Posts Tagged ‘vakantie’

Bali traffic

Huur beter een auto met chauffeur

Het verkeer op Bali verloopt ongetwijfeld chaotisch. In Denpasar Centre weliswaar erger dan in Ubud. Zo chaotisch verloopt het, dat ik me afvraag of het wel verstandig is er, als niet Balinees, zelf te gaan rijden. Je hoort daarenboven allerhande cowboyverhalen over westerlingen die in een, al dan niet, uitgelokte aanrijding terechtkomen en door de politie, gesteund door talrijke getuigenverklaringen, als de veroorzaker van de aanrijding worden aangewezen. Ben je met vakantie op Bali, huur dan beter in het hotel een taxi met chauffeur of kies voor een Bluebird taxi wanneer je in het zuiden van Bali verblijft. In Ubud ligt het wat moelijker omdat daar geen taxi’s met meter beschikbaar zijn en je voor elke rit met de chauffeur een prijs moet afspreken. Het hotel kan daarin zeker bemiddelen of een betrouwbare chauffeur aanbevelen. 

Ga niet zelf rijden op Bali

Je houdt je hart vast als de bromfietsen je links en rechts inhalen, temeer omdat op zo’n bromfiets complete gezinnen zich verplaatsen. De pater familias aan het stuur, dat spreekt vanzelf. Zijn echtgenote is passagier.

Voor de bestuurder staat kind1 dat zich aan het stuur vasthoudt. Tussen vader en moeder in zit kind3, meestal een baby. Achter mama zit kind2. Vaak zijn zowel kind2 als kind3 aan de moeder vastgebonden met een sarong of een reep stof. Zit je in het midden dan krijg  je een gratis full body massage!  De filosofie hierachter was me eerst niet erg duidelijk.Nu ik mensen heb zien slapen op de meest onmogelijke plaatsen en in de meest onmogelijke houdingen, begrijp ik dat het vastbinden een anti-inslaap beveiliging is, eerder dan een veiligheidsgordel. Welk traject moeder,  verbonden met kind2+3 , aflegt  ingeval van een aanrijding is me ook niet duidelijk. Is de gecombineerde schade groter bij één projectiel met een grotere massa of bij 3 aparte projectielen? De praktijk heeft ongetwijfeld uitgewezen dat het vastbinden een toegevoegde waarde biedt. Er zijn natuurlijk allerhande variaties mogelijk op  het thema zoals mag blijken uit de foto hiernaast. Wat wel opvalt is het verschil in benadering van een verkeerssituatie door een Balinees en een Westerling. Een Balinese bromfietser, die net wat gegeten heeft bij een bakso-car (mobiel restaurantje), komt zonder uit te kijken de weg op, in de overtuiging dat de andere weggebruikers hem wel hebben gezien en hun snelheid aan hem zullen aanpassen. Niemand wordt agressief door dit soort weggedrag. Je hoort geen claxons, je ziet geen opgestoken middelvingers. Iedereen vindt dit normaal. Vaak dragen enkel de volwassenen een helm, de kinderen niet. Krijgen enkel de volwassenen een boete bij het niet-dragen van een helm? Vermoedelijk wel. Het heeft voor de Balinezen weinig te maken met veiligheid denk ik. Eerder met  de angst voor het boekje van pak polisi.

Kies Bluebird taxi’s; alleen niet in Ubud …

Een ander fenomeen in het straatbeeld zijn de krantenverkopers aan het stoplicht. Ze gaan de stilstaande auto’s langs en proberen, vooral aan buitenlanders hun krantje te slijten. Een taxichauffeur, die wist dat we uit België kwamen, gaf  ons ooit te raad op de vraag “Where are you from?” altijd in alle eerlijklheid te antwoorden: “from Belgium”. Ofwel wist die krantenverkoper dan niet waar België lag en liet hij je met rust, ofwel wist hij het wel en had hij geen Belgische krant. Liet hij je ook met rust. Groot was dan ook onze verbazing toen na ons routine antwoord: “…from Belgium” , de krantenverkoper niet tereurgesteld afdroop, maar na enig zoeken een exemplaar van ‘Le Soir’ en één van ‘Het Nieuwsblad’ tevoorschijn toverde. Alleen al daarvoor hadden we die twee kranten moeten kopen. We waren echter zo van onze à propos dat het licht op groen sprong en de taxi vertrok voor we konden reageren. Ik zweer bij deze dat, wanneer dit zich nog eens mocht voordoen, ik de twee kranten koop. En zonder tawarren (afdingen).         

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Lombok

Vanuit Ubud naar 1 vd Lombok life style hotels

Vanuit Bali naar Lombok vliegen.We brachten een blitzbezoek aan Lombok, het zustereiland van Bali. Een vluchtje van een halfuur tussen Denpasar en Mataram, het vliegveld van Lombok, vlakbij de stad Senggigi. Merpati zet op deze lijn een CN-235 in, een door Spanje en Indonesië samen ontwikkeld, militair transportvliegtuig.

