Posts Tagged ‘Boutique’

the yak & the bud

Ubud Bali Rice Field Hotels

Rare titel voor dit stukje nietwaar?
De ‘yak’ en de ‘bud’ zouden beslist niet op mijn lijstje van mogelijke titels voorkomen wanneer ik een nieuw glossy LifeStyle magazine op de markt zou brengen.
Ik heb dan ook geen marketing gestudeerd.
Misschien moet je nu net, precies door de keuze van de naam, een statement maken. Wat choqueren, de aandacht trekken en vasthouden.
We werden benaderd door de redactie van ‘the yak’ met de vraag of we fotomateriaal wilden opsturen voor hun speciaal januari nummer over ‘Top Cozy Places to Stay’. Gisteren arriveerde een journaliste voor een plaatsbezoek en een interview. Ze had van mij een gratis overnachting cadeau gekregen.
Ik heb wel geen marketing gestudeerd maar mijn gevoel zegt me toch dat we dat er dubbel en dik weer zullen uithalen.

Wacht maar tot we in ‘the bud’ hebben gestaan.


Small Boutique Hotel

I ♥ U

Boutique Hotel in de rijstvelden

 damselflyred

Twee waterjuffers kwamen me in mijn kantoortje een nieuw jaar vol liefde toewensen. Ik kies ervoor om dat te geloven in ieder geval.

Two damselflies came to my office to wish me a new year filled with love.
That is what I choose to believe anyway.

Guesthouse in Ubud Bali

Ik zie wellicht spoken

Drie weken geleden kregen we een aanvraag voor 5 nachten van Helen Rubins, een Amerikaanse mevrouw. Ze zou alleen reizen en we correspondeerden heen en weer over de beschikbaarheid van een kamer voor één persoon en wat dat dan wel zou kosten. Uiteindelijk werd de boeking geconfirmeerd. Er volgde nog een hele correspondentie over allerhande praktische dingen zoals wisselen van geld, bescherming tegen de muggen, taxi van de luchthaven naar Ubud en zo meer. Saar begon me al een beetje te plagen met de uitstekende relatie die ik intussen met Helen had opgebouwd. Dat plagerige kreeg een wat scherper kantje toen Helen schreef dat ze ‘…was considering spending at least one more night with you.’

Die ‘you’ was natuurlijk ‘Villa Sabandari’, dat spreekt vanzelf en Helen boekte inderdaad een bijkomende nacht.

Kortom, ik feliciteerde mezelf met mijn professionele aanpak en het mooie resultaat.

Voor de laatste dag dat Helen bij ons zou verblijven kregen we dan een boeking van een Amerikaanse man, met de niet zo Amerikaans klinkende naam Hamzah Ahmedyan en zijn vrouw Samiryah. Hamzah zou in de namiddag zelf met de bus uit Kuta naar Ubud reizen. Zijn vrouw moest om 18:30 op de luchthaven worden afgehaald.

Een beetje raar vond ik dat want Kuta ligt vlakbij de luchthaven en het zou toch leuk geweest zijn voor Samiryah wanneer Hamzah haar had opgewacht bij het verlaten van het luchthavengebouw. Dat was natuurlijk weer de eeuwige romanticus in mij die sprak.

Toen kwam er weer een mailtje van Helen. We moesten het niet raar vinden maar op haar paspoort stond ‘Jelena Rubinstein’ en niet ‘Helen Rubins’. Ze gebruikte de laatste naam in het dagelijks leven. O.K., een joodse vrouw die niet als dusdanig wil bekend staan. Moet kunnen.

Dan een mailtje van Mr. Ahmedyan. ‘For security reasons’ moest de taxichauffeur een bordje bij zich hebben met de naam van zijn vrouw erop.  Zijn vrouw zou dan aan de taxichauffeur vragen naar de voornaam van haar man.

Dat wordt een explosieve cocktail in Villa Sabandari; een joodse vrouw die reist onder een valse naam en een man met een Arabische naam die beroep doet op een wachtwoord om veiligheidsredenen.

Ik zie wellicht spoken.

