar “Sabandari.com”. Raar. Toen las ik een opmerking op Facebook van de zus van Rudy Kerremans, mijn buurman en de eigenaar van ‘Café des Artistes’ in Ubud. Er zou een lovend artikel over hem staan in een weekendbijlage bij ‘Het Laatste Nieuws’. Dat deed een hoopvol belletje rinkelen. Even buurman gebeld en ja hoor! Hij had al zijn charme ingezet en Villa Sabandari vermeld tijdens een interview over Bali met een journalist van HLN.

Zen Bali retreat, Ubud

Kom je naar Ubud? Zeker gaan eten bij ‘Café des Artistes’, beste steaks van Bali! Voilà.

Bedankt Rudy!

Yoga Vacation

Een wandeling

clip_image002Wandeling 03 – Vanuit Bunutan terug naar Ubud

Lengte: ongeveer 5 km
Duur: ongeveer 2 uur
Moeilijkheidsgraad : overwegend zeer makkelijk met in het begin een korte steile afdaling
Horeca: verschillende drank- en eetgelegenheden
Zon en schaduw: eerste deel schaduwrijk, tweede deel weinig schaduwrijk
Rij met een chauffeur van Villa Sabandari of met een bemo (standplaats hoek bij paleis/ Monkey Forrest Road. 5000 Rp.) naar Bunutan.

Laat je in Bunutan afzetten bij de zijweg (zie kaart punt 1) met wegwijzers naar Hotel The Payogan. The Payogan, hotel near Ubud, Bali

Wandel naar de tempel Pura Dalem op het einde van deze zijweg. Volg de weg die links naast de tempel loopt. Die buigt onmiddellijk naar rechts en 100 m verder naar links. Daarna neem je bij het eerste vrijstaand huis aan je rechterhand het smal pad dat langs de muur loopt. Volg dit pad dat honderd meter verder afdaalt naar de rivier, let op want het is een steil pad dat glibberig kan zijn.
Daal verder af naar de rivier. In een scherpe bocht naar rechts zie je op je linkerhand in de diepte de daken en het tempeltje van een privé eigendom. Het bospad blijft steil dalen. Bij de mandi- en wasplaats voor de lokale bevolking neem je rechts en volg je de rivier. Laundry in the river near Ubud, Bali
Loop 100 m over het betonnen muurtje of door de varens. De jonge scheuten van deze varens worden gebruikt in de traditionele Balinese schotel lawar.
Steek het eerste bruggetje (zie kaart punt 2) over en neem het licht stijgend pad dat evenwijdig loopt met de rivier. Na een haakse bocht naar links kom je 50 meter verder op een asfaltweg. Hier ga je linksaf. Blijf deze heuvelachtige weg ongeveer 800 meter volgen tot aan een tempel. Je passeert een winkeltje en een paar kunstateliers.
Bij de Pura Pucak Payogan (zie kaart punt 3) ga je rechtsaf.
De weg loopt hier naar beneden tot aan een stenen brug over een klein diep ravijn.

Villas in Ubud, Bali

Na de brug gaat de weg naar rechts en omhoog. Je loopt langs enkele winkeltjes die vooral schilderijen verkopen. Aan de linkerkant zie je de ingang van de luxe villa Prana Shanti. De weg met mooie panorama’s blijven volgen.
Voorbij een atelier van houtsnijwerk beginnen de sawah’s.

Rice field view from Villa Sabandari, one of the luxury holiday hotels in Ubud, Bali

De weg loopt iets omhoog tot aan een T-splitsing (zie kaart punt 4). Je slaat hier rechtsaf richting Sunset Hill. Langs de weg een aaneenschakeling van cafeetjes en kunstateliers. De ambachtelijke specialiteit hier is het beschilderen van eieren.
Bij een V-splitsing neem je rechts richting Sunset Hill. Wat verder kom je op een hoger gelegen plateau tussen de rijstvelden. In een eenvoudig restaurant met aan beide kanten een uitzicht over de sawah’s kan je iets drinken of eten. Een andere sjiekere rustgelegenheid is de Kokos Klub wat verder aan je rechterhand. Hier worden vaak exposities gehouden. Voorbij dit restaurant wordt de weg smaller. Je komt langs de Sunset Hill Spa en een privé domein waar de fotogenieke daken van tempeltjes boven de ommuring uitsteken.

