Posts Tagged ‘Hindoe’

How The Village Of Ubud Came To Be

How The Village Of Ubud Came To Be

Long, Long Ago , back in the far misty memory of time, there was an East Indian priest named Rsi Markandeya. It was in the 8th century that this priest, according to a “Lontar”  (traditional palm leaf book), set off on spiritual journey, walking across the island of Java to spread the teachings of Hinduism.

Eventually, he and his large group of followers reached the island of Bali and attempted to settle in the vicinity of Taro (a locale north of Ubud). Unluckily, they were struck down by a cholera epidemic and many perished. Rsi Markandeya led the surviving devotees back to Java, where they re-grouped and after a while made their way to Bali again, although this time their number was somewhat diminished.

Upon returning to Bali, the priest  was drawn to a place where the two branches of the river Wos converged, pulled there by the intense energy and light which emanated from this spot. Rsi Markandeya was inspired to meditate there and while doing so, received a strong message from the Gods. They told him to proceed to Mount Agung(Bali’s center of spirituality), and there he was to bury five precious metals (Panca Datu) in the ground as a foundation of power for the temple of Besakih (known in Bali as the Mother Temple).

This he and his followers did, and afterwards they returned to settle in the spiritually potent location where the two rivers joined, known as Campuhan.  There, in that mystical vortex of nature, he and his faithful followers constructed a temple and they named it Pura Gunung Lebah.

Now growing along the banks of the two rivers were many kinds of plants with marvelous healing qualities, so they christened their new home UBAD, which translated to the healing place or medicine.

Through the following centuries and continuing up to the present time, many Hindu devotees have come regularly to this special place to meditate, bathe and take some of the holy water for cleansing rituals and temple ceremonies. With the passing  of time, the name UBAD gradually evolved to the name UBUD.

(c) Written by  Debora Crowley

At Agung’s Wedding

Agung's Wedding

Koninklijke Crematie Peliatan 02/11/2010

Cremation Tower

Ik schrijf dit terwijl de Koninklijke Crematie Ceremonie van the IXde koning van Peliatan, Ida Dwagung Peliatan, volop aan de gang is.
Hij overleed op 20 Augustus, 71 jaar oud.bull
De kist ligt in een 25 meter hoge toren, gemaakt van bamboe, hout en papier, die door honderden mannen van het paleis in Peliatan naar de crematiegrond in Ubud wordt gedragen. Samen met de toren gaan ook een grote witte stier en een 3 meter grote draak mee in de stoet. De koning zal van de toren overgebracht worden in de stier voor de eigenlijke crematie. De draak, bedekt met bladgoud, transporteert de ziel van de koning naar het hiernamaals.
Het werk aan de toren is gestart op 13 september en ik hoorde van onze medewerkers dat dit de grootste crematie wordt van de afgelopen 50 jaar.
Het Hof van Peliatan is gesticht in de 17de eeuw als een tak van het paleis van Ubud en er bestaat een zekere rivaliteit tussen de twee koningshuizen. Men tracht elkaar te overtreffen in grootsheid. De crematie van de koning van Ubud, een paar jaar geleden, zou 9 miljard Rupiah hebben gekost. De crematie van vandaag moet dan ook duurder worden. Noblesse oblige.
Op een halve dag zal vandaag het gemiddelde jaarloon van 1000 mensen in rook opgaan tot meerdere eer en glorie van het koningshuis van Peliatan. Voor Belgen in het buitenland moeilijk te vatten.
Hallucinant en onverantwoord maar niets vergeleken met de 1.3 miljard dollar die zijn uitgegeven aan laag-bij-de-grondse T.V. spotjes voor de ‘Mid Term Election’ die toevallig ook vandaag plaatsvindt in de V.S.
Wat voor nuttige dingen zouden er niet kunnen gebeuren met die gigantische bedragen?
Ik ben ongetwijfeld naïef.