Villa Sabandari: Chambres d’hôtes bij Vlamingen in Ubud op Bali, Indonesië

Alarm

5 star hotels in Bali

Om 6:23 hoorde ik de telefoon rinkelen in mijn kantoortje.
‘Als het echt belangrijk is bellen ze wel terug op mijn gsm’  dacht ik en draaide me nog even om. Opnieuw inslapen lukte echter niet en om 7:10 zat ik alweer achter mijn computer.
Made, die normaal om 10 uur zou beginnen stond  om kwart over zeven in mijn kantoor met een doktersattest van Budhi. Die had net zijn vrije dag gehad en zou nu twee dagen thuis zijn wegens ziekte. Dat kan natuurlijk iedereen overkomen.  Hij had haar gebeld met de vraag het attest op te halen bij hem thuis en vroeger te beginnen. Het probleem was dat hij normaal de 2 Australische gasten die om 14:15 zouden landen in Denpasar zou ophalen bij aankomst in de luchthaven.  De andere chauffeur, Dewa,  zou volgens het schema pas starten om 14:00. Ik stuurde hem snel een SMS met de vraag om 13:00 te beginnen. Prompt antwoord dat dat geen probleem was. Flexibiliteit is hier geen loos begrip zoals u merkt.

Als hapjes voor bij de welcome drink had de kok toastjes met kipsalade, uitgeholde komkommer met scampi en cocktailsaus en gevulde paddenstoelen gemaakt.
Dat laatste was een attentie voor een van de gasten die vooraf had gemeld dat hij vegetariër was. De porties waren wat groot uitgevallen voor onze Australische vrienden en er was nog flink wat over toen ze naar hun kamer gingen om zich op te frissen.
Ik belde daarom Ayu in de keuken op en vroeg haar, in het Engels, want dat proberen we hen bij te brengen, om de rest van de snacks naar onze privé living te brengen.
Even later zagen we Nyoman en Dewa komen aangesneld, gewapend met bezems en stokken.
Geen snacks evenwel.
Ze bleven voor de geopende schuifdeuren staan. Dewa een metertje of zo achter Nyoman, en keken verrast naar Saar, die rustig aan haar computer zat.
‘Waar?’ vroeg Nyoman.(In het Bahasa Indonesia natuurlijk).
‘Waar wat?’ vroeg ik.
De slang‘ antwoordde hij.
‘Slang, slang? Welke slang’ vroeg ik.  Dewa begon al een beetje half opgelucht, half geamuseerd te lachen.
Nyoman keek even wat verward naar Dewa en begreep er duidelijk niets meer van.
‘U hebt toch gebeld naar de keuken om te zeggen dat er een slang was in de living?’ zei hij.
Ayu, die ‘snake’ gehoord had in plaats van ‘snack’ had onmiddellijk slangenalarm geslagen.

Dewa lachte het hardst van iedereen. Hij is namelijk niet zo’n held als het op slangen vangen aankomt en was duidelijk opgelucht dat het vals alarm was geweest.

Made vroeg met later hoe je dan precies ‘een klein gerechtje‘ moest uitspreken in het Engels.
Ik legde haar uit dat je ‘snack’ met een korte ‘é’ klank uitsprak, het was tenslotte ook maar een klein gerechtje. Een ‘snake’ daarentegen was lang dus:  ‘snééééék’.

Die vergeet dat gegarandeerd nooit meer.

Villa Sabandari: Luxury Resort Ubud

Geen Avatar in de badkamer!

(O.K., geplaatst door Dirk maar geschreven door Tina)
Langs de weg tussen Ubud en de Makro in Denpasar stikt het van de handelaars in stenen beelden. Stone carving geldt hier als een gerespecteerd lokaal ambacht.
Mijn Opdracht 12 – Koop twee stenen beelden voor de piëdestallen in de badkamers – lijkt dan ook een makkie. De planning is om met Dewa de chauffeur, op terugweg van mijn trip naar de Makro (kleerhangers, sticker remover, koksmutsen, vijftig stoffen servetten…) even te stoppen bij een openlucht beeldenshop in de Stone Carving Street. Daar twee esthetisch verantwoorde beelden aan te wijzen, en hopla, taak 12 volbracht.
Dichtbij de Makro passeren we een rondpunt met in het midden een fonteinachtig iets. Op de rand van de waterpartij staan een tiental beelden. Omdat de parallel tussen fontein en badkamer voor de hand ligt, vraag ik aan Dewa of hij Hindoegoden kent die gerelateerd zijn aan water, aan reiniging of aan zuiverheid. Want het is toch een goed idee om beelden te kopen die qua symboliek iets te maken hebben met een badkamer, denk ik. In Griekenland zou ik kiezen voor een marmeren Poseidon en in Rome voor een granieten Neptunus.
Dewa geeft mij een ingewikkelde uitleg over een Hindoe god – Varaha - die de aarde terugvond nadat die in de zee was gevallen. Voor de rest heeft hij geen andere suggestie voor Hindoe Watergoden. Wat magertjes maar ja, een chauffeur heeft geen proef afgelegd over de symboliek van de plaatselijke goden.
Als ik hem uitleg dat we beelden gaan zoeken voor de twee badkamers die morgen door de eerste gasten zullen ingewijd worden, stelt hij voor dat ik in de shop beelden kies die ik mooi vind en dat hij dan zal zeggen of ze wel “suitable for the bathroom” zijn.