Temple roofs near Villa Sabandari in Ubud, Bali

Rice field view close to Ubud, BaliVanaf hier daalt de weg naar een aangelegd wandelpad met vierkant plaveisel. De rest van de wandeling blijf je op een groene heuvelrug lopen tussen twee riviertjes met vooral alang-alang gras.
Dit zogenaamd woekerend onkruid gebruiken de Balinezen als dakbedekking. De afgesneden halmen worden in bundels te drogen gelegd. Ook Villa Sabandari heeft een paar traditionele daken van alang-alang gras.
alang-alang grass used as roof covering in BaliWaarschijnlijk ontmoet je op dit hooggelegen pad de blinde Ketut Kerta. Deze vriendelijke man, die langs de kant van de weg zit onder een zelfgemaakt afdak, spreekt een beetje Engels en probeert aan voorbijgangers jonge kokosnoot te verkopen. Hij hakt de vruchten doormidden zodat je ter plekke de kokosmelk kan drinken.
Na een korte afdaling kom je uit bij de Campuhanbrug, waar eeuwenoude bomen weer schaduw geven (zie kaart punt 5). Je kan vanaf het lagergelegen gedeelte van de brug de samenvloeiing zien van de Sungai Wos en de Sungai Cerik. De naam Campuhan betekent zoveel als Mix. Het resultaat van de vermenging van de twee rivieren geeft heilig water dat gebruikt wordt bij crematies. Soms komen mensen baden in de samenvloeiing, want het water zou ook genezend zijn. ‘Obat’ betekent geneesmiddel en het zou kunnen dat Ubud een verbastering is van dit woord.
Na een trap kom je uit in de hoofdstraat van Ubud. Om terug te keren naar het centrum ga je linksaf door de tunnel.

Witte rook

Sommige mensen zijn gek op auto’s of geven onredelijke bedragen uit aan schoenen. Ik ben op materieel vlak geen hebberig type maar kwaliteitsvol keukengerei maakt toch iets bezitterigs in mij wakker. Dus gisteren was het een hoogdag: de horecaspullen werden geleverd. Op het keukenblok stonden vier kartonnen dozen elk zo groot dat er een breedbeeldtelevisie in zou passen.
Maar in plaats van met hightechtoestellen zaten ze vol met potten en pannen, blinkende inoxen schalen en schaaltjes, een tiendelige professionele messenset, een klopper waarmee je in een keer genoeg mayonaise klopt voor een goeddraaiende frituur, ronde en vierkanten voedingsringen, een knalgroene slazwierder, een digitale weegschaal, een groene, een blauwe en een rode snijplank (respectievelijk voor groenten, vis en vlees), taartvormen, slakommen en een pastamachine. Het uitpakken bracht mij in een Sinterklaasstemming. Een beetje euforisch zelfs.
Agung en Budhi, de twee obers, chauffeurs en afwassers van dienst, verwijderden nauwgezet de hardnekkige stickers van dat schitterend keukengerei. Het onmisbare product Sticker Remover staat momenteel nummer één op de Villa Sabandarilijst van populaire schoonmaakmiddelen. Vier sticky labels op een aardappelmesje is geen uitzondering. Alle items werden daarna gesopt, gespoeld, gedroogd en door mij in de laden en kasten opgeborgen.
Gisteravond werd beslist wie vanaf 1 maart met al dat moois aan de slag kan. De kandidaatkoks hebben hun praktijktesten achter de rug. En wij achter de kiezen. Na de noodzakelijke financiële afspraken kringelde er rond vijf uur witte rook uit de keukenschouw.
Habemus Kokkies!
Villa Sabandari kiest voor een vrouwelijke chef en een mannelijke sous-chef.
Ni Nyoman Adriani : roepnaam Koming (want de tuinman heet al Nyoman) mag de plak zwaaien in de keuken. Koming komt uit de laagste kaste. Vrouwen en mannen op Bali hebben in die kaste dezelfde naam (in dit geval Nyoman) en je herkent het geslacht aan het eerste deel. Ni voor vrouwen en I voor mannen.
Koming wordt bijgestaan door een man uit de hoogste kaste : Ida Bagus Vajrayana : roepnaam Gusday (gewoon omdat iedereen hem Gusday noemt). Hij is de neef van de priester die vandaag de Upacara (de inhuldigingsceremonie van hotel en huis) zal leiden.
Gusday was ongerust of Koming wel met hem zou willen werken. Hij als brahmaan in een ondergeschikte positie bij een vrouw uit de laagste kaste is geen evidentie. Hij was zo onzeker dat hij vanmorgen om zes uur Dirk uit bed belde om te weten of hij de job had. Dirk kon hem geruststellen.
Op 1 maart mogen Koming en Gusday de hagelwitte keuken inwijden. In de laden en kasten zullen ze juweeltjes van attributen vinden. Ik ben een tikkeltje jaloers.