Villa Sabandari: Een luxueuse Bed and Breakfast in Ubud

Budi’s Beeld

wooden statue of a barong mask in one of the best yoga retreats in Ubud, Bali

Het dossier van I Made Budiarta was na een eerste sollicitatiegesprek niet erg sterk.
Hij kwam wat onzeker over en had de laatste twee jaar enkel nog gewerkt in het atelier van zijn vader. Die maakt houten beeldjes voor de verkoop in het winkeltje van zijn vrouw.
Budi’s langste werkervaring was 3 jaar in de huishouding in de privé villa van een Japanse familie. Hij had zijn ontslag gegeven omdat hij geen vrij kreeg voor de crematie van zijn grootvader.
Hij had daarentegen wel een rijbewijs, sprak redelijk Engels en, naar eigen zeggen, beter Japans. Hij beweerde ook flexibel te zijn zowel voor wat jobinhoud, als voor wat werktijden betrof. Zijn salarisverwachtingen waren redelijk.

Best Bali Hotels

We hadden al twee Made’s in dienst op dat moment maar dat was volgens hem geen probleem. We moesten hem maar Budi noemen zei hij.
Op 30 januari 2010 kwam Budi in dienst voor een proefperiode van 2 maanden.

Gisteren begon hij om 13:00 maar stond om 10 voor één in mijn bureau met een houten beeld onder zijn arm.
‘Of hij dat op de kast in de open living mocht zetten?’, vroeg hij op zijn eigen, wat bedeesde manier.
‘Aha, mooi beeld!’ zei ik, ‘en dat wil je zeker verkopen?’.
Ik dacht intussen de Balinezen zo wel een beetje door te hebben.
Niet dus.
Neen, hij wilde het niet verkopen, alleen daar zetten. En of dat goed was.
‘Ja hoor, ga je gang’, antwoordde ik,  ‘heb je dat zelf gemaakt?’  Dat bleek zo te zijn en hij had ermee deelgenomen aan een wedstrijd voor houtbewerkers. Het beeld stelt een Barongmasker voor dat iemand in zijn hand heeft. Hij speelde als kind altijd met zo’n masker en dat gaf hem de inspiratie.
Later vroeg Saar nog eens, voor alle zekerheid, wat de bedoeling was.
Het was een cadeau voor Ibu (mevrouw, moeder) en Bapak (mijnheer, vader) zei hij.
Ik denk dat die jongen hier graag werkt.

Nota voor mezelf: ga niet te veel af op je eerste indruk maar durf ook iemand een kans te geven.

Yoga classes & training in Ubud

Ogoh²

Bali Hotel

Tijdens haar bezoek aan Bali was Tina redelijk gebiologeerd door het fenomeen ‘Ogoh-Ogoh’.
In de titel schrijf ik dit meervoud met een kwadraat teken; dat is normale praktijk in het Bahasa Indonesia. Een pisang is een banaan en pisang² (spreek uit pisang-pisang) zijn dus bananen. Een beetje raar maar wel logisch.
Op de avond voor ‘Nyepi’, de dag van de stilte, trekt een stoet met grote monsters op bamboe staketsels en gedragen door de dorpsjeugd, door de straten van de Balinese dorpen en steden. Op kruispunten draaien ze rondjes om de boze geesten, gepersonifieerd door de monsters, het spoor bijster te maken. Later worden die monsterbeelden dan verbrand en zo, symbolisch, vernietigd.

Yoga teacher training

De 24 uren die volgen op die rituele verbranding mag niemand op straat, mag er nergens licht branden, er is geen lawaai, er wordt niet gekookt, er vertrekken of landen op heel Bali geen vliegtuigen. De boze geesten zullen op die manier voor de gek worden gehouden. Ze zullen Bali links laten liggen want daar woont blijkbaar toch niemand. De Pecalang, de burgerwacht zeg maar, ziet scherp toe op het naleven van deze verplichtingen.
Het maken van de monsters vraagt weken van gezamenlijke inspanning. Opnieuw een activiteit die het groepsgevoel versterkt en zo mee de basis vormt van het sterke Balinese sociale weefsel.
Tina heeft de opbouw van de ‘Ogoh-Ogoh’ in verschillende fasen gefotografeerd. Van bij het eerste ruwe vlechtwerk tot en met het griezelige resultaat.
Wat lezen we nu in een lokale krant net na Tina’s vertrek?
Advertisment to send in pictures for a book about Ogoh Ogoh in Bali
Inderdaad, er bestaat een concreet plan om een boek te geven over het fenomeen ‘Ogoh²′; gestoffeerd met foto’s. Er is een wedstrijd uitgeschreven om foto’s, films en ander grafisch materiaal te gaan beoordelen en een selectie te maken voor opname in het boek. Eerste prijs Rp 5.000.000.
Hierna de foto’s die we hebben ingestuurd voor de wedstrijd.
Naar mijn bescheiden mening is het volgende ticket Amsterdam – Denpasar – Amsterdam zo goed als binnen.
Ik houd u op de hoogte.

