Posts Tagged ‘Rijstvelden’

No-nonsense

‘Argiope keyserlingii’ web in the garden of Villa Sabandari, a yoga retreat in Ubud, Bali Ik hou van no-nonsense mensen.
Geen rond-de-pot-gedraai.
Gewoon zeggen waar het op staat.
En dan ook weer niet teveel zeggen.
Niet doordrammen en over iets doorzeuren om een punt te scoren.
Daarom is de ‘Argiope keyserlingii’ dan ook een diertje naar mijn hart.
Ze geeft geen kik maar maakt aan de andere kant wel heel duidelijk waar het op staat.
’Hier ben ik, ik speel geen verstoppertje. Je kan precies zien waar ik zit.’
’En ik heb honger! Honger ja!!’
’Dus gewoon vliegen naar het punt gemarkeerd met die grote “X”.’
‘Dan zien we elkaar daar voor de lunch. O.K.?’
Hoeveel duidelijker kan je zijn?
Voor de mannetjes ‘A. keyserlingii’ is het ook makkelijk. Geen gezoek tussen al die planten, geen gesnuffel naar feromonen. Gewoon op zoek naar een kruis en dan bingo!
Wat die mannetjes zich iets te laat realiseren, gek als ze worden wanneer ze die uitnodigende X daar zien zweven, is dat Madame Keyserlingii vele malen groter is dan zij. En dat ze honger heeft, zo’n grote honger.
Come to mama baby, come to mama…

St Andrew's Cross Spider in de bloemen achter het zwembad van Villa Sabandari, yoga class retreat near Ubud in Bali
St Andrew’s Cross Spider in de bloemen achter het zwembad.
Dirk in Villa Sabandari

Quiet location for yoga program, meditation or yoga class

Fietstocht naar Tegallalang

Fietstour 01 – Naar Tegallalang

 

Cycling map from Villa Sabandari to Tegalalang and back

Lengte: ongeveer 23 km

Duur: ongeveer 3 uur

Moeilijkheidsgraad: Asfaltweg met één kilometer hobbelige zandweg. Tot in Kampung Café een overwegend stijgend parcours met een paar pittige hellingen. De terugweg is vlakker.

Horeca: Veel warungs. In Kampung Café kan vanaf 11u geluncht worden.

Zon en schaduw: overwegend schaduw

 

Rij naar beneden tot aan de T-splitsing. Neem rechts en steek bij de rode lichten het kruispunt met het standbeeld over. Je bent in de hoofdstraat van Ubud (= Jalan Raya Ubud). Neem de vijfde zijstraat rechts (= Jalan Sri Wedari) recht tegenover Cafe Moka (zie kaart punt 1). Deze weg blijf je ongeveer vijf kilometer volgen. Het is een rustig slingerende asfaltweg met in het begin veel frangipanibomen. Na 1 km verlaat je de stad en kom je in de velden. Bij helder weer zie je in de verte Gunung Agung (de heilige berg). Aan de linkerkant van de weg ligt een dichtbegroeide ravijn. Weer een kilometer verder kom je in het dorp Tegallantang, waar je een enorme baniaanboom kan zien bij de ingang van de Tempel Pura Dalem (zie kaart punt 2). Temple near Villa Sabandari in Ubud, Bali

Het is een openbare tempel, dus als je een sarong omslaat mag je de tempelgrond bezoeken. Voor menstruerende vrouwen geldt een toegangsverbod. Aan de overzijde van de Pura Dalem ligt een bescheiden tempel die gebruikt wordt voor ceremonieën in verband met de dood.

Wat verder in het dorp ligt het atelier van Widya. Hier kan je workshops batik volgen.

Batik workshop near Villa Sabandari in Ubud, Bali

Negeer voorbij het dorp de zijweg naar rechts en daal af onder overhangende reuzenbamboes.