Een aantal ervan is blijkbaar omgebouwd voor commercieel passagiersvervoer. Saar maakte zich al meteen zorgen over het feit dat er maar één van de twee schroeven draaide toen we instapten. “… en of die piloot dat wel wist?” vroeg ze. Toen er dan ook nog volop damp kwam uit de roosters in het plafond werd ze er niet rustiger op. Op geringe hoogte vliegen, in een relatief klein toestel (40 passagiers) staat natuurlijk garant voor een ‘bumpy flight’. De landing was ook vrij heftig dus “…vliegen we nooit meer in zo’n toestel!!” Enfin, we waren ‘veilig’ geland en de chauffeur van het hotel stond ons netjes op te wachten. Het contrast met Bali was meteen duidelijk. Veel minder verkeer en nauwelijks hindoesymbolen (Lombok is overwegend moslim). ‘Rice field views’ moet je hier ook al niet zoeken. Gelukkig hebben we er daar genoeg van in Ubud dus ‘zicht op zee’ mocht ook een keer voor de verandering. De weg langs de kust is uitstekend en elke baai is opnieuw decor voor een Bountyreclame. In het straatbeeld zie je auto’s, bromfietsen en karretjes, getrokken door kleine paardjes, broederlijk naast elkaar. Het ziet er authentieker uit dan Bali en lijkt toeristisch minder ontwikkeld.

Qunci Pool Villas, een van de top life style hotels op LombokHet hotel waar we logeerden is eigendom van de ‘Bluebird’-groep, dé taximaatschappij van Indonesië en ligt op een halfuurtje van de luchthaven, net voorbij Senggigi. ‘s Avonds kregen we het bezoek van familie die een vakantiehuis hebben in Senggigi en naar ons hotel kwamen voor een gezellig diner met het geluid van de golven op de achtergrond.

Joost, de architect, had ons uitgenodigd om één van zijn realisaties, ‘Qunci Pool Villas’, te komen bekijken, vooral met het oog op materiaalkeuze. Het is zonder twijfel een van de mooiste life style hotels op Lombok. (foto rechts: receptie Qunci Pool Villas)

rotsbad in het Qunci Pool hotelEr was de avond van ons bezoek een grote modeshow gepland en het was er een drukte van belang: diskjockeys, modellen, decorbouwers en bloemisten liepen er door elkaar. Joost leidde ons rond op het terrein van 8000m² met 24 villa’s, een spa en restaurant. Erg mooi allemaal. Een mix van moderne architectuur met lokale invloeden en materialen. Genoeg inspiratie voor ons eigen projectje.
(foto links: bad gehakt uit één rots)
Een frisse Bintang in het Bluebird Hotel op Lombok
badkamer in het hotel op LombokNa dit werkbezoek volgde een tegenvisite aan de familie in Senggigi. Er stond een lekkere rijsttafel voor ons klaar en na afloop homemade Irish Coffee. Tijdens de gesprekken bleek dat onze gastheer de zanger/gitarist is geweest van de Nederlandse groep Hydra die, ook in België, bekend was met hun hit ‘Als het gras twee kontjes hoog is‘ uit het midden van de jaren 70. Frens Drijfhout is nu horlogemaker en handelt ook in exclusieve, mechanische horloges. Op doktersbevel hielden we onze vochthuishouding op peil middels enkele frisse Bintangs. Gezondheid is immers het allerbelangrijkste. In dit warme klimaat kun je niet voorzichtig genoeg zijn.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Het leven zoals het is: Ubud

Het regenseizoen is aangebroken en we werden in de vroege ochtend gewekt door een bulderende donderslag en daarna een tropische stortbui. Gezellig slapen is dat en het geeft bovendien groene rijstvelden en mooie wolkenluchten.

zicht op de rijstvelden vanuit Villa Sabandari een boutique hotel in Ubud Bali

Voor de dagelijkse boodschappen in Peliatan ging Willy tot nu toe achterop bij Made of Komang die hun eigen bromfietsen gebruikten. Ook als we hen erop uitstuurden voor één of andere klusje in Ubud gebruikten ze hun eigen vervoer.
Gisteren kwam Mr Wayan de parasolovertrek brengen die ik, maanden geleden, via internet bij hem had besteld.

Bromfiets voor het hotel in Ubud Bali De verzending via de post was in het honderd gelopen en ik had hem gevraagd de overtrek bij te houden tot we in Ubud waren. Ik vertelde hem over ons transportprobleem en natuurlijk had hij een oom die bromfietsen verhuurde. Iedereen heeft hier wel een familielid die net dat wat je zoekt kan leveren. Enfin, vanmorgen werd er aangebeld en stond Wayan voor de deur met een automatische motorfiets en twee helmen. Huurprijs: 30.000 Rupiah of €2.30 per dag. Je vraagt je af hoe zowel Wayan als zijn ‘oom’ daar dan ook nog eens wat aan kunnen verdienen.

We zijn bestolen!

