Posts Tagged ‘travel’

Nog eens Tripadvisor

Boutique Hotel in Ubud Bali

Het is de laatste tijd, de laatste maanden zelfs, erg stil geweest op deze blog. Writer’s block zal u ongetwijfeld denken maar dat is niet zo. Het was hoogseizoen en zelfs met onze 6 kamers betekende dat toch heel wat werk. De komende twee weken hebben we geen gasten dus wie weet wordt er dan weer wat gepost.

We moeten tijdens die twee weken wel naar Surabaya om Saar’s paspoort te laten verlengen bij het Belgisch consulaat. Dat is een voorwaarde van de dienst Imigrasi  om Saar’s verblijfsvergunning (KITAS) te verlengen. Naast problemen met de drie B’s (de Banjar, de Belastingsdienst, de Bank) hebben we nl. ook problemen met de Immigratiedienst. Het zal wel bij de ‘Bali lifestyle’ horen zeker?  Stof genoeg voor een aantal blogposts in elk geval.

Dat het niet allemaal kommer en kwel is kan worden opgemaakt uit het onderstaande. We ontvingen voor ons hotel een ‘Certificate of Excellence’  van Tripadvisor, toch een autoriteit op reisgebied, voor het jaar 2010. De Bali rice fields schijnen in de smaak te vallen. We zijn daar natuurlijk erg trots op, vooral omdat we de eerste gasten pas eind januari 2010 hebben mogen ontvangen.

Veel dank aan allen die een review hebben geschreven!

Certificate of Excellence for Villa Sabandari

Tripadvisor Certificate

Bali Lifestyle in the Rice Fields

Gunung Agung

Mount Agung the holy mountain of Bali, as seen from the garden of Villa Sabandari, a botique hotel in Ubud, Bali

We wonen nu ongeveer 10 maanden op Bali en toch heb ik pas twee weken geleden ontdekt dat we vanuit onze tuin ‘Gunung Agung’ kunnen zien. Het is de hoogste (3142 m) en heiligste berg van Bali, een actieve vulkaan waarvan de laatste uitbarsting dateert van 1964. Vergelijkbaar met de Olympus in Griekenland, beschouwen de Balinezen deze berg als de woonplaats van de goden en het centrum van de wereld.

Meer informatie hier  http://nl.wikipedia.org/wiki/Gunung_Agung

De foto is genomen door Tina vanaf het terras van de kamer op het gelijkvloers, aan de kant van de sawah.

Boutique Hotels Ubud, Bali

Geen Avatar in de badkamer!

(O.K., geplaatst door Dirk maar geschreven door Tina)
Langs de weg tussen Ubud en de Makro in Denpasar stikt het van de handelaars in stenen beelden. Stone carving geldt hier als een gerespecteerd lokaal ambacht.
Mijn Opdracht 12 – Koop twee stenen beelden voor de piëdestallen in de badkamers – lijkt dan ook een makkie. De planning is om met Dewa de chauffeur, op terugweg van mijn trip naar de Makro (kleerhangers, sticker remover, koksmutsen, vijftig stoffen servetten…) even te stoppen bij een openlucht beeldenshop in de Stone Carving Street. Daar twee esthetisch verantwoorde beelden aan te wijzen, en hopla, taak 12 volbracht.
Dichtbij de Makro passeren we een rondpunt met in het midden een fonteinachtig iets. Op de rand van de waterpartij staan een tiental beelden. Omdat de parallel tussen fontein en badkamer voor de hand ligt, vraag ik aan Dewa of hij Hindoegoden kent die gerelateerd zijn aan water, aan reiniging of aan zuiverheid. Want het is toch een goed idee om beelden te kopen die qua symboliek iets te maken hebben met een badkamer, denk ik. In Griekenland zou ik kiezen voor een marmeren Poseidon en in Rome voor een granieten Neptunus.
Dewa geeft mij een ingewikkelde uitleg over een Hindoe god – Varaha - die de aarde terugvond nadat die in de zee was gevallen. Voor de rest heeft hij geen andere suggestie voor Hindoe Watergoden. Wat magertjes maar ja, een chauffeur heeft geen proef afgelegd over de symboliek van de plaatselijke goden.
Als ik hem uitleg dat we beelden gaan zoeken voor de twee badkamers die morgen door de eerste gasten zullen ingewijd worden, stelt hij voor dat ik in de shop beelden kies die ik mooi vind en dat hij dan zal zeggen of ze wel “suitable for the bathroom” zijn.