De weg wordt bochtig en schaduwrijk. In het dorp Bentuyung volg je de pijl met Matahari Bungalows naar rechts (zie kaart punt 3). Na een sterke daling komt een klim. Je komt op een hoogplateau met aan het einde het voetbalveld van Kelabang Moding. In het dorp heb je de keuze uit een aantal warungs waar je iets kan drinken. Op een T-splitsing ga je rechts naar beneden tot bij de mandi (wasplaats) en daarna weer naar boven. Op je linkerkant zie je rijstterassen.Green rice fields near Villa Sabandari a resort in Ubud, Bali Je passeert Villa Orchid en bij een V-splitsing rij je links, wat verderop bij een T-splitsing weer links (zie kaart punt 4). Rechts voor je zie je weer Gunung Agung. Na wat stevig dalen en klimmen kom je bij een T-splitsing op de drukke weg tussen Ubud en Tegallalang (zie kaart punt 5). Je neemt links. Tegalallang is een aaneenschakeling van winkels met vooral veel houtsnijwerk. Bij het buitenrijden van het dorp ligt aan je rechterhand het aangename Kampung Café (zie kaart punt 6). Ingericht met veel hout en met een uitzicht over een groene helling met rijstterrassen is het een ideale plek om een flinke pauze te nemen. Je hebt ongeveer de helft van de route achter de rug.

Vanuit Kampung Café keer je terug naar het centrum van Tegallalang. Op het kruispunt met aan je rechterhand Pasar Umun, sla je rechts in (zie kaart punt 7) . Je rijdt in de richting van een gsm-mast.

Villa with Spa, Ubud – Bali

Waarschijnlijk zie je in de buurt van Tegallalang manden in de berm met kemphanen. Hanengevechten zijn in Bali nog altijd erg populair.

Baskets near Villa Sabandari, one of the newest design villas with spa in Bali

Aan het kruispunt met rechts de bale banjar, een open paviljoen waar de inwoners van de buurtgemeenschap samenkomen, ga je links (zie kaart punt 8). Je komt voorbij een school. Bij een tempel stopt de asfaltweg. Rij hier rechts de onverharde landweg in (zie kaart punt 9). Blijf deze hobbelige weg een kleine kilometer volgen. Je passeert een mandi (wasplaats) links en een hotel (in aanbouw) rechts. Je rijdt hier tussen de rijstvelden. Een beetje voorbij een bruggetje kom je op een T-splitsing waar je rechtsaf rijdt (zie kaart punt 10). Dit stukje deed je daarstraks in de andere richting. Negeer de zijweg rechts (zie kaart punt 4). Op je linkerhand kom je voorbij een warung met een luchtig terras. Negeer ook de linkerzijweg naar Petulu (zie kaart punt 11). Op de hoek heb je bij Warung ‘D’ nog een mogelijkheid om te rusten.

De resterende vijf kilometer blijf je op dezelfde lichtglooiende asfaltweg. Tot een paar jaar terug was dit een landweg tussen de rijstvelden. Nu is het nog een rustige weg maar de bebouwing rukt stilaan op. Je komt voorbij meerdere hotels en villa’s. Aan je linkerhand ligt Ubud Botanic Garden (50.000 Rp.) (zie kaart punt 12). Overvloedig tropisch groen met als verrassing een doolhof.

Voorbij de tuin rijd je nog twee kilometer tot de hoofdstraat van Ubud waar je links gaat. Het kruispunt met het standbeeld steek je schuin rechts over. Neem Gunung Sari naast de groene kledingzaak en honderd meter verderop links het weggetje naar Villa Sabandari.

Ochtendgezelschap

Vanmorgen – bij het gloren van de dageraad (een minder bombastische omschrijving zou de sfeer onrecht aandoen) – werd ik gewekt door het rammelen van de houten stores tegen de zijramen van mijn kamer. Met mijn slaapkop zie ik dat de middelste store heftig bewoog. Een aardbeving? Onmogelijk want de twee andere houten blinden hangen doodstil. Achter de middelste zie ik een kronkelende schaduw. Vannacht was ik wakker geworden door de grappige roep van een oude gekko. Hoe ouder de gekko hoe dieper zijn stem. Dat arme beest zat nu klem achter het luikje. Een reddingspoging is onvermijdelijk : kamerjas aan, schuifdeuren naar het terras open en met wat aandringen werk ik het aangeslagen beest naar buiten. Op weg naar zijn vrijheid probeert het in paniek via de gordijnen naar de hoge zoldering te vluchten maar met een resolute mep kan ik dat vermijden.Gecko in the spa of one of the luxury hotels in Ubud Bali
Gekko’s zijn nuttige beesten. Ze vangen insecten. Hier zo dicht bij de natte rijstvelden is het een zegen dat er zoveel gekko’s zitten. Het zijn ecologisch verantwoorde anti-muggenmachientjes.