Er staan flink wat kokospalmen in onze tuin. Sommigen dragen jonge kokosnoten (Nederlands)  ofte kelapa muda (Bahasa Indonesia).
Van die jonge kokosnoten wordt eerst een kapje afgeslagen met een hakmes zodat je de klappermelk kan drinken.
Daarna wordt de kokosnoot verder opengemaakt en wordt het kapje omgetoverd tot een lepeltje waarmee je het jonge vruchtvlees uit de noot kan schrapen.
Saar had daar wel zin in en vroeg aan Komang of hij in de boom wilde klimmen om er een kokosnoot uit te halen.Bananenboom naast een boutique hotel in Bali (Ubud)

Komang bleek dat niet te kunnen wat hem op een meewarig lachje van Willy trakteerde. In Allang kunnen alle jongens dat namelijk. Komang dus naar de buren (huis van Rudy in aanbouw) om de hulp in te roepen van zijn vriend die daar tuinman is. Die bleek dat wel te kunnen. Kost: 10.000 Rupiah. Voor die prijs haalde hij dan wel al de noten uit de boom. Hoewel de vraagprijs €0.77 is en zo’n boom een metertje of tien hoog, vond Willy dat schandalig duur. Bovendien kan je kelapa muda maar één dag bewaren en hadden we geen zin om elk 5 kokosnoten te etenop weg naar de tempel met offergaven in Bali. De deal ging dus niet door.
Saar’s oog viel toen op de kleine bananenplantage die achter de muur is ontstaan, op het stuk grond waar we ons eigen huis gaan bouwen. Ze vroeg aan Komang of hij een tros rijpe bananen wilde gaan halen. Dat bleek onmogelijk. De rijpe trossen waren meegenomen door onbekenden, gestolen dus. Het zou gebeurd zijn voor wij in de villa aankwamen.
Potverdorie! En dan maar offertjes brengen en ceremonies bijwonen. Telkens ik vanaf nu een trotse Balinese zal zien lopen met een stapel offers op haar hoofd zal ik aan onze bananen moeten denken.
Potverdorie nog ‘s an toe zeg!

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Willy en Carrefour

zicht op het rijstveld vanuit Villa Sabandari, een boutique hotel in Ubud, BaliVandaag is Willy aangekomen in Bali. We haalden haar af in Denpasar Airport waarna het linea recta naar Carrefour ging. Er moest een basisvoorraad worden ingeslagen van zowat alles wat je je maar kan voorstellen. Op een bepaald moment liepen we alle drie met een gevulde kar rond. Voor Saar is dit waarschijnlijk een leuk uitstapje. Mij doe je echt geen plezier met dit soort dingen. En dan druk ik me zacht uit. Kortom een dag zonder veel geschiedenis.

hiernaast: man aan het werk in de sawah (het rijstveld) voor ons huis.

Ubud boutique hotel, rice field view

Bij aankomst in Ubud wilde ik me vrijgevig tonen door, bovenop de afgesproken 350.000 Rupiah voor 10 uur, een supplement te betalen van 30.000 omdat we wat later dan 19:00 thuis aankwamen en nog eens 10.000 omdat de chauffeur een aantal keer parkeergeld had moeten betalen. De beste man was echter helemaal niet blij met mijn voorstel en eiste 55 dollar. Toen ik voet bij stuk hield moest hij nodig iemand bellen terwijl ik intussen de brochure ging opsnorren aan de hand waarvan Saar had geboekt. Toen hij die brochure onder ogen kreeg was de zaak snel duidelijk. Het bleek de versie in Bahasa Indonesia voor Balinezen te zijn die Saar op de luchthaven had meegenomen. Voor toeristen bestaat er een Engelstalige versie met andere prijzen. $55 is namelijk 506.000 rupiah. Hij was zonder morren akkoord met de afgesproken prijs.                     

zicht op de Masceti tempel, naast Villa Sabandari, een klein boetiek hotelletje vlakbij Ubud op Bali.
tempel naast het huis

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Het begin van het einde?