Ubud, Bali : Romantic hotels or Accommodation

Tussen de massa’s beelden duid ik eerst een elegante danser aan.
“Wat denk je, Dewa, kan dit?”
Aziaten krijgen geen “neen” over hun lippen, dus met een verlegen glimlach en een heleboel verontschuldigende woorden legt hij me uit dat dit beeld van een danser een afbeelding is van god en “not suitable for bathroom”.
Ik wil niet te veel tijd verliezen aan getwijfel en wijs hem een soortement elegante zeemeerman aan – half man half vis – elk fijn schubje van zijn staart is prachtig uitgewerkt, de hoogte is perfect, de lichte zandsteen helemaal geassorteerd bij de okerkleurige achtergrond van de open badkamers. Kortweg ideaal.
“Is deze oké Dewa?”, vraag ik voor alle veiligheid.
Ongemakkelijk prutst hij aan de kraag van zijn kraakwitte hemd, “ This is also a god, madam, I think this is not suitable for bathroom.”
Na wat aandringen kom ik erachter dat geen enkele afbeelding van een god “suitable is for bathroom”. Hindoes zouden dat respectloos vinden. Als er iets is dat ik niet wil doen is de Balinezen met een badkamerbeeld tegen het hoofd stoten. Figuurlijk noch letterlijk.
Dewa’s info maakt Opdracht 12 ineens wel knap lastig.
Buiten de mij bekende Hindoe goden Shiva, Brahma, Krishna en Vishnu bestaat er nog een rist voor mij totaal onbekende godheden. Op de koop toe heeft Vishnu negen Avatars.
Of minder trendy : Avatara’s. Ook goden hebben blijkbaar een Second Life.
Vishnu verscheen in negen verschillende gedaanten op aarde. Als verlosser van de wereld.
Dat verhaal klinkt mij bekend in de oren.
Vishnu nam ook dikwijls de gedaante aan van een dier : een schildpad, een leeuw of een vis.
Als ik Dewa vraag om de beelden aan te wijzen die géén goden zijn, slinkt mijn keuze tot een fractie van het tentoongestelde aanbod.
Small statue in one of the romantic luxury hotels in Ubud BaliMogelijk blijven : wat abstracte torentjes en gestileerde bloemen, een angstaanjagend koppel besnorde muzikanten en gelukkig – de goden zijn mij gunstig gestemd – wat kunstige danseressen.
Alle kamers in Villa Sabandari hebben namen van dansen gekregen. Vijf Balinese dansen en een Ambonese (de roots van Saar zijn Ambonees.)
Beelden van danseressen zijn dus perfect. Ik kies twee crèmekleurige rustende danseressen die wat mij betreft schitterend tot hun recht komen in de badkamers van de Barong-kamer en de Legong-kamer.
Wat de definitieve plekken zullen worden van al die andere godsbeelden en hun Avatars weet ik niet maar als het van onze Dewa afhangt niet in Balinese badkamers.
En ik sluit mij daar respectvol bij aan.