Ubud, Bali : Romantic hotels or Accommodation

Tussen de massa’s beelden duid ik eerst een elegante danser aan.
“Wat denk je, Dewa, kan dit?”
Aziaten krijgen geen “neen” over hun lippen, dus met een verlegen glimlach en een heleboel verontschuldigende woorden legt hij me uit dat dit beeld van een danser een afbeelding is van god en “not suitable for bathroom”.
Ik wil niet te veel tijd verliezen aan getwijfel en wijs hem een soortement elegante zeemeerman aan – half man half vis – elk fijn schubje van zijn staart is prachtig uitgewerkt, de hoogte is perfect, de lichte zandsteen helemaal geassorteerd bij de okerkleurige achtergrond van de open badkamers. Kortweg ideaal.
“Is deze oké Dewa?”, vraag ik voor alle veiligheid.
Ongemakkelijk prutst hij aan de kraag van zijn kraakwitte hemd, “ This is also a god, madam, I think this is not suitable for bathroom.”
Na wat aandringen kom ik erachter dat geen enkele afbeelding van een god “suitable is for bathroom”. Hindoes zouden dat respectloos vinden. Als er iets is dat ik niet wil doen is de Balinezen met een badkamerbeeld tegen het hoofd stoten. Figuurlijk noch letterlijk.
Dewa’s info maakt Opdracht 12 ineens wel knap lastig.
Buiten de mij bekende Hindoe goden Shiva, Brahma, Krishna en Vishnu bestaat er nog een rist voor mij totaal onbekende godheden. Op de koop toe heeft Vishnu negen Avatars.
Of minder trendy : Avatara’s. Ook goden hebben blijkbaar een Second Life.
Vishnu verscheen in negen verschillende gedaanten op aarde. Als verlosser van de wereld.
Dat verhaal klinkt mij bekend in de oren.
Vishnu nam ook dikwijls de gedaante aan van een dier : een schildpad, een leeuw of een vis.
Als ik Dewa vraag om de beelden aan te wijzen die géén goden zijn, slinkt mijn keuze tot een fractie van het tentoongestelde aanbod.
Small statue in one of the romantic luxury hotels in Ubud BaliMogelijk blijven : wat abstracte torentjes en gestileerde bloemen, een angstaanjagend koppel besnorde muzikanten en gelukkig – de goden zijn mij gunstig gestemd – wat kunstige danseressen.
Alle kamers in Villa Sabandari hebben namen van dansen gekregen. Vijf Balinese dansen en een Ambonese (de roots van Saar zijn Ambonees.)
Beelden van danseressen zijn dus perfect. Ik kies twee crèmekleurige rustende danseressen die wat mij betreft schitterend tot hun recht komen in de badkamers van de Barong-kamer en de Legong-kamer.
Wat de definitieve plekken zullen worden van al die andere godsbeelden en hun Avatars weet ik niet maar als het van onze Dewa afhangt niet in Balinese badkamers.
En ik sluit mij daar respectvol bij aan.