Het beklimmen van de trap naar het huis van Njong Pai was moeilijk.
Vooral voor de ademhaling dan. En voor de zweetklieren.
Al bij al viel het voor de benen en de rug nog goed mee.
Het afdalen was andere koek en dat had ik niet verwacht.
Voor we het huis van Bu Minggus bereikten voelde ik een raar gevoel in mijn linkerbeen.
Of er geen kracht meer inzat.
De korte pauze tijdens het bezoekje aan de weduwe van Bu Minggus loste het probleem niet op.
Het werd alleen maar erger en ik moest me met m’n linkerhand vasthouden aan het muurtje, aan de zijkant van de trap.
In m’n rechterhand een wandelstok.
Ver voor mij zag ik Saar, Willy en nog een aantal mensen.
Niemand keek om.
Njong Pai bleef in mijn buurt en werd ongerust.
Ik ook.
Eindelijk beneden liet ik aan Saar weten dat ik een verlamd gevoel had in mijn linkerbeen.
Er was een auto besteld die ons terug zou brengen naar Latuhalat.
We stopten eerst bij het graf van Bu Minggus en daarna bij dat van Oma Tua.
De graven liggen vlak naast de weg.
Oma Tua’s graf ziet er onverzorgd uit.
Een opschietende bananenboom heeft zich door het dakje van gevlochten gras geboord dat boven het graf is gemaakt.
Het uit- en in de auto stappen kostte me veel moeite.
We namen afscheid van Njong Pai en reden door naar Ambon om daar wat te eten.
De chauffeur raadde restaurant ‘Barcelona’ aan.
Hij stopte aan de overkant van de straat.
Ik werd ondersteund om de straat over te steken. Door wie weet ik niet. Ik was teveel met mezelf bezig en met een krampachtige poging om met dat half verlamde linkerbeen het restaurant te halen.
Bij het opstappen van de stoep lag ik plots op de grond.
Mijn rechterbeen had het ook begeven en de helpers konden me niet tegenhouden.
Er werd gegild en gesleurd om me weer overeind te krijgen.
Dat lukte op één of andere manier en ik werd naar een stoel gesleept/gedragen, half strompelend.
Het was of iemand een schakelaar had overgehaald. Het ene moment stond ik nog, zei het niet erg stevig, en een tel later lag ik tegen de vlakte.
Het duurde even voor ik me realiseerde dat dit mogelijk de eerste stap geweest was in het aangekondigde verlammingsproces.
Een specialist van het Universitair Ziekenhuis in Gent heeft me in juni 2006 al laten weten dat de problemen met mijn ruggenwervels vroeg of laat kunnen/zullen leiden tot verlamming door het afknellen van het ruggenmerg tussen de lumbaalwervels L2 en L3.
“Zou dit het begin van het einde zijn?” vroeg ik aan Saar.
Ik hoopte op een relativerende opmerking maar ze keek me bedrukt aan en zei dat ze dit beangstigend vond.
We bestelden enkel te drinken en reden daarna door naar ons guesthouse in Latuhalat. Een boutique hotel kan je het met de beste wil van de wereld niet noemen.
Het was donker in de auto. Niemand heeft die paar tranen gezien.
Bij het uitstappen zakte ik weer in elkaar, ditmaal nog in de auto.
Het duurde maar even. Met behulp van een aantal sterke armen werd ik naar de kamer gebracht en op bed gelegd.
De anderen gingen eten in een hotel in Amahusu.
Ik bleef achter met mijn gedachten.
Misschien was ik alleen maar onvoorbereid en zonder conditie aan de afdaling begonnen en was het louter een spierprobleem? Vermoeidheid?
Met die gedachte raakte ik in slaap.
De volgende ochtend ging het lopen redelijk.
Een paar dagen later leek het of deze episode nooit had plaatsgehad.
Ik houd het op vermoeidheid; daar valt mee te leven.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Gestrand in Ujung Pandang

Bali rice field hotel? Don’t think so.

Willy was om 6 uur stiekem vertrokken naar Ambon.
Haar broer Bert, die ook in Latuhulat had overnacht, deed vaag over het waarom van haar vertrek.
Saar vermoedde dat ze was gaan koken en zou terugkomen met een lunch.
Dat was inderdaad zo.
Na het afrekenen vertrokken we naar de luchthaven met de auto van Bu Jonkie, een Toyota Avanza.
Njong Pai belde op tijdens de rit om te laten weten dat hij er niet zou zijn om ons uit te zwaaien omdat het regende in Allang.
In Ambon Pattimura Airport hadden we nog tijd voor een snelle lunch (nasi goreng, spiegelei, komkommer en kroepoek).
Willy leende ongegeneerd alle bestek en borden bij de coffeeshop waar we ons hadden geïnstalleerd.
Om de kerk toch enigszins in het midden te houden bestelden we dan maar 4-maal thee.
Bij het afscheid zei Willy “Oom, don’t be angry”. De Engelse vertaling van “Jangan mara”, wat ze hier altijd zeggen als je op reis vertrekt. Waarom ze dat zeggen weet ik niet; bij een volgende gelegenheid zal ik dat eens checken.
In de vertrekhal was de omroeper haast niet te horen en we moesten zelf informeren bij medereizigers of we wel goed zaten. Met een vertraging van meer dan een half uur vertrok het Lion Air vliegtuig uit Ambon naar Ujung Pandang waar we dan ook met vertraging toekwamen. De koffer moest afgehaald worden en we dienden opnieuw in the checken bij Garuda voor de vlucht naar Denpasar, Bali.
We kwamen aan de counter van Garuda om 17:12 terwijl de vlucht gepland stond voor 17:30
Het meisje achter de balie bekeek onze tickets en zei, wat twijfelend, dat de Gate gesloten was.
Ik legde uit dat we met vertraging uit Ambon waren gekomen met een Lion Air toestel en dat we beslist nog meekonden als ze een beetje op wilde schieten. Een ander kreng kwam zich met de zaak bemoeien. Ik voelde onmiddellijk dat ze bezig waren tijd te rekken om de zaak op die manier naar de bliksem te helpen.
Geen enkel argument hielp en we werden doorverwezen naar het bureau van Garuda.
Na de hele zaak nog een keer te hebben uitgelegd liet de verantwoordelijke weten dat dit niet de zaak van Garuda was, maar van Lion Air.
Wij, stilaan op kookpunt, naar het bureau van Lion Air.
Daar kregen we allerhande, halfzachte argumenten te horen:

