Posts Tagged ‘Health’

How The Village Of Ubud Came To Be

How The Village Of Ubud Came To Be

Long, Long Ago , back in the far misty memory of time, there was an East Indian priest named Rsi Markandeya. It was in the 8th century that this priest, according to a “Lontar”  (traditional palm leaf book), set off on spiritual journey, walking across the island of Java to spread the teachings of Hinduism.

Eventually, he and his large group of followers reached the island of Bali and attempted to settle in the vicinity of Taro (a locale north of Ubud). Unluckily, they were struck down by a cholera epidemic and many perished. Rsi Markandeya led the surviving devotees back to Java, where they re-grouped and after a while made their way to Bali again, although this time their number was somewhat diminished.

Upon returning to Bali, the priest  was drawn to a place where the two branches of the river Wos converged, pulled there by the intense energy and light which emanated from this spot. Rsi Markandeya was inspired to meditate there and while doing so, received a strong message from the Gods. They told him to proceed to Mount Agung(Bali’s center of spirituality), and there he was to bury five precious metals (Panca Datu) in the ground as a foundation of power for the temple of Besakih (known in Bali as the Mother Temple).

This he and his followers did, and afterwards they returned to settle in the spiritually potent location where the two rivers joined, known as Campuhan.  There, in that mystical vortex of nature, he and his faithful followers constructed a temple and they named it Pura Gunung Lebah.

Now growing along the banks of the two rivers were many kinds of plants with marvelous healing qualities, so they christened their new home UBAD, which translated to the healing place or medicine.

Through the following centuries and continuing up to the present time, many Hindu devotees have come regularly to this special place to meditate, bathe and take some of the holy water for cleansing rituals and temple ceremonies. With the passing  of time, the name UBAD gradually evolved to the name UBUD.

(c) Written by  Debora Crowley

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Disability Travel: Bali, Indonesia – The Perfect Place to Have a Relaxing Respite

 

Disability holiday destinations: Bali. Indonesia, located in Southeast Asia is one of the biggest archipelagic countries in the world.

Surrounded by azure crystalline waters, Indonesia lies between the two continents, Asia and Australia. Speckled with mesmerizing islands, Indonesia is a panorama inspiring nothing but awe.

One of the most popular travel destinations, the exceptional beauty and the rare culture draw people like a magnet. With an aim of treating all holidaymakers alike, Indonesia has several facilities to allow disabled tourists to enjoy and experience Indonesia to their heart’s content.

Particularly famous in this regard is the city of Bali where ease and accessibility reach new heights. To accommodate the needs of the physically challenged, Bali has everything from wheelchairs to ramps. A lot of temples and parks have been specifically designed without stairs so that those with issues of reduced mobility can move and explore the area effortlessly.

Some of the most accessible tourist attractions in Bali are as follows:

Tanah Lot Temple:

Set against a backdrop of beautiful beaches, proudly sits the Tanah Lot temple. A park progresses to the temple and this is the place where you will come across divine beauty with an air of purity. The most famous temple in Bali, Tanah Lot was built by fisherman and legend has it that it was protected by sea snakes. All the walkways in park are wheelchair accessible so you can roam and absorb the beauty easily.

GWK Cultural Park:

An embodiment of Bali’s heritage and cultural performances is the renowned GWK cultural park. Unique with its limestone pillars, this park promises some of the most exceptional vistas of Bali’s valleys and peaks. Home to two giant statues, one of lord Vishnu and other of a giant mythical bird, this park is definitely worth a visit on a trip to Bali. One can explore the entire park and statues on wheelchairs that are easily available.

Mount Agung and Pura Besakih:

Perched atop Mount Agung is the celebrated and most sacred Pura Besakih temple. Adorned with vibrant banners, visitors get to see the multitude of courtyards and the trinity shrines. Although the ground is not very uniform, the disabled can enjoy it with the help of numerous ramps and wheelchair facility provided in the area.