Ubud Spa Resort Bali

Om zes uur stond ik dus op het terras van de Bruidssuite, de grandioze kamer die ik nu uittest. Helemaal tot in de details zal dat niet lukken, zo zonder bruidegom maar ja.
In het melkwitte water van de rijstvelden (de sawah) reflecteren melancholisch wuivende palmkruinen. Geen mens te zien. Wel een overvliegende vogel. Een frisblauwe met een rode bek. Hij landt op een paadje tussen de velden en blijft daar doodstil wachten tot ik mijn fototoestel heb genomen. 150 meter is ook voor mijn toestel te ver om uit de hand een scherpe close-up te maken. Waarvoor mijn excuses. Foto: zie post Dirk hieronder.

Dit prachtexemplaar is een Javaanse Kingfisher. In het grote Indonesische Vogelboek vind ik dat hij frequent voorkomt op Bali en dat hij – in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden – geen vis maar wel insecten eet.

Alle insecten zijn gewaarschuwd: blijf weg van Villa Sabandari. Jullie maken geen schijn van kans tegen onze superefficiënt getrainde personeelsleden : de gekko en de Javaanse koningsvisser.

De Javaanse ijsvogel

javanese kingfisher as spotted from a room in Villa Sabandari a luxury hotel with spa in the rice fields near Ubud, Bali

of ‘Halcyon cyanoventris’ werd door Tina gespot in het rijstveld waarop ze, vanuit haar kamer, uitkijkt. Veel ijs is er niet te vinden op Bali, daarom vind ik de Engelse benaming ‘Javanese Kingfisher’ iets duidelijker. Barry Wobbes beschrijft dit diertje in zijn blog met de, voor Vlamingen, wat misleidende titel Vogelen op Bali (1997) als volgt:

“ … Ook de spectaculaire 25 cm grote Javaanse ijsvogel (Halcyon cyanoventris) met rode snavel, hemelsblauwe staart en handpennen, paarse rug en roodbruine kop en borst kon nog een plekje vinden in de rijstvelden.”

Hotel Spa in Ubud, Bali

Een dooie mus

Op zondag gaat Willy naar de kerk. De dienst begint om 10 uur maar ze vertrekt gewoonlijk pas een paar minuten voor tien. Je kan de kerkgangers immers horen zingen tot bij ons thuis. Ver kan die kerk dan ook niet zijn.
Ik ging dan maar even naar de vorderingen kijken op de werf. Aan de overkant van de sawah, bij de familietempel, zag ik Cokorda Gde Oka, de pater familias. Hij hield een oogje in het zeil bij de verfraaiingswerken van zijn tempel. Zoals kan afgeleid worden uit zijn naam is het een man van adel. We hadden eerder al een praatje gemaakt dus ik ging hem even een goeiedag zeggen, ik had toch mijn wandelstok bij en het is maar een klein eindje. Het was wat bewolkt en niet echt warm dus ik dacht bij mezelf ‘… waarom maak ik geen wandelingetje door de rijstvelden tot de pijn opkomt, dan maak ik rechtsomkeer en heb ik toch wat beweging gehad.’
De rijstvelden liggen er nu mooi bij. Op sommige plaatsen pas omgeploegd en volgelopen met water. Door de iets hoger gelegen grasrandjes eromheen net reuzengrote spiegels die de hemel weerkaatsen. Op andere plaatsen is de jonge rijst net geplant en hebben de sawah’s allerlei nuances van groen, afhankelijk van de hoek waaronder je kijkt en de tijd die verstreken is sinds het planten. Het water klatert door de bevloeiingskanaaltjes. Verder alleen het zingen van de vogels en af en toe het gekletter van een windmolen die als vogelverschrikker dienst doet. Op sommige velden wordt zelfs nog geploegd. Dat gebeurt door loonwerkers met een gemotoriseerde handploeg, tot aan hun dijen in de modder. De eigenaar van het veld zit vaak op een afstandje toe te kijken. Ik nam dus de tijd voor een praatje hier en een selamat pagi (goeiemorgen) daar.