- het reisbureau was verantwoordelijk want ze hadden maar een uur voorzien tussen de twee vluchten
- wij hadden zelf het cabinepersoneel moeten verwittigen zodat die tijdens de vlucht Garuda had kunnen bellen
- één van ons twee had alvast moeten inchecken zonder de bagage
- er worden geen passagiers omgeroepen ingeval de bagage niet is ingecheckt
- er is geen link tussen de computers van Lion Air en Garuda

Na veel aandringen kregen we iemand van de staff te spreken die met de directie de zaak ging bekijken.
Resultaat: nul komma nul. Geen enkele compensatie.
Bij Garuda boekten ze ons op de vlucht naar Bali van de volgende dag om 16:45. Dit echter niet zonder een toeslag aan te rekenen van 420.000 Rupiah omdat er alleen nog plaats was in een hogere klasse. Ze boekten wel voor ons een hotelkamer en zorgden dat we werden afgehaald op de luchthaven.
Moe en nog boos kwamen aan in het Transithotel, ongeveer 10 minuten van de luchthaven.
Kost van een VIP-room: 160.000 Rupiah, inclusief ontbijt en airporttransfer. €12,30 dat viel dus mee! Het was echter geen boutique guest house zoals je er in Ubud een heleboel hebt.
De VIP room viel inderdaad iets minder mee… Het rook er muf, de lakens en de kussenslopen waren vies, er was geen raam dus een ‘rice field view’ konden we ook op onze buik schrijven. De WC spoelde niet door, geen toiletpapier en geen warm water.
Ik troostte mezelf met de gedachte aan een frisse pint, wat eten en vroeg slapen.
Saar bestelde miesoep en water. Ik nog maar eens nasi goreng en een Bintang besar (grote fles lokaal bier).
Er werd een mannetje op uit gestuurd om het bier te gaan kopen want dat hadden ze niet in het hotel.
Die kwam na een kwartier terug met de melding dat er geen bier te koop was door de Ramadan en dat het hier een moslimland was.
Mijn stemming, die al niet bijster goed was, zakte nog een aantal punten.
Ik zei “Ik ben hier wel de gast hoor en ik ben geen moslim. Ontvangen jullie op deze manier jullie gasten?”
De beste man putte zich uit in verontschuldigingen, gaf het geld terug en verdween.
Appelsap dan maar. Potverdorie nog eens aan toe zeg!
Nu ja, slapen zou wel soelaas brengen.
In de andere kamers werd TV gekeken met de deur open zodat je gratis kon meegenieten van de gillende stemmetjes van de stripfiguren en de gevarieerde vibraties van uit allerlei lichaamsopeningen ontsnappende gassen.
Saar bleef zo lang mogelijk in de lobby, of wat daarvoor moest doorgaan, om te kunnen roken en omdat ze de geur in de kamer niet kon uitstaan.
Om een uur of 6 werd ik wakker door een vrouw die, het leek wel vlak naast mijn oor, riep “Joop! Joop! bangung! harus pulang” (Joop, Joop, opstaan, we moeten naar huis).
Ik draaide me boos om en probeerde opnieuw te slapen. Je kon immers ontbijten tot 9 uur.
Even later: luid geklop op de deur. Na wat geschreeuw van onze kant hield het op maar ging door op de andere deuren in de gang.
We waren serieus in de aap gelogeerd in dat f**king Transit Hotel!
Omdat ik toch niet meer kon slapen besloot ik dan maar op te staan en te ‘douchen”. Dat wil zeggen, koud water in een plastic emmer laten lopen en met een schepje over je heen gooien.
In was daar net mee bezig toen er weer op de deur werd geklopt.
Ik dacht “En nu is het ù$§:-( genoeg geweest!!” en trok de deur open, resten tandpasta rond mijn mond en op de borst en gekleed zoals men meestal is bij het douchen.
Eén van de hotelbedienden stond voor de deur met een dienblad waarop: twee koppen thee en 4 broodjes, verpakt in plastic: ons ontbijt.
Toen de man mij zag begon het dienblad synchroon met mij te beven. Het zal wel niet van woede geweest zijn.
Saar riep kwaad in het Maleis “we eten straks beneden!”.
Naar de grond kijkend droop de arme man af.
Het waren vriendelijke mensen die hun best deden jammer genoeg “Wrong place and time”.
We ontvluchtten het hotel rond negen uur en reden naar de luchthaven waar we om 9:15 toekwamen.
Een telefoontje naar het reisbureau in Bali leerde dat we niets konden claimen en geen klacht konden indienen.
Dit is Indonesia.
Onze vlucht is om 16:45, nog maar zeven uurtjes wachten.

Vlucht Ambon Bali, Ryan Air?