In short, Indonesia does not limit you one way or the other. Even with any physical disabilities, you can have a fantastic holiday in Bali, Indonesia. Most people will reach Indonesia by air. U.S. and E.U. airlines only will guarantee certain standards of service to travellers with disabilities. Assistance to travellers with reduced mobility on all other airlines may vary considerably.

(c) Reduced Mobility Rights

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Ik wil niet alleen doodgaan

‘… het is een Turk Sjaak, geloof me nou maar.’

‘ Dat kan best wezen Mop, maar daarom hoef toch nog niet zo luid te praten. Trouwens, er zijn een boel Turkse Nederlanders en die begrijpen heus wel wat je zegt.’

Deze Turk nipte nog een keer aan zijn Bintang en las, hoogst geïnteresseerd, verder zijn krantje.

‘… en toen ze dan zei dat Moppie helemaal scheef liep en de hele tijd voor de keukendeur lag te miauwen kreeg ik een krop in mijn keel Sjakie…’

‘Die kat is ook al oud meid. Hoe lang hebben we haar al wel niet? Jaartje of 10? Nou, doe dat maar maal zeven hoor.’

‘Dat is voor honden Sjaak, maal zeven. Afijn, ik zei dus tegen haar, ik zei: ‘Ga jij nou met haar naar de dokter meissie. Straks gaat ze nog in haar uppie dood terwijl wij hier gezellig op Bali in het zonnetje zitten.’ Ik mag er niet aan denken Sjaak, dat Moppie zo ellendig in haar eentje zou liggen te creperen. Dat is toch het ergste wat er is, alleen doodgaan?’

‘Dat is zo meid. Zal ik nog een Bintankje doen?’

‘Doe mij maar een zoet wit wijntje dan.’

Resort in Bali

Sjaak sommeerde een Balinees geklede kelner.

‘Have you also a sweet white wine Jan?’ vroeg hij.

Dat bleek niet zo te zijn dus werden het, na enig overleg, toch maar twee kleine Bintangs, het lokale Heineken.

‘Now, doewa bintangs kecil then Jan’ bestelde Sjaak.

‘Waarom noem je hem nou de hele tijd Jan. Ken je hem misschien van thuis in de kroeg?’ vroeg Mop, met een vleugje ironie in haar stem.

‘Nee, zo heet ie gewoon. Vond ik ook al een rare naam voor een Balinees maar iedereen noemt hem zo, hierzo.’

Ik moest toch even glimlachen achter mijn krantje. Sjaak had dat heel goed gehoord. Zijn collega’s noemen Wayan inderdaad Yan.

Ze nam een slokje bier en keek Sjaak een tijdje zwijgend aan.

‘Ik hoop maar dat ik als eerste ga Sjaak’, zei ze.

‘Waar naartoe meid?’ antwoordde Sjaak terwijl hij, zo onopvallend mogelijk, een schaars geklede toeriste nastaarde.

‘Dood, Sjakie, dood. dat ik als eerste doodga. ik wil niet alleen doodgaan. Dat jij als eerste zou komen te gaan. En ik zou alleen achterblijven en dan wegkwijnen in zo’n rusthuis, op zo’n klein kamertje… Ik mag er niet aan denken of ik ga janken Sjaak.’

Sjaak was weer heel snel bij de les.

‘Schei uit Mop! We zijn met vakantie, het zonnetje schijnt. Hou nou toch eens op met die rare praatjes.’

‘En als ik dan als eerste zou gaan, wat zou jij dan doen Sjakie?’

Sjaak besefte, ondanks zijn rijtje Bintangs, dat dit een gevaarlijke vraag was.

Na een bedachtzame slok antwoordde hij:

‘Ik zou hier op Bali een huisje kopen denk ik, en vaak terugdenken aan de mooie momenten die we hier hebben gehad’.

‘Ach Sjakie..’, fluisterde ze, en keek mijmerend uit over de rijstvelden.

Sjaak glimlachte en keek over haar schouder heen naar wiegende heupen in een wel erg klein uitgevallen bikinibroekje.

Bali Resort Villas

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Een tropische regenbui.