Veilig Verkeer Bali

Autorijden op Bali is een speciale discipline. Niet alleen staat het stuurwiel, voor ons Europeanen van het vasteland tenminste, aan de verkeerde kant, dat geldt evenzo voor de pook en de richtingaanwijzers. En wat dat alles voor gevolgen kan hebben mocht ik al een aantal maal ervaren.
Blijkbaar stonden de richtingaanwijzers van mijn tweede autootje, een rode Datsun, niet aan dezelfde kant van het stuur dan de auto waarin Saar in Nederland had gelest.
Ik woonde nog bij mijn ouders, toen ze bij ons logeerde en toch ook wel eens in die auto wilde demonstreren waarom ze haar rijbewijs in één keer had gehaald. De Bloemenlei in Brasschaat is een mooie, rustige straat met lindebomen aan beide zijden en enkel lokaal verkeer; er staat namelijk een slagboom ergens halverwege zodat sluipverkeer niet mogelijk is. De oprijlaan van het huis is eerder smal en vlakbij de straat staat moet je gevaarlijk dicht bij een flinke beukenboom langs. Ze deed het heel goed en mijn greep aan de rand van de stoel begon al wat te verslappen toen we links de straat op moesten draaien.
In plaats van te draaien hoorde ik haar nog zeggen ‘Nou, waar zitten die richtingaanwijzers eigenlijk!?’ Tot mijn afgrijzen zag ik haar links en rechts van de stuurkolom op zoek gaan naar het hendeltje, intussen gewoon de voet op het gas. We gingen rechtdoor, de straat over en kwamen tegen een lindeboom tot stilstand.  Een dikke deuk in mijn mooie wagentje. En het was natuurlijk de schuld van de auto. De richtingaanwijzers stonden immers ‘aan de verkeerde kant’.
Stephan heeft tijdens zijn korte bezoek aan Bali ook kunnen vaststellen dat het toch weer even wat anders is wanneer je als bestuurder rechts in de auto zit. Je voelt de grootte van de auto minder goed aan en schat de zaken daarom soms verkeerd in. Op weg naar een restaurant in Ubud ratelden we dan ook met de linkerspiegel van de huurauto langs een aantal geparkeerde bromfietsen die alle kanten op stuiterden. Ik liet Stephan stoppen en keerde te voet terug om de schade te gaan opmeten. De bromfietsen waren als bij wonder allemaal verdwenen. Ik vermoed dat ze toch wat te dicht bij de rijbaan hadden gestaan, zodat de eigenaars geen schuldbewuste, maar een boze vreemdeling hebben verwacht, op zoek naar compensatie voor de geleden schade.
Een lange inleiding om duidelijk te maken dat je best een paar keer nadenkt voor je als bestuurder aan het Balinese verkeer gaat deelnemen.

Ubud Bali Holiday Hotel

Member of the Pecalang at a temple near Villa Sabandari, a holiday hotel in Ubud BaliEr zijn de upacara’s, de tempelceremoniën, die ervoor zorgen dat de helft van de weg is afgesloten. Rustig blijven, je beurt afwachten en de instructies volgen van de lokale ordedienst, te herkennen aan hun wit- zwart-grijs geblokte sarongs met een  rode bies en hun jacks of T-shirts met opschrift ‘Pecalang’.  Neem een paar foto’s van het kleurrijke spektakel, stap even uit om de benen te strekken. Vooral niet nerveus worden. Je bent in Bali en deze gang van zaken is hier normaal. Jij bent de allochtoon weet je wel.
Pas goed op voor straathonden die, zeker in de kleinere dorpen, gewoon vrij rondlopen en de straat zonder waarschuwing oversteken. Hetzelfde geldt voor kippen, katten en soms ook koeien.
Er wordt constant aan de weg gewerkt, of aan de goten aan de kant van de weg. Dat geeft overdag flink wat hinder. ’s Nachts is het ronduit gevaarlijk. De hopen zand, grind en rotsblokken liggen gewoon op de weg. Geen fluorescerende borden of lantarens om je voor de obstakels te waarschuwen. Je ziet die obstructies plots in het licht van je koplampen opduiken. Niet te hard rijden is daarom de boodschap.
Ben je de weg kwijt, stap dan eerst uit voor je aan een voorbijganger de weg vraagt. Het wordt als onbeleefd beschouwd wanneer je dat doet, zittend in de auto. Bereid je er ook op voor dat een Balinees je nooit zal zeggen dat je een weg links of rechts moet nemen. Men gebruikt de windrichtingen. Ze leggen het dus als volgt uit: ‘U rijdt verder door naar het noorden, ongeveer 500 meter, dan de weg naar het oosten, rechtdoor blijven gaan en bij de bocht weer naar het noorden.’ Of iets van die strekking. Je bedankt dan met en beleefde ‘terima kasih’ en stapt een beetje verweesd je auto weer in, nog meer gedesoriënteerd dan voor je uitstapte.
Het was me al een aantal keer opgevallen dat Dewa, onze chauffeur, soms op de meest onmogelijke momenten claxonneerde. Bij het verlaten van een dorp, met geen ander verkeer in velden of wegen te bespeuren of net voor we, na een scherpe bocht een brug oprijden laat hij van zich horen. Ik heb geleerd dat het er niet om gaat andere auto’s te waarschuwen van je komst. Neen, je  toont respect voor de geesten en vraagt toestemming om weg of brug te gebruiken. Het kerkhof ligt immers vaak aan de rand van het dorp en de rivier wordt ook bewoond door allerhande onzichtbare wezens.
Pas verder goed op voor kinderen, lopend, rennend, spelend, fietsend. Ze rekenen erop dat jij hen hebt gezien.
Parkeermeters zijn er niet. Wel parkeerwachters. Voor 1000-2000 rupiah (0.15-0.30 euro) wijzen ze je een plaatsje waar je de auto kan achterlaten, houden een oogje in het zeil tijdens je afwezigheid en loodsen je weer veilig het verkeer in wanneer je vertrekt.
Tot zover deze aflevering van ‘Veilig Verkeer Bali’.
Ik groet u.
Van op de passagiersstoel, dat spreekt vanzelf.
Dirk