Trouwdag

Ik las dat 19 augustus 2009 wellicht de warmste dag zou worden van het jaar. Temperaturen boven 30°, tropisch.
19 augustus 1983 was ook zo’n warme dag. Schitterend weer. De avond ervoor had Saar mijn firmawagen, een Renault 20 GTD van onder tot boven en binnen en buiten schoongemaakt, leuk muziekje op de autoradio, de binnenverlichting aan want natuurlijk gebeurde dit alles niet op een christelijk uur, maar ergens diep in de nacht.
Ranault 20 GTD op blog van Villa Sabandari een boutique hotel in Ubud op Bali
Het was voor 1983 een mooie auto, comfortabel ook en met van die typische zachte fauteuils waarvoor de Franse wagens bekend waren in die tijd. Kortom, de ideale trouwauto voor een jong koppel met een lichte portemonnee. Jammer genoeg was op de ochtend van het huwelijk de accu leeg en moesten we naar gemeentehuis en kerk in een Opel Kadett die de sporen droeg van een lang en gelukkig leven.
Dit en nog zoveel andere momenten uit de afgelopen 26 jaar passeerden gisteren de revue tijdens ons candle light dinner in ‘Cascades’, het restaurant van de ‘Viceroy’ een luxe hotel dichtbij Ubud met individuele villas. We werden in stijl thuis afgehaald door een zwarte auto met een gouden ‘V’ op de flank, chauffeur in Balinese kledij. Na een ritje van 10 minuten zaten we in de open bar te aperitieven met een spectaculair uitzicht op rijstvelden en palmbomen.

Ubud Hotel,  Bali, Indonesia

Rice field en Palm Tree view vanuit de bar van het Cascades restaurant in Het Viceroy hotel, Ubud BaliHet degustatiemenu was decadent lekker en de aangepaste wijnen goed gekozen. Anthony, de zoon van de eigenaar en tevens manager van het hotel is natuurlijk niet voor niks een van mijn collegae in de wijnclub, elke tweede vrijdag van de maand.
Op 19 augustus 1983 stonden wij en onze gasten bij de smeulende resten van het restaurant waar onze bruiloft zou worden gevierd en dat de nacht ervoor volledig was afgebrand; 26 jaar later een tête-à-tête in de tropische nacht.
‘Het kan verkeren’ zei Bredero en dat was een wijs man.

Lombok

Vanuit Ubud naar 1 vd Lombok life style hotels

Vanuit Bali naar Lombok vliegen.We brachten een blitzbezoek aan Lombok, het zustereiland van Bali. Een vluchtje van een halfuur tussen Denpasar en Mataram, het vliegveld van Lombok, vlakbij de stad Senggigi. Merpati zet op deze lijn een CN-235 in, een door Spanje en Indonesië samen ontwikkeld, militair transportvliegtuig.

Een aantal ervan is blijkbaar omgebouwd voor commercieel passagiersvervoer. Saar maakte zich al meteen zorgen over het feit dat er maar één van de twee schroeven draaide toen we instapten. “… en of die piloot dat wel wist?” vroeg ze. Toen er dan ook nog volop damp kwam uit de roosters in het plafond werd ze er niet rustiger op. Op geringe hoogte vliegen, in een relatief klein toestel (40 passagiers) staat natuurlijk garant voor een ‘bumpy flight’. De landing was ook vrij heftig dus “…vliegen we nooit meer in zo’n toestel!!” Enfin, we waren ‘veilig’ geland en de chauffeur van het hotel stond ons netjes op te wachten. Het contrast met Bali was meteen duidelijk. Veel minder verkeer en nauwelijks hindoesymbolen (Lombok is overwegend moslim). ‘Rice field views’ moet je hier ook al niet zoeken. Gelukkig hebben we er daar genoeg van in Ubud dus ‘zicht op zee’ mocht ook een keer voor de verandering. De weg langs de kust is uitstekend en elke baai is opnieuw decor voor een Bountyreclame. In het straatbeeld zie je auto’s, bromfietsen en karretjes, getrokken door kleine paardjes, broederlijk naast elkaar. Het ziet er authentieker uit dan Bali en lijkt toeristisch minder ontwikkeld.

Qunci Pool Villas, een van de top life style hotels op LombokHet hotel waar we logeerden is eigendom van de ‘Bluebird’-groep, dé taximaatschappij van Indonesië en ligt op een halfuurtje van de luchthaven, net voorbij Senggigi. ‘s Avonds kregen we het bezoek van familie die een vakantiehuis hebben in Senggigi en naar ons hotel kwamen voor een gezellig diner met het geluid van de golven op de achtergrond.