Mijn grootvader leerde me, intussen alweer een halve eeuw geleden, dat het gaat regenen wanneer de zwaluwen laag vliegen. Het heeft iets te maken met insecten die omhooggestuwd worden door opstijgende warme lucht. Hoe het wetenschappelijk allemaal precies in elkaar zit weet ik niet, maar het klopt wel.

Gisteravond tijdens mijn dagelijkse 500 meter schoolslag scheerden ze weer vrolijk vlak over het water en leken ze elegant, over de rand van het zwembad, het rijstveld in te tollen.

Bali impression: after the rain in Villa Sabandari, a quiet luxury boutique hotel in Ubud, BaliVannacht, rond de klok van drie begon dan het concert.
Wat gedonder in de verte als prelude.
Daarna het tingeltangel van afzonderlijke druppels die anders klinken afhankelijk van hun landingsplaats.
Doffe bassen voor dikke druppels op de grote bladeren van  heliconea’s en pisangbomen.
Hogere tonen bij uiteenspatten op hout of steen.
Staccato gekletter op het water van het zwembad.
Je hoort de eigenlijke bui uit de verte naderen als een bewegende massa geruis die komt aangesneld.

Quiet Luxury Boutique Hotel in Bali

Dan zit je er plots middenin.
Nu geen individuele druppels meer die hun ritmisch asynchrone composities spelen maar een golf die je met een ontzettend geraas overspoelt.
Het lijkt of iemand op de snelweg plots alle raampjes van de auto opendraait.
Op het moment dat je denkt dat het deze keer toch wel erg hard gaat, en net begint te piekeren over het feit of de rieten rolgordijnen in de open zitkamer naar beneden zijn of niet, komt de apotheose.
Geen open raampjes op de snelweg meer.
Het dak en de voorruit worden eraf geblazen en je moet roepen om elkaar te verstaan en zelfs dat lukt maar half. Net op het moment dat je lichte paniek begint te voelen stopt de tropische regenbui abrupt.
Letterlijk van het ene moment op het andere hoor je opnieuw de individuele druppels en even later is het stil.
De eerste moedige cicade begint weer te zoemen en hier en daar hoor je opnieuw ‘gecko, gecko, geckoooo!’
Het is koel, het ruikt petrichor en de bui is alweer ver weg.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Een dooie mus

Op zondag gaat Willy naar de kerk. De dienst begint om 10 uur maar ze vertrekt gewoonlijk pas een paar minuten voor tien. Je kan de kerkgangers immers horen zingen tot bij ons thuis. Ver kan die kerk dan ook niet zijn.
Ik ging dan maar even naar de vorderingen kijken op de werf. Aan de overkant van de sawah, bij de familietempel, zag ik Cokorda Gde Oka, de pater familias. Hij hield een oogje in het zeil bij de verfraaiingswerken van zijn tempel. Zoals kan afgeleid worden uit zijn naam is het een man van adel. We hadden eerder al een praatje gemaakt dus ik ging hem even een goeiedag zeggen, ik had toch mijn wandelstok bij en het is maar een klein eindje. Het was wat bewolkt en niet echt warm dus ik dacht bij mezelf ‘… waarom maak ik geen wandelingetje door de rijstvelden tot de pijn opkomt, dan maak ik rechtsomkeer en heb ik toch wat beweging gehad.’
De rijstvelden liggen er nu mooi bij. Op sommige plaatsen pas omgeploegd en volgelopen met water. Door de iets hoger gelegen grasrandjes eromheen net reuzengrote spiegels die de hemel weerkaatsen. Op andere plaatsen is de jonge rijst net geplant en hebben de sawah’s allerlei nuances van groen, afhankelijk van de hoek waaronder je kijkt en de tijd die verstreken is sinds het planten. Het water klatert door de bevloeiingskanaaltjes. Verder alleen het zingen van de vogels en af en toe het gekletter van een windmolen die als vogelverschrikker dienst doet. Op sommige velden wordt zelfs nog geploegd. Dat gebeurt door loonwerkers met een gemotoriseerde handploeg, tot aan hun dijen in de modder. De eigenaar van het veld zit vaak op een afstandje toe te kijken. Ik nam dus de tijd voor een praatje hier en een selamat pagi (goeiemorgen) daar.