Eat, Pray, Love

Opnames voor Eat, Pray, Love in Ubud, Bali met Julia Roberts
‘Pretty Woman’ Julia Roberts komt één dezer dagen aan in Bali!
De Balinese provinciale regering heeft bevestigd dat de nodige vergunningen werden verleend voor de verfilming van de bestseller ‘Eat, Pray, Love’, een boek van Elizabeth Gilbert tussen 16 oktober en 6 november.
Een groot gedeelte van de Balinese opnames zal gebeuren in ons stadje Ubud, onder andere op de traditionele markt en in Monkey Forest.
‘Eat, Pray, Love’ beschrijft een turbulente episode uit het leven van de schrijfster, die in een depressie raakt na haar scheiding en op zoek gaat naar zichzelf tijdens een reis die haar via Italië en India, in Indonesië brengt.
Het scenario is geschreven door Ryan Murphy, die de film ook zal regisseren. De productie gebeurt door ‘Plan B Entertainment’, de productiemaatschappij van Brad Pitt.
Naast Julie Roberts zullen sterren als Javier Bardem (No Country for Old Men), Richard Jenkins (The Visitor), Viola Davis (Doubt), Billy Crudup (Almost Famous), James Franco (Pineapple Express)en Luca Argentero (Lezioni di cioccolato) te zien zijn.
Een locaal productiehuis in Denpasar selecteerde een honderdtal locale acteurs gedurende een 2 dagen durende casting sessie.

Rustige vakantie hotels Ubud, Bali

De film moet eind 2010 wereldwijd worden gelanceerd.
Een goed verhaal, een prachtige cast en een paradijselijke locatie.
Het wordt zonder twijfel een kaskraker en een fantastische reclamespot voor Bali en voor Ubud in het bijzonder.
Als u mij nu wil excuseren.
Ik denk dat ik maar eens even quasi nonchalant door Ubud ga slenteren.
Misschien is Julia een beetje voor op schedule en heeft ze wat uitleg nodig over de locale geplogenheden, of is ze toch niet zo tevreden over haar hotel.
We zijn tenslotte op de wereld om elkaar te helpen nietwaar?

Galungan en Kuningan

Galungan is het belangrijkste feest voor Balinese hindoes.
De schepper van het universum (Ida Sang Hyang Widhi) en de geesten van de voorouders worden in deze periode geëerd.
Het feest symboliseert de overwinning van het goede (Dharma) over het kwade (Adharma), en de Balinezen horen dankbaarheid te tonen aan de schepper en aan hun voorvaderen.
Galungan wordt één keer in de 210-dagen gevierd en markeert de tijd van het jaar waarin de geesten van de voorouders worden verondersteld een bezoek te brengen aan de aarde. Balinese hindoes voeren tijdens dit feest rituelen uit die bedoeld zijn om de geesten welkom te heten en hen te vermaken.
Families offeren voedsel en bloemen aan de voorouderlijke geesten, uiten dankbaarheid en smeken bescherming af.
Penjors can be seen all over Bali at Galungan Overal op het eiland vindt u bij de ingangspoort van de huizen lange bamboe stokken genaamd ‘penjor’ – meestal versierd met vruchten, kokosbladeren en bloemen. Bij elke poort, zult u ook kleine bamboe altaartjes aantreffen, speciaal gemaakt voor het feest. Er worden offertjes gebracht, verpakt in geweven palmbladeren.
De voorbereidingen voor Galungan beginnen enkele dagen voor de eigenlijke feestdag.
Drie dagen voor Galungan is er ‘Penyekeban’ en begint men met de  voorbereidingen. ‘Penyekeban’ is afgeleid van het Balinese woord ‘nyekeb’ wat ‘het rijpen (van fruit)’ betekent. Groene bananen worden in grote potten van gebakken klei gestopt die worden afgedekt om het rijpingsproces te versnellen.
Twee dagen voor Galungan  volgt ‘Penyajahan’, een tijd van introspectie voor Balinezen, en minder prozaïsch, een tijd om Balinese taarten te maken bekend als ‘jaja’. Deze gekleurde taarten gemaakt van gebakken rijstdeeg worden gebruikt als offergave maar net zo goed met veel plezier geconsumeerd door de gewone stervelingen.
De dag voor Galungan is ‘Penampahan’ of ‘slachtdag’. De offerdieren moeten er op die dag aan geloven. Galungan wordt dan ook gekenmerkt door het plotse overvloedige aanbod van traditionele Balinese gerechten zoals lawar (varkensvlees in een pittige kokossaus) en saté.