Saraswati 02/2010

Ik schreef al eerder over Saraswati, de godin van de kennis en tevens, in de Balinese kalender, de dag waarop aan deze godin wordt geofferd. Alles staat die dag in het teken van de kennis. De kinderen gaan niet naar school in hun uniformen maar in volledige traditionele klederdracht.

Saraswati meeting at Villa Sabandari, one of the newest hotel villas in Ubud Bali

Tijdens het laatste Odalanfeest in de tempel, ontmoetten we kort de landeigenaar Cokorda Trisnu Alit en zijn gezin. De oudste zoon sprak wat Engels en ik zei aan Pak Cok, want zo noem ik hem, dat zijn zoon altijd op bezoek mocht komen om zijn ‘English Conversation’ bij te spijkeren. Was het daardoor of doet het verhaal de ronde dat er op de heuvel Gunung Sari een raar oud mannetje woont dat Engels kan spreken en niet om een anekdootje verlegen zit? Dat er daar met andere woorden op een relaxte manier ‘kennis’ kan gesprokkeld worden tot meerdere eer en glorie van de godin Saraswati?
Cokorda junior en drie van zijn vrienden kwamen onverwacht aankloppen en we hadden een leuk gesprek over een grote verscheidenheid aan onderwerpen: hun toekomstplannen, het belang van talenkennis, de houding tegenover mens, dier en natuur, het hindoeïsme, het belang van tradities en gebruiken enz., enz.
Saraswati zal tevreden hebben toegekeken.

Saraswati meeting at Villa Sabandari, one of the newest hotel villas in Ubud Bali

Ubud: Hotel Villas in Bali

Vlammend verdriet

Diepgelovige mensen hebben het makkelijk. Als ze zich aan de regels houden worden ze na hun laatste reis voor eeuwig gelukkig. Want elke godsdienst heeft wel een soort van hemel. Een beloning voor het binnen de lijntjes kleuren. Gisteren zag ik dat geloof ook een bron van wrijving kan zijn.

Tijdens de voorbereiding van de hindoecrematie staat één snikkende man tussen de lachende mannen die zich verdringen rond de witte kist op de grond. De crematieweide ligt idyllisch omgeven door palmbomen. De bovenkant van de kist wordt opgetild, het zwaar geschminkte gezicht van een jonge vrouw wordt zichtbaar. Het huilen van de man wordt heviger. Een priester besprenkelt het lijk met water en de lachende mannen stoppen bankbiljetten in gevlochten mandjes en leggen die aan de zijde van de dode. De ene man blijft ongegeneerd hard huilen terwijl de andere mannen hem straal negeren. Ik verbeeld me zelfs dat hun gelach sterker wordt. Plots knielt de man bij het lijk, grijpt de ingekaderde foto van de vrouw en baant zich een weg uit de massa. Ik blijf nog wat staan, bekijk het af- en aanlopen van vrouwen die offers overhandigen aan de priester. Fruit en in palmbladeren gewikkelde pakketjes rijst, maar ook twee dode vogels en een Samsonite reiskoffer.

Ik kwam naar de crematie samen met Willy, de nicht van Saar, die werkt in Villa Sabandari. Willy groeide op in het dorp Alang op Ambon. Op Ambon is 60% moslim en 35% protestant. Willy behoort tot de sterke protestantse gemeenschap van Alang en ook hier op Bali gaat ze elke zondag naar de protestantse kerk. De vrouw, die gecremeerd wordt was vijfentwintig jaar en haar naam was Juliana. Ze kwam uit hetzelfde dorp als Willy en was ook protestants. Ze werkte en woonde dichtbij Denpasar. De crematie vindt plaats in het dorp van haar Balinese echtgenoot.