Vakantie in een Ubud rice field hotel op Bali

Na een kwartier op m’n gemakje wandelen realiseerde ik me dat ik geen pijn voelde. Dan maar verder lopen tot een volgend veld en daarna tot gindse palmboom. Het kwartier werd een halfuur, en dan een uur en nog was die pijn er niet. Mijn lijfspreuk indachtig (‘Alles wat te mooi is om waar te zijn is niet waar’), besloot ik de sawah over te steken en via een alternatieve route terug te keren. Na enig zoeken vond ik een bruggetje over de rivier. Aan de overkant leidde een stijl weggetje, hier en daar voorzien van ruw uitgehakte treden, naar boven. Daar opnieuw rijstvelden met zicht op huizen in lintbebouwing.
Een oude man met kokosnoten aan een stok op de schouder vertelde me welke kant ik uit moest om bij de jalan besar (grote weg) te komen. Kinderen die aan het vliegeren waren op het veld, gingen voor die rare witte man op de loop.
Ik kwam uiteindelijk uit op Jalan Andong, een aaneenschakeling van winkeltjes met houtsnijwerk, namaakzilver, schilderijtjes, stenen beelden en dergelijke.
Rice field view vlakbij het hotel in ubud bali tijdens de vakantie 2009

Iedereen prees zijn waar natuurlijk aan en met zachte dwang probeerden ze de vreemdeling de winkel in te praten. Met ‘Lupa dompet’ (portefeuille vergeten) maakte ik aan die pogingen abrupt een einde. Tweeëneenhalf uur later was ik terug thuis wat moe, maar zonder een centje pijn in de rug. Ik kon het nauwelijks geloven. Bij de deur kwam Nyoman naar me toe. Willy was om twaalf uur uit de kerk gekomen en had me niet thuis getroffen. Ze had geprobeerd me te bellen maar ik was mijn telefoon vergeten mee te nemen. Paniek in de rangen: oom was verdwenen! Ze stuurde Dewa erop uit om te gaan informeren of iemand me gezien had. Cokarda Gde Oka zei dat ik naar het noorden was gegaan. Willy en Dewa zetten de achtervolging in. Oom lag vast ergens in een ravijn of was weer door zijn benen gezakt en kon niet meer opstaan. Mensen op het land bevestigden dat een mannetje met een stok naar utara (noord) was gewandeld, maar dat was al een tijd geleden. Willy, die mijn sandalen al ettelijke malen heeft schoongemaakt vond het patroon van mijn zolen in de modderige paadjes tussen de rijstvelden en spoorde Dewa aan tot looppas.
Thuis aangekomen zag ik 5 gemiste oproepen van Willy en een SMS van Dewa.
Ik heb naar aanleiding van dit avontuur de volgende dwingende instructies gekregen:
- nooit meer gaan wandelen zonder mijn GSM;
- altijd mijn hoed opzetten;
- me insmeren voor ik de deur uit ga;
- bij voorkeur niet alleen gaan want stel dat er wat gebeurt;
- drinken meenemen.
Ik was zo opgetogen dat van een siësta niets in huis kwam.
Saar bleef er nuchter onder en raadde me aan te wachten met victorie kraaien tot de volgende dag. ‘Dan kom je vast je bed niet meer uit’, zei ze.
U zal denken: ‘Een paar uurtjes wandelen en hij is zo blij als een kind. Die kan je ook blij maken met een dooie mus!’
Wanneer je na jaren weer pijnvrij kan wandelen zonder de hulp van pijnstillers  dan is 2 en een half uur wandelen geen dooie mus.
Dan is dat een grote gebraden kerstkalkoen, inclusief groentenkrans en zelfgemaakte kroketjes. Neem dat maar van mij aan!

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+