Vakantie in een Ubud rice field hotel op Bali

Na een kwartier op m’n gemakje wandelen realiseerde ik me dat ik geen pijn voelde. Dan maar verder lopen tot een volgend veld en daarna tot gindse palmboom. Het kwartier werd een halfuur, en dan een uur en nog was die pijn er niet. Mijn lijfspreuk indachtig (‘Alles wat te mooi is om waar te zijn is niet waar’), besloot ik de sawah over te steken en via een alternatieve route terug te keren. Na enig zoeken vond ik een bruggetje over de rivier. Aan de overkant leidde een stijl weggetje, hier en daar voorzien van ruw uitgehakte treden, naar boven. Daar opnieuw rijstvelden met zicht op huizen in lintbebouwing.
Een oude man met kokosnoten aan een stok op de schouder vertelde me welke kant ik uit moest om bij de jalan besar (grote weg) te komen. Kinderen die aan het vliegeren waren op het veld, gingen voor die rare witte man op de loop.
Ik kwam uiteindelijk uit op Jalan Andong, een aaneenschakeling van winkeltjes met houtsnijwerk, namaakzilver, schilderijtjes, stenen beelden en dergelijke.
Rice field view vlakbij het hotel in ubud bali tijdens de vakantie 2009

Iedereen prees zijn waar natuurlijk aan en met zachte dwang probeerden ze de vreemdeling de winkel in te praten. Met ‘Lupa dompet’ (portefeuille vergeten) maakte ik aan die pogingen abrupt een einde. Tweeëneenhalf uur later was ik terug thuis wat moe, maar zonder een centje pijn in de rug. Ik kon het nauwelijks geloven. Bij de deur kwam Nyoman naar me toe. Willy was om twaalf uur uit de kerk gekomen en had me niet thuis getroffen. Ze had geprobeerd me te bellen maar ik was mijn telefoon vergeten mee te nemen. Paniek in de rangen: oom was verdwenen! Ze stuurde Dewa erop uit om te gaan informeren of iemand me gezien had. Cokarda Gde Oka zei dat ik naar het noorden was gegaan. Willy en Dewa zetten de achtervolging in. Oom lag vast ergens in een ravijn of was weer door zijn benen gezakt en kon niet meer opstaan. Mensen op het land bevestigden dat een mannetje met een stok naar utara (noord) was gewandeld, maar dat was al een tijd geleden. Willy, die mijn sandalen al ettelijke malen heeft schoongemaakt vond het patroon van mijn zolen in de modderige paadjes tussen de rijstvelden en spoorde Dewa aan tot looppas.
Thuis aangekomen zag ik 5 gemiste oproepen van Willy en een SMS van Dewa.
Ik heb naar aanleiding van dit avontuur de volgende dwingende instructies gekregen:
- nooit meer gaan wandelen zonder mijn GSM;
- altijd mijn hoed opzetten;
- me insmeren voor ik de deur uit ga;
- bij voorkeur niet alleen gaan want stel dat er wat gebeurt;
- drinken meenemen.
Ik was zo opgetogen dat van een siësta niets in huis kwam.
Saar bleef er nuchter onder en raadde me aan te wachten met victorie kraaien tot de volgende dag. ‘Dan kom je vast je bed niet meer uit’, zei ze.
U zal denken: ‘Een paar uurtjes wandelen en hij is zo blij als een kind. Die kan je ook blij maken met een dooie mus!’
Wanneer je na jaren weer pijnvrij kan wandelen zonder de hulp van pijnstillers  dan is 2 en een half uur wandelen geen dooie mus.
Dan is dat een grote gebraden kerstkalkoen, inclusief groentenkrans en zelfgemaakte kroketjes. Neem dat maar van mij aan!

Odalan

A small temple in the rice field, seen from Villa Sabandari, a boutique hotel in Ubud, BaliOfferings at a family temple in the rice fields as seen from a small boutique hotel near Ubud, Bali
Elke tempel op Bali viert zijn verjaardag twee keer per (Balinees) jaar. Om de 210 dagen dus. Het is de verjaardag van de ingebruikname van de tempel in kwestie. Die ceremonie heet Odalan en duurt drie dagen. De goden zouden tijdens deze feestelijkheden afdalen uit de hemel en worden geëerd met eten, drinken, gebed, dans en soms ook met hanengevechten. Vanuit mijn bureau kijk ik uit over de rijstvelden en aan de overkant ervan, half verscholen in een bosje, staat een kleine tempel. Op 16 juni was de laatste dag van de Odalanfeesten voor deze tempel. De feestvierders kwamen in hun mooiste kledij en voorzien van offers, achter elkaar lopend over het smalle paadje door de sawah. De tempel zelf was versierd met veel geel, wit en oranje.

