Posts Tagged ‘vakantie’

the yak & the bud

Ubud Bali Rice Field Hotels

Rare titel voor dit stukje nietwaar?
De ‘yak’ en de ‘bud’ zouden beslist niet op mijn lijstje van mogelijke titels voorkomen wanneer ik een nieuw glossy LifeStyle magazine op de markt zou brengen.
Ik heb dan ook geen marketing gestudeerd.
Misschien moet je nu net, precies door de keuze van de naam, een statement maken. Wat choqueren, de aandacht trekken en vasthouden.
We werden benaderd door de redactie van ‘the yak’ met de vraag of we fotomateriaal wilden opsturen voor hun speciaal januari nummer over ‘Top Cozy Places to Stay’. Gisteren arriveerde een journaliste voor een plaatsbezoek en een interview. Ze had van mij een gratis overnachting cadeau gekregen.
Ik heb wel geen marketing gestudeerd maar mijn gevoel zegt me toch dat we dat er dubbel en dik weer zullen uithalen.

Wacht maar tot we in ‘the bud’ hebben gestaan.


Small Boutique Hotel

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Oom P.

Jean-Marie, een achterneef van Saar, belde op uit Jakarta. Hij zou de volgende dag aankomen op Bali samen met oom P.
Ik schrijf niet ‘P.’ om de anonimiteit van die oom te beschermen. Hij werd me voorgesteld als dusdanig: spreek uit [pé] dus.
Afhalen van de luchthaven was niet nodig, ze namen wel een taxi tot in Ubud.
Van oom P. had ik nog nooit gehoord. Het feit dat Jean-Marie hem ‘oom’ noemde was geen enkele garantie op welke familieband dan ook.
Zoals ik al eerder schreef vervangen de aansprekingen ‘oom’ en ‘tante’ in Indonesië gemakkelijk ‘mijnheer’ en ‘mevrouw’.
Het klinkt wat minder afstandelijk vermoed ik.

5 star hotels in Bali

Bij aankomst in Villa Sabandari bleek ‘P.’ te staan voor Petrus en was de achternaam Sabandar.
Oom P. was een zoon van Saar’s oom, Otto Nang. Hij was met andere woorden  een volle neef en geen oom.
Voor Saar dan.
Hij was geboren in Allang maar werkte nu in Sorong, Irian-Jaya.
Op zijn linkerhand een duidelijk zelf aangebrachte tatoeage met de tekst ‘ETUS’, de letters een beetje schots en scheef.

De Ambonezen hebben namelijk iets met voornamen.
Oom P. heet dus eigenlijk Petrus maar niemand noemt hem zo.
Behalve dan waarschijnlijk zijn moeder. Toen hij nog klein was en ze boos was op hem.
Dan gebruiken ze graag de volledige doopnaam, met de tweede naam er bij als het even kan.
En uitgesproken met een een lange uithaal.

’Pettroes Johanniiiiiiisssss!’

Bijvoorbeeld.

In het dagelijks leven wordt die doopnaam niet gebruikt maar afgekort of vervormd tot iets anders. In het geval van de volle neef dus ‘Etus’ of ‘Pé’.

Zo wordt Stefanus: Fanny, Louis: Ois, Javeth: Apeth, Estherlina: Etè, Juliana: Oelie enz.

En dan heb ik het nog niet over Eva die Poppy werd genoemd omdat ze als baby op een pop leek,  Saartje Naomi die Amma wordt genoemd naar haar peetmoeder en al helemaal niet over Engelien die zich Nancy laat noemen naar Nancy Sinatra omdat ze een fan is van vader Frank.

Achternamen zijn ook veelzeggend. Je kan er vaak uit opmaken van welk eiland of dorp de drager afkomstig is, met wie hij volgens de adat (gewoonterecht) wel en niet mag trouwen en hoeveel bruidsschat je dient te betalen.

Oom P. opperde dat kinderen die werden geboren aan boord van een schip op weg naar Nederland, soms werden genoemd naar dat schip.

Zo was er een Albatros op Allang zei hij.

Ik grapte ‘Albatros Sipahelut zeker?’ Omdat naast Sabandar, Huwae en Sijaranamual dit één van de weinige Ambonese achternamen is die ik ken.