“We make people fly”!!!???
“We make people cry” zou toepasselijker zijn in hun geval.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Allang

Geen droom hotel maar een huisje op de berg

busje van het hotel In Latuhalat naar Ambon terminalAllang is het geboortedorp van de ouders van Saar en er wonen nog flink wat dichte en minder dichte verwanten.
Je wordt al snel ‘oom’ genoemd door wildvreemde mensen. Daarom is het allemaal soms wat verwarrend.
Willy Sipahelut, een achternicht van Saar, kwam ons afhalen in Latuhalat zodat we niet zelf moesten zoeken welke bemo (een klein busje) we best namen. Het werd een groene bemo met nummer 18 tot Ambon Terminal en dan een wat groter, erg lawaaierig busje tot in Allang. Kost van dit transport: verwaarloosbaar, terwijl het toch circa honderd kilometer is.
Het is echter het vervoer van de lokale bevolking en die kunnen zich geen duur transport veroorloven.
Je moet er dan wel de ‘couleur local’ bijnemen. Harde banken, propvol mensen, veel motorlawaai en uitlaatgassen, afgeleefde vering, traditionele airco (= alle

van het hotel naar Ambon
raampjes open), onderweg stoppen om vis te kopen, claxoneren voor alles wat op de weg loopt, afremmen voor spelende kinderen, honden, hanen, runderen enz., diepe putten in de weg, in eerste versnelling een berg op ratelen tegen 15km/uur, medepassagiers die gewoon buiten de auto aan het bagagerek hangen, of het de gewoonste zaak van de wereld is, en zo verder.
In Allang aangekomen wachtte een andere beproeving: de berg op klimmen tot het huis van Njong Pai, Saar’s neef en de vader van Willy.
Het eerste gedeelte bestaat uit een brede trap met hoge treden. Die trap wordt smaller en smaller en de laatste honderd meter is er geen trap meer, maar stap je van steen tot steen naar boven.  Je loopt hier niet in het rice field maar tussen de bomen en struiken.
Gelukkig had ik uit het hotel een paraplu meegenomen als steun bij het klimmen.
Saar besloot beneden aan de trap nog een sigaretje te roken zodat ik de kans kreeg een voorsprong op te bouwen.
Het zou een schande geweest zijn na de twee vrouwen boven aan te komen.
Na een dertigtal treden liep het zweet me al van de rug en zuchtte en pufte ik als een oververhitte stoomlocomotief.
Iedereen groet je dan ook nog eens vriendelijk en bekijkt je aandachtig. Je bent tenslotte wit en die kleur zie je niet zo vaak in Allang.
Na ongeveer een derde van de klim knoopten twee mannen een gesprek aan, wat me de gelegenheid gaf om, zonder al teveel gezichtsverlies,een pauze in te lassen.
Nauwelijks was ik terug vertrokken, nu op smalle trapjes tussen de huizen, of een vrouw riep, ergens achter mij “Bapak mau ke mana?” wat zoveel betekent als “Waar wil meneer naartoe?” Ze hing half uit het raam, gekleed in een nachtjapon. Of daar leek het toch op.
Hier geen droom villas zoals in Ubud of in het zuiden van Bali, maar eenvoudige huizen met golfplaten daken.
Mijn beperkte kennis van het Maleis was gelukkig groot genoeg om haar te begrijpen en ik antwoordde dat ik naar Saar’s neef op weg was: “Saya mau ke Njong Pai Sipahelut”. Ze riep iets wat ik niet begreep en kwam iets later achter me aan gehold.
Het bleek een vrouw van in de zeventig, graatmager, in een soort nachtkleed en met nog bijzonder weinig tanden in de mond. Ze begon me uitgebreid van alles te vertellen waarvan ik het meeste niet verstond. Behalve dan “pelan, pelan!” wat “traag, traag” betekent.
Hoewel ze waarschijnlijk zo traag klom als ze kon, liep ze zo van me weg. Na een aantal keer op me te hebben gewacht hield ze het voor bekeken en snelde me vooruit. Later bleek dat ze naar het huis van Njong Pai was gelopen om mijn komst aan te kondigen.
Ze had daar drieduizend (sic) keer moeten roepen voor er iemand kwam.
Bijna boven kwamen de tante en Njong Pai me tegemoet. Ik was op dat moment meer dood dan levend, volledig doorweekt en vermoeider dan ik de laatste jaren ben geweest. Bij nader inzien was dat niet zo verwonderlijk gezien ik door mijn rugproblemen de laatste tijd vooral zittend heb doorgebracht, met als gevolg een conditie beneden alle peil en een kilootje of vijftien overgewicht.
Ik was net terug op adem gekomen toen Saar en Willy het laatste klimmetje aanvatten.
Kon ik toch mooi, met een rustige ademhaling vragen: “Waar bleven jullie nou eigenlijk?”
We moesten onze natte kleren uittrekken, mandiën (met behulp van een kommetje warm water uit een teiltje over je heen gieten tot je weer lekker schoon bent), en dan een sarong aantrekken.
Het was intussen al vrij laat op de middag en we zagen het echt niet zitten om nog terug te reizen naar Latuhalat.
Er werd een tandenborstel gekocht, wat extra rijst gekookt en we bleven gewoon slapen in het huisje ‘on top of the world’.