Joost, de architect, had ons uitgenodigd om één van zijn realisaties, ‘Qunci Pool Villas’, te komen bekijken, vooral met het oog op materiaalkeuze. Het is zonder twijfel een van de mooiste life style hotels op Lombok. (foto rechts: receptie Qunci Pool Villas)

rotsbad in het Qunci Pool hotelEr was de avond van ons bezoek een grote modeshow gepland en het was er een drukte van belang: diskjockeys, modellen, decorbouwers en bloemisten liepen er door elkaar. Joost leidde ons rond op het terrein van 8000m² met 24 villa’s, een spa en restaurant. Erg mooi allemaal. Een mix van moderne architectuur met lokale invloeden en materialen. Genoeg inspiratie voor ons eigen projectje.
(foto links: bad gehakt uit één rots)
Een frisse Bintang in het Bluebird Hotel op Lombok
badkamer in het hotel op LombokNa dit werkbezoek volgde een tegenvisite aan de familie in Senggigi. Er stond een lekkere rijsttafel voor ons klaar en na afloop homemade Irish Coffee. Tijdens de gesprekken bleek dat onze gastheer de zanger/gitarist is geweest van de Nederlandse groep Hydra die, ook in België, bekend was met hun hit ‘Als het gras twee kontjes hoog is‘ uit het midden van de jaren 70. Frens Drijfhout is nu horlogemaker en handelt ook in exclusieve, mechanische horloges. Op doktersbevel hielden we onze vochthuishouding op peil middels enkele frisse Bintangs. Gezondheid is immers het allerbelangrijkste. In dit warme klimaat kun je niet voorzichtig genoeg zijn.

Villa Sabandari by night

Villa Sabandari, luxury guesthouse in Ubud, Bali
One of the boutique hostels in Bali at night
Boutiek guesthouse in BaliBotique accomodation in Ubud
Dining room Villa Sabandari, boutiqe accomodation Ubud
Designer guesthouse in the ricefields near Ubud, Bali.

Een boutique hotel bouwen in Ubud, Bali

Terras van Villa Sanggingan, boutique hotel in Ubud BaliWe logeren in ons laatste hotel in Ubud, ‘Villa Sanggingan’. Daarna kunnen we eindelijk naar ‘Villa Sabandari’ en is het afgelopen met betaalde logies. Het einde van de Ramadan legt het openbaar leven hier gedurende een week lam. Er wordt daarom veel gereisd en de hotels die we contacteerden waren volgeboekt. Joost kende ‘Villa Sanggingan’ en reserveerde er voor ons een eenvoudige kamer met ‘valley view’ en zicht op Mount Agung, een voor de Balinezen heilige vulkaan. 350.000 Rupiah, breakfast en taxes inbegrepen. Dat is omgerekend €27 per nacht voor een twee persoonskamer met AC. A good deal.

Zicht op een vulkaan vanaf het terras van Villa Sanggingan, een hotel in Ubud De  Nederlandse schilder Arie Smit logeert hier al 15 jaar.
Het is dan ook vlak bij het Neka Museum waar een speciaal paviljoen aan hem is gewijd. Ons hotel is van dezelfde eigenaar als het museum.
Iets verderop ligt ‘Mozaïc” één van de beste restaurants van Indonesië. Een diner met aangepaste wijnen kost er ongeveer een miljoen Rupiah (€77), ‘Hof van Cleve’-prijzen voor Indonesië!
Joost stuurde zijn auto met chauffeur om ons naar zijn huis in Sayan te brengen, een paar kilometer van het hotel.
Hij huurt er al 10 jaar een Balinees huis waaraan hij natuurlijk de nodige veranderingen heeft aangebracht. Het huis heeft een adembenemend zicht op de vallei en de rivier en is volgestouwd met antiek en Indonesische kunst.
Valley view in Ubud Bali, near Four Seasons Hotel, Sayan
uitzicht vanaf terras Joost

Ubud Bali, private house near Four Seasons Hotel, Sayan

huis van Joost in Sayan

We werden vergast op een lekkere lunch en Joost en ik kraakten er een flesje Australische Chardonnay bij.
Nadien volgde een bespreking van de herwerkte plannen. Joost heeft duidelijk niet stilgezeten tijdens onze reis naar Ambon.