Bleek het nog te kloppen ook!

Etus keek me een beetje ongelovig aan. Zo : ‘Hoe weet hij dat nou weer!?’

‘Rare jongens die Belgen…’ zag je hem denken.

Villa Sabandari: Resort and Spa in Ubud, Indonesia

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Willy’s Labutaart

Elk restaurant van enige faam heeft een toprecept.  Hun vaste klanten komen telkens weer om datzelfde gerecht te proeven.
Volgens mij wordt Willy’s Labutaart de culinaire standaard van Villa Sabandari.  Nu al smeken de gasten om het recept.
Jullie bloglezers zijn geprivilegieerd en krijgen in première de uitgeschreven versie van deze Indonesische pompoentaart.

800 gr. geschilde, ontpitte en in grove stukken gesneden pompoen (de smaak en de kleur van de taart zal iets verschillen afhankelijk van het gebruikte soort pompoen. Willy gebruikt liefst oranje Hokkaidopompoen of groene kastanjepompoen)
3 eieren
150 gr zachte boter
250 gram bloem
250 gram bloemsuiker
50 gr volle melkpoeder
vanille-essence

Verwarm de oven voor op 180°.
Stoom de stukken pompoen goed gaar.
Klop met de mixer de eieren, bloemsuiker, boter en een scheutje vanille-essence tot een luchtige gladde massa.
Voeg langzaam de bloem en het melkpoeder toe.
Blijf mixen.
Roer met een houten lepel de gare pompoen tot moes en voeg een flinke snuif zout toe.
Meng deze pompoenmoes met de bloemmassa.
Stort het mengsel in een beboterde taartvorm.
Zet 30 minuten in een oven van 180°.

Gezellig yoga retraite hotel in Ubud

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Alles Paling

De Indonesische taal (ofte Bahasa Indonesia) zit eenvoudig in elkaar. Geen vervoegingen, geen meervouden, geen werkwoordstijden en ook geen trappen van vergelijking. Dus geen onbegrijpelijke, van alle logica ontdane bouwsels als Goed-Beter-Best. Nee, het Indonesisch voegt een woordje toe om een gradatie aan te geven. Voor de overtreffende trap is dat woordje Paling. Als je wil zeggen dat je supergrote honger hebt zeg dan : Saya (=ik) paling lapar! Als je daarna vindt dat je superlekker gegeten hebt zeg dan : Paling enak!

Alles is hier Paling.

De beesten, de bomen, de bloemen en de aanhoudende geluiden. Stil is het nooit. Niet overdag, niet ‘s nachts. Krekelsonates wisselen af met kikkerconcerten. Het hanengekraai overstemt het eendengekwek. En de kevers brommen, de gekko’s lachen en de tokehs tokken. Daarenboven fluit elke vogel zijn eigenzinnig frivool deuntje. (Voor de ouderen onder ons : De Polifinario van Toon Hermans voelt zich hier prima.)

Stil blijft alleen de vlinder. De vuistgrote zwarte vlinder die mij sinds gisteren overal achtervolgt. Eerst dacht ik dat het een zwaluw was. Of een vleermuis met een slaapstoornis. Maar het is wel degelijk een vlinder. Hij vliegt, traag klapwiekend, in gerichte rechte banen alsof hij ergens naar op weg is. Fladderen past niet bij zijn imposante duistere verschijning. Vreemd is dat hij nergens landt, hij zweeft hoog boven de bloemen. Het is geen honing wat hij zoekt.

Ik loop permanent met mijn fototoestel in aanslag maar krijg hem niet te pakken. Zelfs Google laat me in de steek; verder dan de angstaanjagende symboliek van zwarte vlinders kom ik niet.

Rejuvenating Spa Treatments in Lifestyle B&B Ubud, Bali

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Wandelen naar Petulu

Wandelkaart: van Villa Sabandari naar Petulu op Bali

Wandeling 01 – Vanuit Villa Sabandari naar Petulu

Lengte: ongeveer 6 km

Duur: ongeveer 2,5 uur

Moeilijkheidsgraad: De trajecten tussen de rijstvelden zijn lastig door het oneffen en glibberig terrein. Stevig gesloten schoeisel is nodig.