Als een man met een vlammenwerper het lijk nadert en iedereen een paar stappen naar achteren zet, verwijder ik me en slenter terug naar de auto. Tegen onze auto leunt de huilende man. Hij houdt de foto tegen zijn borst gedrukt. Naast hem staat Willy met haar armen troostend rond de schouders van een oudere vrouw. De vrouw is de moeder van Juliana en de huilende man is haar broer. Ze zijn overtuigde protestanten en Juliana wordt nu tegen hun wil gecremeerd. De broer doet zijn verhaal in het Engels: hoe ze gisteren pas op Bali arriveerden en hebben geprobeerd om Juliana een protestantse begrafenis te geven, hoe de familie van de Balinese echtgenoot dit bot weigerde, hoe ze Juliana niet te zien kregen, hoe hij daarnet vreselijk schrok toen hij het gezicht van zijn dode zus zag, liggend op de grond, op een rieten mat tussen vreemde voorwerpen en zijzelf het onderwerp van onbegrijpelijke rituelen. Hij doet het relaas hevig snikkend. Moest hij niet zo groot en forsig zijn dan legde ik ook mijn armen rond zijn schouders.

De Balinezen die passeren bekijken moeder en broer woedend en met minachting. Je mag niet huilen op een hindoecrematie want dan verhinder je de ziel te vertrekken naar de hemel.

Op de weide laait het vuur hoog op. De Samsonite reiskoffer geeft een blauwe steekvlam.

Spa Resort Villas, Ubud Bali

Bij de kleermaakster

Op 9 februari wordt Villa Sabandari officieel ingehuldigd met een Upacara.

Een min of meer verplichte hindoeceremonie. Wie op Bali een nieuw huis betrekt hoort een Upacara te doen, anders daag je de goden uit en stort je jezelf in het ongeluk. Wat geldt voor huizen, geldt natuurlijk ook voor hotels en resorts.

Naar een Upacara ga je niet zomaar netjes gekleed, neen de richtlijnen voor de outfits zijn zeer strikt. Vergelijk het met de kledingseisen voor een ‘romantic wedding’.  Voor de vrouwen bestaat de ceremoniële kledij uit drie stuks : een wikkelrok (sarong), een lang katoenen hemd (kebaya) en een sjaal die rond het middel wordt geknoopt (selendang).

Holiday in Luxury Hotels

Sarong, kebaya en selendang: de traditionele kledij voor een tempelbezoek op Bali. Foto in winkeltje vlakbij Ubud, Centraal Bali

Mijn garderobe bevat geen enkel van deze items dus trek ik met Saar, die ook in het nieuw gestoken moet worden, naar een kleermaakster. Uit de kleding die deze vrouw zelf draagt is af te leiden dat ze niet op het punt staat om naar een Upacara te vertrekken.

kledingwinkeltje in de buurt van Ubud, Bali

Na het kiezen van de sarongstof begint pas het lastige gedeelte. Welke stijl willen we voor de kebaya? Een ronde hals, een boothals of een v-hals? Korte, driekwart of lange mouwen? De kleermaakster haalt uit de stapels ingepakte kebaya’s ontelbare voorbeelden tevoorschijn. En daarnaast wijst ze behulpzaam op de aangeklede paspoppen met variërende halsuitsnitten, halflange en iets kortere mouwen, puntige of afgeronde panden… Ondertussen druk taterend in het Bahasa Indonesia. Mij begint het al te duizelen.

Ik opper een onschuldig voorstel waar ik een paar minuten later dik spijt van krijg: ‘Laat ons gewoon wat verschillende modelletjes passen.’ Op een paspop ziet elk kledingstuk er namelijk schitterend uit. Maar uit ervaring weet ik dat die indruk verandert wanneer ik het zelf aantrek.