Geen veranda van een boutiqe hotel maar van een huisje op de heuvels net buiten AllangEen van Amma's droom villas ;-)

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Naar Ambon

Geen ‘Rice Field Boutique Hotel’ meer zoals op Bali …

Inchecken voor de vlucht van Bali naar Ambon

Opstaan om zes uur, uitchecken uit Puri Santrian, taxi om zeven uur en rond kwart voor acht waren we in de luchthaven van Bali.
We vlogen eerst met Garuda, de nationale luchtvaartmaatschappij van Indonesia, naar Ujung Pandang, dat nu officieel Makassar heet. Niemand schijnt echter die naam te gebruiken.
Een Boeing 737, netjes, een klein ontbijtje en een rustige vlucht. Omdat we van airline veranderden voor de aansluitende vlucht naar Ambon moesten we de bagage opnieuw inchecken in Ujung Pandang.
De maatschappij heette ‘Lion Air’. “Vast een zusterfirma van ‘Ryan Air’ met een Chinese eigenaar” grapte ik tegen Saar.
Had ik beter niet gedaan.
vlucht van Bali naar Ujung PandangDe passagiers voor andere vluchten werden keurig geïnformeerd dat “… passengers for flight GA752 with destination Manado are requested to board at Gate number 15″ of iets dergelijks.
Bij Gate 14, onze Gate, begon een man in uniform rond boarding-time gewoon keihard te roepen “AMBON!!!, AMBON!!” en iedereen stoof naar de deur.

We voelden aan dat het bij ‘Lion Air’ iets anders zou toegaan dan bij Garuda.
Het opschrift op de de stoelen scheen mijn eerder vermoeden in verband met de eigenaar van de luchtvaartmaatschappij te bevestigen.
Onwillekeurig kwam ook een opgestoken middelvinger in gedachten.
Toen Saar dan ook nog voor haar drankje moest betalen, wisten we zeker dat we op een low-budget carrier zaten.
Ze weigerde halsstarrig naar het toilet te gaan omdat er “wel een WC-madame zou zitten!”, zei ze.
De stoelen en de veiligheidsgordels hadden ook betere tijden gekend.
In de Indonesische versie van “Life vest under your seat” was een lijntje toegevoegd dat een boete vaststelde van 10 miljoen Rupiah voor het ontvreemden van de zwemvest.
Wie steelt er in godsnaam een zwemvest?
Gebeden voor een voorspoedige reis op de vlucht van Bali naar AmbonIn plaats van een k*tszakje vond ik dan ook nog een foldertje met schietgebeden voor een veilige landing in Islam-, Protestantse-, Katholieke-, Hindoe-, en Boedhistische versie.
Ondanks al deze slechte voortekenen landden we zonder problemen op ‘Pattimura’, de luchthaven van Ambon.
Onze koffer was zelfs mee en we werden aangesproken door een man die vroeg of we Saartje en Dirk waren.
Het bleek de chauffeur die geregeld was door het ‘Maluku Divers Resort’. Dit keer geen hotel in het rijstveld zoals in Ubud of een boutique accommodation zoals in Sanur, maar een eerder eenvoudig hotelletje met zicht op zee.
Hij bood aan met onze paspoorten naar de politie te gaan maar kwam na een paar minuten terug met de melding dat de politie naar huis was.
Geen controle dus. Wij zijn illegalen in de Propinsi Malukun Selatan.
Ruïne vlakbij ons hotel in LatuhalatIn geen tijd zaten we in zijn airconditioned auto en reden richting Latuhalat, een ritje van 65 kilometer rond de baai van Ambon, dat een uur zou duren.
Ambon scheen ons erg veranderd sinds ons vorige bezoek in 1996. Veel meer bromfietsen en becaks en nog hectischer verkeer.
Nog veel uitgebrande en verlaten huizen of kerken en moskeeën die werden ‘gerenoveerd’ zoals onze chauffeur het noemde.
Het leek er eerder op dat ze van de grond af terug waren opgebouwd.
Allemaal herinneringen aan de bloedige onlusten van een aantal jaar geleden.
De taxi heeft ons $25 gekost, wat wij duur vonden.
Een bemo, wat een klein busje is dat de lokale bevolking gebruikt, zou ons van Latuhalat naar Ambon ongeveer $0.75 kosten.
Je hebt dan wel geen airco en zit opeengepakt tussen medepassagiers, bagage en dieren met keiharde muziek op de achtergrond.
Maar who cares. We zijn tenslotte met vakantie.
Morgen wordt het dus bemo tot Ambon en daarna een busje naar Allang.
‘Sapannend’ zou Opa Sabandar gezegd hebben.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Puri Santrian