Horeca: winkeltjes met frisdranken en lokale snacks

Zon en schaduw: afwisselend zon en schaduw

Loop linksom rond het domein van Villa Sabandari (zie kaart punt 1) door het rijstveld naar de tempel. Neem voor de tempel het pad naast het irrigatiekanaaltje. Je houdt deze richting ongeveer een kilometer aan, de rijstvelden aan je linkerhand en een palmbomenstrook aan je rechterhand. Het pad is een aaneenschakeling van smalle dijkjes die na een regenbui behoorlijk glibberig zijn. Nu en dan overbrug je een flink hoogteverschil. De rijstboeren lopen vlotjes over de paden maar niet iedereen is die elegantie gegeven. Doe het liever wat trager en voorzichtig als je met droge voeten wil thuiskomen.

Het uitzicht van een rijstveld hangt samen met de fase van de oogst. Lichtgroen na het uitplanten van de jonge stekjes, donkerder als de planten volgroeid zijn. Na het oogsten liggen de velden er modderig bij. Eenden snateren dan op de dijkjes op zoek naar overgebleven rijstkorrels. De laatste dagen voor het planten veranderen de velden in vlakke waterspiegels waarin de kruinen van de kokospalmen reflecteren.

Rijstvelden vlakbij Villa Sabandari, een van de nieuwste hotels in Ubud

Maar de opgehoogde paden tussen de velden blijven altijd begaanbaar en worden goed onderhouden want het zijn de toegangswegen voor de boeren.

Bij elk rijstveld staat een zuiltje voor de rijstgodin Dewi Sri. In de verschillende fasen van de rijstcyclus worden hier offers gebracht om haar gunstig te stemmen. http://www.nissaba.nl/godinnen/dewi-shri.php

Vakantie hotels en villas in Ubud, Bali

Zicht op het rijstveld achter Villa Sabandari, een van de design villas in Ubud, Bali

Na een kilometer steek je de velden over in de richting van twee huizen. Je loopt onder een houten terrasuitbouw van het tweede huis over een betonnen muurtje dat de oever vormt van een irrigatiekanaal. Wat verder wordt dit muurtje smaller en moet je over een afvoerbuis kruipen. Ga rechts en onmiddellijk weer links. Hou met andere woorden dezelfde richting aan.

Links een paar varkensstallen. Rechts een tempel. De oppervlakte van de velden is hier veel kleiner, het lijken meer moestuinen. Ter hoogte van de tempel neem je een betonpad links over een bruggetje. Het pad wordt breder en slingert over een diep smal ravijn. Bij een klein tempeltje aan de linkerkant kom je uit op een bredere asfaltweg met huizen. Ga op de T-splitsing linksaf (zie kaart punt 2).

Wat verderop in deze straat kom je voorbij een warung (koffieshop/winkeltje waar je drank en snacks kan kopen). Volg deze asfaltweg ongeveer 200 meter tot bij de tempel. Op het kruispunt bij het Ganeshabeeld neem je rechts.

Decorated roof during walk from Villa Sabandari, one of the newest villas in Ubud to Petulu, Bali

Net voorbij een bocht naar links ligt het Kamandalu Resort & Spa met daarnaast het Viceroy Hotel.

Het asfaltpad wordt een aardeweg tussen rijstvelden (zie kaart punt 3). Bij helder weer kan je in de verte links een bergketen zien. Na een kilometer kom je uit op een asfaltweg bij een paar huizen en een wasplaats (zie kaart punt 4).

Blijf deze weg volgen die bij een warung een haakse bocht naar links maakt.