Ubud Bali Rice Fields Resort

Op Galungan dag zelf bidden de gelovigen in de tempels en brengen ze hun offers aan de geesten. U kan overal prachtig geklede vrouwen zien met hoge torens offergaven op het hoofd die sierlijk, vaak in ganzenpas, voorbij schrijden.
De dag na Galungan bezoekt men familie en vrienden.
De tiende dag na Galungan – ‘Kuningan’ – markeert het einde van de Galunganperiode, en wordt beschouwd als de dag waarop de geesten terug opstijgen naar de hemel. Op deze dag worden offertjes gebracht met gele rijst.

Barong, Bali

Tijdens Galungan wordt een ceremonie bekend als ‘Ngelawang’ uitgevoerd in de dorpen. ‘Ngelawang’ is een exorcismeceremonie uitgevoerd door een ‘Barong’ - een goddelijke beschermer in de vorm van een griezelig uitziende, mythische draak.

De Barong wordt uitgenodigd in de huizen op zijn rondgang door het dorp. Zijn aanwezigheid is bedoeld om het evenwicht te herstellen tussen goed en kwaad in een huis. De bewoners voor de dansende Barong en krijgen na afloop een stukje van diens vacht als souvenir.
Tijdens Galungan staat het openbare leven op een laag pitje omdat de Balinese werknemers naar hun respectievelijke dorpen gaan om daar het feest te vieren.
De Balinese kalender volgt een 210-daagse cyclus zodat Galungan tweemaal per jaar wordt gevierd, ongeveer elke zes maanden. Voor wie Galungan wil meemaken op Bali volgen hierna de data van de volgende feestperiodes:
  • 14-24 oktober 2009
  • 12-22 mei 2010
  • 8-10 december 2010
  • 6-16 juli 2011
  • 1-11 februari 2012
Villa Sabandari zal gewoon geopend zijn.
We bedenken wel een eigen manier om het evenwicht tussen goed en kwaad te herstellen.