Hij toonde ons 2 ontwerpen: het eerste ontwerp was er één met 2 aparte ‘torentjes’ waarin op het gelijkvloers en op de eerste verdieping een slaapkamer met badkamer zou worden ondergebracht en tevens een terras/balkon, en waar de trap zich in het huisje zou bevinden. Het achterste ‘torentje’ (met rice field view) zou toegankelijk worden vanaf ‘Villa Sabandari’; het voorste ‘torentje’ vanaf ons perceel.
Het tweede ontwerp was een compacter geheel met aan beide zijden 2 slaapkamers op elke verdieping, en daartussen de badkamers met een plat dak. Boven de slaapkamers komt een Balinees puntdak wat het geheel luchtiger zal maken.
Bij dit ontwerp ga je naar de verdieping via een buitentrap.
Om ruimte te besparen kiezen we voor de tweede optie met verdieping op het terrein van Villa Sabandari.
De kamers op de verdieping zijn voor de betalende gasten. Onze eigen logés slapen op het gelijkvloers, met toegang via onze privétuin.
Ons huis wordt volledig gelijkvloers (met het oog op ‘later’). Zit- en eetkamer worden ondergebracht in één ruimte. Het zwembad wordt kleiner om ruimte voor een grotere tuin te winnen. Op verzoek van Saar maken we het zwembad overal 130cm diep. Er komt ook een pierebadje voor eventuele kleinkinderen of kleine familieleden en kleine vriendjes.
Willy, Saar’s achternicht uit Allang, zal voor ons komen werken als persoonlijke huishoudster.
We vroegen haar of ze een douche wilde in haar woongedeelte. “Toch liever een mandibak”, zei ze “dat zal me herinneren aan thuis”. Ze ging wel akkoord met een modern toilet in plaats van de franse uitvoering.
Op 2 oktober landt Willy in Denpasar en ze blijft in Ubud tot de 25ste. Mocht ze heimwee krijgen dan moeten we op zoek naar een vervangster.
Rudy vertelde ons dat onze pembantu en de tuinman al elke dag zijn komen werken sinds het sollicitatiegesprek en dat ze een goede indruk geven.
Hoe we ons vervoersprobleem zullen aanpakken is nog niet duidelijk. Vooralsnog zien we het niet zitten om hier zelf te rijden. Auto’s, vrachtwagens, bussen en bromfietsen krioelen door elkaar zonder respect voor verkeersregels. Inhalen kan zowel langs links als rechts. De grootste auto heeft, in de praktijk, voorrang. We hoorden ook dat als een buitenlander bij een ongeval betrokken is, hij altijd in fout schijnt te zijn.
Waarschijnlijk is een auto kopen en een chauffeur in dienst nemen de goedkoopste en meest practische oplossing.
We brengen later een bezoek aan de grootste Toyota dealer in Bali.

Hoezo Sabandari?

We zouden dus een klein guesthouse beginnen. Dan moet het kind natuurlijk ook een naam hebben. Alle kleine hotelletjes of guesthouses heten in Bali “Villa Huppeldepup” waar “Huppeldepup” te vervangen is door één of andere exotisch klinkende naam. “Villa Hibiscus”, “Villa Cempaka”, “Villa Mahayani”,…
Dan konden wij ons optrekje toch moeilijk “Huisje Weltevree” of “De Purperen Hei” gaan noemen.
Het moest ook iets Oosters en mysterieus klinkend worden.
Omwille van die eerder vermelde frangipani-boom dachten we eerst aan “Villa Frangipani”. We, lees Saar, vond dat wel leuk klinken. Ikzelf associeerde die naam eerder met een frangipanetaart. Dus niet.
Er staat ook een kruidnagelboom, aan de linkerkant zodra je de poort binnenkomt. Kruidnagel in het Maleis is “Cengkeh” en het is één van de kruiden die typisch zijn voor de Molukken. “Villa Cengkeh” dan maar? We stelden ons al voor hoe die naam zou worden vermassacreerd door de verschillende taalgroepen en stapten ook van dit idee af. Het moest dus niet alleen een naam worden met een hoog Multatuligehalte, maar ook één die door iedereen ongeveer op dezelfde manier zou worden uitgesproken.
Back to the drawing board.
“Ons huis” in het dialect van Allang is “Luma Ité”. “Villa Luma Ité”?
We vonden het wel een goed idee om een link te hebben met de Molukse roots van Saar.
Ik was nog niet echt tevreden met de naam en surfte nog maar wat verder. Nu moet je weten dat één van de bekendste en meest exclusieve hotels van Bali het “Amandari Hotel” is. Rod Stewart is er voor de x-ste keer getrouwd en Trina, één van de masseuses heeft de Beckhams, Demi Moore, David Copperfield en Jimmy Carter onder handen genomen. De stap van Amandari naar Sabandari was klein en voor de hand liggend. Voor degenen die dat niet zouden weten: Saar’s familienaam is Sabandar.
Ik vond het onmiddellijk goed en voor inspiraties met een buikgevoel moet je respect hebben.
Het klonk Oosters, was makkelijk uit te spreken én bevatte een link naar de Molukken. De klankverwantschap met het Amandari was ook mooi meegenomen. Saar vond het eerst een raar idee maar draaide snel bij. De Sabandars hebben de reputatie notoire ijdeltuiten te zijn. Op een leuke manier.
De naam “Sabandar” is al heel oud en betekent zoiets als ‘havenmeester”. Je herkent er “Shah” in wat koning of meester betekent en “Bandar” wat haven betekent in Bahasa Indonesia, Maleis en Perzisch.