Logeren in een rustig vakantie hotel bij Ubud, Bali

Esther werd vriendelijk duidelijk gemaakt dat ze best even buiten op mij kon wachten. Ze droeg namelijk een korte broek, geen sarong en geen reep stof om het middel geknoopt en dat kan echt niet. Mijn lange broek en wellicht ook mijn grijze haren, of het gebrek daaraan, dwongen voldoende respect af om me rustig te laten rondlopen, met toestemming uiteraard.
De laatste tijd trek ik ‘s avonds, na het douchen, een ‘sarong pelekat ‘aan. Een sarong die door mannen wordt gedragen. Komang heeft me geleerd die op z’n Balinees te knopen. Willy bracht twee stuks voor me mee uit Ambon. Het merk is ‘Gajah Duduk’. Dat merk heeft ze gekocht omwille van de goede kwaliteit vertelde ze. Ik denk eerder omwille van de naam. ‘Gajah Duduk’ betekent nl. ‘Zittende Olifant’.

Pura Taman Ayun

Willy is in Ambon gebeten door een hond voor ze naar Bali kwam. Ze had daar voor alle zekerheid een eerste injectie tegen hondsdolheid gekregen. De dader was namelijk onmiddellijk na zijn misdrijf afgemaakt en opgegeten zodat niet meer kon achterhaald worden of hij al dan niet besmet was met rabiës. Gisteren, voor ons verkennend uitstapje naar midden Bali, gingen we daarom langs bij de Puskesmas (Pusat Kesehatan Masyarakat), het medisch centrum, in Ubud. Willy kreeg er een vervolginjectie. Het duurde erg lang maar Willy maakte ons, middels wegwuifgebaren, duidelijk dat we niet mochten komen informeren. Later bleek dat te zijn uit voorzorg tegen het toepassen van ‘toeristenprijzen’. Mocht de verpleger hebben gezien dat Willy bij ons hoorde , dan zou de prijs ongetwijfeld een paar 100% gestegen zijn. De vreemdeling is loslopend wild waarop je vrijelijk alle pluimtechnieken mag toepassen.  ‘Ze logeren toch allemaal in van die dure luxe  hotels, dus dat kan geen probleem wezen’ zal wel de redenering zijn. Toen Esther en Saar tijdens het wachten even een doosje crackers wilden kopen, werd daarvoor Rp 8000 gevraagd. Esther zag op een gelijkaardig pakje een stickertje met Rp 7000 en antwoordde daarom assertief met ‘Tujuh ribu saja!’, waarop de verkoper onmiddellijk akkoord ging.

Logeren in Villa Sabandari, Ubud

Tempel in Mengwi, goed te bezoeken vanuit Villa Sabandari in Ubud.

We waren van plan er een nuttige dag van te maken. Een verkenningstocht voor een van de alternatieve trips die we onze toekomstige gasten willen aanbieden. Ik wilde zo veel mogelijk via landelijke weggetjes van Ubud naar Pacung ; het laatste stukje over de weg Denpasar-Bedugul, om dan de mooie rijstterrassen bij Jati Luwih te bezoeken. Net voorbij Petang was er op een eerder steile helling plots geen asfalt meer. Alleen diepe putten, keien, grind en rotsachtige grond. Dewa probeerde er nog door te komen maar de motor brulde en de wielen slipten door. Saar begon te roepen dat hij moest stoppen en ze stapte samen met Willy in paniek uit. Ik maande Dewa aan voorzichtig achteruit te rijden tot op het asfalt. We keerden terug naar het dichtstbijzijnde dorp en de GPS herberekende het traject. Pas later ontdekte ik dat het ding was ingesteld om de kortste weg te zoeken; niet de snelste. We bereikten de hoofdweg dan ook enkel na een tocht over enorm steile en smalle weggetjes, langs diepe ravijnen en ettelijke haarspeldbochten. Esther vertelde me dat Willy op een bepaald moment razendsnel haar geliefde gembersnoepjes uit hun plasticzak begon te schudden, vermoedelijk als laatste alternatief voor de reisziekte die ze voelde opkomen. Zodra we op de grote weg waren vroeg ze dan ook om een noodstop. We stopten voor lunch bij het Pacung Indah restaurant in Batu Riti zodat iedereen de kans kreeg om op zijn positieven te komen na onze ‘alternatieve route’. Ik kreeg natuurlijk de collectieve woede van mijn reisgezellen te verduren en beloofde dan ook plechtig dat we de rest van de dag enkel nog provinciale wegen zouden volgen. Geen rijstterrassen of warmwaterbronnen en geen Batu Karu tempel. In plaats daarvan reden we naar de Pura Taman Ayun in Mengwi, een mooie watertempel. Hadden we tenminste nog iets gezien.