Kuala Lumpur

Wil je als ‘orang asing’ (vreemdeling, buitenlander) in Indonesië wonen en werken, dan heb je een verblijfs- en een werkvergunning nodig. Omdat elk contact met de administratie een bron is van ergernis, onmacht en frustratie schakel je beter een firma in die het klappen van de zweep kent. Na vijf maanden en 3 verlengingen van ons oorspronkelijk visum, hadden we dan eindelijk ons ‘cable visum’ voor 1 jaar te pakken.
Om redenen die alleen gekend zijn door de regelgevers, moet je dan Indonesië verlaten en je aanbieden bij een Indonesische ambassade in het buitenland met je paspoort en een afdruk van dat visumtelegram. Waarom dat per se in het buitenland moet gebeuren is me een raadsel, zoals wel meer dingen in dit mooie land.
We hadden gekozen voor Kuala Lumpur, de hoofdstad van Maleisië, drie uurtjes vliegen met Malaysia Airlines.
Petronas Towers gezien vanuit het Maya Hotel in Kuala Lumpur
In het Maya Hotel werden we spontaan geupgradet naar een Deluxe suite op de 18de verdieping met uitzicht op de Petronas Twin Towers. Het zicht op de stad was, vooral ‘s avonds zonder meer spectaculair. Vanuit de skylounge op de 13de verdieping zie je dan ook nog een keer de KL tower en de koffie, thee en cake zijn er gratis voor gasten van het hotel.
Bij aankomst in de ambassade bleken we een bijkomend formulier te moeten invullen, dienden we fotokopies te laten maken van ons paspoort, geld te gaan wisselen om dan mooi op onze beurt wachten tot ons volgnummer werd omgeroepen. Tussen 16:00 en 17:00 mochten we dan terugkomen om ons paspoort met visum op te halen. Tijd om wat te gaan eten in de stad en Chinatown te bezoeken. Kuala Lumpur of KL zoals de locals het noemen, is een moderne en propere stad met erg druk autoverkeer. Veel minder bromfietsen dan op Bali en verkeersregels die worden gerespecteerd; het was weer even wennen.
In de hotellimo die ons afhaalde van de luchthaven, reden we voor het eerst in 5 maanden weer sneller dan 70km per uur. Op Bali kan je door de drukte en de staat van de wegen simpelweg niet harder rijden. In Maleisië gleden we plots tegen 140km per uur in een glimmende Merc over de snelweg. Zalig!
We zagen beelden van de tsunami bij Samoa en ik dacht de volgende ochtend dan ook dat mijn verbeelding op hol sloeg toen het leek of het hotel heen en weer wiebelde. Pas later hoorden we over de verwoestende aardbeving op Sumatra die aan meer dan 1000 mensen het leven heeft gekost. Het bleek geen verbeelding te zijn geweest. Natuurlijk wordt op de 18de verdieping het effect van het wiebelen versterkt en voel je de bewegingen van het gebouw sterker dan op de begane grond.
Het diner op het terras bij Nerovivo was memorabel. Geroosterd konijn met zongedroogde tomaatjes, olijfolie geparfumeerd met truffel en smeuïge polenta voor mij. Saar had ‘de lekkerste confit de canard die ze ooit heeft gegeten’. Een heerlijk glas Chianti erbij en een machtig chocoladedessert toe. Met dank aan Joost die ons het adres doorgaf.
Intussen zijn we terug in Ubud waar de werkzaamheden stilaan terug op kruissnelheid komen na 2 weken vakantie voor Idul Fitri, het suikerfeest bij het einde van de Ramadan.
De streefdatum van 1 oktober voor de beëindiging van de werken ligt intussen achter ons. Zonder te veel upacara’s, natuurrampen of andere hinderpalen stel ik me mentaal in op 1 december als nieuwe afwerkingsdatum.

Rustig vakantie hotel resort in Ubud, Bali

Zwembadwetenschap.

Zwembad van Villa Sabandari, boutique hotel in Ubud, BaliEén van de onderwaterspots in het zwembad deed het al een tijdje niet. Het werd al gauw duidelijk dat het geen akkefietje zou zijn om die te vervangen.
Normaal is het dat wel. Je haalt dan de lamp, met fitting en al, uit de  zwembadwand. Het geheel zit aan een stuk kabel, zodat je het boven water kan halen. Daar vervang je de lamp en dan zet je de hele handel, onder water, opnieuw op zijn plaats.
Niet in dit geval.
Bij de aanleg van het zwembad was er blijkbaar één en ander fout gegaan en was het stuk kabel vastgegoten in het beton van de zwembadrand.
Dus niks akkefietje. Het waterpeil van het zwembad moest zo’n half metertje zakken, de zaak moest worden opengekapt, hersteld en opnieuw betegeld, pas dan kon er terug water worden bijgevuld.
Tijdens de inspectiewerkzaamheden bleek er dan ook nog een lek te zijn in de stabilisatietank in de pompkamer; ook dat moest worden opgelost.
Het werd nu meteen ook duidelijk waarom de waterdrukpomp bijna permanent had staan draaien. Jongens wat een herrie gaf dat!