Bij de kleermaakster

Op 9 februari wordt Villa Sabandari officieel ingehuldigd met een Upacara.

Een min of meer verplichte hindoeceremonie. Wie op Bali een nieuw huis betrekt hoort een Upacara te doen, anders daag je de goden uit en stort je jezelf in het ongeluk. Wat geldt voor huizen, geldt natuurlijk ook voor hotels en resorts.

Naar een Upacara ga je niet zomaar netjes gekleed, neen de richtlijnen voor de outfits zijn zeer strikt. Vergelijk het met de kledingseisen voor een ‘romantic wedding’.  Voor de vrouwen bestaat de ceremoniële kledij uit drie stuks : een wikkelrok (sarong), een lang katoenen hemd (kebaya) en een sjaal die rond het middel wordt geknoopt (selendang).

Holiday in Luxury Hotels

Sarong, kebaya en selendang: de traditionele kledij voor een tempelbezoek op Bali. Foto in winkeltje vlakbij Ubud, Centraal Bali

Mijn garderobe bevat geen enkel van deze items dus trek ik met Saar, die ook in het nieuw gestoken moet worden, naar een kleermaakster. Uit de kleding die deze vrouw zelf draagt is af te leiden dat ze niet op het punt staat om naar een Upacara te vertrekken.

kledingwinkeltje in de buurt van Ubud, Bali

Na het kiezen van de sarongstof begint pas het lastige gedeelte. Welke stijl willen we voor de kebaya? Een ronde hals, een boothals of een v-hals? Korte, driekwart of lange mouwen? De kleermaakster haalt uit de stapels ingepakte kebaya’s ontelbare voorbeelden tevoorschijn. En daarnaast wijst ze behulpzaam op de aangeklede paspoppen met variërende halsuitsnitten, halflange en iets kortere mouwen, puntige of afgeronde panden… Ondertussen druk taterend in het Bahasa Indonesia. Mij begint het al te duizelen.

Ik opper een onschuldig voorstel waar ik een paar minuten later dik spijt van krijg: ‘Laat ons gewoon wat verschillende modelletjes passen.’ Op een paspop ziet elk kledingstuk er namelijk schitterend uit. Maar uit ervaring weet ik dat die indruk verandert wanneer ik het zelf aantrek.

Mijn eerste witte kebaya (een XL !) krijg ik niet over mijn bovenarmen. Vol vertrouwen denk ik dat het komt omdat ik bezweet ben. Saar past krap in dezelfde XL.

Helemaal onderaan uit een stapel van wel twintig ingepakte kebaya’s haalt de kleermaakster voor mij een XXL boven. Het plastiek zakje waarin het zwaarwichtige model zit ritselt onheilspellend. Ik glijd zonder probleem in de eerste mouw. Ook rond mijn schouders en rug voelt het katoenen hemd comfortabel. Maar de knoopjes vooraan, ter hoogte van mij westerse C-cup, krijg ik niet dicht. Daar ontbreekt een strook stof van ruw geschat om en nabij tien centimeter.

De kleermaakster had deze afgang waarschijnlijk zien aankomen en daarom geprobeerd om mij dit gezichtsverlies te besparen door de voorbeelden en de paspoppen te showen. Niets aan te doen, het onheil was geschied. Ze haalt zwijgend haar lintmeter boven; voor mij zal ze een XXXXL op maat moeten snijden. Ik zie ze extra aandacht besteden aan het noteren van mijn borstomtrek. Ze zet onder het getal een bescheiden streepje. Een uitroepteken bestaat waarschijnlijk niet in het Bahasa Indonesia.

Het kiezen van de slendang, de sjaal die je rond je middel knoopt, laat ik wijselijk aan Saar over. In uiterste nood kan ik zelf met de hand nog altijd twee exemplaren in de lengte aan elkaar naaien.

Bali Vacation Resorts

Het bovenstaande is, zoals blijkt uit de inhoud, van de hand van Tina. Ik hoefde niet mee op deze kledinguitstap en was daar erg blij om. Na het lezen van de post en ook (en vooral) na het bekijken van de foto’s, begin ik toch te twijfelen aan het feit of mijn sarong wel goed genoeg is voor de Upacara. Misschien toch maar eens mijn maten laten nemen door de kleermaakster? Zoals Tina al schreef moet je de Balinese goden niet uitdagen. En ik doe natuurlijk alles voor de goede zaak, dat spreekt voor zich.