Ribbetjes eten in Ubud, Bali wat een luxe!

Bij de vlindertuin van Wana Sari kwamen we om 10 voor vijf aan. Sluitingsuur: 5 uur. De vlinders blijken actief te zijn in de voormiddag.  Dit is Indonesie en ook de vlinders hebben recht op ‘jam karet’. Om vijf uur was er niks meer te zien. Dan kon er ook nog wel bij. Naar huis dan maar. De codewoorden villa+Ubud deden onze chauffeur Dewa breed glimlachen. Hij had er duidelijk ook genoeg van.  Nog even gestopt bij Naughty Nuri’s warung voor margarita’s en ribbetjes van de barbecue.
Thuis in Villa Sabandari: douchen om de rook van Nuri’s weg te spoelen en dan slapen. Het was me het dagje weer.

Hoezo Sabandari?

We zouden dus een klein guesthouse beginnen. Dan moet het kind natuurlijk ook een naam hebben. Alle kleine hotelletjes of guesthouses heten in Bali “Villa Huppeldepup” waar “Huppeldepup” te vervangen is door één of andere exotisch klinkende naam. “Villa Hibiscus”, “Villa Cempaka”, “Villa Mahayani”,…
Dan konden wij ons optrekje toch moeilijk “Huisje Weltevree” of “De Purperen Hei” gaan noemen.
Het moest ook iets Oosters en mysterieus klinkend worden.
Omwille van die eerder vermelde frangipani-boom dachten we eerst aan “Villa Frangipani”. We, lees Saar, vond dat wel leuk klinken. Ikzelf associeerde die naam eerder met een frangipanetaart. Dus niet.
Er staat ook een kruidnagelboom, aan de linkerkant zodra je de poort binnenkomt. Kruidnagel in het Maleis is “Cengkeh” en het is één van de kruiden die typisch zijn voor de Molukken. “Villa Cengkeh” dan maar? We stelden ons al voor hoe die naam zou worden vermassacreerd door de verschillende taalgroepen en stapten ook van dit idee af. Het moest dus niet alleen een naam worden met een hoog Multatuligehalte, maar ook één die door iedereen ongeveer op dezelfde manier zou worden uitgesproken.
Back to the drawing board.
“Ons huis” in het dialect van Allang is “Luma Ité”. “Villa Luma Ité”?
We vonden het wel een goed idee om een link te hebben met de Molukse roots van Saar.
Ik was nog niet echt tevreden met de naam en surfte nog maar wat verder. Nu moet je weten dat één van de bekendste en meest exclusieve hotels van Bali het “Amandari Hotel” is. Rod Stewart is er voor de x-ste keer getrouwd en Trina, één van de masseuses heeft de Beckhams, Demi Moore, David Copperfield en Jimmy Carter onder handen genomen. De stap van Amandari naar Sabandari was klein en voor de hand liggend. Voor degenen die dat niet zouden weten: Saar’s familienaam is Sabandar.
Ik vond het onmiddellijk goed en voor inspiraties met een buikgevoel moet je respect hebben.
Het klonk Oosters, was makkelijk uit te spreken én bevatte een link naar de Molukken. De klankverwantschap met het Amandari was ook mooi meegenomen. Saar vond het eerst een raar idee maar draaide snel bij. De Sabandars hebben de reputatie notoire ijdeltuiten te zijn. Op een leuke manier.
De naam “Sabandar” is al heel oud en betekent zoiets als ‘havenmeester”. Je herkent er “Shah” in wat koning of meester betekent en “Bandar” wat haven betekent in Bahasa Indonesia, Maleis en Perzisch.

Enkele historische bronnen:

“… In this disposition of mind towards us, they had come to a determination to seize our house, and to send all our people prisoners to the top of a high rock, the consent only of the sabandar being a-wanting for taking possession of our goods, though some even began to take our goods forcibly. On the arrival of the sabandar, Mr Spalding waited upon him, and remonstrated upon the unjust conduct of the islanders in taking away our goods, craving his protection. The sabandar then said, that the islanders were resolved we should not do as the Hollanders had done, and were therefore resolved to make all the English prisoners; for the ship was gone, and our intentions seemed bad towards them.”
Uit “Fourth Voyage of the English East India Company, in 1608, by Captain Alexander Sharpey