Neem 100 meter verderop bij een beeld en een tempel (zie kaart punt 5) een zijweg naar rechts. Loop linksom rond een open paviljoen en de tempelgrond. Je passeert een winkeltje en een privéhuis. Volg het pad dat links de hoek omgaat langs een blinde muur. Bij een warung op de hoek van de straat (zie kaart punt 6) ga je links tot op een drukkere weg en dan rechts (= richting Tegallalang). Volg deze drukkere weg gedurende 1,2 km. Je kan in de shops een enorme variatie aan ambachtswerk bekijken. Na 700 meter kom je voorbij een school aan je linkerhand. Wat verder aan de rechterkant zie je Andre Artshop. Net voor het gebouw met het bord Kantor Kelian Banjar Dinas Sapat aan de linkerkant ga je een smal pad in (zie kaart punt 7). Struikel niet over het bouw- en ander afval. Na een scherpe bocht naar links daalt het pad tot aan een bruggetje over een diep ravijn. Aan de overkant stijgt het pad steil naar links tot je aan de rand van een rijstveld komt. Blijf dit pad volgen tussen rijstveld en ravijn. Als je achter je kijkt zie je over de rijstvelden heen de heilige berg Agung. Het pad draait scherp rechts bij een schuilhut van de rijstboeren. Wat verder kom je, na een sprongetje over een irrigatiekanaal, op een asfaltweg met aan de overzijde een visreservoir. Volg deze weg naar links en je komt probleemloos in Petulu.

De witte reigers van Petulu op Bali

’s Avonds vanaf vijf uur verzamelen hier de witte reigers (Kokokan) van Bali om de nacht door te brengen in de bomen. De legende gaat dat deze vogels de reïncarnatie zijn van de duizenden communisten die in 1965 werden omgebracht.

http://www.travelmarker.nl/bestemmingen/azie/indonesie/geschiedenis/historie.html

clip_image012

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Ochtendgezelschap

Vanmorgen – bij het gloren van de dageraad (een minder bombastische omschrijving zou de sfeer onrecht aandoen) – werd ik gewekt door het rammelen van de houten stores tegen de zijramen van mijn kamer. Met mijn slaapkop zie ik dat de middelste store heftig bewoog. Een aardbeving? Onmogelijk want de twee andere houten blinden hangen doodstil. Achter de middelste zie ik een kronkelende schaduw. Vannacht was ik wakker geworden door de grappige roep van een oude gekko. Hoe ouder de gekko hoe dieper zijn stem. Dat arme beest zat nu klem achter het luikje. Een reddingspoging is onvermijdelijk : kamerjas aan, schuifdeuren naar het terras open en met wat aandringen werk ik het aangeslagen beest naar buiten. Op weg naar zijn vrijheid probeert het in paniek via de gordijnen naar de hoge zoldering te vluchten maar met een resolute mep kan ik dat vermijden.Gecko in the spa of one of the luxury hotels in Ubud Bali
Gekko’s zijn nuttige beesten. Ze vangen insecten. Hier zo dicht bij de natte rijstvelden is het een zegen dat er zoveel gekko’s zitten. Het zijn ecologisch verantwoorde anti-muggenmachientjes.

Ubud Spa Resort Bali

Om zes uur stond ik dus op het terras van de Bruidssuite, de grandioze kamer die ik nu uittest. Helemaal tot in de details zal dat niet lukken, zo zonder bruidegom maar ja.
In het melkwitte water van de rijstvelden (de sawah) reflecteren melancholisch wuivende palmkruinen. Geen mens te zien. Wel een overvliegende vogel. Een frisblauwe met een rode bek. Hij landt op een paadje tussen de velden en blijft daar doodstil wachten tot ik mijn fototoestel heb genomen. 150 meter is ook voor mijn toestel te ver om uit de hand een scherpe close-up te maken. Waarvoor mijn excuses. Foto: zie post Dirk hieronder.

Dit prachtexemplaar is een Javaanse Kingfisher. In het grote Indonesische Vogelboek vind ik dat hij frequent voorkomt op Bali en dat hij – in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden – geen vis maar wel insecten eet.

Alle insecten zijn gewaarschuwd: blijf weg van Villa Sabandari. Jullie maken geen schijn van kans tegen onze superefficiënt getrainde personeelsleden : de gekko en de Javaanse koningsvisser.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Een tropische regenbui.

Mijn grootvader leerde me, intussen alweer een halve eeuw geleden, dat het gaat regenen wanneer de zwaluwen laag vliegen. Het heeft iets te maken met insecten die omhooggestuwd worden door opstijgende warme lucht. Hoe het wetenschappelijk allemaal precies in elkaar zit weet ik niet, maar het klopt wel.