Ubud villa with padi field view

Een zwembad waarvan de pomp niet draait en dus het filter niet werkt en dat bovendien niet wordt onderhouden zoals het hoort, verandert in een paar dagen in ‘sop kacang hijau’ of erwtensoep zo u wil.
Onze tuinman, Komang I had ons net verlaten en Komang II (die we Nyoman noemen) was nog niet in dienst.
Zodra de renovatieklus geklaard was moest ik op zoek naar de geheimen van een helder zwembad. Toegepaste scheikunde zo bleek na veel opzoekingswerk.
In onze bergruimte vond ik nog een restje zoutzuur (HCl), een paar zakjes chloorgranulaat en een poeder dat, na checken van de facturen ‘Soda Ash’ bleek te zijn.
Het is de kunst om eerst de pH van het water zo dicht mogelijk bij 7.2 te brengen. Dat is zuurtegraad van ons traanvocht, dus beslist een veilige waarde.
De schaal gaat van 0 (extreem zuur) tot 14 (extreem basisch). Eigenlijk wel logisch dat je dan ergens in het midden moet uitkomen.
Ik vroeg aan Made waar Komang I de testkit voor pH en chloor (Cl) bewaarde.
Ze hoorde het in Surabaya donderen. Nog nooit gehoord van zo’n testkit!
Ik zag Komang I nochtans regelmatig rond het zwembad lopen en er van alles inkieperen. De maandelijkse factuur voor zwembadproducten was dan ook niet mals.
Maar hoe wist die jongen dan wat en hoeveel hij in het water moest gooien? Het water was daarenboven altijd helder, dus schijnbaar deed hij het wel goed. Bij nader inzien deed hij het allesbehalve goed.
Ik verklaar me nader.
De pH van het water moet in de praktijk ergens tussen 7.0 en 7.6 liggen. Is de pH boven 7.6 dan is het water dus te basisch en kan je de pH laten zakken door een zuur bv. HCl toe te voegen. In het omgekeerde geval voeg je een base zoals bv. Soda Ash toe.
Chloor voeg je toe om het water te ontsmetten. Het werkt het best in water met een pH tussen 7.0 en 7.6
Ik vermoed dat Komang I de zaak helder hield door grote hoeveelheden chloor in het water te kappen en afwisselend zuur en base bijvoegde zonder goed te weten waarom. Daardoor zal de pH dan een jojobeweging gemaakt hebben tussen 7 en 8. Giswerk mijnentwege dat geef ik toe.
Het zal de jongen waarschijnlijk nooit correct uitgelegd zijn.
Dankzij Gijs Kerhoven, ex-zwembaddirecteur en autoriteit op dit gebied, ben ik er, proefondervindelijk, achtergekomen dat wij 0.2 liter HCl nodig hebben in ons zwembad om de pH 0.1 punten te laten dalen.
Er wordt voorlopig elke dag gemeten en de resultaten noteert Nyoman trouw in zijn zwembadschriftje.
Het chloorgebruik is verder drastisch verminderd door de installatie van een Koper/Zilver ionisator.
Volgens de leverancier van dat kleinood hebben we binnenkort 120 m³ drinkbaar water in het zwembad.
Goed voor gasten met huidproblemen én voor het milieu.

De room historie.

We waren er eindelijk in geslaagd het bovenste deel van de gasoven te laten branden. Saar zou dan ook quiche maken voor het avondeten. Hoera!
Willy was iets minder enthousiast. Ze wist namelijk niet wat quiche was en wat ze niet kent wantrouwt ze. Nadat we haar hadden uitgelegd dat het een soort taart was met een hartige vulling draaide ze al wat bij.
Saar gaf aan Willy door wat ze allemaal nodig had zodat ze, samen met Made, op de brommer naar de Bintang supermarkt kon.
Groenten, gehakt en room moesten gekocht worden, de rest hadden we in huis.
Saar vroeg nog of Willy wist wat ‘room’ was. Ja, dat wist ze. Dat gebruikte je in taarten.
Quiche Lorraine in Villa Sabandari, Ubud Bali‘s Avonds tijdens het eten van de, tussen haakjes erg lekkere quiche, hoorde ik het verhaal over de Babylonische spraakverwarring.
Willy was van haar boodschappentocht teruggekomen met de groenten, het gehakt en een klein flesje rum.
Toen Saar vroeg wat de bedoeling was van die rum antwoordde ze dat tante toch rum had besteld voor in de taart.
‘Room!”, zei Saar ‘niet Rum!’.

Bali Villa in Ubud

Na enige verduidelijking en raadpleging van het engels-indonesisch woordenboek, had Willy gezegd ‘Oh, krim!’. ‘Waarom zei tante dan niet gelijk krim (= cream)!’
Ik zat me te verkneukelen bij dit alles,  en niet alleen om de spraakverwarring en de nog steeds verontwaardigde gezichten van beide partijen, stellig overtuigd van hun eigen gelijk.
Na het eten zei ik dan ook: ‘En nu tijd voor een kopje koffie met een lekker glaasje rum!’
Willy keek me een beetje zielig aan en zei toen ‘Tidak bisa (dat kan niet) oom.’
‘Hoezo, dat kan niet!?’ vroeg ik.
Bleek dat ze bij haar tweede shoppingronde het flesje rum van Saar had moeten omruilen voor een familiepak toiletpapier.
Saar keek me aan met een sardonisch lachje om de mond.
‘Je wil toch vermageren’, zei ze, ‘dan is rum heel slecht: veel suiker en veel alcohol. Het was voor je bestwil, geloof me’.
Ja potverdorie nog eens aan toe zeg!