“October 1789. In the afternoon at four o’clock I went on shore and landed at a house by the river where strangers first stop and give an account who they are, whence they came, etc. From this place a Malay gentleman took me in a carriage to Sabandar, Mr. Engelhard, whose house was in the environs of the city on the side nearest the shipping. The Sabandar is the officer with whom all strangers are obliged to transact their business: at least the whole must go through his hands. With him I went to pay my respects to the governor-general who received me with great civility. I acquainted his excellency with my situation and requested my people might be taken care of and that we should be allowed to take a passage to Europe in the first ship that sailed. I likewise desired permission to sell the schooner and launch. All this his excellency told me should be granted. I then took leave and returned with the Sabandar who wrote down the particulars of my wants in order to form from them a regular petition to be presented to the council the next day. I had brought from the governor of Coupang, directed for the governor-general at Batavia, the account of my voyage and misfortune, translated into Dutch from an account that I had given to Mr. van Este. So attentive had they been at Timor to everything that related to us.”
Uit “A Voyage to the South Sea” by William Bligh, published 1792

“The 9th September, we had sight of Socatora, and passing by Tamarind [Tamridal] Bay, came to anchore in Delisha.
The one and twentieth of October we came into Swally.
After the fight on the tentieth of January, in which three Portugall ships were burnt and two frigates sunk, and timber procured for the Hopes main mast (which the Nabob caused to be done so warily that it seemed he was afraid lest the Portugals might know it) on the four and twentieth came a Jesuite with another fellow from the eroy to intreate of peace with Magribocan, who on the seven and twentieth sent the ??Viceroy one hundred and fiftie maunds meale, one hundred sheepe, twentie-five maunds conserves, with hens, etc. In the afternoone the Sabandar requested me to read a letter from the Viceroy, which signified that, whereas by the Padre hee was informed that the Nabob desitred ro make peace in his masters name and had appointed for treatrie thereof then Sabandar, Isaac Beg and Abduram (Abdurrahim) , hee also had hearkened thereto and appointed three others to that businesse, binding himselfe to performe their agreements.”
Uit “Collections taken out of the Journal of Captaine Thomas Elkington. Successour to Captaine Nicholas Downton in the voyage aforesaid written by himselfe, January 1613″

Love at first sight.

Een nieuw ‘Rice Field View Hotel’ in Ubud Bali?

We gingen op bezoek bij Gerty en Raymond, een ex-collega en haar man, die twee jaar geleden België hebben geruild voor Sanur, Indonesië.
Ze hadden ons al een grote dienst bewezen door als “mystery guests” een evaluatie te maken van “Mandala Desa”.
We brachten bij hen verslag uit van het mislukken van ons project.
Tijdens het gesprek suggereerde Gerty dat we eens moesten praten met Rudy Kerremans, een Belg die al jaren in Indonesië woont en een restaurant heeft in Ubud“Café des Artistes” .
Hij kent Bali erg goed en zou ons zeker raad geven.
Gerty had ook gehoord dat Rudy van plan was zijn huis, in de omgeving van Ubud te verkopen.
We reserveerden voor dinner in Café des Artistes de volgende avond.
Tijdens het eten sprak ik de blanke tuan (= mijnheer) aan die in het restaurant rondliep als een kapitein op zijn schip en, waar nodig, instructies gaf aan het bedienend personeel.
Ik stelde mezelf voor en vroeg hem een digestiefje met ons te drinken.
Rudy is een heel extraverte en open persoon en we hadden een leuk gesprek.
Het bleek te kloppen dat zijn huis te koop was en we maakten een afspraak om de volgende middag te gaan kijken.
Na de lunch in Café des Artistes bracht Rudy ons naar zijn huis in Peliatan, een paar minuten buiten het centrum van Ubud.
Op het einde van de hoofdstraat draai je drie kwart mee met de rotonde en dan gaat het steil omhoog over een smal, geasfalteerd weggetje.
Na het passeren van een tempel moet je links omhoog, een verhard paadje op.
Rudy parkeerde zijn 4×4 vlak voor een poort in Balinese stijl.
Het terrein is, naar Balinese gebruik, volledig ommuurd om de boze geesten buiten te houden.
We gingen de poort binnen en ik hoorde aan Saar’s reactie dat we niet verder hoefden te zoeken.
Ze deed namelijk geen enkele moeite om haar enthousiasme te verbergen.
Het uitzicht op de sawah (= het rijstveld) was fantastisch, de gebouwen smaakvol en de tuin mooi aangelegd.
Het zwembad leek naadloos over te lopen in de rijstvelden.
Rudy bleek links en rechts van het bebouwde perceel nog twee percelen in lease te hebben.
We zagen in onze verbeelding al een kleinschalig hotel met ‘rice field view’ en een huis voor onszelf op één van de aangrenzende stukken.
Na een korte rondleiding en een frisse pint was de koop gesloten. We kochten het huis en het perceel rechts ernaast. Rudy zou zelf opnieuw bouwen op zijn derde perceel. We kregen dus een Belgische buur aan de éne kant en een Balinese tempel als buur aan de andere kant.
Tijdens onze laatste week op Bali moesten we spijkers met koppen slaan: het hele zaakje juridisch correct structureren en een goede architect zoeken.
Meer hierover in een volgende bijdrage.