Pura Taman Ayun

Willy is in Ambon gebeten door een hond voor ze naar Bali kwam. Ze had daar voor alle zekerheid een eerste injectie tegen hondsdolheid gekregen. De dader was namelijk onmiddellijk na zijn misdrijf afgemaakt en opgegeten zodat niet meer kon achterhaald worden of hij al dan niet besmet was met rabiës. Gisteren, voor ons verkennend uitstapje naar midden Bali, gingen we daarom langs bij de Puskesmas (Pusat Kesehatan Masyarakat), het medisch centrum, in Ubud. Willy kreeg er een vervolginjectie. Het duurde erg lang maar Willy maakte ons, middels wegwuifgebaren, duidelijk dat we niet mochten komen informeren. Later bleek dat te zijn uit voorzorg tegen het toepassen van ‘toeristenprijzen’. Mocht de verpleger hebben gezien dat Willy bij ons hoorde , dan zou de prijs ongetwijfeld een paar 100% gestegen zijn. De vreemdeling is loslopend wild waarop je vrijelijk alle pluimtechnieken mag toepassen.  ‘Ze logeren toch allemaal in van die dure luxe  hotels, dus dat kan geen probleem wezen’ zal wel de redenering zijn. Toen Esther en Saar tijdens het wachten even een doosje crackers wilden kopen, werd daarvoor Rp 8000 gevraagd. Esther zag op een gelijkaardig pakje een stickertje met Rp 7000 en antwoordde daarom assertief met ‘Tujuh ribu saja!’, waarop de verkoper onmiddellijk akkoord ging.

Logeren in Villa Sabandari, Ubud

Tempel in Mengwi, goed te bezoeken vanuit Villa Sabandari in Ubud.

We waren van plan er een nuttige dag van te maken. Een verkenningstocht voor een van de alternatieve trips die we onze toekomstige gasten willen aanbieden. Ik wilde zo veel mogelijk via landelijke weggetjes van Ubud naar Pacung ; het laatste stukje over de weg Denpasar-Bedugul, om dan de mooie rijstterrassen bij Jati Luwih te bezoeken. Net voorbij Petang was er op een eerder steile helling plots geen asfalt meer. Alleen diepe putten, keien, grind en rotsachtige grond. Dewa probeerde er nog door te komen maar de motor brulde en de wielen slipten door. Saar begon te roepen dat hij moest stoppen en ze stapte samen met Willy in paniek uit. Ik maande Dewa aan voorzichtig achteruit te rijden tot op het asfalt. We keerden terug naar het dichtstbijzijnde dorp en de GPS herberekende het traject. Pas later ontdekte ik dat het ding was ingesteld om de kortste weg te zoeken; niet de snelste. We bereikten de hoofdweg dan ook enkel na een tocht over enorm steile en smalle weggetjes, langs diepe ravijnen en ettelijke haarspeldbochten. Esther vertelde me dat Willy op een bepaald moment razendsnel haar geliefde gembersnoepjes uit hun plasticzak begon te schudden, vermoedelijk als laatste alternatief voor de reisziekte die ze voelde opkomen. Zodra we op de grote weg waren vroeg ze dan ook om een noodstop. We stopten voor lunch bij het Pacung Indah restaurant in Batu Riti zodat iedereen de kans kreeg om op zijn positieven te komen na onze ‘alternatieve route’. Ik kreeg natuurlijk de collectieve woede van mijn reisgezellen te verduren en beloofde dan ook plechtig dat we de rest van de dag enkel nog provinciale wegen zouden volgen. Geen rijstterrassen of warmwaterbronnen en geen Batu Karu tempel. In plaats daarvan reden we naar de Pura Taman Ayun in Mengwi, een mooie watertempel. Hadden we tenminste nog iets gezien.

Ribbetjes eten in Ubud, Bali wat een luxe!

Bij de vlindertuin van Wana Sari kwamen we om 10 voor vijf aan. Sluitingsuur: 5 uur. De vlinders blijken actief te zijn in de voormiddag.  Dit is Indonesie en ook de vlinders hebben recht op ‘jam karet’. Om vijf uur was er niks meer te zien. Dan kon er ook nog wel bij. Naar huis dan maar. De codewoorden villa+Ubud deden onze chauffeur Dewa breed glimlachen. Hij had er duidelijk ook genoeg van.  Nog even gestopt bij Naughty Nuri’s warung voor margarita’s en ribbetjes van de barbecue.
Thuis in Villa Sabandari: douchen om de rook van Nuri’s weg te spoelen en dan slapen. Het was me het dagje weer.