Saraswati

Sarasawati stone carving om Ubud villa hotel Bali
Ik reed gisteren met onze nieuwe medewerker, Dewa, naar de Toyota Garage in Blahbatuh. Onderweg was het ontzettend druk. Overal mensen in feestelijke klederdracht, zowel lopend als met hele families tegelijk op de bromfiets. Iedereen had wel een schaal of een gevlochten mand met offergaven bij zich.
“Druk vandaag” zei ik tegen Dewa, “iets speciaals aan de hand?”
Hij keek even opzij met de intussen vertrouwde gelaatsuitdrukking die, tegelijkertijd ongeloof, verbazing en een tikje medelijden uitdrukt.
Met de pretlichtjes nog in de ogen vertelde hij me dat het volgens de Balinese kalender, de ‘Pawukon’, de dag van de kennis was.

Ubud Hotel Villa

Die dag heet ‘Saraswati’ en er wordt gebeden tot de godin met dezelfde naam, de godin van de kennis. Ze wordt afgebeeld als een mooie vrouw (niet zo evident op de foto).
Kennis is namelijk een aantrekkelijk bezit. De vrouw heeft vier armen wat haar in mijn ogen toch iets minder aantrekkelijk maakt. Ik ben geen hindoe natuurlijk. Ze bespeelt een muziekinstrument want kennis is onderhoudend en hoe meer je ermee bezig bent, hoe meer het je gaat boeien.
In één van haar vrije handen houdt ze een meditatieketting, een soort paternoster voor de katholiek opgevoeden onder ons. Die symboliseert de eindeloze uitdaging van het leren. In hand nummer vier: een boek, de opslagplaats van alle kennis. Meestal wordt ook nog een zwaan en een lotusbloem afgebeeld.
Penjor bij Villa Sabandari, Ubud hotel, Bali
De dag voor Saraswati heet ‘Pangredanan’. Dan worden de boeken afgestoft en schoongemaakt. Op Sarasawati zelf offert men aan de boeken. De leerlingen op de scholen en de ambtenaren op hun kantoren. Iedereen draagt op die dag traditionele kledij in plaats van een uniform. Men wil herdenken dat het belangrijkste in het leven ‘kennis’ is. Eigenaardig genoeg mag er in de  namiddag niet gelezen worden, enkel ‘s avonds en dan nog bij voorkeur religieuze boeken.
De dag na Saraswati is ‘Banyu Pinaruh’ en wordt er een ritueel bad genomen in zee, meer of rivier. De gelovigen drinken heilzame dranken. De dag staat in het teken van de gezondheid.
Dan volgt ‘Soma Ribak’, de dag dat er wordt geofferd bij de plaats waar de rijst wordt bewaard. Men dankt voor spijs en drank.
Na Soma Ribak is het ‘Sabu Mas’, letterlijk betekent dat ‘gouden riem’. Er worden offers gebracht bij de kluis en het juwelenkistje en het belang van kleding en geld wordt herdacht.
Tot slot van deze zesdaagse is er ‘Pagerwesi’; pager is schutting, wesi is ijzer. De Balinezen omringen zich met een sterke fortificatie tegen de krachten van het kwaad. In de tempels wordt gebeden voor een evenwichtig universum met aandacht voor kennis, gezondheid, voedsel, kleding en geld.
De nog niet gecremeerde familieleden worden tevens herdacht op de kerkhoven waar ze tijdelijk zijn begraven in afwachting van hun crematie.
En dat alles herhaalt zich dus alle 210 dagen, een jaar volgens de Balinese kalender.
De festiviteiten worden in het noorden veel grootser aangepakt dan in het zuiden. De straten zijn er versierd met ‘penjors’, lange, gebogen en versierde bamboestokken.
Voor de noorderlingen ligt Ubud in het zuiden en voor de zuiderlingen zijn wij bergbewoners uit het noorden. Er wordt dus gevierd, maar niet uitbundig.
Op onze werf werken vooral Javanen en mensen uit Lombok en Flores. Aan hen zijn al die Balinese ceremonies niet besteed. Hier gaat het gehamer, geslijp en gezaag gewoon door.
Ik vraag me af wat ze gaan doen op de dag van de stilte want die staat zonder twijfel ook op de Balinese kalender.