Gisteravond tijdens mijn dagelijkse 500 meter schoolslag scheerden ze weer vrolijk vlak over het water en leken ze elegant, over de rand van het zwembad, het rijstveld in te tollen.

Bali impression: after the rain in Villa Sabandari, a quiet luxury boutique hotel in Ubud, BaliVannacht, rond de klok van drie begon dan het concert.
Wat gedonder in de verte als prelude.
Daarna het tingeltangel van afzonderlijke druppels die anders klinken afhankelijk van hun landingsplaats.
Doffe bassen voor dikke druppels op de grote bladeren van  heliconea’s en pisangbomen.
Hogere tonen bij uiteenspatten op hout of steen.
Staccato gekletter op het water van het zwembad.
Je hoort de eigenlijke bui uit de verte naderen als een bewegende massa geruis die komt aangesneld.

Quiet Luxury Boutique Hotel in Bali

Dan zit je er plots middenin.
Nu geen individuele druppels meer die hun ritmisch asynchrone composities spelen maar een golf die je met een ontzettend geraas overspoelt.
Het lijkt of iemand op de snelweg plots alle raampjes van de auto opendraait.
Op het moment dat je denkt dat het deze keer toch wel erg hard gaat, en net begint te piekeren over het feit of de rieten rolgordijnen in de open zitkamer naar beneden zijn of niet, komt de apotheose.
Geen open raampjes op de snelweg meer.
Het dak en de voorruit worden eraf geblazen en je moet roepen om elkaar te verstaan en zelfs dat lukt maar half. Net op het moment dat je lichte paniek begint te voelen stopt de tropische regenbui abrupt.
Letterlijk van het ene moment op het andere hoor je opnieuw de individuele druppels en even later is het stil.
De eerste moedige cicade begint weer te zoemen en hier en daar hoor je opnieuw ‘gecko, gecko, geckoooo!’
Het is koel, het ruikt petrichor en de bui is alweer ver weg.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Elektriciteitsperikelen

Gisteravond, rond halfzeven was het weer eens raak. De hele buurt zonder elektriciteit.
Gelukkig hebben we een gasfornuis, zodat er tenminste gewoon kon verder gekookt worden.
Ons eerste ‘broodbakexperiment’ was ook net aan de gang en het zou jammer geweest zijn moest het bakproces abrupt gestopt zijn.
View of the entrance gate of the market in Gianyar, Central Bali, IndonesieOm zeven uur was het donker en moesten we ons behelpen met een LED lantaarntje dat oplaadt wanneer er elektriciteit is en bij uitval werkt dankzij de opgeladen batterij. Verder nog wat waxine lichtjes, onze zaklampen en dat was het.
Voor een keertje is dat allemaal leuk en spannend en avontuurlijk maar na een tijdje heb je dat ook wel gehad en wil je de balletjes zien drijven in je verse tomatensoep. Voor je het weet ben je immers aan het kauwen op één of ander insect of op de drol van een gecko die boven je hoofd op de zoldering rondzwerft. En dat kan niet de bedoeling zijn.
Om acht uur lag deze jongen onder de (spreekwoordelijke) wol.
Om halfzes was ik klaarwakker. De zon moest nog opkomen en ik kon horen dat de hanen ook al wakker waren.
Het heeft wel wat, vroeg opstaan in de tropen.
Lekker koel nog, de geluiden van de ontwakende natuur, dampslierten boven het zwembad en de geuren van een nieuwe dag.
'Babi guling' shop in Gianyar, Bali Indonesie

Ubud Bali vakantie hotel

Ik nam me voor olielampen te gaan kopen om niet opnieuw verrast te worden door een stroomonderbreking.
Bij aankomst om 8 uur liet Dewa me weten dat we niet op de markt in Ubud terecht konden. Die was namelijk gesloten voor het publiek in verband met de opnames van de film ‘Eat, pray, love’ met Julia Roberts.
Dan maar naar de markt van Gianyar, een minuutje of 20 met de auto.
Na wat gezoek en het nodige afdingen scoorden we twee lampen. Twee lege waterflesjes voor het kopen van de olie kregen we er gratis bij.  Weer 25.000 rupiah armer. Voor licht in het donker is €1.79 geen geld vind ik.
Bij het verlaten van de markt kwamen we voorbij een winkeltje waar ze geroosterd speenvarken (babi guling) verkochten. Buiten stond een man saté te roosteren op een houtvuurtje. Je kon er eten maar er stonden ook een pak klanten voor een portie afhaalsaté of take-away-varken.
Op de terugweg nog even langs bij de supermarkt voor reservebatterijen en een broodmes.
Het versgebakken brood smaakte heerlijk.
Market Gianyar, Bali. Crops fresh from the field for hotels or for the locals
markt in Gianyar