Onverwachte wending

Boutique hotel in de rijstvelden, tussen Ubud en Denpasar

Zicht op de rijstvelden vanuit Mandala Desa, een hotel tussen Denpasar en Ubud, BaliZelfs op het einde van het regenseizoen mag je nog flinke tropische buien verwachten. Tijdens ons verblijf in hotel ‘Mandala Desa’ werden we daar regelmatig mee geconfronteerd. Het valt dan echt met bakken uit de hemel maar de regendruppels voelen warm aan en het duurt, al bij al, niet zo gek lang. Na de bui ruikt het heerlijk, petrichor heet die geur, en is het een stukje koeler. We kregen de villa toegewezen helemaal op het einde van het terrein, met uitzicht op de rijstvelden. De eendenhoeder liet zijn diertjes ‘grazen’  in het braak liggend rijstveld waarop we uitkeken vanaf ons terras. De hoeder stuurt zijn troep door middel van signalen die hij geeft met een lange stok met vlaggetjes eraan. Tijdens de buien schuilt hij in een klein baleetje (kleine balé :-) in het midden van het rijstveld. De eenden snateren, spetteren en klepperen dat het een lieve lust is. De meeste onder hen zullen eindigen als ‘bebek betutu’ (geroosterde eend), een typisch Balinees gerecht. Ik heBebek Betutu, een typisch Balinees gerechtb het twee keer besteld in ‘The Dragonfly’, het restaurant van de eigenares van ‘Mandala Desa’ in Ubud. Het moet dus wel lekker zijn. Ik vond het een fantastisch hotelletje. Halfweg tussen de luchthaven, Denpasar, Sanur en dergelijke in het zuiden, en Ubud in het centrum van Bali. Op een half uur van, wat voor ons westerlingen, de beschaving is. Een zalige rust in ‘splendid isolation’ in één van de rustigste hostels van Bali. Die indruk had ik tenminste. Er werd natuurlijk flink gebrainstormd over de volgende stap(pen). De financiële analyse was alleszins niet inspirerend. Rijk zouden we er niet van worden, maar dat hadden we ook niet verwacht. Onze bedoeling was om rond te komen met wat de exploitatie zou opbrengen en genoeg over te houden om regelmatig eens terug te gaan naar België. Een ander minpunt was het gebrek aan privacy voor onszelf.  Er was geen stukje tuin dat afgeschermd was of kon worden voor privé gebruik bijvoorbeeld. We hadden daarom beslist te onderhandelen met de eigenaar over de verkoop van het perceel van 2000 m² dat normaal niet bij de verkoopprijs was inbegrepen. Het plan was om daar dan een privéhuis te bouwen. We sloegen dan twee vliegen in één klap: privacy voor onszelf en extra ruimte om te verhuren.
De real-estate agent zou later die middag komen om samen te onderhandelen met de eigenaar. Ik had al, op een aantal verschillende manieren, een prijs berekend die het stuk grond ons waard leek en was klaar voor de strijd.
Ik keek naar buiten en zag Saar op het terras zitten. Ze keek minutenlang voor zich uit en zag er niet goed uit. Ik vroeg haar wat er was, of ze ziek was of zo. Er kwam niet onmiddellijk antwoord . Na wat aandringen kwam het hoge woord eruit. “Ik zou hier niet gelukkig kunnen zijn,” zei ze “het is hier veel te stil en ver van alles. Als we dan geen gasten hebben zitten we hier zo alleen…” Dat was schrikken. De hele reis, alle plannen en ideeën in één klap doorgespoeld. Zo voelde het in eerste instantie aan tenminste. Achter dit soort grote beslissingen moet je met z’n tweeën staan, zonder een greintje twijfel anders wordt het niks. Dus het was niet moeilijk om het project af te voeren. We waren weer bij af.