Melk drinken uit een kokosnoot

Ik had Komang gewezen op het onkruid in het gras, en daar deed hij dan ook wat aan. Gras is het eigenlijk niet. Het is een laagblijvende plant die snel groeit en een tapijt vormt. Het ziet er wel als een gazonnetje uit, vanop een afstand dan.
‘Elke dag een vierkante meter’, had ik hem gezegd. De volgende ochtend lag er, precies op de plek waar hij had zitten wieden, een kokosnoot van respectabele afmetingen. Was die naar beneden gekomen toen hij daar zat, dan zochten we nu koortsachtig naar een andere tuinman en waren er volgende week een heleboel ceremonies, gevolgd door een crematie.
Het zette ons wel aan het denken. Je hebt een rustig hotelletje ‘in the rice fields’ maar er staan wel killer trees in je tuin. Niet zo leuk.
Een van de jongens van de bouwonderneming kon in kokospalmen klimmen. Hij vroeg 5000 Rupiah per boom. Kokosnoten eruit halen plus de onderste en de dorre bladeren verwijderen. Een verjongingssnoei zeg maar. De kokosnoten mocht hij hebben, met uitzondering van een paar voor ons, voor Komang en voor Made. 5000 Rupiah is 36 eurocent tussen haakjes.
Hierna een videofilmpje ter illustratie.

The Dangers of the Rice Fields near Ubud…

Nog even de instructies herhalen voor een frustratieloze download:
druk op de startknop en, zodra de titel in beeld verschijnt, op de pauzeknop. Ga even naar de markt, bel met uw ouders en/of kinderen, doe waartoe de natuur u roept of lees Esther’s laatste blogpost (weer lachen!). Het downloaden kan nl. best een tijdje duren. Tijdens uw afwezigheid zal het vorderingsbalkje vollopen en zodra dat gebeurd is drukt u opnieuw op de startknop. Op die manier wordt het filmpje volledig geladen en kunt u zonder onderbreking kijken.

accommodation with rice fields view around Ubud Bali

Parasolletjes

Parasols in the house temple of a boutique hotel in the rice field near Ubud, Bali

De Balinezen beschouwen zichzelf als een gezegend volk, een uitverkoren volk. Religie is dan ook alomtegenwoordig op Bali. Tot in huis toe. Elk huis, elk resort en zelfs de boutique hotels hebben een tempeltje en op alle belangrijke plaatsen van huis en tuin worden dagelijks offertjes gebracht. Bij de toegangspoort, de slaapkamers, de keuken, de waterpomp, de paadjes door de tuin, bij het zwembad,…

Het Balinees geloof in de krachten van de onzichtbare wereld schrijft voor dat de offertjes worden gemaakt in een geest van dankbaarheid en liefdevolle aandacht voor het detail. Wij, ketters die we zijn,  kopen een voorraad van die offertjes, ook wel ‘canang sari’ genoemd, eenmaal per week bij een ambachtelijk producentje.

Ubud, Bali: Parasols in Rice Field

Made legt die offertjes niet zomaar achteloos ergens neer. O nee! Ze knielt eerst in stilte neer en ademt een tijdje rustig, in voorbereiding op het gebed. Vervolgens wast ze gezicht en handen in de rook van de wierookstokjes (dupa) die ze bij zich draagt. Dan bidt ze met lege handen een mantra, palmen naar boven. Daarna volgen sierlijke bewegingen (mudra) met een bloemblaadje tussen wijs- en middenvinger en daarna met bloemblaadjes in verschillende kleuren, om te bidden tot de drie gedaanten van God: Schepper, Behoeder en Vernietiger. Brahma, Vishnu en Shiva.

All rice field hotels in Ubud have a small house templeDe parasolletjes die traditiegetrouw ons huistempeltje flankeren, waren volledig versleten en zaten vol met mieren. Wat ik aan den lijve mocht ondervinden trouwens. Nog nooit zo snel bij een kraan geweest. Tijd voor nieuwe exemplaren dus, door Esther en Made gekocht en op de brommer naar huis gebracht.

Omdat wij buitenlanders zijn, moesten we de kleuren wit en geel (goud) gebruiken. Vraag me niet waarom. Alles heeft hier op Bali wel een diepere en vaak moeilijk te doorgronden betekenis. Fel oranje en fluorescent wit werd het. Met veel franjetjes en lintjes en kitscherige frutseltjes. Dat is wat Made mooi vond. Esther iets minder maar Made spreekt, vanzelfsprekend, beter Bahasa Indonesia.

Bij nader inzien zijn het toch wel weer leuke accenten in de zee van groen die ons omringt.

Small rice field designs