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Kuala Lumpur

Wil je als ‘orang asing’ (vreemdeling, buitenlander) in Indonesië wonen en werken, dan heb je een verblijfs- en een werkvergunning nodig. Omdat elk contact met de administratie een bron is van ergernis, onmacht en frustratie schakel je beter een firma in die het klappen van de zweep kent. Na vijf maanden en 3 verlengingen van ons oorspronkelijk visum, hadden we dan eindelijk ons ‘cable visum’ voor 1 jaar te pakken.
Om redenen die alleen gekend zijn door de regelgevers, moet je dan Indonesië verlaten en je aanbieden bij een Indonesische ambassade in het buitenland met je paspoort en een afdruk van dat visumtelegram. Waarom dat per se in het buitenland moet gebeuren is me een raadsel, zoals wel meer dingen in dit mooie land.
We hadden gekozen voor Kuala Lumpur, de hoofdstad van Maleisië, drie uurtjes vliegen met Malaysia Airlines.
Petronas Towers gezien vanuit het Maya Hotel in Kuala Lumpur
In het Maya Hotel werden we spontaan geupgradet naar een Deluxe suite op de 18de verdieping met uitzicht op de Petronas Twin Towers. Het zicht op de stad was, vooral ‘s avonds zonder meer spectaculair. Vanuit de skylounge op de 13de verdieping zie je dan ook nog een keer de KL tower en de koffie, thee en cake zijn er gratis voor gasten van het hotel.
Bij aankomst in de ambassade bleken we een bijkomend formulier te moeten invullen, dienden we fotokopies te laten maken van ons paspoort, geld te gaan wisselen om dan mooi op onze beurt wachten tot ons volgnummer werd omgeroepen. Tussen 16:00 en 17:00 mochten we dan terugkomen om ons paspoort met visum op te halen. Tijd om wat te gaan eten in de stad en Chinatown te bezoeken. Kuala Lumpur of KL zoals de locals het noemen, is een moderne en propere stad met erg druk autoverkeer. Veel minder bromfietsen dan op Bali en verkeersregels die worden gerespecteerd; het was weer even wennen.
In de hotellimo die ons afhaalde van de luchthaven, reden we voor het eerst in 5 maanden weer sneller dan 70km per uur. Op Bali kan je door de drukte en de staat van de wegen simpelweg niet harder rijden. In Maleisië gleden we plots tegen 140km per uur in een glimmende Merc over de snelweg. Zalig!
We zagen beelden van de tsunami bij Samoa en ik dacht de volgende ochtend dan ook dat mijn verbeelding op hol sloeg toen het leek of het hotel heen en weer wiebelde. Pas later hoorden we over de verwoestende aardbeving op Sumatra die aan meer dan 1000 mensen het leven heeft gekost. Het bleek geen verbeelding te zijn geweest. Natuurlijk wordt op de 18de verdieping het effect van het wiebelen versterkt en voel je de bewegingen van het gebouw sterker dan op de begane grond.
Het diner op het terras bij Nerovivo was memorabel. Geroosterd konijn met zongedroogde tomaatjes, olijfolie geparfumeerd met truffel en smeuïge polenta voor mij. Saar had ‘de lekkerste confit de canard die ze ooit heeft gegeten’. Een heerlijk glas Chianti erbij en een machtig chocoladedessert toe. Met dank aan Joost die ons het adres doorgaf.
Intussen zijn we terug in Ubud waar de werkzaamheden stilaan terug op kruissnelheid komen na 2 weken vakantie voor Idul Fitri, het suikerfeest bij het einde van de Ramadan.
De streefdatum van 1 oktober voor de beëindiging van de werken ligt intussen achter ons. Zonder te veel upacara’s, natuurrampen of andere hinderpalen stel ik me mentaal in op 1 december als nieuwe afwerkingsdatum.