Mijn eerste witte kebaya (een XL !) krijg ik niet over mijn bovenarmen. Vol vertrouwen denk ik dat het komt omdat ik bezweet ben. Saar past krap in dezelfde XL.

Helemaal onderaan uit een stapel van wel twintig ingepakte kebaya’s haalt de kleermaakster voor mij een XXL boven. Het plastiek zakje waarin het zwaarwichtige model zit ritselt onheilspellend. Ik glijd zonder probleem in de eerste mouw. Ook rond mijn schouders en rug voelt het katoenen hemd comfortabel. Maar de knoopjes vooraan, ter hoogte van mij westerse C-cup, krijg ik niet dicht. Daar ontbreekt een strook stof van ruw geschat om en nabij tien centimeter.

De kleermaakster had deze afgang waarschijnlijk zien aankomen en daarom geprobeerd om mij dit gezichtsverlies te besparen door de voorbeelden en de paspoppen te showen. Niets aan te doen, het onheil was geschied. Ze haalt zwijgend haar lintmeter boven; voor mij zal ze een XXXXL op maat moeten snijden. Ik zie ze extra aandacht besteden aan het noteren van mijn borstomtrek. Ze zet onder het getal een bescheiden streepje. Een uitroepteken bestaat waarschijnlijk niet in het Bahasa Indonesia.

Het kiezen van de slendang, de sjaal die je rond je middel knoopt, laat ik wijselijk aan Saar over. In uiterste nood kan ik zelf met de hand nog altijd twee exemplaren in de lengte aan elkaar naaien.

Bali Vacation Resorts

Het bovenstaande is, zoals blijkt uit de inhoud, van de hand van Tina. Ik hoefde niet mee op deze kledinguitstap en was daar erg blij om. Na het lezen van de post en ook (en vooral) na het bekijken van de foto’s, begin ik toch te twijfelen aan het feit of mijn sarong wel goed genoeg is voor de Upacara. Misschien toch maar eens mijn maten laten nemen door de kleermaakster? Zoals Tina al schreef moet je de Balinese goden niet uitdagen. En ik doe natuurlijk alles voor de goede zaak, dat spreekt voor zich.

Inzegening

A ceremony for a new car in Ubud, Bali

Op terugweg van Denpasar, na een zoektocht naar professioneel keukenmateriaal in een van de weinige professionele zaken op Bali, vroeg Wayan of ons huis al ingezegend was.
Wayan helpt ons met het inrichten van de keuken, het opstellen van menu’s, het zoeken naar betrouwbare leveranciers en andere voeding gerelateerde zaken.
Ik moest  ontkennend antwoorden.
Zelfs onze auto, die we toch al een aantal maanden hebben, is nog niet gezegend. De foto hiernaast toont de upacara voor de auto van onze buurman. De man in het wit is de priester en voor de auto liggen offers allerhande.
Veel heeft de ceremonie niet mogen baten vermits de auto door de chauffeur flink in de kreukels werd gereden en een week of 6 in de garage is geweest voor reparatie.
Het personeel verwacht van de huiseigenaar dat er een inwijdingsceremonie gebeurt. Zo niet zullen ze zich niet op hun gemak voelen in het huis en bang zijn om er te overnachten.
Het zal wel toeval zijn, maar Willy vertelde dat ze al een paar nachten voetstappen hoort in het gangetje voor haar kamer. Ze hoort ook geklop, alsof er mensen aan het werk zijn.
Het wordt tijd dat we orde op zaken stellen.  Ik heb een afspraak om de hogepriester te spreken samen met Pak Mis, de vorige kepala banjar en natuurlijk Dewa als tolk. De priester zal een goede dag bepalen voor de ‘Grand Opening’, rekening houdend met de Balinese kalender en tevens een raming maken van de kosten. We overwegen een kleine upacara zo snel mogelijk en de grote in September wanneer de kinderen op bezoek komen.