Puri Santrian: Boutique Hotel in Sanur op Bali

Villa in Puri Santrian, een boutique hotel in Sanur op BaliSaar had een tweede dag les in Balinese massagetechnieken. Ze werd ‘s morgens door de auto van Sekar Jagat, de Spa die de cursus organiseert, afgehaald in Mercure Resort. Het was onze laatste dag in dat hotel en na geld wisselen in de stad checkte ik uit en nam een taxi naar onze nieuwe verblijfplaats: het Puri Santrian Hotel, Sanur.
De kamer was vrij vanaf 14u. Na een salade met eendenborst en een glas witte huiswijn had ik zin in een kleine siësta. Aan de voorzijde van de bungalow heb je een veranda en van daar uit stap je zo de ruime slaapkamer binnen. Er is ook een grote badkamer met bad én douche.
Toen Saar rond een uur of drie in het hotel aankwam en  bij de balie naar ons kamernummer informeerde, werd dat haar niet zo maar gegeven. De receptionist gaf haar een telefoonnummer en ze moest eerst de kamer bellen. Ik was intussen in dromenland en schrok wakker van het gerinkel. Saar zei “Hello Mister Weemaes, it’s me”; ik had haar stem met mijn slaperige kop niet onmiddellijk herkend, vooral ook omdat ze het nodig vond met een zwoele stem te spreken om mij voor de gek te houden. Ik mompelde iets van “Yes, who is this?”. Na nog wat meer voordegekhouerij vroeg ze of ik haar kwam ophalen aan de receptie. Ik antwoordde dat ik een siësta deed en geen zin had in mijn slip naar de receptie te komen. “Gewoon, als je met je rug naar de receptie staat, rechtsaf gaan, kamer 150″, zei ik.In the garden of Puri Santrian, Sanur Bali, a boutique accommodation at the beach.
Blijkbaar had ze voor alle zekerheid toch nog even nagevraagd waar kamer 150 precies was. Een andere receptionist vroeg: ‘He is your boyfriend, ya?’ Saar antwoordde, ietwat gepikeerd: “No, no, he’s my husband”; waarop hij zich excuseerde en een ander personeelslid de opdracht gaf haar naar de kamer te begeleiden.Deze man dacht dat zij een bezoekster was en ging haar voor. Bij de bungalow aangekomen bleek de sleutel in het slot te steken en de man nam de vrijheid om zonder aan te kloppen de deur wijd open te doen en deed vervolgens een stapje opzij om haar door te laten.
Het eerste wat zij en de man zagen, was ondergetekende, languit op bed met enkel een slip aan.
Je zag de man denken: “yeah right…”.
Na een afkeurende blik op de zoveelste decadente viezerik draaide hij zich om en ging weg.
Mijn reputatie was gevestigd.
We blijven 5 nachten in Puri Santrian.
Ik denk na over een charme-offensief.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Een typisch Balinese chauffeur

Van Ubud naar ons hotel in Sanur, Bali

Eén van de kelners in Rudy’s restaurant in Ubud was zo vriendelijk een taxi voor ons te bellen. Er zijn in Ubud, in tegenstelling tot de rest van Bali, namelijk geen taximaatschappijen. Het zijn allemaal privétaxi’s zonder meter en je bent verplicht te onderhandelen over de prijs voor je vertrekt.
Na een kwartiertje werden we verwittigd dat onze taxi er was. Het bleek, eufemistisch uitgedrukt, geen recent model. De chauffeur was een Balinese man van een jaar of 40 met een paardenstaart, iets wat je hier niet elke dag ziet. Zonder twijfel een man met eigen ideeën die er niet voor terugschrikt zich van de massa te onderscheiden.
Een beetje zoals de artiesten in Japan, de enigen met een baard.
Terwijl de chauffeurs van de Bluebird taxi’s steeds discreet zijn en enkel met je praten als je zelf het initiatief neemt, een beetje zoals een goede kapper, was deze er eentje van de vrije jongens en die willen juist zo veel mogelijk praten. Vaak om te weten wat je plannen zijn voor de volgende dag  om zo misschien een ritje te kunnen versieren.

Deze chauffeur begon ook met de klassieke vragen:

“Where are you from”?
“You have a program for tomorrow?”

“Where are you staying?”

“Want to do rice field trekking?”

Ik probeer altijd beleefd maar niet té enthousiast te antwoorden.
Dat we uit België kwamen had ik waarschijnlijk beter niet gezegd.
Eén van de man’s passies was nl. lezen over geschiedenis en dan vooral de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Hij was een bewonderaar van de efficiëntie van het Duitse leger maar vond dat Hitler “a crazy man was”. Toen volgde een uiteenzetting over hoe en waarom Duitsland de Tweede Wereldoorlog had verloren. Het kwam erop neer dat de grote fout het binnenvallen van Rusland was geweest. Dezelfde fout als “…that little man from France, I can’t remember his name”. Toen ik Bonaparte suggereeerde was het die niet. Saar suggereerde dan Napoleon; ja die was het. “Ah, the battle at Ostrelitz” zei hij.

De man bleek op allerhande terreinen zijn mannetje te staan en ik begon respect voor hem te krijgen.

“I have two passions” zei hij, “Reading and women”.
Ik zei: “A strange combination”.

Het was toen een tijdje stil en we naderden Sanur.

Hij mompelde een aantal keer iets voor zich uit. Ik meende te verstaan wat hij zei maar dacht: “Nee, dat kan niet”. Daarom zei ik “excuse me..?”

“Lekker kontje” zei hij en begon te lachen. “A friend from Holland taught me that”.

Hij herhaalde het en bleef het herhalen, en alsmaar harder lachen.

Nadat bij ons hotel waren aangekomen en afgerekend hadden hoorde ik hem nog net “Lekker kontje” zeggen voor ik de deur dichtsloeg.
Keihard lachend reed hij terug naar Ubud.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+