Rustig vakantie hotel resort in Ubud, Bali

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+

Inpakstrategie

“Do you know a nice place to stay around Ubud?”

Na een lange reis ben je blij dat je koffers allemaal op de lopende band liggen in de luchthaven van bestemming.
Je denkt dat je alle hindernissen met verve hebt genomen en dat alleen nog het vinden van een taxi naar je rustige hotel in de rijstvelden als uitdaging overblijft. Think again!
Je hobbelt met het volgeladen karretje richting ‘Exit’ en dan denk je ‘Shit, ik moet nog voorbij de douane!’.
Vaak hangen er dan groen of rood oplichtende bordjes met respectievelijk ‘Nothing to declare’ en ‘Goods to declare’ en kies je als brave toerist voor het groene bordje. Heb je niet te veel koffers en zie je er een beetje betrouwbaar uit dan kan je zo richting taxi’s.
In de luchthaven van Bali zijn de rode en groene bordjes nergens te bespeuren. In de plaats daarvan een legertje geüniformeerde en streng kijkende ambtenaren die jou en je karretje bekijken met dollartekens in de hebzuchtige ogen.
Of je niets hebt aan te geven: voedingsprodukten, alcohol, sigaretten, …?
‘Neen hoor, alleen personal stuff’ zeg je dan, toch een beetje onzeker want je weet maar nooit wat in dit land allemaal mag en niet mag.
Toch willen ze dan dat je een koffer openmaakt om er dan naar hartenlust en met merkbaar genoegen in te kunnen graaien.
Alles wat er schoon uitziet beschouwen ze automatisch als nieuw en dus in aanmerking komend voor gepeperde invoerrechten.
Je mag dan weer palaveren en zoeken naar krasjes of tekenen van gebruik om de douanier ervan te overtuigen dat je die haardroger echt al jaren hebt.
Om in Indonesië, en waarschijnlijk in heel wat van de omliggende landen, dit stresserend intermezzo zo snel mogelijk achter de rug te hebben volstaat een eenvoudige strategie. Ten minste als er een vrouwelijke medereiziger aanwezig is.
Primo: Laat haar het woord voeren bij de inspectie van de koffers.
Secundo: Zorg er bij het inpakken van de koffers voor dat er bovenaan steeds een heleboel lingerie ligt.
Gooi daarom nooit oude slipjes en bh’s weg. Bewaar die, speciaal voor dit soort gelegenheden.
Tertio: Zodra de koffer opengaat zorg je er, als woordvoerster voor niet te dicht in de buurt van de koffer te staan en negeer je straal elke hint om de inhoud van de koffer te beroeren. Je kijkt de beambte ook zo direct mogelijk aan. Je zal merken dat zijn enthousiasme om in de koffer te graaien tot dichtbij het nulpunt daalt op het moment dat hij de bh’s en slipjes in het oog krijgt. Die werken als zovele stopborden en gevarendriehoeken op ‘s mans schaamtegevoel dat hij de koffer nog nauwelijks een blik waardig keurt, zeker niet wanneer de vermoedelijke eigenares van die niemendalletjes hem diep in de ogen blijft kijken.
Schakel dan, schijnbaar nonchalant en onbekommerd  over op een heel ander onderwerp en geef de arme man zo de kans om zonder teveel gezichtsverlies aan deze ongemakkelijke situatie te ontsnappen.
Goeie zinnetjes zijn:
Do you know a nice place to stay around Ubud, Phuket, Manado of waar je op dat moment ook in de buurt bent”
“I’m looking forward to relax in the padi fields/chill on the beach/climb a volcano/…”
Je zal merken dat het werkt.
p.s. Reis je als man alleen, vervang dan in de boven beschreven strategie enkele details:
- ga juist heel dicht bij de beambte staan.
- vervang de niemendalletjes door een laag, schijnbaar ongewassen, want verkreukte, onderbroeken.

About Dirk Weemaes

Keeping an eye on Villa Sabandari since 2009. Google+