Bali Hotels & Accommodation at Ubud

Galungan en Kuningan

Galungan is het belangrijkste feest voor Balinese hindoes.
De schepper van het universum (Ida Sang Hyang Widhi) en de geesten van de voorouders worden in deze periode geëerd.
Het feest symboliseert de overwinning van het goede (Dharma) over het kwade (Adharma), en de Balinezen horen dankbaarheid te tonen aan de schepper en aan hun voorvaderen.
Galungan wordt één keer in de 210-dagen gevierd en markeert de tijd van het jaar waarin de geesten van de voorouders worden verondersteld een bezoek te brengen aan de aarde. Balinese hindoes voeren tijdens dit feest rituelen uit die bedoeld zijn om de geesten welkom te heten en hen te vermaken.
Families offeren voedsel en bloemen aan de voorouderlijke geesten, uiten dankbaarheid en smeken bescherming af.
Penjors can be seen all over Bali at GalunganOveral op het eiland vindt u bij de ingangspoort van de huizen lange bamboe stokken genaamd ‘penjor’ – meestal versierd met vruchten, kokosbladeren en bloemen. Bij elke poort, zult u ook kleine bamboe altaartjes aantreffen, speciaal gemaakt voor het feest. Er worden offertjes gebracht, verpakt in geweven palmbladeren.
De voorbereidingen voor Galungan beginnen enkele dagen voor de eigenlijke feestdag.
Drie dagen voor Galungan is er ‘Penyekeban’ en begint men met de  voorbereidingen. ‘Penyekeban’ is afgeleid van het Balinese woord ‘nyekeb’ wat ‘het rijpen (van fruit)’ betekent. Groene bananen worden in grote potten van gebakken klei gestopt die worden afgedekt om het rijpingsproces te versnellen.
Twee dagen voor Galungan  volgt ‘Penyajahan’, een tijd van introspectie voor Balinezen, en minder prozaïsch, een tijd om Balinese taarten te maken bekend als ‘jaja’. Deze gekleurde taarten gemaakt van gebakken rijstdeeg worden gebruikt als offergave maar net zo goed met veel plezier geconsumeerd door de gewone stervelingen.
De dag voor Galungan is ‘Penampahan’ of ‘slachtdag’. De offerdieren moeten er op die dag aan geloven. Galungan wordt dan ook gekenmerkt door het plotse overvloedige aanbod van traditionele Balinese gerechten zoals lawar (varkensvlees in een pittige kokossaus) en saté.

Ubud Bali Rice Fields Resort

Op Galungan dag zelf bidden de gelovigen in de tempels en brengen ze hun offers aan de geesten. U kan overal prachtig geklede vrouwen zien met hoge torens offergaven op het hoofd die sierlijk, vaak in ganzenpas, voorbij schrijden.
De dag na Galungan bezoekt men familie en vrienden.
De tiende dag na Galungan – ‘Kuningan’ – markeert het einde van de Galunganperiode, en wordt beschouwd als de dag waarop de geesten terug opstijgen naar de hemel. Op deze dag worden offertjes gebracht met gele rijst.

Tijdens Galungan wordt een ceremonie bekend als ‘Ngelawang’ uitgevoerd in de dorpen. ‘Ngelawang’ is een exorcismeceremonie uitgevoerd door een ‘Barong’ - een goddelijke beschermer in de vorm van een griezelig uitziende, mythische draak.

De Barong wordt uitgenodigd in de huizen op zijn rondgang door het dorp. Zijn aanwezigheid is bedoeld om het evenwicht te herstellen tussen goed en kwaad in een huis. De bewoners voor de dansende Barong en krijgen na afloop een stukje van diens vacht als souvenir.
Tijdens Galungan staat het openbare leven op een laag pitje omdat de Balinese werknemers naar hun respectievelijke dorpen gaan om daar het feest te vieren.
De Balinese kalender volgt een 210-daagse cyclus zodat Galungan tweemaal per jaar wordt gevierd, ongeveer elke zes maanden. Voor wie Galungan wil meemaken op Bali volgen hierna de data van de volgende feestperiodes:
  • 14-24 oktober 2009
  • 12-22 mei 2010
  • 8-10 december 2010
  • 6-16 juli 2011
  • 1-11 februari 2012
Villa Sabandari zal gewoon geopend zijn.
We bedenken wel een eigen manier om het evenwicht tussen goed en kwaad te herstellen.