Enkele historische bronnen:

“… In this disposition of mind towards us, they had come to a determination to seize our house, and to send all our people prisoners to the top of a high rock, the consent only of the sabandar being a-wanting for taking possession of our goods, though some even began to take our goods forcibly. On the arrival of the sabandar, Mr Spalding waited upon him, and remonstrated upon the unjust conduct of the islanders in taking away our goods, craving his protection. The sabandar then said, that the islanders were resolved we should not do as the Hollanders had done, and were therefore resolved to make all the English prisoners; for the ship was gone, and our intentions seemed bad towards them.”
Uit “Fourth Voyage of the English East India Company, in 1608, by Captain Alexander Sharpey

“October 1789. In the afternoon at four o’clock I went on shore and landed at a house by the river where strangers first stop and give an account who they are, whence they came, etc. From this place a Malay gentleman took me in a carriage to Sabandar, Mr. Engelhard, whose house was in the environs of the city on the side nearest the shipping. The Sabandar is the officer with whom all strangers are obliged to transact their business: at least the whole must go through his hands. With him I went to pay my respects to the governor-general who received me with great civility. I acquainted his excellency with my situation and requested my people might be taken care of and that we should be allowed to take a passage to Europe in the first ship that sailed. I likewise desired permission to sell the schooner and launch. All this his excellency told me should be granted. I then took leave and returned with the Sabandar who wrote down the particulars of my wants in order to form from them a regular petition to be presented to the council the next day. I had brought from the governor of Coupang, directed for the governor-general at Batavia, the account of my voyage and misfortune, translated into Dutch from an account that I had given to Mr. van Este. So attentive had they been at Timor to everything that related to us.”
Uit “A Voyage to the South Sea” by William Bligh, published 1792

“The 9th September, we had sight of Socatora, and passing by Tamarind [Tamridal] Bay, came to anchore in Delisha.
The one and twentieth of October we came into Swally.
After the fight on the tentieth of January, in which three Portugall ships were burnt and two frigates sunk, and timber procured for the Hopes main mast (which the Nabob caused to be done so warily that it seemed he was afraid lest the Portugals might know it) on the four and twentieth came a Jesuite with another fellow from the eroy to intreate of peace with Magribocan, who on the seven and twentieth sent the ??Viceroy one hundred and fiftie maunds meale, one hundred sheepe, twentie-five maunds conserves, with hens, etc. In the afternoone the Sabandar requested me to read a letter from the Viceroy, which signified that, whereas by the Padre hee was informed that the Nabob desitred ro make peace in his masters name and had appointed for treatrie thereof then Sabandar, Isaac Beg and Abduram (Abdurrahim) , hee also had hearkened thereto and appointed three others to that businesse, binding himselfe to performe their agreements.”
Uit “Collections taken out of the Journal of Captaine Thomas Elkington. Successour to Captaine Nicholas Downton in the voyage aforesaid written by himselfe, January 1613″