Twee waterjuffers kwamen me in mijn kantoortje een nieuw jaar vol liefde toewensen. Ik kies ervoor om dat te geloven in ieder geval.
Two damselflies came to my office to wish me a new year filled with love.
That is what I choose to believe anyway.
foto: dining room van Villa Sabandari in Ubud, Bali
Het lijkt toch op een kruising tussen een vleermuis en een vlinder? Biologisch zou dat wat problematisch zijn, dat weet ik wel.
De ‘batterfly’ (wink, wink) kleefde op een raam van de airconditioned living in Luma Ité. Ik gebruik die voorlopig als bureau omdat in mijn nieuw kantoor(tje) nog wat TL- lampen moeten geplaatst worden in de kast. Zoals aan een select publiek bekend is ‘schoonmaken’ het meest gebruikte woord in ‘Villa Sabandari’ en daarom wacht ik met verhuizen tot alle werkzaamheden klaar zijn.
De vleervlinder is intussen in ‘batterfly heaven’ want, terwijl ik dit schreef, werd hij/zij opgepeuzeld door een hongerige tjitjak.
Tot zover weer een spannende episode uit een gewone dag in Ubud, Bali.
In België is donderdag 22 april 2010 geen gewone dag.
Het is BHV-stemmingsdag in het parlement.
Het ultimatum loopt af om 14:15 Belgische tijd. Of dan toch weer niet?
Zo vanop een afstand krijgt die hele discussie iets ridicuuls. België zou een modelstaat zijn indien onze politici zich zouden kunnen bezig houden met dingen die echt belangrijk zijn.
Wat een tijd, energie en geld gaan er nu op in communautair getouwtrek?
Voor de niet Belgische lezers: U hebt geen flauw idee waar dit over gaat.
Wees daar blij om.
Nachtvlinders, de insecten, hangen overdag als dorre bladeren aan de tuinverlichting, immobiel, als in een diepe slaap.
Dodelijk vermoeid, lijkt het van hun nachtelijke escapades.
Pas als het donker wordt en de lampen aangaan, komen ze weer tot leven en fladderen in groepjes rond de lichtpunten in de tuin.
Fraai getekende, fluwelige vleugels in vele tinten bruin die aanzetten tot nader onderzoek.
De analogie met de nachtvlinders in de red light districts van onze grootsteden is niet ver weg.
Een van de aangenaamste aspecten van het leven in de tropen zijn de warme avonden en nachten.
De temperatuur op Bali daalt zelden onder de 20°C.
Wanneer de avondlucht daarenboven geparfumeerd is met heerlijke aroma’s, dan is gewoon buiten zitten al een belevenis.
Na enig opzoekingswerk kwam ik te weten dat de belangrijkste ingrediënten van de twee best verkopende parfums ter wereld, gemaakt worden van bloemen uit de Indo-Maleisische regio. De temperatuur, bodem, hoogte en regenval in Ubud blijken dan ook nog eens ideaal te zijn voor de optimale groei en bloemvorming van de twee bomen die deze bloemen voortbrengen.
Chanel N°5, het best verkopende parfum ter wereld, is gecomponeerd in 1921. Elke 30 seconden zou er ergens ter wereld een flesje van worden verkocht. Een van de basisingrediënten is een olie, gedistilleerd uit de bloemen van de Cananga Odorata of ylang ylang boom.
Die boom groeit tot 5 meter per jaar en kan een hoogte van 20 meter bereiken. Per jaar geeft een volwassen boom een opbrengst van circa 100 kg aan heerlijk ruikende, geelgroene bloemen. Om de oogst te vergemakkelijken wordt de hoogte door snoeien beperkt tot 3 meter. Ik heb twee kleine exemplaren van net geen meter geplant. Een bij het pad naar de kamers en een andere naast het zwembad.
Nummer twee op de ranglijst is het parfum ‘Joy’ van het huis Jean Patou.
Het werd gecreëerd door Henri Alméras in 1935. De bloem van de Michelia Champaca zou aan de basis liggen van de heerlijke geur. De bloemen zijn oranje van kleur. Er bestaat ook een witte variante. De bloemen worden gebruikt in tempelceremoniën of gedragen in het haar door de vrouwen. Vaak worden ze ook, drijvend in een platte schaal met water, gebruikt om een kamer te parfumeren. De bladeren zijn voedsel voor de zijdeworm. De boom wordt in Java gebruikt voor herbebossing van sterk geërodeerde gronden. Wij kunnen de bloemen gebruiken in de kamers en de spa.
Onze tuin is twee exemplaren rijk, elk circa twee meter hoog. De boom kan tot 50 meter hoog worden en groeit ongeveer 2 meter per jaar. Vanzelfsprekend zullen we ook deze exemplaren door snoei in toom trachten te houden.
Bij een avondlijke wandeling door de tuin of tijdens het zwemmen onder de sterrenhemel gratis genieten van de twee meest verkochte parfums ter wereld: alleen in Villa Sabandari.
Vertel het verder.
In U-vorm voor ons tafeltje zaten 50 Balinezen de bleke snoeshaan aan een nauwgezet onderzoek te onderwerpen. De voorzitter kwam eerst aan het woord, daarna volgde een vragenronde uit het publiek. De toon was niet vriendelijk maar ik begreep er bitter weinig van. Bepaalde sprekers verhieven hun stemmen en keken me boos aan. Als laatste kwam Pak Mis aan het woord. Hij sprak lang en ook soms op luide toon, maar niet tegen mij, wel gericht tot de anderen. Later vertelde Dewa dat iedereen boos was omdat we al ver stonden met het project en niemand hen erover had ingelicht. Pak Mis legde uit dat ik al een half jaar geleden had aangedrongen op een meeting maar dat er telkens wat was tussengekomen. Een ceremonie, een crematie, de verkiezing van de nieuwe voorzitter enz. Ze moesten dus de hand in eigen boezem steken. Dat kalmeerde de gemoederen en er werd verder nog enkel gepraat over de overlast die de tempel zou kunnen geven bij drukke ceremoniën, het belang van de subak (waterhuishouding) in de rijstvelden waarop we uitkijken en mogelijke tewerkstelling van lokale mensen. Ik werd uitgenodigd om elke zes maanden een vergadering bij te wonen. De uitbating werd met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.
‘Nasi kuning’, rijst die geel gekleurd wordt met kunyit (geelwortel of kurkuma) is één van de verplichte offergaven en daaraan ontleent het feest zijn naam.
De ceremonies vinden meestal plaats in familiekring, in de huistempel (sanggah of merajan).
Families die nog niet gecremeerde verwanten hebben, die in afwachting begraven zijn op het kerkhof, brengen ook offers bij het graf.
De gebeden worden uitgesproken voor 12 uur want op het middaguur vertrekken de geesten weer naar hogere sferen.
En morgen?
Dan ga je natuurlijk familie en vrienden bezoeken om hun een zalig en gelukkig Kuningan te wensen.
Alweer een vrije dag.
Het merendeel van onze bouwvakkers zijn mensen uit Java en Lombok en dat zijn meestal moslims en geen hindoes zoals de Balinezen.
Voor hen is Kuningan bijna zo vreemd als voor mij vermoed ik.
Het geluid van de zaag- en polijstmachines en het getik van de hamers overstemt dan ook zonder enig probleem het geluid van de gamelan en het getinkel van de belletjes in het woudtempeltje aan de overkant van de sawah.
De moslims zijn tenslotte pas terug van hun twee weken durende Idul Fitri (Suikerfeest) vakantie.
Ja jongens, hoe gaat dat hier in godsnaam ooit gedaan zijn met bouwen!